Vada, januari 2012

 

 

Niet meer dan een stuk wrakhout zijn wij……..

 

 

 

 

 

op de radar van de veerboot Lexkesveer….. Dat was de eerste onthutsende opmerking van René van Thull,  voorman van de schippers op de pont van Lexkesveer, met wie ik een gespek mocht hebben over onze veiligheid op het water, met name in de buurt van de veerpont. Bij hoog water is er veel afvalhout in het water en het is erg moeilijk om hier op de radar een roeiboot of kano in te onderscheiden. Wrakhout of welk type bootje dan ook, kano, roeiboot het maakt niet uit, het zijn op de radar ‘vlekken’..die voor de schipper de betekenis hebben van ‘wrakhout”. Het klinkt weinig hoopvol, maar al snel blijkt dat wij roeiers ons dat niet zo aan hoeven te trekken, want het gaat vooral om situaties in het donker of bij heel slecht weer. Maar dan zijn wij als het goed is toch niet op de Rijn. Met René van Thull samen is dan ook tijdens dit gesprek geconstateerd dat het probleem voor de schippers vooral kano’s en kajaks betreft (een onderscheid dat voor hen ook niet zo duidelijk is!!), en dan natuurlijk niet zozeer onze haven collega’s kanovaarders, waarvan we aan mogen nemen dat ze deze gevaren kennen. Ook zij zullen hun eigen ‘vaarproeven “ hebben. Het gaat dus vooral om al die ‘eendagsvaarders’ die uit onwetendheid van die onverantwoorde capriolen uithalen. Zij maken het de schippers vaak moeilijk, zij dobberen overal tussendoor, zijn onvoldoende te traceren en nemen daarmee risico’s…Maar wij roeiers, wij blijken het in principe zo slecht nog niet te doen, op een paar puntjes na.

 

Allereerst de positieve berichten:

We zijn goed zichtbaar met onze gele en oranje kleurtjes op de stuurplek en de boeg…We gedragen ons goed: geven over het algemeen duidelijk aan wat we gaan doen en laten ons herkennen door ‘goed zeemanschap’ iets waar de schippers zelf, naast het feit dat zij gehouden zijn aan het Rijnvaartreglement, ook van uit willen gaan.

We maken ook niet van die zwalkende bewegingen zoals die eendagsvliegen en niet te vergeten de waterscouts die op die manier op de Rijn een weg naar volwassenheid zoeken…

 

Wat kan beter bij de roeiers?

Hiervoor moeten we een mentale omslag maken en ons voorstellen hoe het er boven aan dek aan toe gaat. Sinds de veerboot aan de kabel gelegd is, een besparingsdaad van de gemeente, is er nog maar een schipper aan boord die alles moet doen. Het verkeer op de pont regelen, de kaarten verkopen en tenslotte overvaren. Dat betekent dat de dienstdoende schipper, zeker als het druk is, niet constant op het water kijkt wat daar gebeurt. Hij is dus niet steeds van de laatste situatie op de hoogte. Is hij klaar met de kaartenverkoop, dan gaat de motor aan en zeker in drukke tijden is het een kwestie van zo snel mogelijk naar de overkant gaan. Boven op de pont is er voor de schipper een behoorlijke  ‘dode hoek’ vanaf de klep, waardoor wij, als wij in die hoek zitten, niet gezien worden. Het is dus zaak om steeds ‘zichtbaar’ te blijven…niet vlak langs varen, ook al staat de slagboom nog open. Want het moment dat de slagboom dicht gaat vertrekt de pont…..

Er wordt niet op ons gewacht, laat staan dat er gewacht kan worden op een boot die niet eens zichtbaar is…

 

Omdat de binnenvaartschepen voorrang op de pont hebben is men er op de pont in drukke tijden op gespitst om nog net voor deze schepen over te steken…op zulke momenten zijn we echt gewoon geen partij voor wie dan ook…

 

Waar velen van ons erg gelukkig zijn met het vlotje waar we kunnen wisselen, wordt daar op de veerpont anders over gedacht. In de ogen van de schippers komen wij zeer onverwacht uit de bocht tevoorschijn.  Regelmatig maken we die bocht zo kort dat de schrik boven aan boord toeslaat. Dit geldt voor zowel het binnen varen als het uitvaren vanuit het ‘vlothaventje’. Voor de veiligheid is het belangrijk dat we de bocht groter maken, dat we zorgen dat we goed gezien worden en vervolgens goed aangeven wat we gaan doen. Zoals René  zei:’Het is een geven en nemen, zeker in de spits…’..

 

Bij hoog water valt het zelfs voor die logge veerpont niet altijd mee om naar de overkant te varen…

 

En dan tenslotte: niet opwekkend maar wel realistisch:

als er iets mis gaat met ons: de schippers  kunnen  NIETS doen….zij staan alleen op de pont die vastzit  aan de kabel..…de dienstdoende schipper kan dus slechts toezien hoe wij het vege lijf proberen te redden….

 

Dus gewoon weer net als vroeger, in onze jeugd toen we ‘Schipper mag ik overvaren’ speelden…is het ja of is het nee?  Een spanningsveld waarbij we elkaar goed in de gaten hielden en zo leerden geven en nemen, zonder dat we er een cent voor hoefden te betalen!

 

 

Namens de roeiproevencommissie,

 

Annelies van Gennip