Brief van de KNRB

m.b.t. Ontwerp Ligplaatsenbeleidsplannen in Gelderland

 

21 maart 2008

 

           

                                                                                  Inspraakpunt

                                                                                  Postbus 30316

                                                                                  2500 GH Den Haag

 

 

35/JS                                                                          21 maart 2008

 

Onderwerp: Ontwerp Ligplaatsenbeleidsplannen in Gelderland

 

Geachte heer/mevrouw,

 

Door Rijkswaterstaat Oost Nederland zijn in februari 2008 drie Ontwerp-ligplaatsenbeleidsplannen uitgebracht, te weten voor het Pannerdensch kanaal, Neder-Rijn en Lek, voor Boven-Rijn, Bijlands Kanaal en Waal en voor de Geldersche IJssel, Keteldiep, Zwolle-IJsselkanaal, Zwartewater, Meppelerdiep en Twentekanalen.

 

De Koninklijke Nederlandsche Roeibond (KNRB) wil graag op deze plannen reageren, niet op specifieke locaties in deze gebieden, maar vanuit een algemeen belang van de roeisport, dat in al deze wateren om aandacht en verandering van het voorgestane beleid vraagt.

 

De KNRB behartigt de belangen van de ruim 100 roeiverenigingen in Nederland; dit zijn deels verenigingen waar de wedstrijdsport belangrijk is en het roeien niet op hoofdvaarwegen plaatsvindt. Bij andere verenigingen roeien alle leden op (hoofd)vaarwegen, sommigen voor de training, anderen om in recreatieve sfeer tochten te maken. Bij nog weer andere verenigingen is het recreatieroeien hoofdzaak en worden zeer geregeld korte en langere tochten vanuit de eigen locatie ondernomen. Vanuit deze laatste twee categorieën richt de KNRB zich tot u.

 

De hoofdlijn van de drie ligplaatsenbeleidsplannen is het reguleren van ligplaatsen voor de beroepsvaart, met als effect het belemmeren van activiteiten voor de recreatievaart, omdat mogelijke informele ligplaatsen voor deze watergebruikers komen te vervallen. Deze beperking is voor de recreatieroeiers zeer nadelig, omdat:

  • Het bij toertochten niet meer mogelijk is om op locaties buiten formele jachthavens roeiboten in en uit het water te halen;
  • Het ook niet meer is toegestaan om in op strandjes etc. een korte stop voor een lunchpauze te houden. Deze locaties zijn nodig, omdat de formele halteplaatsen in jachthavens veel te ver uit elkaar liggen (circa 30 km) om een roeitocht op een goede manier te kunnen vormgeven en volbrengen.

 

Los van deze concrete aandachtspunten vraagt de KNRB om de betreffende Ligplaatsenplannen in een integrale visie te beschouwen, wat wil zeggen met aandacht voor de veelzijdige kanten van een rivier. De rivieren zijn belangrijke landschaps- en cultuurelementen, die het waard zijn hun gevarieerde karakter te behouden. Het vanuit het water beleven van het landschap is een groot goed, wat eerder gestimuleerd dan beperkt moet worden.

Voorts is het vanuit deze visie van belang om interessante zand- en kleigaten niet af te sluiten, maar voor de (recreatieve) gebruiker, zoals de roeier, kanoër en visser beschikbaar te houden. Een eenzijdige aandacht voor de eisen vanuit de beroepsvaart ondermijnt deze veelzijdige aspecten van de rivier; voorzieningen voor de andere gebruikers moeten in het rivierlandschap een passende plaats krijgen.

 

De KNRB vraagt u om vanuit een integrale visie naar de kwaliteiten van rivieren en andere openbare wateren te kijken, en daarmee ruimte te geven voor landschappelijke en cultuurhistorische aspecten, die gebruik door anderen dan de beroepsvaart mogelijk maakt. Wij verwachten dat u op de concrete bezwaarpunten, die dit recreatief medegebruik nu onmogelijk maken, zult ingaan en met verbetervoorstellen zult komen. Op uw verzoek leveren wij graag een diepgaander bijdrage aan een integrale visie dan nu in dit inspraakdocument mogelijk is.

 

Tot een nadere mondelinge toelichting zijn wij graag bereid.

 

Hoogachtend,

 

Ir. H.A. Meester-Broertjes

Secretaris KNRB