Vada Nieuws, december 2006

 

 

Herkomst van de naam Vada

W.S.V. Vada te Wageningen

 

 

 

Bron: Elsevier, maart 2006

Betuws Wadenoijen is nauw verbonden met het oudste Nederlandse woord. De dorpelingen maken zich drukker om een ridder met een groot gouden zwaard

Het oudst bekende Nederlandse woord is de plaatsnaam Vada, nu Wadenoijen. Daarmee begint de geschiedenis van de Nederlandse taal in dit Betuwse dorpje in de gemeente Tiel aan de rivier de Linge, een zijstroom van de Waal. Vada betekent 'doorwaadbare plaats’ en is een voorloper van het huidige woord 'wad’, zo vermeldt het Chronologisch woordenboek van etymologe Nicoline van der Sijs. Het was de Romeinse geschiedschrijver Tacitus die het woord rond het jaar 108 opschreef toen hij in zijn Historiën verslag deed van de Bataafse opstand. Tacitus beschrijft hoe opstandelingen onder leiding van de Bataaf Julius Civilis de kampementen van Romeinse hulptroepen bestormen, waaronder een kamp in de plaats Vada. De hulptroepen wisten de Bataven ternauwernood terug te dringen.

In Wadenoijen verwijst niets naar de 'geboorte’ van het Nederlands temidden van Bataafs-Romeins strijdgewoel. Van de handvol straten is geen enkele vernoemd naar het woord 'Vada’. Dorpelingen die de kwakende eenden in de Linge brood voeren, hebben er nog nooit van gehoord. Weinig Nederlanders zullen het woordje kennen. Vada staat in de schaduw van die o zo bekende zin uit het...

Het complete artikel bevat 914 woorden.

 

 

Historische Vereniging "Oud-Wageningen"

 

DE ROMEINSE PLAATSEN VADA EN GRINNES IN DE BETUWE


Door Anton C. Zeven, gepubliceerd in Oud-Wageningen 30(2002)3: p.45-47.

Vada
Het is mij onbekend in welk jaar de plaatsnaam Vada, die door de Romein Tacitus in het vijfde boek van zijn werk Historiae uit ca. 107 wordt genoemd, voor het eerst aan Wageningen is toegeschreven en door wie dat is gedaan.

De oudste vermelding die ik ken van Vada in de betekenis van Wageningen, is van 1635. Deze vermelding betreft de inschrijving van de uit Wageningen afkomstige Fredericus à Stralen (Van der Grient, 1984) als lid van de 'studentenvereniging' te Leiden. Hij is dan afkomstig van Geldrus Vadanus, dat Wageningen in Gelderland betekent.
Twaalf soortgelijke inschrijvingen van Wageningse studenten bij deze en studentenverenigingen in andere steden over de periode 1643-1664 vermelden meestal Vada Gelrus. Maar soms wordt, in plaats van als Vada, Wageningen vermeld als Wageningae (in 1639 voor Rodolphus ab Ommeren, d.i. Roelof van Ommeren, ACZ), Wageningha (in 1662 voor Theodorus de Ruyter, d.i. Dirk de Ruyter, ACZ) en Wageningâ (in 1667 voor Aemilius a Culemborg) (Schutte, 1975).

Op een stadszegel kom ik de afkorting vadens voor het eerst in 1804 tegen. Op de wapensteen in de Bergpoort uit 1710 (afb. 1) staat de spreuk Vires acquirit eundo, en niet zoals vaak wordt gemeld Vires acquirit eundo Vadae (dat overgenomen is van de vlag van het St. Antoniusgilde; Fuchs, 1963). Wel staat op de gevelsteen van het tweede gebouw van de Latijnsche School uit 1724 Vadense. Later werd deze gevelsteen overgebracht naar het derde gebouw van de Latijnse School op de hoek Herenstraat/'verlengde' Molenstraat.

Johannes Isacius Pontanus noemde Vada als oude benaming voor Wageningen in zijn Historiae Gelriae libri XIV, dat in 1639 werd uitgegeven. Hij verwijst daarmee naar het Vada, beschreven door de Romeinse schrijver Tacitus (ca 55-na 115). Dit boek werd door Arend van Slichtenhorst in het Nederlands vertaald, gecorrigeerd en aangevuld en als de XIV boeken (dat zijn hoofdstukken) van de Geldersse Geschiedenissen, in 1654 gepubliceerd. Hij gebruikte de Nederlandse naam Wageningen.

Op een kaartje, getekend door Arnoldus Buchelius in zijn Commentarius rerum quotidianarum, in que, staat Vada voor Wageningen en Grines voor Rhenen (afb. 2). Aangezien dit een ongepubliceerde reeks gegevens betreft, die door Buchelius verzameld werden, is een datum niet te geven. Daar hij van 1565 tot 1645 leefde, moet dit kaartje van voor 1645 dateren. Uit het bovenstaande volgt dat in elk geval in 1635 de naam Vada voor Wageningen al bestond.

Met Fuchs (1963) concludeerde ik vele jaren geleden, dat Wageningen geen Romeinse oorsprong heeft, en dat Vada dus niet op Wageningen slaat (ongepubliceerd, later Zeven, 2001). Hierbij moeten we bedenken dat in de 17e eeuw en ook later elke zichzelf respecterende stad een Romeins verleden meende te moeten hebben. Kennelijk gold (en geldt) dat ook voor Wageningen (Zeven, 2001). Vandaar het kritiekloos gebruik van Vada, Vadae, Vadense en vadensis in de betekenis van Wageningen en Wagenings door Wageningse instellingen.

Wageningen niet-Romeins
Argumenten tegen een Romeinse oorsprong van Wageningen zijn:
1. Tacitus (Historiae V 20,21, Moerman, 1956) vermeldt Vada als een sterkte op het eiland der Bataven, d.w.z. in de Betuwe en niet op de Veluwezoom;
2. de linker- of Betuwse oever van de Rijn was de versterkte noordgrens van het Romeinse rijk;
3. er zijn in Wageningen nooit restanten van Romeinse gebouwen gevonden;
4. er wordt beweerd, dat op de (Wageningse) Berg een Romeins uitzichtpunt aangelegd was. Ook hiervoor geldt dat er geen resten van gevonden zijn, en dat het uitzicht naar het zuiden, dus naar het eigen gebied, en niet naar het noorden, naar het vijandelijk gebied was. Wat was dan het nut van een dergelijk uitzichtpunt?

Vada = wad = doorwaadbare plaats
Tot zover had ik mijn verhaal klaar, totdat het door een artikel in de NRC in een stroomversnelling kwam. In die krant van 19-1-2002 wordt een interview met Nicoline van der Sijs gepubliceerd (Spiering, 2002). Zij bestudeert de etymologie van woorden van de Nederlandse taal. Dit houdt in, dat zij een verklaring wil geven over het ontstaan van een woord. Zij vermeldt dat het oudste Nederlandse woord door Tacitus wordt vermeld als vada en dat dit woord is afgeleid van het Nederlandse woord wad.

Gerritsen (2002), in een ingezonden brief, vermeldt dat wad niet het oudste woord is, want in oudere geschriften vinden we de woorden Bataaf (96 n. Chr.) en Belg (Caesar, ca 42 v. Chr.).

Mineur (2002) voegt nog toe, dat er staat 'apud Grinnes Vadamque, en vervolgt 'wat de plaatsnaam Vada oplevert'. Hij denkt hierbij aan Wadenoijen, dat wil zeggen: de ooien (laaggelegen weidegebieden) bij Vada (denk ook aan het Ooij van Nijmegen).

Overigens denkt Moerman (1956) bij de naam Wadenoijen aan een wade of waai, een kolk of wiel, ontstaan bij een dijkdoorbraak. Mineur (2002) verwijst verder naar een studie van Huebner-Fauth (1982), waarin staat dat '... Grinnes vermoedelijk op de zuidoever van de Waal bij het huidige kasteel Rossum, en Vada zal daar vlakbij gelegen hebben'.

Een derde briefzender, Jurgens (2002) duidt op het verplaatsen van rivierbeddingen. Hierdoor is het mogelijk, dat de voorloper van Wadenoijen op de linkeroever van de Linge lag.

Hoe dan ook, deze discussie geeft aan dat Vada in de Beneden-Betuwe lag en dat enkele instellingen in Wageningen zich onterecht van deze naam meester hebben gemaakt.

Grinnes
Hierbij wil ik ook iets zeggen over de ligging van Grinnes. De plaats lag dus nabij Vada in de Neder-Betuwe. De reden dat ik dat benadruk is dat in vroegere tijden de stad Rhenen zich ook een Romeinse naam eigen heeft gemaakt (zie afb. 2).

Slot
De naam Vada zal wel nooit meer uit het Wageningse verdwijnen. Daarvoor is het al te lang een ingeburgerd en kritiekloos gebruikt woord. Maar men bedenke dat het dus een verkeerde naam is voor onze stad, voor de verdwenen Latijnse school Gymnasium vadense, voor de verdwenen drukkerij Vada, het vroegere huis Villa Vada, onze sportvereniging Vada, Herbarium vadense, en andere namen.

Bronnen

Fuchs, J.M., 1963. Wageningen 700 jaar stad,1263-1963. Wageningen. 95p.
Gerritsen, J., 2002. Ingezonden brief Wad. NRC 2-2-2002.
Grient, J.H. van der, 1984. De Wageningse van Stralen's. Veluwse Geslachten 9: 112-117, 154-161.
Jurgens, S.M., 2002. Ingezonden brief Wad 3. NRC 9-2-2002.
Langereis, S., 2001. Geschiedenis als ambacht. Oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius. Hollandse Studiën 37. Hilversum. 368p.
Mineur, W.H., 2002. Ingezonden brief Wad 2. NRC 2-2-2002.
Moerman, H.J., 1956. Nederlandse plaatsnamen. Leiden 297p.
Pontanus, J.I., 1639. Historiae Gelriae libri XIV. Harderwijk.
Schutte, O., 1975. De wapenboeken der Gelders-Overijsselse studentenverenigingen. Gelderse Historische Reeks. Zutphen. 272p.
Slichtenhorst, A. van, 1654. XIV boeken van de Geldersse geschiedenissen. Arnhem.
Spiering, H., 2002. Van Wad tot Loverboy. Nicoline van der Sijs over het nut van systematische etymologie. NRC 19-1-2002.
Zeven, A.C., Wie woonden waar in de binnenstad van Wageningen. Deel 1. De stad Wageningen. Fotocopie. Wageningen. 207p.