Vada Nieuws, april 2008

 

 

Verkenning opties voor het oplossen van ruimtelijke knelpunten van WSV VADA

 

Eindrapport 

Werkgroep Havenkom, Wageningen, maart 2008

 

Wim van Beek, Maarten Daalderop, Hermine der Nederlanden, Martien Rijssemus, Rob Sibbel, Han van der Voet

 

 

 

Situatieschets

WSV Vada, Jachthaven 1 ligt met haar vier afdelingen (jachthaven, kano-, zeil- en roeiafdeling) aan Neder-Rijn aan het begin van het Havenkanaal in Wageningen. Het terrein heeft een uitweg naar de Grebbedijk. Haar terrein ligt geheel in het winterbed van de Neder-Rijn. Het droge deel van haar terrein is grotendeels hoogwatervrij. Voor de toegangsweg geldt dat niet.

Het terrein heeft WSV Vada in erfpacht van de Gemeente Wageningen en omvat land en een gedeelte van het water van de (jacht)havenkom.

Behalve WSV Vada maken ook WSR ARGO (deels op erfpacht en deels op eigen grond) en Rijkswaterstaat van de (jacht)havenkom gebruik. Aan de zuidzijde van het Vada-terrein en aan de noordoostzijde van de (jacht)havenkom zijn openbare groenvoorziening. Op de laatste ligt tevens een brandweerstoep die ook als trailerhelling door niet-leden watersporters wordt gebruikt om boten te water te laten. Kaart 1.

 

Probleemschets/aanleiding

Het terrein van Vada dient als voorziening voor de jachthaven, kano-, roei-, en zeilafdeling. Daarnaast heeft de jachthaven een functie voor passanten als bunkerstation (water en brandstof) en als overnachtingplaats. Ten behoeve van deze functies zijn voorzieningen aanwezig: aanlegvoorzieningen/steigers, botenhuizen, brandstofpompen, clubhuis, kraan en werkplaats e.d.

De verschillende afdelingen kennen ieder een eigen dynamiek en groeien alle, de ene meer de ander minder.

De jachthaven heeft zo wensen geuit tot uitbreiding van het aantal ligplaatsen en aanpassing van boxmaten. De roeiafdeling verkent de mogelijkheden tot aanpassing van haar roeiaccommodatie van botenhuis tot manoeuvrewater aan haar huidige aantal leden en staat daarbij open voor lange termijn oplossingen, inclusief eventuele verplaatsing en nieuwbouw. Ook de zeilafdeling heeft wensen, bijvoorbeeld in de vorm van beter instructiewater en meer onderhoudfaciliteiten.

Omdat de afdelingen van WSV Vada gebruik maken van dezelfde voorzieningen en hetzelfde vaarwater, is een gezamenlijke verkenning naar de gewenste lange termijn ont­wikkelingen van belang als startpunt voor zowel interne besluitvorming als voor externe belangenbehartiging. In toenemende mate leidt dit tot fricties bij het gebruik van de be­schikbare ruimte. Vanuit zowel haven- als roeiafdeling van WSV Vada is het besef groeiende dat er fysieke grenzen zijn aan de ontwikkelingen binnen de vereniging.

 

Naast de interne ontwikkelingen is bovendien extern sprake van gebruik van de (jacht)havenkom door WSR ARGO, Rijkswaterstaat Waterdistrict Rijn en Lek, watersporters en vissers die van oevers gebruikmaken en/of boten te waterlaten. Eén bouwperceel liggend aan de (jacht)haven, oorspronkelijk gereserveerd voor het vestigen van de Waterscouting groep Munsinga Rijn, ligt braak en heeft (nog) geen nadere gebruiker gekregen. Recent heeft zich voor het betreffende terrein echter een gegadigde bij de Gemeente Wageningen gemeld. Hierop en heeft WSV Vada de gemeente te kennen gegeven voor het vestigen van een gebruiksrecht in aanmerking te mogen komen om een mogelijke vestiging ter plekke van de roeiaccommodatie te kunnen overwegen.

Beroepsvaartuigen blijken de (jacht)havenmonding als zwaaikom te benutten.

De (jacht)haven ligt tenslotte in een gebied waarop vanuit een diversiteit van beleidsterreinen (ruimtelijke ordening, havenontwikkeling, natuurbehoud en –ontwikkeling, waterkering en rivierbeheer, milieubeheer e.d.) beleidvisies worden ontwikkeld door bv. gemeente, provincie, waterschap en Rijkswaterstaat. Visies komen tot stand waarin soms wel, maar vaker niet met de belangen van de watersport en in het bijzonder WSV Vada rekening wordt gehouden.

 

Bovenstaande constateringen zijn aanleiding geweest voor de vorming van de Werkgroep Havenkom.

In verband met een en ander is het van belang om als vereniging:

  • De stand van zaken met betrekking tot de ruimtelijke situatie van de vereniging te verkennen.
  • Eventuele aanwezige knelpunten, wensen, sterke en zwakke punten in kaart te brengen.
  • Te komen tot opties en mogelijke oplossingsrichtingen voor de toekomst.

 


Doel van instellen van Werkgroep Havenkom

Een gezamenlijke verenigingsbrede ontwikkelingsvisie voor de havenkom te maken binnen het bredere kader van de ontwikkeling van de haven van Wageningen en de uiterwaarden ten westen van de Pabstendam. Hierin moet duidelijk worden wat onze gemeenschappelijke en eventuele tegengestelde belangen zijn en aan welke oplossingsrichtingen valt te denken.

Doel van de verkenning is een ontwikkelingsvisie voor de accommodatie van WSV Vada voor de korte en lange termijn ten behoeve van het ontwikkelen van een duurzaam investeringsbeleid van de afdelingen.

Het plangebied omvat het terrein dat WSV Vada in erfpacht heeft.

Het studiegebied omvat ook de directe omgeving van de jachthaven, het hele havengebied van Wageningen en de uiterwaarden ten westen van de Pabstendam.

 

Werkwijze

Te nemen stappen:

  1. inventarisatie en analyse
  2. randvoorwaarden beleid
  3. programma van eisen en wensen
  4. mogelijke oplossingsrichtingen
  5. ontwikkelingsvisie WSV Vada
  6. advies aan het AB

 

Inventarisatie beleidsomgeving

 

Relevante instanties

In alfabetische volgorde;

Gemeente Wageningen (o.m. bouwbeleid, handhaving milieuwetgeving, havenontwikkeling, horecavergunningen, openbare orde en veiligheid, ruimtelijke ordening, sportbeleid)

Provincie Gelderland (milieuwetgeving, natuurbeleid, ruimtelijke ordening)

Rijkswaterstaat Directie Bovenrivieren (ondermeer rivier- en vaarwegbeheer)

Waterschap Vallei en Eem (beleid met betrekking tot de waterkeringen)

Daarnaast zijn de andere gebruikers van de (jacht)havenkom betrokken: Rijkswaterstaat Waterdistrict Rijn en Lek vestiging De Taats, WSR Argo en sportvisverenigingen.

 

Beleidsterreinen en plannen

Natura 2000. De uiterwaarden ten westen van de toegangsweg vallen onder de bepalingen van Natura 2000 (gebieden Vogel- en Habitatrichtlijnen) en kennen daarmee een stringent beschermingsregime. Ruimtelijke ingrepen die van invloed zijn op de natuurwaarden zijn alleen mogelijk bij groot maatschappelijk belang en onderhevig aan zware goedkeuringsprocedures en vereisen compensatie voor verlies natuurwaarden.

 

Ecologische Hoofdstructuur. Het gebied van de Nederrijn met zijn uiterwaarden is onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Deze is op zowel niveau van rijks- als provinciale overheid vastgelegd en beschermd en heeft plaats gekregen in bestemmingsplannen. Aan uitwerking ervan wordt door Provincie, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat gewerkt.

M.b.t. het terrein van WSV Vada en haar omgeving (zowel uiterwaarden ten westen van de toegangsweg, als de uiterwaard tussen Pabstendam en Havenkanaal) gaat het hierbij om de ecologische verbinding tussen Veluwe Massief en Utrechtse Heuvelrug: de hertenpassage aan de noordoever van de Nederrijn en transformatie van agrarisch grondgebruik naar natuurontwikkeling.

 

 


Ruimtelijke Ordening: Provincie.

In het provinciale streekplan zijn zowel de voor WSV Vada relevante natuurbeschermingsmaatregelen voor de aanliggende terreinen vastgelegd als de havenbestemming, jachthaven en bedrijventerreinen rondom het Havenkanaal.

 

Ruimtelijke Ordening: Gemeente

Bestemmingsplan “Havengebied 2002”

De bestemmingen van het terrein dat WSV Vada in gebruik heeft en van de omgeving ervan liggen vast in kaart en regels in het bestemmingsplan Havengebied, kaart 2. Dit bestemmingsplan is op een aantal onderdelen na goedgekeurd op 18 februari 2003/13 april 2004 door de Provincie Gelderland.

Binnen de (jacht)havenkom gelden de volgende bestemmingen:

 Jachthaven- en watersporttereinen

  • Jacht- en watersporthaven Rs(w)
  • Jacht- en watersportterrein met bouwvlak klasse A langs Grebbedijk met bebouwingspercentage 25% en nokhoogte 10m (terrein westelijk van Argo)
  • Jacht- en watersportterrein met bouwvlak klasse B langs Grebbedijk met bebouwingspercentage 80% en nokhoogte 10m (terrein Argo)
  • Jacht- en watersportterrein met bouwvlak klasse B op terrein WSV Vada met resp. 40% en 6m nokhoogte.
  • Id. 50% en 6m nokhoogte
  • Bedrijfsdoeleinden A met bebouwvlak resp. 45% en nokhoogte 10m (Rijkswaterstaat)
  • Bedrijfsdoeleinden B met bebouwvlak 75% en nokhoogte 10m (Rijkswaterstaat)
  • Groenvoorzieningen rondom havenkom (bestemd voor groenstroken, plantsoen, fiets- en wandelpaden, parkeerplaatsen, sloten en bermen met bijbehorende andere bouwwerken geen gebouwen zijnde.

NB1. Klasse A = riviergebonden recreatieve activiteiten; B = niet-riviergebonden recreatieve activiteiten

NB2. Er is sprake van twee dubbelbestemmingen nl: waterstaatsdoeleinden en waterkering

NB3. Er geldt voor RS(w) een begrenzing van 150 ligplaatsen voor boten. (Dit maximum is inmiddels overschreden.)

NB4. Verder zijn bepalingen opgenomen voor andere werken dan bebouwing.

NB5. Vanwege de beleidslijn “Ruimte voor de Rivier” mag bestaande bebouwing met maximaal 10% worden uitgebreid. Een uitbreiding van meer dan 10% is slechts mogelijk met de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid, mits onderbouwd met argumenten van zwaarwegend maatschappelijk belang.

Bijlage 2 blad 5 maakt melding van oppervlakte van terrein in erfpacht bij WSV Vada van ca 2,4ha waarvan ruim 1,5ha water; bouwvlak van ten hoogste 1.550 m2 waarvan ten tijde van bestemmingsplan Havengebied 2002 thans ca 720m2 aan bebouwing aanwezig is.

NB6. Het bedrijventerrein heeft een toegelaten maaiveldhoogte van 11.50m boven NAP alleen de landtong bij de accommodatie van WSV Vada is de ophoging vergund tot 11,30m. Het gehele terrein ligt daarmee zodanig hoogwatervrij dat aan vereist beschermingsniveau van 1:1250 is voldaan (blz6 ev. toelichting Bestemmingsplan).

Zie verder: Gemeente Wageningen, Bestemmingsplan “Havengebied 2002” Wageningen (2002)

 

Aveco de Bondt. De voortuin van Wageningen.

Aan de orde gestelde maatregelen kaart 3:

      a.   Minimale variant

·         Ontsluiting van bedrijven aan noordzijde van het Havenkanaal en oversteek van de dijk (I);

·         Doorsteek naar de Grebbedijk (II);

·         Oversteek van de zwaaikom om bereikbaarheid van de bedrijven aan de zuidzijde van het Havenkanaal mogelijk te maken (XII)

·         Herinrichten Grebbedijk voor bestemmingsverkeer en langzaam verkeer (XI).

      b.   Maximale variant

·         Ontsluiting van bedrijven aan noordzijde van het Havenkanaal en oversteek van de dijk (I);

·         Doorsteek naar de Grebbedijk (II);

·         Verplaatsen bedrijven aan zuidzijde Havenkanaal (III);

·         Dempen en ophogen inham bij huidige steunpunt Rijkswaterstaat (IV);

·         Herinrichten terrein aan zuidzijde Havenkanaal (V);

·         Verplaatsen steunpunt Rijkswaterstaat (VI);

·         Aanleg recreatiekanaal en natuurontwikkeling (VII);

·         Verplaatsen van ARGO (VII);

·         Verlengen nevengeul t.b.v. recreatie en natuurontwikkeling (VIII);

·         Doorgang van de ecologische hoofdstructuur mogelijk maken (X);

·         Herinrichten Grebbedijk voor bestemmingsverkeer en langzaam verkeer (XI).

 

Opmerkingen

De Gemeenteraad heeft de “maximale variant” als ontwikkelingsrichting gekozen.

Financiële dekking voor het project als geheel is niet aanwezig.

Gestart is met de verplaatsing van de asfaltfabriek van Bruil. Daarnaast heeft de ontsluiting van de bedrijven prioriteit.

De gemeenteraad heeft zich voorgenomen om het beleid met betrekking tot “de Voortuin van Wageningen” voorjaar 2008 te evalueren en vervolg stappen nader inhoud te geven.

In rapport Buck Consultants International, Toekomst Rijnhaven Wageningen, Nijmegen (2007) vermelding:

Herziening bestemmingsplan “Havengebied 2002” van start in 2007 en moet vastgesteld worden door de Raad in 2009.

 

Waterkering

Het waterschap Vallei en Eem heeft de zorg voor de waterkering. In het kader daarvan gelden bepalingen voor het al dan niet kunnen bouwen in de nabijheid van waterkeringen.

In het kader daarvan worden in een zone van 35m van de kruin van de dijk strikte eisen gesteld aan bouwen en activiteiten die de stevigheid van de Grebbedijk kunnen beïnvloeden. In een strook tot 100m van de kruin gelden nog eisen voor extreme situaties. De regelgeving is vastgelegd in de keur van het waterschap.

Voor bouwen binnen de betreffende afstand is daarom een vergunning nodig.

Vanuit het Waterschap is een eerste positieve reactie gegeven met betrekking tot de eventuele bouw van een roeiloods op het hoge deel aan de Grebbedijk. Het formele standpunt van het Bestuur moet nog volgen.

 

Waterafvoer en -berging

In het winterbed van de Neder-Rijn geldt het beleid met betrekking tot “Ruimte voor de Rivier”. Het is gericht op handhaving en verbetering van afvoercapaciteit en waterberging. Ruimtelijke ontwikkelingen in dat gebied zijn aan strenge beperkingen onderhevig. Het betekent dat buitendijkse activiteiten riviergebonden moeten zijn en aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Voor deze activiteiten geldt een “ja, mits” beleid. In de limitatieve opsomming van de ‘ja, mits’ categorie zijn geen recreatieve activiteiten opgenomen. Activiteiten die niet riviergebonden zijn kunnen buitendijks gehandhaafd blijven mits ze een groot maatschappelijk belang dienen. Er moet vanuit gegaan worden dat vooral voor nieuwbouw strenge beperkingen gelden. Ze vergen vergunningverlening door Rijkswaterstaat. Er geldt een beleid volgens het principe ‘nee, -tenzij’.

Voor wat betreft de terreinen rond de (jacht)havenkom geldt een uitzondering voor de strook opgehoogde terreinen die tegen de Grebbedijk zijn gelegen, bebouwing is daar mogelijk (mondelinge informatie Rijkswaterstaat).

 


Inventarisatie knelpunten en wensen afdelingen

 

A.        Afdeling Haven

De haven afdeling van WSV Vada richt zich op het bieden van:

1.       faciliteiten voor zomer en winter ligplaatsen voor leden en passanten;

2.       het mogelijkheden voor onderhoud aan schepen op milieuverantwoorde wijze;

3.       faciliteiten nodig voor een jachthaven: brandstofvoorziening, innemen van schoonwater, afvoer van vuilwater, mogelijkheid tot kranen, sanitair, speelplaats, kantine en beperkte winkelvoorziening van scheepsartikelen.

 

Havenkom met haar steigers wordt gezien als een aantrekkelijke beschutte, kleinschalige voorziening als ligplaats voor de leden en als aanloophaven voor passanten. De boxmaten en de manoeuvreruimte tussen boxen is beperkt. Bij de huidige havenindeling is het aantal ligplaatsen voor grote schepen is beperkt.

Afstand havenkom stad wordt met name voor passanten te groot geacht. Het maakt de haven minder interessant als reisdoel waardoor passanten vaak slechts één nacht op doorreis blijven.

Meldsteiger met kantoor havenmeester is essentieel onderdeel van een passanten vriendelijke haven.

Brandstofvoorziening. Heeft nauwe relatie met voorgaande. Aanwezigheid van brandstofverkooppunt is van groot belang voor leden en verleent haven belangrijke positie als etappeplaats voor passanten aan de Lek en Nederrijn.

Sanitaire voorzieningen worden eenvoudig, netjes maar niet overdreven uitgebreid geacht.

Kantine wordt gezien als gezellig trefpunt, uitzicht en terras zijn veelbelovend, betere horecavoorzieningen zijn gewenst zeker voor passanten.

Kraan en afspuitplaats zijn belangrijke voorzieningen voor leden voor het plegen van onderhoud en voor passanten in geval van pechsituaties.

Trailerhelling vervult naast kraan functie voor in- en uit het water halen van boten. Waterdiepte voor de trailerhelling is echter beperkt. Constructie is gericht op te water laten van lichte (zeil)boten zonder kiel.

Stalling boten op het land vindt plaats op het parkeerterrein en is van groot belang voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan de boot.

Werkruimtes zijn aanwezig: “paardenstal” en voormalige “scheve loods”.

Parkeerterrein is aanwezig maar ruimte is beperkt zeker gedurende het winterseizoen wanneer het parkeerterrein ook als botenstalling in gebruik is.

Speeltoestellen: er is een klein aantal aanwezig speelmogelijkheden voor kinderen is echter slechts beperkt.

 

Toekomstperspectief:

De afdeling wil een laagdrempelige en gemoedelijke verenigingshaven zijn op een fraaie locatie zonder wachtlijst, met goede faciliteiten en voldoende gelegenheid voor onderhoud en werk aan de schepen;

een kleinschalige jachthaven met kwalitatief goede faciliteiten, op de huidige locatie met een beperkte groei, zowel in aantal als in grootte van de ligplaatsen.

 

Knelpunten

Er is sprake van een wachtlijst voor ligplaatsen wat als teken wordt gezien voor een ligplaatsen tekort in het water.

De afmetingen van de schepen waarover leden beschikken, neemt toe, zowel in de lengte als in de breedte. Zowel boxmaten als manoeuvreerruimte wordt daardoor meer en meer een beperkende factor.

De gedeelde ruimte op het water is beperkt.

De waterdiepte laat in delen van de jachthaven te wensen over waardoor de gebruiksmogelijkheden van het beschikbare water wordt beperkt.

Hijsvermogen van de kraan wordt als knelpunt ervaren ook gezien groeiende afmetingen en zwaarder wordende schepen.

Op het land is de beschikbare ruimte voor zowel botenstalling, berging van bokken, als parkeergelegenheid te klein met name geldt dit voor het winterseizoen. In het zomerseizoen is efficiënt gebruik van het parkeerterrein een probleem door het achterlaten van auto’s door bootleden tijdens hun afwezigheid bij meerdaagse vaartochten (dubbel parkeren onmogelijk door onduidelijkheid over terugkomst eigenaar).

Mogelijkheden voor milieuverantwoord plegen van onderhoud aan schepen zijn beperkt.

Materiaalopslag op het terrein is onvoldoende waardoor het terrein een rommelige aanblik heeft.

 


Wensen

  1. Meer en grotere ligplaatsen;
  2. Bij toename van aantal ligplaatsen aanpassing van sanitair;
  3. Meer ruimte voor botenstalling en parkeerruimte zowel in zomer als winter;
  4. Wasmachine en drooghok voor passanten.
  5. Inname plaats voor vuilwater (verplicht per 1-1-2009) en stortplaats chemische toiletten.
  6. Mogelijkheid om schepen enige tijd binnen te kunnen stallen voor (schilder werkzaamheden).
  7. “witte fietsenplan” ter overbrugging van de afstand jachthaven-stad voor passanten.

 

Zie ook “kernactiviteit, visie en toekomstperspectief van de afdeling haven”, zonder datum

 

B.        Afdeling Kanoën

 

De kano-afdeling van WSV Vada richt zich op het bieden van:

1.       kano mogelijkheden in verenigingskano’s.

2.       ligplaatsen van verenigingskano’s en kano’s van leden in haar botenloods.

3.       opleiding aan kanoleden.

4.       activiteiten die aan de kanosport zijn gerelateerd.

5.       voorzieningen in relatie tot voornoemde functies, zoals botenwagen voor vervoer van kano’s en trap/vlot om kano’s in- en uit het water te brengen.

6.       maakt hiervoor gebruik van de algemene voorzieningen van de vereniging zoals clubhuis en parkeergelegenheid.

De kano afdeling heeft niet in de Werkgroep Havenkom geparticipeerd. Zij achtte de haar ter beschikking staande voorzieningen adequaat.

 

C.        Afdeling Roeien

 

De roeiafdeling van WSV richt zich op het bieden van:

1.       roeimogelijkheden in brede zin en beschikt daartoe over een vloot van verenigingsboten.

2.       botenhuis als berging voor verenigingsboten en van een aantal ook door leden te gebruiken particuliere boten.

3.       beheer en onderhoud van haar vloot in een daarvoor ter beschikkingstaande onderhoudsloods.

4.       opleidings- en trainingsmogelijkheden en andere activiteiten die aan de roeisport zijn gerelateerd.

5.       voorzieningen in relatie tot bovenstaande activiteiten, als botenwagens, terreininrichting en trappen en vlotten voor in- en uit het water te brengen van boten.

6.       maakt gebruik van algemene voorzieningen van de vereniging als clubhuis en parkeergelegenheid.

 

Water voor het geven van instructie is momenteel beschikbaar: het vrije wateroppervlak in de jachthaven daarnaast wordt van het Havenkanaal gebruik gemaakt. Afhankelijk van vaardigheid en omstandigheden wordt er geroeid op Havenkanaal en Neder-Rijn. Daarnaast wordt bij wedstrijden en tochten vaarwater buiten Wageningen e.o. gebruikt.

Roeisteigers: voor het uitbrengen van de roeiboten wordt gebruik gemaakt van twee roeisteigers (op rails met behulp van lieren in hoogte verstelbaar). Deze steigers worden ook benut voor het geven van instructie.

Trappen: voor het overbruggen van het hoogteverschil tussen roeiloods en vaarwater zijn vier trappen bij de roeisteigers beschikbaar.

Botenhuis: het opbergen van de roeiboten geschiedt in de roeiloods. Hierin zijn ook kleedruimten, sanitair en een bergzolder. De laatste wordt niet alleen als berging voor roei- en zeilmateriaal benut maar ook gebruikt voor het trainen op roei-ergometers.

Onderhoudsloods: de roeiafdeling beschikt over een werkplaats voor het onderhoud van de boten.

Het clubhuis van de vereniging wordt gebruikt als ontmoetingsruimte voor- en na het roeien en voor het geven van instructie en houden van vergaderingen. De ruimte die voor het houden van instructie wordt gebruikt is de aanvankelijk als jeugdhonk bedoelde ruimte (nu vergaderruimte) in het clubhuis.

 


Knelpunten

Botenberging is gedimensioneerd op een ledenaantal van ca 150 leden en de daar bij behorende vloot. Uitbreiding van de bergingscapaciteit is urgent (boten liggen nu in gangpaden, te dicht op één en/of zijn in opslag elders, buiten het eigen botenhuis). De krappe berging betekent een verhoogd risico op materiaalschade.

Sanitair en kleedruimten zijn bij verdere groei aantal leden en toename van de roeifrequentie te klein. Een krachthonk ontbreekt soms kan gebruik gemaakt worden van voorzieningen Argo.

Instructiewater en manoeuvrewater bij roeisteigers zijn beperkt in omvang. Vooral tijdens het vaarseizoen van de jachthaven is sprake van veiligheidsrisico’s door via bakboord binnenvarende vaartuigen en situering van meldsteiger/brandstofpompen.

Ruimte/capaciteit van roeisteigers, daarop aansluitende trappen en voorterrein van roeiloods is te klein voor de gebruikspieken bij het huidige aantal leden. Staat van onderhoud van trappen en roeisteigers laat te wensen over en vormt veiligheidsrisico voor mens en roeimateriaal. De onderhoudsloods voldoet niet aan ARBO eisen voor wat betreft gebruik van chemische stoffen

De gezamenlijk gebruikte parkeerruimte (tevens winterstalling boten) wordt vooral ‘s winters als te klein ervaren. Gedurende het vakantieseizoen leiden auto’s van langparkeerders soms tot capaciteitsproblemen (dubbel parkeren onmogelijk door onduidelijkheid over terugkomst eigenaar).

 

Toekomstperspectief

Verbetering van de roeiaccommodatie zodat op een voor zowel mens als materiaal veilige wijze de roeisport kan worden beoefend. Bij de verbetering van de roeiaccommodatie rekening houden met een ontwikkeling van het aantal leden van de roeiafdeling van 250 naar 350 leden.

 

Wensen

  1. roeiloods met omvang afgestemd op vloot voor 350 roeileden;
  2. emplacement tussen botenhuis en trappen/roeisteigers aangepast aan maten boten en piekbelastingen in gebruik;
  3. kleedruimten en sanitair aanpassen 350 leden in plaats van 150 leden;
  4. voorziening voor krachttraining;
  5. veilige trappen en vlotten, passend bij ledental van 350 leden;
  6. voldoende parkeerruimte ook voor botenwagens.

 

Zie: “WSV Vada Afdeling Roeien, Evaluatie en verkenning Roeiaccommodatie” samenvatting voor de Werkgroep Havenkom WSV Vada 14 augustus 2007.

 

D.        Afdeling Zeilen

De zeilafdeling van WSV richt zich op het bieden van:

1.       zeilmogelijkheden in brede zin en beschikt daartoe over een vloot van verenigingsboten.

2.       ligplaatsen voor zeilboten op de wal en voor de 2 kielboten van de vereniging in het water (2).

3.       beheer en onderhoud van haar vloot in een daarvoor ter beschikkingstaande onderhoudsloods.

4.       (jeugd)zeilinstructie 1-,2-manszeilboten en open kielboot volgens CWO systeem.

5.       activiteiten die aan de zeilsport zijn gerelateerd.

6.       voorzieningen in relatie tot voornoemde functies, zoals begeleidingsboot en trailerhelling en vlotten om kleine boten in en uit het water te brengen.

7.       maakt hiervoor gebruik van de algemene voorzieningen van de vereniging zoals clubhuis en parkeergelegenheid.

 

Vloot: beschikt over 7 optimisten, 2 mirrors, 2 kielboten en 1 instructie/begeleidingsboot.

Water voor het geven van instructie is momenteel beschikbaar: het vrije wateroppervlak in de jachthaven, het havenkanaal tussen jachthaveningang en Rijn, daarnaast wordt wel het eerste kribvak bovenstrooms van de ingang naar het Havenkanaal gebruikt. Gevorderden maken gebruik van de rivier, terwijl ook van het Gat van Opheusden wel gebruik gemaakt wordt.

Voor het bereiken van het zeil-/instructiewater moet van de trailerhelling/optuigsteiger om de ligplaatsen van de jachthaven heen worden gevaren naar de vrije ruimte in de monding van de jachthaven.

Walligplaatsen: voor de open kleine zeilboten zijn walligplaatsen in de directe omgeving van de trailerhelling.

Trailerhelling (max. belasting 2.000kg) is bij de aanleg van de jachthaven aangelegd als voorziening ten behoeve van de zeilers met kleine open zeilboten en op het gebruik van deze op de walliggende boten gedimensioneerd en inmiddels verzwaard voor gebruik tot 2.000kg.

Jollenvlot voor opslag van optimisten en instructieboot

Optuigsteiger is niet aanwezig.

Onderhoud/opslagloods: de zeilafdeling beschikt over werkplaats van beperkte omvang. Deze werkplaats is tevens berging van materiaal en boten.

Winterberging van de kleine lichte verenigingszeilboten vindt gedurende de wintermaanden zowel op de zolder van het sanitair binnen de roeiloods plaats als in de werkplaats van de zeilafdeling.

Het clubhuis van de vereniging wordt gebruikt als ontmoetingsruimte voor- en na het roeien en voor het geven van instructie en houden van vergaderingen. De ruimte die voor het houden van instructie wordt gebruikt is de aanvankelijk als jeugdhonk bedoelde ruimte (nu vergaderruimte) in het clubhuis.

 

Toekomstperspectief

Groei van zeilafdeling binnen Vada van 60 naar 80-100 in 2 à 3 jaar. Ledenaanwas hangt samen met cursusactiviteiten afdeling.

Knelpunten

Het jollenvlot is te klein en ligt aan de verkeerde kant van de brug naar de steigers in de haven.

De trailerhelling ligt aan de verkeerde kant van de brug naar de steigers

Er zijn te weinig walligplaatsen, er is een wachtlijst voor ligplaatsen voor open zeilbootjes.

Een tuigsteiger bij de jachthaveningang ontbreekt.

De uitvaarroute van de ligplaatsen van de lesboten naar jachthaveningang en instructiewater in het Havenkanaal is niet optimaal, kan overzichtelijker en is gevaarlijk voor niet geoefende rivierzeilers.

Het instructiewater is klein, wordt ook gebruikt door beroepsvaart en andere recreatieve gebruikers: vissers, roeiers en motorbootvaarders.

Op het voor instructie gebruikte vaarwater bestaat kans op conflicten.

Op het water is derhalve een ruimteprobleem, een veiligheidsprobleem en een probleem van geschiktheid van het instructiewater (wind/stroom). Gegeven de huidige situatie zijn de zeillessen erop gericht de cursisten hiermee te leren omgaan. Het zijn immers de specifieke aspecten van het rivierzeilen, verbonden aan de allocering van Vada aan de Rijn.

 

Wensen

  1. Instructiewater geschikt voor het uitzetten van een kleine Olympische baan bijvoorkeur vrij van stroom en beroepsvaart;
  2. veilige verbinding vanaf de jachthaven naar het instructiewater;
  3. voldoende waterdiepte (jacht)haven ook bij laagwater;
  4. nieuwe locatie voor groter vlot voor optimisten en instructieboten in buurt van jachthavenmond te combineren met aanlegvlot/steiger voor lesboten ten oosten van huidige steigers met tuigsteiger en voldoende manoeuvrewater;
  5. meer walligplaatsen;
  6. 4 ligboxen voor kielboten (instructieboten);
  7. betere bereikbaarheid helling (1:8 4m breed) vanaf open water en voorzien van lier voor boten tot 750kg;
  8. opberg- en werkloods van met omvang van minimaal 75m2 voldoend aan ARBO wet voor opslag brandstoffen en chemicaliën;
  9. winterstalling optimisten in roeiloods;
  10. kleed- en doucheruimte voor zeilafdeling.

 

Zie: Perspectief Zeilafdeling van WSV Vada 8 jan. 1989/revisie juli 2007; notitie aan werkgroep Havenkom d.d. 5juli 2007

 

Samenvatting prioritaire problemen/wensen afdelingen WSV Vada:

 

 

Afdeling

Problemen land

Wensen land

Problemen water

Wensen water

Problemen

Land-Water

Wensen

Land-water

Haven

Loods voor onderhoud

Stalling boten

Parkeerruimte

Onderhoudsloods

Parkeerruimte

Ondiepte water

Wachtlijst 40 boten

Groei boten en ruimere ligboxen

Uitbreiding aantal ligplaatsen met 50

 

Hijsvermogen kraan

Kano

Geen knelpunten of wensen geformuleerd

Roeien*

Botenhuis

Emplacement

Parkeerruimte

Verdubbeling loods

Verdubbeling emplacement

Parkeerruimte

Manoeuvrewater

Verruiming manoeuvrewater

Vlotlengte

Steilte trappen

Herziening trappen en vlotten

Zeilen

Ligplaats

Opslag chemicaliën/

brandstoffen

Onderhouds- en opslagloods

 

Instructiewater

Instructiewater

Routing van jollenvlot naar haveningang

Meer walligplaatsen boten bij haveningang

 

*) investeringen in roeiloods zijn alleen zinvol bij oplossing van andere aanwezige knelpunten

 

Conclusies

1.       De afdeling haven zoekt vooral uitbreiding van het door haar gebruikte water (meer en grotere ligplaatsen) en daarnaast op het land meer ruimte voor stalling van boten en een oplossing voor het milieuverantwoord plegen van onderhoud aan schepen.

2.       De kanoafdeling heeft geen wensen aangegeven.

3.       De roeiafdeling is met haar gehele accommodatie knel komen te zitten. Ruimte wordt gezocht voor uitbreiding van het botenhuis op het land, extra manoeuvre en instructieruimte op het water (meldsteiger ligt in de weg) en op de grens van land en water een langer vlot en een minder steile meer comfortabele en veilige toegang daar naar toe.

4.       De zeilafdeling zoekt instructiewater, meer landfaciliteiten voor berging en onderhoud en vooral ook walligplaatsen/locatie jollenvlot/optuigsteiger bij haveningang.

5.       De beschikbare parkeerruimte vormt in samenhang met winterstalling boten en langparkeren ’s zomers een door alle drie de afdelingen gevoeld probleem.

6.       Het clubhuis wordt in alle drie de afdelingen als belangrijk genoemd. De (kano-?), roei- en zeilafdeling leggen daarbij het accent op ontmoetings- en instructieruimte vanuit de havenafdeling wordt het accent gelegd op havencafé/restaurant ten behoeve van passanten.

 

Zonder op exacte oppervlakten in te (kunnen) gaan lijkt de conclusie:

1.         land:                            meer m2 voor berging, parkeren en bootonderhoud.

2.         water:                           meer water voor ligplaatsen, manoeuvre- en instructieruimte.

3.         relatie land/water:          meer oever- en/of vlotlengte, steigers.

 

Oplossingsrichtingen

Ten aanzien van oplossingsrichtingen is in een tweetal richtingen te denken:

1.                  Optimaliseren van de huidige situatie en benutten van potenties in de directe omgeving van de jachthavenkom

2.                  Opties buiten de (jacht)havenkom

 

 

 

 

bekeken opties voor korte termijn

 

Ad. 1. -           Oplossingsrichtingen in directe omgeving (jacht)havenkom

 

 

Locatie/optie

Hindernis

Kansen Vada

Haalbaarheid

 

 

 

 

Beoordeling

1.

Groenstrook rijnzijde

Vadaterrein

Openbare rust en picknickplaats.

Bewuste bestemming door gemeente en nog ondersteunt.

Uitbreiding landstalling boten.

Potentiële ruimte voor realiseren onderhoudswerkplaats boten.

Uitbreiding parkeerplaats.

Heeft recent geleid tot heftige discussies en verschillen van mening tussen Vada en Gemeente.

-

2.

Westoever (jacht)haven

langs toegangsweg

Deels eigendom van gemeente?

Noodzaak tot omheining.

Marginale uitbreiding vlot- en steigerruimte die noodzaakt tot verdere plaatsing hekken.

Nagaan bij gemeente

+/-

3.

 Toegangsweg Jachthaven en weilanden ten westen daarvan

Ligging in gebied Natura 2000 (habitat en Vogelrichtlijn)

Omleggen toegangsweg/ uitbrei­ding havenkom, uitbreiding aantal ligplaatsen

Zware beperkingen op functieverandering van onder Natura 2000 vallend weiland

-

4.

Overzijde aan Grebbedijk naast Argo

Uitbreiding erfpacht op voorwaarden gemeente.

Voor oever liggende schepen in gemeente water.

Realisatie roeiaccommodatie in relatie met Argo. Deze verplaatsing biedt mogelijkheid tot herinrichting Vadaterrein en daarmee voor oplossen problemen zeilafdeling, onderhoudsprobleem haven en parkeerruimte probleem

Gemeente werkt mee.

Verplaatsen schepen in gemeente­water nodig.

Beleidslijn Grote Rivieren laat bebouwing toe, vergunning Waterschap Eem&Vallei onzeker. Onzekerheid door maximale model havenontwikkeling gemeente.

+/-

5.

Vergraven deel bosje tegenover Rijnschans naast perceel ad 4

Uitbreiding erfpacht

Voorwaarden gemeente en wellicht waterschap

Haven enige uitbreiding ligplaatsen en manoeuvreruimte.

Betekenis afhankelijk van herinrichting jachthaventerrein.

Gemeente heeft niet bij voorbaat negatieve houding

Compensatie beplanting

?

6.

WSR Argo

In maximale variant gemeente verhuist Argo naar terrein Bruil

Biedt mogelijk extra bebouwing en steigerlengte voor zeilen en haven. Roeiafdeling zal wegens plaatsgebrek meeverhuizen met Argo.

Optie op zeer lange termijn, afhankelijk van richting en voortgang plannen gemeente

-

7.

De Taats

Rijkswaterstaat meldt dat voorlopig geen plannen bestaan voor opheffing/verplaatsing vestiging

Extra bebouwing en enige steigerlengte

Wat betreft roeiafdeling en Argo zie ad 6

Hoge kosten, bij realiseren verplaatsing is kans op realisering maximale variant gemeente groot

-

8.

Parkeerplaats, groenvoorziening bij brandweerstoep

Openbare ruimte buiten bebou­wingslijn Beleidslijn Grote Rivieren, Laag gelegen terrein

Gunstig voor realiseren roeiac­commodatie. Geeft meeste ruimte herinrichting Vadaterrein

Belemmering bouwen in rivierbed door Rijkswaterstaat, maximale variant gemeente

-

9.

Herontwikkeling locatie roeiloods

Begrenzingen t.g.v. bestemmingsplan en eisen t.g.v. Beleid Grote Rivieren

Dure en weinig duurzame oplossing voor roeiafdeling,

Directe conflicten met belangen afdelingen waarvoor geen oplossingen

Biedt voor hoge investering weinig duurzame zeer gedeeltelijke oplossing

-

 

 

Ad.2.  -           Oplossingsrichtingen buiten terreinen rondom jachthaven

Oplossingen buiten de (jacht)havenkom en haar directe omgeving hangen alle samen met de verdere ontwikkeling van “De Voortuin van Wageningen” voor het totale havengebied door de gemeente Wageningen. Ondermeer in het kader van Ahoy zijn daarover discussies gevoerd.

Mogelijke opties die in beeld komen zijn:

1.         recreatieve ontwikkeling van kom beroepshaven in relatie tot verplaatsingen en herbestemming van het industrieterrein van Bruil;

2.         aanleg van een plas in het verlengde van de nevengeul in de Wageningse Uiterwaarden tussen Wolfswaard/Pabstendam en Havenkanaal;

Beperkingen worden gevormd door de natuurwaarden van het gebied (Natura 2000, Vogelrichtlijn), de robuuste ecologische verbinding voor hoefdieren. Mogelijkheden in deze richting zijn er wanneer meeliften in natuurontwikkelingsprojecten mogelijk is en daarvoor budgetten beschikbaar zouden komen vanuit EU bronnen en of gelden vanuit het natuurbeheer in het kader van een eventueel uitkopen van terreinen van WSV Vada omdat deze zijn gelegen in de EHS.

Kansen zijn er bij een eventuele herontwikkeling van het terrein van Bruil na verplaatsing asfaltfabriek en zandoverslag betoncentrale van de EBC in de richting van de recreatie. Bruil zal dan wel zelf tot een eventuele bodemsanering moeten overgaan en daarmee gepaard gaande kosten dragen.

Het betekent in essentie het uitvoeren van grote delen van de maximale variant van “de Voortuin van Wageningen” door de gemeente Wageningen, namelijk:

·         Passantenhaven bij de stad

·         Recreatiekanaal parallel en ten oosten van het Havenkanaal

·         Horecavoorziening in de havenkom

·         Verplaatsing van ARGO en komst van EBC naar ’t Stek en huidige (jacht)haven. Dit betekent echter dat de haven-, kano- en zeilafdeling met kleiner water en stofoverlast te maken krijgen.

Voordeel dat door de gemeente wordt aangevoerd met betrekking tot de maximale variant is: concentratie van de recreatie in directe omgeving stad (zonering is van belang voor natuurwaarde uiterwaarden, mededeling SBB).

De uitvoering van een dergelijk model is waarschijnlijker wanneer er voor de ontwikkeling van de beroepshaven EU gelden en gelden ter stimulering van de economie ter beschikking zouden komen.

Mogelijke kansen/gevolgen voor WSV Vada:

  • Verlies passanten voor afdeling haven
  • Kansen voor meeverhuizen afdeling roeien in relatie met verplaatsing ARGO (recreatiekanaal en locatie lijken in beschikbare ontwerpschets vanuit optiek roeien vooralsnog weinig aanlokkelijk)
  • Jachthaven niet meer te handhaven op huidige plaats in verband met vestiging Bruil betoncentrale/zandhandel op het Stek en in Jachthavenkom met bijbehorend vrachtvervoer en aanleg manoeuvres door binnenvaart.
  • Meeverhuizen van de roeiafdeling met Argo heeft (nog niet benoemde) consequenties voor de gehele watersportvereniging Vada.

 

Interessant wordt optie indien “maximale variant” is te koppelen met aanleg van recreatieplas als instructieplas voor zeilen (rekening houden met minimum maten zeilplas) en roeibaan met open verbinding met Havenkanaal of Neder-Rijn en er een locatie voor de gehele jachthaven bij de stad kan worden gevonden.

Dergelijke ontwikkeling mag realisering robuuste ecologische verbinding op oeverstrook Neder-Rijn tussen Wolfswaard en havenkanaal niet in de weg staan.

Mogelijke kansen/gevolgen voor WSV Vada:

·         Kans instructieplas voor roeien en zeilen;

·         Ontwikkeling nieuwe jachthaven met groter wateroppervlak wordt wellicht mogelijk op terrein Bruil;

·         Wellicht kan al dan niet in combinatie met Argo locatie voor roeiaccommodatie gevonden worden waarbij rekening moet worden gehouden met expositie op windrichting en strijklengte over water (genoemd zijn locatie Wolfswaard naast Bruilterrein en kom beroepshaven).

 


Conclusies

  1. Huidige locatie van WSV Vada is te klein voor het realiseren van alle (groei-)wensen van de afdelingen.
  2. De knelpunten zijn niet alleen de wateroppervlakte, maar ook de oppervlakte land.
  3. Van de opties rondom de (jacht)havenkom biedt de verplaatsing van de roeiafdeling naar het terrein naast ARGO relatief de meeste perspectieven en ze zijn, indien realiseerbaar (vergunning waterschap en hoogte erfpachtcanon/investeringsbedrag) op betrekkelijk korte termijn te verwezenlijken
  4. Bij de herindeling van het land is te denken aan:

·         verplaatsen en uitbreiding walligplaatsen zeilafdeling;

·         verplaatsen jollenvlot en tuigvlot zeilafdeling;

·         oplossing ruimteprobleem van werkplaats/bergruimte zeilafdeling;

·         gebruik roeiloods als milieuvriendelijke werkplaats voor bootonderhoud door havenleden;  

·         verplaatsing kano-afdeling naar roeiloods biedt bovendien mogelijkheden voor vergroting van de mogelijkheden voor de winterstalling van boten;

·         door verplaatsing roeiafdeling wordt druk op parkeerruimte opgelost.

  1. Verplaatsing van de roeiafdeling naar Argo biedt voor het oplossen van de problemen op het water relatief beperkte voordelen of levert misschien nieuwe problemen op waarvoor oplossingen gezocht moeten worden. Te noemen zijn:

·         verplaatsing roeisteiger beidt meer mogelijkheden bij meldsteiger voor bieden van ligruimte aan passanten (een en ander afhankelijk van ruimtebeslag zeilafdeling vice versa) conflictpunt rondom roeisteigers en meldsteiger en dubbelligging aldaar van passanten verdwijnt;

·         bereikbaarheid van de nieuw te realiseren roeivlotten zijn punt van zorg;

·         concentratie van vaarbewegingen vanaf de steigers van de jachthaven en die naar eventuele nieuwe roeivlotten vergen nadere studie op effecten.

·         het zelfde geldt voor potenties van een eventuele herindeling van de steigers van de jachthaven.

  1. Bij een uitwerking van de optie “naast ARGO” kunnen elementen van opties van “gebruiken van westoever (jacht)havenkom” (locatie/optie 3) en “vergraven bosje aan noodwestzijde” (locatie/optie 6) meegenomen worden.
  2. Uitwerking van optie (ad 4) is nuttig, het levert verbeteringen op relatief korte termijn op en versterkt de strategische positie van WSV Vada ten opzichte van de gemeente bij planontwikkeling voor het havengebied op lange termijn. Het gaat echteruit van stabilisering van het aantal leden voor haven- en zeilafdeling en misschien een beperkte groeimogelijkheid voor de roeiafdeling. Deze is tevens afhankelijk van het uiteindelijk ontwerp en de mate van samenwerking met WSR Argo ten aanzien van gemeenschappelijk gebruik van vlotten en emplacement.
  3. Een duurzame oplossing van alle problemen inclusief realisatie van groei voor alle afdelingen is alleen mogelijk binnen de kaders van een algehele planvorming voor het Havengebied van Wageningen. Het vraagt om nadere visie vorming vanuit WSV Vada en om inbreng daarvan in en betrokkenheid bij de discussies die daarover extern plaatsvinden.
  4. Ad 7 en 8 betekenen dus voor WSV Vada:

·         Verder uitwerken van optie 4 voor de korte termijn (realisatie in ca 3-5 jaar) en

·         Actieve betrokkenheid van WSV Vada en haar afdelingen bij de discussies rondom de Havenontwikkeling van Wageningen en het bijbehorende bestemmingsplan. Het vergt een verdere verkenning van opties op de lange termijn.

 

 

 

 

Voorzieningen

Land

Water

Relatie land-water

Afd. haven

Huidig situatie

gewenst

Huidig

Gewenst

Huidig

gewenst

 

 

Meer boten- en trailer stalling in zomer en winter

150/47

Meer ligplaatsen

200/47

 

Verbetering stabiliteit talud i.v.m. zwaardere kraan

 

 

Meer parkeerruimte

3,2x10

Grotere ligplaatsen

3,6x12

 

 

 

 

Ruimte binnen voor het op milieuverantwoorde wijze kunnen plegen van onderhoud 12x12x5m

 

Opheffen ondiepten

 

 

 

niet

Inname faciliteiten voor vuilwater (1/1/09)

 

 

 

 

 

 

Verbeteren en vergroten sanitair (2x) en was- en droogruimte

 

 

 

 

 

 

Verbeteren beveiliging

 

 

 

 

Afd. kano

 

 

 

 

 

 

 

Handhaven huidige voorzieningen

 

 

 

 

 

Afd. roeien

250 leden

250/350 leden

250 leden

250/350 leden

250 leden

250/350 leden

 

Botenberging

1,5 module van 6x30m

3 modules van 6x30m

Manoeuvreruimte

 

Vergroten manoeuvreruimte

Trapezium bij 60m vlot

Vlotlengte langs oever

22m

Vlotlengte ca. 60m

 

Werkplaats/bergruimte

 

Vergroten werkplaats afhankelijk van samenwerking Argo

Instructiewater medegebruik open water

Instructiewater medegebruik open water

 

Toegang naar vlotten niet steiler dan 1:5 streven naar 1:10

 

Facilitaire ruimten 272m2

386m2/386m2

 

 

 

 

 

Emplacement voor loods

Minimaal 30m x breedte botenberging

 

 

 

 

 

Parkeer/manoeuvreruimte

1054m2/1425m2

 

 

 

 

Afd. Zeilen

60 leden

100 leden

60 leden

100 leden

60 leden

100 leden

 

Werkplaats/berging 40m2

Werkplaats/berging75m2

Ruimte 2 kielboten

Ruimte 4 kielboten

 

Groter vlot tbv optimisten bij havenmond

 

Winterberging 15m2

Winterberging 15m2

 

Instructiewater400x600m

Vrij van stroom en beroepsvaart

 

Steiger voor op- en aftuigen

 

Walligplaatsen

Walligplaatsen 40

 

Veilig en >2m diep water, als manoeuvreerruimte& ver­binding met instructie­water

 

Beter bereikbare helling 1:8 4m bereed

Met lier

 

Opslag brandstoffen e.d.

Opslag brandstoffen conform ARBO wet

 

 

 

 

 

 

kleedruimte en sanitair

 

 

 

 

 

parkeerruimte

Grotere P-ruimte