Gewijzigd 22 november 2004: Artikel 11, lid 2
toegevoegd.
Huishoudelijk reglement VAN Watersportvereniging "VADA"
Het huishoudelijk reglement is een nadere uitwerking van de statuten d.d. 11 juni 1998. Het is als zodanig gefundeerd in artikel 22 hiervan. Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld in de algemene vergadering van 26 april 2004.
Toepasselijkheid
1. Dit reglement is van toepassing op leden van de vereniging en op een ieder die aanwezig is op/in/bij althans gebruik maakt van terrein, de gebouwen, andere infrastructurele werken, faciliteiten en/of materialen van de vereniging althans deelnemer is van door de vereniging georganiseerde activiteit. In dit reglement is slechts de mannelijke vorm gehanteerd. Dit is voor de leesbaarheid gedaan, want dit reglement richt zich op alle personen m/v.
Toegang en gebruik van faciliteiten
1a. In dit reglement wordt met het de faciliteiten bedoeld: terrein(en) en/of gebouw(en) en/of andere infrastructurele werk(en) en/of materia(a)l(en) van de vereniging en/of diensten die door de vereniging worden aangeboden en/of door de vereniging georganiseerde activiteit(en).
2. Met inachtneming van het huishoudelijk reglement en/of nadere regelingen per afdeling en/of regelingen en/of aanwijzingen door of namens het algemeen bestuur of het bevoegde afdelingsbestuur hebben de leden toegang tot de faciliteiten van de vereniging voorzover hen de toegang niet is ontzegd.
3. Slechts leden van de afdeling hebben –met inachtneming van het huishoudelijk reglement en/of nadere regelingen van die afdelingen of aanwijzingen van het afdelingsbestuur- het recht gebruik te maken van door die afdeling in gebruik zijnde faciliteiten. Het afdelingsbestuur kan niet-(afdelings-)leden toestaan gebruik te maken van de faciliteiten.
4. Het gebruik van de faciliteiten welke niet in gebruik zijn van een afdeling wordt geregeld door het algemeen bestuur, hierna ook reglement algemene faciliteiten te noemen.
5. De te berekenen tarieven worden door het algemeen bestuur vastgesteld voor zover dit faciliteiten betreft die niet onder de bevoegdheid van de algemene vergadering of een afdeling vallen.
6. Ieder lid is bevoegd een ander lid of een derde aan te spreken op zijn gedrag. Onbevoegden kunnen door ieder aanwezig lid van het algemeen bestuur, afdelingsbestuur of door de havenmeester worden verwijderd. Iedere zaak, waaronder ook is te begrijpen een voertuig of een vaartuig dat niet bevoegd op/in/aan het terrein/gebouw/infrastructureel werk van de vereniging is geplaatst, kan door ieder aanwezig lid van het algemeen bestuur, afdelingsbestuur dat bevoegd is, of door de havenmeester worden verwijderd; de kosten daarvan kunnen in rekening worden gebracht bij degene die de zaak daar heeft geplaatst althans de eigenaar van die zaak.
7. Lid 1. Waar in de artikelen 8 t/m 10 in de relatie met derden gesproken wordt van ‘vereniging’ is daarmee bedoeld: de vereniging, het algemeen bestuur, ieder lid van het algemeen bestuur, de afdelingsbesturen, ieder lid van de afdelingsbesturen, werknemers in dienst van de vereniging en/of ieder ander in dienst van de vereniging, vrijwilligers die werkzaamheden voor de vereniging dan wel één of meer afdelingen verrichten. Voor zover vereist bedingt de vereniging dat dezen op dezelfde voet gevrijwaard worden voor aansprakelijkheid tot vergoeding van schade als zijzelf.
Lid 2. Voor zover in de relatie tussen de hierboven in lid 1 genoemde personen en organen schade veroorzaakt wordt, gelden de artikelen 8 tot en met 10 op dezelfde wijze als hierboven in lid 1 tussen derden en de vereniging.
8. Een ieder die gebruik maakt van de faciliteiten van de vereniging, kan, indien hij schade lijdt van welke aard dan ook, de vereniging niet aansprakelijk stellen tot vergoeding daarvan, tenzij er sprake is van opzet of grove schuld van de aangesprokene; dit dient dan door degene die schade heeft geleden te worden bewezen.
9. Een ieder die gebruik maakt van de faciliteiten van de vereniging en schade veroorzaakt van welke aard dan ook aan de vereniging en/of een derde is verplicht die schade te vergoeden. Voor zover het schade aan een derde betreft, vrijwaart de veroorzaker, voor zover dat noodzakelijk is, de vereniging daarvoor.
10. Een ieder die gebruik maakt van de faciliteiten van de vereniging is verplicht verzekerd te zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid bij een in Nederland gevestigde te goeder naam en faam bekend staande verzekeringsmaatschappij. Indien hij dan ook gebruik maakt van een vaartuig en/of een voertuig dient dit ook verzekerd te zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid veroorzaakt door gebruik/bezit van dat vaartuig en/of voertuig bij een in Nederland gevestigde te goeder naam en faam bekend staande verzekeringsmaatschappij.
Leden en lidmaatschap
11. Lid 1. Een ieder die als (aspirant)lid tot de vereniging wil toetreden, moet een daartoe strekkend formulier ingevuld en ondertekend indienen bij de secretaris van het afdelingbestuur bij wie het kandidaat lid zich heeft aangemeld. Waar in dit reglement wordt gesproken over lid wordt daarmee ook het aspirant lid bedoeld.
Zij die de leeftijd van 18 jaar nog
niet hebben bereikt moeten dit formulier mede laten ondertekenen door een der
ouders of voogden. Het algemeen bestuur, nader ook “bestuur” te noemen, heeft
de beslissing over het al dan niet toelaten van een lid gedelegeerd aan het
afdelingsbestuur waarvoor het kandidaat lid zich heeft aangemeld. Het
afdelingsbestuur is niet verplicht een weigering tot toelating van een nieuw
lid te motiveren. Elk kandidaat lid ontvangt schriftelijk bericht over zijn
toelating of afwijzing. Elk aspirant lid heeft na zijn toelating recht op een
exemplaar van de Statuten en van alle reglementen van de vereniging.
Lid 2. Een ieder
die uiterlijk op 30 juni van het jaar is toegelaten
als lid betaalt de volledige contributie over het lopende verenigingsjaar van
zowel de vereniging als de betrokken afdeling(en). Een ieder die na 30 juni van
het jaar is toegelaten, betaalt de helft daarvan. Dit geldt ook voor de kosten
wegens gebruik van de faciliteiten, tenzij het bestuur van de betrokken
afdeling een afwijkende beslissing neemt.
Het entreegeld en de aan de leden doorberekende contributie van (een) overkoepelende organisatie(s) zijn steeds volledig verschuldigd.
12. Natuurlijke personen kunnen evenals bedrijven en stichtingen als donateur van de vereniging of van een of meer afdelingen worden ingeschreven. De minimum jaarlijkse bijdrage wordt door het algemeen bestuur althans afdelingsbestuur vastgesteld. Voor het inschrijven van donateurs wordt in grote lijnen eenzelfde procedure gevolgd als bij het verkrijgen van een gewoon lidmaatschap. Als toelatingscriterium voor donateurs geldt o.a. persoonlijke belangenloosheid van betrokkene.
13. Iemand kan voor het erelidmaatschap worden voorgedragen door het bestuur of door tenminste één afdeling. Deze voordracht moet in een algemene vergadering tenminste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen verwerven.
14. Elk lid is gehouden de hem toegezonden rekeningen voor contributie, entreegeld, vergoeding voor het verlenen van faciliteiten enz. enz. binnen een maand na dagtekening te voldoen. Het afdelingsbestuur is gerechtigd ieder lid te verplichten een incassomachtiging af te geven. Meent een lid bezwaren te kunnen aanvoeren tegen de in rekening gebrachte posten, dan dient hij binnen veertien dagen na dagtekening de penningmeester van het afdelingsbestuur hierover te benaderen. Is een rekening na een maand niet voldaan, dan kan de penningmeester van het afdelingsbestuur een aanmaning toezenden. Een maand hierna volgt zonodig een tweede aanmaning. Het afdelingsbestuur is bevoegd om een boete op te leggen althans administratiekosten in rekening te brengen voor iedere aanmaning die naar een lid wordt gestuurd van steeds maximaal 10% van het in rekening gebrachte bedrag. Is ook na deze tweede aanmaning de gehele som va de rekening niet binnen een maand voldaan, dan kan het afdelingsbestuur het algemeen bestuur voorstellen het lid te schorsen, het lidmaatschap van het lid op te zeggen althans tot ontzetting over te gaan. De vereniging is gerechtigd, doch niet verplicht bezittingen van het gewezen lid, die zich op het terrein van de vereniging bevinden, onder haar beheer te houden tot het lid aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Indien dit gepaard gaat met kosten in en/of buiten rechte, komen de werkelijk gemaakte kosten voor rekening van betrokken lid. De vereniging is na opzegging of ontzetting ook bevoegd die bezittingen voor rekening van het gewezen lid dan te (doen) verwijderen.
15. Wegens het niet nakomen van geldelijke verplichtingen, wangedrag of grove nalatigheid kan het algemeen bestuur al dan niet op voorstel van het afdelingsbestuur een lid voor een periode van maximaal vier weken schorsen. Dit houdt in, dat het betrokken lid de toegang tot alle gebouwen, terreinen en evenementen in die periode is ontzegd. Het lid heeft echter steeds recht om, na overleg met het algemeen bestuur en het betrokken afdelingsbestuur zijn eigendommen te verzorgen.
Onder wangedrag wordt ondermeer verstaan:
16. Indien het algemeen bestuur overweegt tot schorsing over te gaan wordt het betrokken lid door het algemeen bestuur schriftelijk of mondeling uitgenodigd zijn gedrag te verdedigen. Voor minderjarige leden wordt ook een der ouders of voogden uitgenodigd. De schorsingsbeslissing kan slechts geldig worden genomen als die is genomen door minimaal drie leden van het algemeen bestuur waarvan er één voorzitter, secretaris of penningmeester van het algemeen bestuur is.
17. Besluiten tot schorsing en ontzetting worden zonder opgaaf van reden in het verenigingsorgaan gepubliceerd.
18. In gevallen die, naar de mening van alle op/bij de faciliteiten aanwezige leden van het algemeen bestuur, geen uitstel kunnen lijden, zijn zij, mits unaniem, bevoegd een ieder direct van de faciliteiten te doen verwijderen en gedurende 24 uur de toegang tot de faciliteiten te ontzeggen. Ook als er slechts één lid van het algemeen bestuur aanwezig is, kan hij deze beslissing nemen.
19. Het lidmaatschap kan op vier manieren worden beëindigd:
· door overlijden van het lid;
· door opzegging van het lidmaatschap door het lid;
· door opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging;
· door ontzetting uit het lidmaatschap namens de vereniging.
De uitgebreide regeling aangaande beëindiging van het lidmaatschap staan vermeld in art. 7 der statuten.
20. Alle beslissingen die het bestuur neemt dienen in overeenstemming met het goedgekeurde beleid te zijn. Het bestuur legt in de algemene vergadering verantwoording af voor zijn werkzaamheden.
21. Aftredende of van functie ontheven bestuursleden dienen binnen vier weken alle onder hun berusting zijnde en op hun functie betrekking hebbende bescheiden, materialen, geldmiddelen, enz. aan het zittende bestuur ter hand te stellen. Voorzover het geldmiddelen betreft moet de kascommissie deze controleren en verslag uitbrengen aan het bestuur.
22. Besluiten genomen in de bestuursvergaderingen moeten worden gepubliceerd in het eerst volgende nummer van het verenigingsorgaan, voorzover deze besluiten onderwerpen betreffen die financiële en/of organisatorische consequenties hebben voor de leden of de bezittingen van de vereniging.
De uitgebreide regeling aangaande het functioneren van het bestuur is opgenomen in de statuten.
23. Naast de verplichtingen welke voortvloeien uit de statuten en het huishoudelijk reglement zijn alle bestuursleden gehouden de belangen van de vereniging te dienen in de geest van de watersport in het algemeen en die van de vereniging in het bijzonder. Zij staan hiertoe steeds voor alle leden klaar met hulp en advies en staan open voor suggesties uit de leden en brengen deze in bestuursvergaderingen op tafel. De bestuursleden moeten kunnen rekenen op het vertrouwen en de loyaliteit van alle leden.
Naast hetgeen in de statuten is bepaald hebben onderstaande bestuursleden de volgende taken.
24. De voorzitter.
Hij is belast met het leiden van de bestuursvergaderingen en de algemene vergadering en zorgt dat deze verlopen zoals voorgeschreven. Hij ziet toe op naleving van de statuten, de reglementen en alle besluiten die de algemene vergadering neemt. Hij is er verantwoordelijk voor dat de onderwerpen die ter discussie worden gebracht binnen de vereniging ter tafel komen. Hij zorgt ervoor, dat de vergaderingen genotuleerd worden en tekent de notulen na goedkeuring. Hij ziet toe op het uitschrijven van bestuurs- en algemene vergaderingen en het opstellen van de agenda’s, voorzover deze niet op andere wijze tot stand komen. De vice-voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid. De vice-voorzitter wordt daartoe door het bestuur uit het bestuur benoemd.
25. De secretaris.
Hij bewaart het archief en voert de correspondentie van de vereniging. Hij zorgt voor het ter tafel brengen van ingekomen stukken. Hij draagt zorg voor het tijdig ter kennis brengen aan de leden en bestuursleden van de data van vergaderingen en de agenda van deze vergaderingen. Hij notuleert de vergaderingen en zorgt voor de jaaroverzichten ten behoeve van de algemene vergadering. Hij houdt de ledenlijst bij en stelt de nieuwe leden voor in het verenigingsorgaan. Hij zorgt voor de publicatie van de genomen besluiten in de bestuursvergaderingen. Hij waakt met de voorzitter over de juiste gang van zaken bij vergaderingen en over het naleven van de statuten en reglementen. Hij zorgt voor het opnemen van wijzigingen in- en aanvullingen op de reglementen. Hij heeft de aanmelding en afmelding van leden gedelegeerd aan de secretarissen van de afdelingen. Hij ondersteunt de afdelingssecretarissen bij het uitoefenen van hun taak.
26. De penningmeester.
Hij ontvangt alle inkomsten van der vereniging en doet alle betalingen. Hij houdt hiervan een boekhouding bij die jaarlijks tenminste twee weken voor de algemene vergadering door de kascommissie wordt gecontroleerd. De bevindingen van de kascommissie worden aan de algemene vergadering voorgelegd. Hij stelt de begroting op voor het komende verenigingsjaar, doet financieel verslag van het afgelopen jaar en legt dit voor aan het bestuur en verdedigt na standpuntbepaling van het bestuur een en ander in de ledenvergadering. Hij heeft het verzenden van rekeningen voor contributie, liggelden en andere diensten en/of goederen aan leden en derden, het verzenden van aanmaningen, het doen van uitgaven binnen de goedgekeurde begroting van de afdelingen gedelegeerd aan de penningmeester van de afdelingen die dat aangaat, behoudens in zover het om faciliteiten betreft die niet onder de bevoegdheid van een afdeling vallen. Hij doet uitgaven conform de door de algemene vergadering goedgekeurde begroting en indien noodzakelijk bijzondere uitgaven na goedkeuring door het bestuur, waarna zo spoedig mogelijk verantwoording in de algemene vergadering volgt. Hij ondersteunt de afdelingspenningmeesters bij het uitoefenen van hun taak.
27. De voorzitter(s) van de afdelingen.
Hij is verantwoordelijk voor een behoorlijke organisatie van zijn afdeling. Daarin zijn in ieder geval de taken van secretaris en penningmeester geregeld. Hij ziet toe op het beheer, waaronder, voor zover van toepassing, het indelen van ligplaatsen, onderhoud en de uitbreiding van de faciliteiten en de accommodaties voorzover daartoe en op de wijze waarop in de afdelings (bestuurs)vergadering, algemene bestuurs- of algemene vergadering is besloten. Hij ziet toe op het opstellen, aanpassen en naleven van het afdelingsreglement. Hij doet de begroting en onderhoudskostenschema’s opstellen en verzorgt informatie-uitwisseling tussen het afdelingsbestuur en het algemeen bestuur.
28. Naast de commissies die op grond van de statuten zijn ingesteld, is het algemeen bestuur bevoegd om onder zijn verantwoordelijkheid voor een aantal specifieke werkzaamheden commissies in te stellen, zoals:
· een redactie van het verenigingsorgaan en website;
· een commissie arbo, veiligheid en milieu;
· een technische commissie;
· een clubhuiscommissie.
29. De commissieleden worden door het bestuur benoemd voor de duur van een jaar. Herbenoeming is mogelijk. Men kan tegelijkertijd lid zijn van maximaal twee commissies. Een commissie kan uit een persoon bestaan. Het algemeen bestuur is bevoegd om -onder opgave van redenen- een commissie te ontbinden of één of meer commissieleden onmiddellijk te ontslaan.
30. De commissies hebben een dubbele functie. Enerzijds zijn ze adviesorgaan naar het bestuur, anderzijds hebben ze een uitvoerende functie nadat het beleid door het bestuur is vastgesteld. Commissies of leden daarvan zijn niet bevoegd de vereniging op enigerlei wijze te binden dan na uitdrukkelijke toestemming van het algemeen bestuur.
31. De kascommissie wordt door de algemene vergadering benoemd voor de tijd van een jaar. Zij bestaat uit tenminste twee meerderjarige leden alsmede een reservelid, die geen bestuurslid zijn. Elk jaar treedt het langst zittende lid af. De kascontrole en de controle op de boeken, waaronder die van de afdelingen, wordt eenmaal per jaar gehouden voor de jaarvergadering. De balans en andere financiële stukken als bedoeld in artikel 14 lid 2 der statuten die de algemene vergadering worden aangeboden, dienen goedgekeurd te zijn door de kascommissie. Deze goedkeuring dient schriftelijk gegeven te worden.
32. Indien een project niet op de begroting voorkomt, kan het algemeen bestuur het project goedkeuren zolang de uitgaven daarvan niet hoger zijn dan € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro). Maximaal mag het algemeen bestuur € 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro) per jaar aan projecten goedkeuren die niet op de begroting voorkomen. Uitzonderingen hierop vormen die uitgaven voor werkzaamheden aanschaffingen en/of andere verplichtingen die geen uitstel gedogen of gelegenheid laten een algemene vergadering ter goedkeuring bijeen te roepen. Voor dit soort uitgaven legt het bestuur steeds verantwoording af in de eerstvolgende algemene vergadering.
33. In spoedeisende gevallen kan de penningmeester met toestemming van de voorzitter of de vice-voorzitter, uitgaven tot € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) doen. Hij dient wel zo spoedig mogelijk het voltallige algemeen bestuur hierover in te lichten.
34. Het lid moet bij een verandering van adres dit schriftelijk aan de secretaris van het (de) afdelingsbestu(u)r(en) waaronder hij ressorteert melden. Bij in gebreke blijven hiervan zijn alle eventuele gevolgen hiervan, ook financiële, voor rekening van het betreffende lid.
35. Lid 1. In dit artikel wordt met organen van de vereniging bedoeld: algemeen bestuur, afdelingsvergadering en afdelingsbestuur.
Lid 2. Indien er sprake is van een geschil tussen leden onderling, tussen een lid/ leden en een orgaan/organen van de vereniging kan de meest gerede partij zich schriftelijk tot de secretaris van de afdeling waaronder hij ressorteert wenden. Deze is verplicht het conflict op de eerstvolgende afdelingsbestuursvergadering op de agenda te plaatsen. De vergadering is verplicht daarover een uitspraak te doen. Het resultaat wordt de betrokkene(n) medegedeeld. Indien het geschil de bevoegdheid van de afdeling overstijgt, wordt het geschil middels de voorzitter van de afdeling voorgelegd aan het algemeen bestuur. Overigens geldt dezelfde procedure als hiervoor vermeld.
Lid 3. Indien er sprake is van een geschil tussen organen van de vereniging wordt het geschil op verzoek van de meest gerede partij door de secretaris van het algemeen bestuur op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst. De vergadering is verplicht daarover een uitspraak te doen.
Lid 4. Ieder der partijen als hierboven in lid 1 of lid 2 bedoeld kan, indien hij meent dat hij ten onrechte in het ongelijk is gesteld, het geschil schriftelijk voorleggen aan de commissie van beroep en conflict als bedoeld in artikel 21 der statuten. Daartoe zendt hij binnen vier weken nadat hij op de hoogte is gekomen van de uitspraak zijn met redenen omkleedde verzoek naar de secretaris van het algemeen bestuur. De secretaris leidt het verzoek spoedig door naar de voorzitter van de commissie. De commissie hoort de betrokken partijen zo spoedig mogelijk op een door de commissie aan te geven wijze en brengt advies uit als bedoeld in artikel 21 lid 2 der statuten
36. Indien één of meer regelingen in dit huishoudelijk reglement voor verschillende uitleg vatbaar is, beslist het algemeen bestuur. In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.
37. Een besluit tot wijziging van dit huishoudelijk reglement kan slechts worden genomen in de algemene vergadering, met een gewone meerderheid van stemmen.
38. Naast de statuten en dit huishoudelijk reglement zijn de volgende reglementen van toepassing binnen de vereniging:
39. Het opstellen, wijzigen en aanvullen van het reglement algemene faciliteiten kan door de algemene vergadering op voorstel van het algemeen bestuur worden gedaan. Het opstellen, wijzigen en aanvullen van de afdelingsreglementen kan slechts door de betrokken afdelingsvergaderingen worden gedaan. Publicatie in het verenigingsorgaan en/of op het mededelingenbord verlenen deze regelingen alsmede hun wijzigingen en/of aanvullingen rechtsgeldigheid.
40. In het geval een of meer regelingen in het reglement algemene faciliteiten en de reglementen van de afdelingen in strijd zijn met de statuten en/of dit huishoudelijk reglement prevaleren de statuten en/of het huishoudelijk reglement, doch niet verder dan noodzakelijk is om die strijdigheid op te heffen. In het geval van twijfel beslist het algemeen bestuur.
41. In het geval één of meer regelingen in het reglement algemene faciliteiten met één of meer regelingen in één of meer afdelingsreglementen met elkaar in strijd is/zijn althans één of meer regelingen van twee of meer afdelingsreglementen met elkaar in strijd zijn, geldt de regeling als beschreven in artikel 35 hierboven.
**********