STATUTEN VAN Watersportvereniging "VADA"

 

Heden, elf juni negentienhonderd achtennegentig,

verscheen voor mij, Mr. Robert George Fierst van Wijnandsbergen, notaris ter standplaats de gemeente Wageningen:

de heer Barend van den Bergh, particulier, wonende 6703 CJ Wageningen, Dillenburg 8, geboren te Chemnitz op twee maart negentienhonderd drieëndertig, zich legitimerende door middel van zijn rijbewijs nummer 3112906713, gehuwd, ten deze handelend als gevolmachtigde van de algemene vergadering van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid:

Roei- Zeil- en Motorvaartvereniging "VADA", hierna genoemd: de "vereniging", gevestigd te Wageningen met adres: 6702 DV Jachtha­ven 1, ingeschreven in het verenigingenregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Arnhem onder dossiernummer 40119253, blijkende van deze volmachtverlening uit de na te melden notulen.

 

De comparant, handelend als gemeld, verklaarde:

      A.      De vereniging werd op veertien september negentienhonderd twaalf opgericht en koninklijk goedgekeurd.

      B.      Bij akte op zesentwintig april negentienhonderd zevenen­zeventig verleden voor A. Gazenbeek, destijds notaris ter standplaats de gemeente Wageningen, werden de statuten van de vereniging gewijzigd. Nadien zijn de statuten niet meer gewijzigd.

      C.      Bij besluit van de algemene vergadering gehouden op zevenentwintig april negentienhonderd achtennegentig, zijn de statuten van de vereniging geheel gewijzigd.

In gemelde vergadering is de comparant gemachtigd van de voorgenomen statutenwijziging bij notariële akte te doen blijken. Van deze vergadering zijn notulen gemaakt die aan deze akte zijn gehecht. De comparant verklaarde dat de statuten met ingang van heden zullen luiden als volgt:

NAAM EN ZETEL

Artikel 1

   1.  De vereniging draagt de naam: Watersportvereniging "VADA".

        De vereniging is op veertien september negentienhonderd twaalf opgericht.

2.    De vereniging heeft haar zetel in de gemeente Wageningen, op het adres Jachthaven 1,

     6702 DV.

 

DOEL

Artikel 2

   1.  De vereniging heeft ten doel het bevorderen en beoefenen van de watersport.

   2.  Zij tracht haar doel onder meer te bereiken door:

        a.  Het bieden van faciliteiten voor pleziervaartuigen van leden en passanten aan de steigers en/of op het terrein.

        b.  Het bieden van andere faciliteiten voor schepen zoals onder andere: Afspuitplaats, hijskraan, brandstofverkoop en afvalverwijdering.

       c.  Het ter beschikking stellen van vaartuigen zoals kano's, roei- en zeilboten en de opstallen, welke onder het beheer staan van de vereniging.

   d. Het bieden van faciliteiten aan de leden van de vereniging zoals onder andere: Clubhuis annex kantine, sanitaire voorzieningen en het organiseren van activiteiten.

        e. Andere wettige middelen.

 

DUUR

Artikel 3

   1.  De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

   2.  Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

 

INRICHTING

Artikel 4

De vereniging kent afdelingen. Deze bezitten géén rechtspersoonlijkheid. De afdelingen maken deel uit van de organisatie van de vereniging. Deze afdelingen zijn thans: Afdeling Roeien, Zeilen, Kanoën en Jachthaven, met inachtneming van artikel 12 lid 1 kunnen er afdelingen bijkomen of worden opgeheven. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de afdelingen worden nader geregeld in artikel 12.

 

LIDMAATSCHAP

Artikel 5

   1.  Leden zijn natuurlijke personen die op hun verzoek als lid tot de vereniging zijn toegelaten. Het jaar waarin iemand zich aanmeldt wordt hij/zij aspirant-lid van de vereniging. Gedurende het aspirant-lidmaatschap heeft het aspirant-lid voorlopig alle rechten en plichten die uit het lidmaatschap van de afdeling(en) van de vereniging waarvoor hij zich heeft aangemeld, voortvloeien. Een aspirant-lid kan geen zitting hebben in een bestuur.

   2.  De vereniging kent donateurs en uitsluitend leden die onder één of meer afdelingen ressorteren.

   3.  Het aspirant-lidmaatschap gaat na één jaar automatisch over in een gewoon lidmaatschap tenzij:

        a:     Het aspirant-lidmaatschap door het aspirant-lid uiterlijk vier weken voor het einde van het

               verenigingsjaar wordt beeindigd.

        b:     Het algemeen bestuur (op voordracht van het afdelingsbestuur) besluit tot het niet verlenen van

               het lidmaatschap.

        Een eventueel besluit bedoeld onder b. dient uiterlijk vier weken voor het einde van het verenigingsjaar aan de betrokkene met redenen omkleed en onder mededeling van de beroepsmogelijkheden te worden medegedeeld.

        Tegen de beslissing als bedoeld onder b. is beroep mogelijk bij de algemene vergadering die vervolgens een beslissing neemt in haar eerste vergadering nadat het besluit door het algemeen bestuur werd genomen.

   4.  Op voorstel van het algemeen bestuur en/of van een afdelingsbestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging tot erelid benoemen.

   5.  Een afdelingsbestuur kan, wegens de bijzondere verdienste   van een lid voor een afdeling, op voordracht van de afdelingsvergadering, deze tot lid van verdienste van desbetreffende afdeling benoemen.

 

VERPLICHTINGEN

Artikel 6

1.    De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van contributie voor de vereniging en liggelden en toeslagen

voortvloeiend uit de afdeling(en) waarvoor zij zich hebben aangemeld. Ere-leden zijn vrijgesteld van de verplichting contributie voor de vereniging te betalen.

   2.  Ieder lid is verplicht:

        a.     de statuten en reglementen van de vereniging en - voor zover van toepassing - van de afdeling, alsmede de besluiten van de organen van de vereniging of afdeling na te leven;

        b.     de belangen van de vereniging en van haar afdelingen niet te schaden;

        c.     alle overige verplichtingen te aanvaarden en na te komen, welke uit het lidmaatschap voortvloeien of welke de vereniging in naam van haar leden aangaat;

        d.     met inachtneming van het Huishoudelijk Reglement per afdeling hebben de leden het recht tot het gebruik van de diensten, faciliteiten en materialen van de vereniging en van de afdeling(en) waarvoor men conform artikel 6 liggelden of toeslagen hebben afgedragen.

   3.  Door een afdeling kunnen namens de vereniging geen verplichtingen worden aangegaan dan nadat het algemeen bestuur en/of de algemene vergadering het betreffende afdelingsbestuur daartoe bevoegd heeft verklaard.

Artikel 7

   1.  Het lidmaatschap eindigt:

        a.     door overlijden van het lid;

        b.     door schriftelijke opzegging door het lid;

        c.     door opzegging namens de vereniging, deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer de verplichtingen jegens de vereniging niet worden nagekomen, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

        d.     door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

        e.     Het algemeen bestuur heeft op voorstel van het afdelingsbestuur te allen tijde het recht een lid te schorsen wegens het niet nakomen van zijn geldelijke verplichtingen, wegens wangedrag of grove nalatigheid. De secretaris doet van het besluit tot schorsing schriftelijk mededeling aan het desbetreffende lid. Het lid kan tegen de schorsing in beroep gaan door binnen een maand een bezwaarschrift in te dienen bij de commissie van beroep.

    2. Opzegging namens de vereniging geschiedt schriftelijk door het algemeen bestuur, op verzoek van het afdelingsbestuur.

    3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts schriftelijk geschieden per het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

    4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

    5. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging is voor een lid voorts mogelijk:

        a.     binnen één maand nadat een besluit, waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld. Het besluit is alsdan niet op dat lid van toepassing. Een lid is evenwel niet bevoegd door opzegging een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten;

        b.     binnen een maand nadat een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie aan hem is meegedeeld.

    6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de algemene vergadering al of niet op voorstel van het algemeen bestuur.

    7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de bijdrage voor het geheel van de aangegane verplichtingen voor dat jaar verschuldigd inclusief liggelden en toeslagen.

GELDMIDDELEN

Artikel 8

   1.  De geldmiddelen der vereniging bestaan uit de contributies van de leden, liggelden, toeslagen, kraangelden, cursusgelden, donaties, renten, opbrengsten van brandstofvoorziening, de netto-winst van de kantine, reclame in het clubblad en uit eventuele verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele andere toevallige baten.

   2.  De leden kunnen in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende contributie betalen.

   3.  De algemene vergadering stelt jaarlijks de contributie van de leden en de begroting van de afdelingen vast.

 

BESTUUR

Artikel 9

   1.  Het bestuur van de vereniging, in deze statuten ook te noemen "algemeen bestuur", bestaat uit ten minste drie leden en zoveel leden als er afdelingen zijn. Met inachtneming van hetgeen in het volgende lid is bepaald, wordt het aantal bestuursleden vastgesteld door de algemene vergadering.

   2.  Iedere voorzitter van een afdeling maakt in die hoedanigheid deel uit van het algemeen bestuur. De voorzitter van een afdeling kan zich, indien noodzakelijk, door een ander afdelingsbestuurslid laten vervangen.

   3.  Kandidaten voor een bestuursfunctie zijn zij, die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd en deze kandidatuur hebben aanvaard en waarvan de namen ten minste tien dagen voor de verkiezing zijn aangekondigd. Tegenkandidaten kunnen worden gesteld door ten minste tien leden; deze kandidaatstelling moet ten minste vierentwintig uur voor de vergadering schriftelijk aan het bestuur zijn opgegeven en moet gepaard gaan met een schriftelijke verklaring van de kandidaat dat deze de kandidatuur aanvaardt.

   4.  De algemene vergadering benoemt de voorzitter van het algemeen bestuur. De overige functies, waaronder die van secretaris en penningmeester, worden door het bestuur in onderling overleg verdeeld.

   5.  De voorzitter, penningmeester en secretaris van de vereniging zijn onafhankelijk en worden geacht geen deel uit te maken van één der afdelingsbesturen.

   6.  Bestuursleden in hun hoedanigheid van voorzitter of diens plaatsvervanger van een afdeling, treden af op de dag waarop zij hun hoedanigheid verliezen. Bestuursleden zijn ten hoogste éénmaal aansluitend benoembaar in dezelfde functie. De bestuurstermijn is vastgesteld op drie jaren. Het algemeen bestuur stelt een rooster van aftreden op.

   7.  Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.

   8.  De algemene vergadering kan te allen tijde ieder lid van het algemeen bestuur schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht, met dien verstande dat voor een daartoe strekkend besluit ten minste twee derden der uitgebrachte geldige stemmen vereist is.

   9.  Betreft een besluit als in het vorige lid bedoeld de voorzitter van een afdeling, dan kan de desbetreffende afdeling zich voor de duur van de schorsing of, in geval van ontslag, tot aan de eerstvolgende algemene vergadering, in het algemeen bestuur doen vertegenwoordigen door een ander lid van het afdelingsbestuur.

 10.  Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt

        door ontslag, eindigt door het enkele verloop van die termijn.

 

BESTUURSTAAK

Artikel 10

   1.  Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het algemeen bestuur belast met het besturen van de vereniging.

   2.  Indien het aantal leden van het algemeen bestuur beneden het in artikel 9 lid 1 bedoelde aantal is gedaald, blijft het bestuur bevoegd met dien verstande dat het dient te bevorderen dat in bestaande vacatures zo spoedig mogelijk wordt voorzien.

   3.  Het algemeen bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies waarvan de leden door het algemeen bestuur worden benoemd en ontslagen.

 

BESTUURSVERGADERING

Artikel 11

    1. Tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, vergadert het algemeen bestuur wanneer de voorzitter of twee andere bestuursleden dit verlangen.

    2. Het algemeen bestuur kan ook buiten een vergadering besluiten nemen, indien geen bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.

    3. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden genomen met volstrekte meerderheid van uitgebrachte geldige stemmen, mits aan de stemming wordt deelgenomen door de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden. Blanco stemmen worden niet als geldig aangemerkt.

    4. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter of een bestuurslid anders wenst.

    5. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag der stemming is beslissend. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

    6. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een notulist notulen gemaakt, die eerst na goedkeuring door het algemeen bestuur worden vastgesteld en door de volgende algemene vergadering moeten worden goedgekeurd.

 

AFDELINGEN

Artikel 12

    1. De algemene vergadering stelt per door de vereniging te ontplooien te onderscheiden activiteit een afdeling in, en heft deze, na een daartoe strekkend voorstel van de betreffende afdelingsvergadering, op.

        Iedere afdeling wordt geleid door een bestuur (afdelingsbestuur), dat verantwoording verschuldigd is aan de algemene vergadering van die afdeling (afdelingsvergadering).

    2. Een afdelingsbestuur bestaat uit ten minste drie personen. Het aantal bestuursleden wordt nader vastgesteld door de betreffende afdelingsvergadering.

    3. Leden van het afdelingsbestuur worden benoemd door de afdelingsvergadering uit de onder die afdeling ressorterende leden. De voorzitter van de afdeling wordt benoemd voor een periode van drie jaar. Hij/zij is éénmaal aansluitend herbenoembaar.

        Voor een functie in het afdelingsbestuur kunnen voor- of staande de desbetreffende afdelingsvergadering kandidaten worden gesteld door het afdelingsbestuur of door ten minste drie onder de afdeling ressorterende leden.

   4.  De afdelingsvergadering bestaat uit alle onder de betreffende afdeling ressorterende leden.

        Voorafgaande aan iedere algemene vergadering wordt een afdelingsvergadering gehouden. Zo mogelijk bevat de agenda van deze afdelingsvergadering onder meer de agenda van die algemene vergadering.

   5.  De afdelingen regelen zaken die uitsluitend de eigen afdeling betreffen.

        Een afdelingsbestuur is verplicht om met betrekking tot zaken die mede de belangen van de vereniging of van een andere afdeling kunnen raken voorafgaand overleg te plegen met het algemeen bestuur en het betreffende afdelingsbestuur. Komen de betrokken besturen niet tot overeenstemming dan wordt de commissie van beroep en conflicten (artikel 21) ingeschakeld, indien daarna nog nodig doet het algemeen bestuur een voorstel en beslist de algemene vergadering.

        Een afdelingsbestuur is verplicht bij zijn handelen te blijven binnen een jaarlijks door de algemene vergadering vastgestelde begroting. Een afdeling doet voorstellen  terzake van de in te dienen afdelingsbegroting.

 

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 13

   1.  De vereniging wordt - met inachtneming van het in lid 2 van dit artikel bepaalde en behoudens procuratie - vertegenwoordigd door hetzij het bestuur, hetzij de voorzitter en de secretaris gezamenlijk, hetzij drie gezamenlijk handelende bestuursleden.

   2.  Het algemeen bestuur kan zich ter zake van haar vertegenwoordigingsbevoegd-heid door één of meer schriftelijk gevolmachtigden doen vertegenwoordigen, binnen in de volmacht nauwkeurig te omschrijven grenzen.

        Krachtens schriftelijke volmacht kan de vereniging voor aangelegenheden de afdeling betreffende worden vertegenwoordigd door een lid van het afdelingsbestuur, bij voorkeur de voorzitter.

   3.  Het algemeen bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

        Het ontbreken van de goedkeuring kan slechts door de vereniging worden ingeroepen.

   4.  Personen, aan wie hetzij in deze statuten, hetzij krachtens volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen, waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshandeling(en) is besloten.

        Overtreding van deze bepaling kan noch door, noch aan de vereniging of de wederpartij worden tegengeworpen.

 

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 14

   1.  Het algemeen bestuur is verplicht, mede op basis van de boekhouding en jaarverslagen van de afdelingen, van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

   2.  Het algemeen bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten met toelichting aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door het gehele bestuur; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner dan wordt daarvan onder opgaaf van reden melding gemaakt.

   3.  De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het algemeen bestuur of het afdelingsbestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

   4.  Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de kascommissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het algemeen bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

   5.  De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

   6.  Het algemeen bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2, tien jaar lang te bewaren.

 

ALGEMENE VERGADERING

Artikel 15

   1.  Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het algemeen bestuur of een afdeling zijn opgedragen.

   2.  Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar wordt een algemene vergadering gehouden (jaarvergadering). In deze algemene vergadering komen onder meer aan de orde:

        a.     het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;

        b.     de benoeming van de in artikel 14 bedoelde commissie voor het volgende verenigingsjaar;

        c.     voorziening in eventuele vakatures;

        d.     voorstellen van het bestuur of van leden.

               Een afdelingsbestuur is tot uiterlijk twee weken voor een algemene vergadering bevoegd om punten aan de agenda daarvan toe te voegen.

   3.  Eveneens jaarlijks, uiterlijk één maand voor afloop van het Verenigingsjaar, wordt een tweede Algemene Vergadering gehouden. In deze vergadering komen als belangrijkste punten aan de orde:

        a.     Het vaststellen van de contributie en afdrachten van de vereniging alsmede het bepalen van de verdeelsleutels van de algemene geldmiddelen en kosten die toegerekend worden aan de afdelingen.

        b.     Het vaststellen van de afdelingsbudgetten casu quo begrotingen voor het volgende jaar op basis van het resultaat van het voorafgaande jaar en de eerste negen maanden van het lopende jaar en het vastgestelde in artikel 15 lid 3 punt a.

   4.  De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het algemeen bestuur, met inachtneming van ten minste een termijn van dertig dagen.

        De bijeenroeping geschiedt door een aan alle leden te zenden schriftelijke mededeling bevattende de te behandelen agendapunten.

5.    Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal afgevaardigden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig lid 4 van dit artikel of bij advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.

 

SAMENSTELLING ALGEMENE VERGADERING

Artikel 16

   1.  De algemene vergadering bestaat uit zoveel afgevaardigden als bepaald door toepassing van het gestelde onder lid 5. De afgevaardigden worden door iedere afdelingsvergadering gekozen.

   2.  De afdelingsvergaderingen kiezen jaarlijks voorafgaande aan de eerste te houden jaarlijkse algemene vergadering de afgevaardigden van hun afdeling. Zij zijn elk jaar herkiesbaar.

   3.  Elk lid van de vereniging dat op één januari van het lopende boekjaar de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, kan als afgevaardigde worden gekozen.

   4.  Het aantal door afdelingsvergaderingen te kiezen afgevaardigden is telkenmale afhankelijk van het op één januari van het lopende boekjaar door de secretaris en/of penningmeester van het algemeen bestuur geregistreerde aantal afdelingsleden welke over het afgelopen verenigingsjaar aan zijn/haar verplichtingen hebben voldaan.

   5.  Het aantal afgevaardigden per afdeling wordt bepaald door het aantal volgens lid 4 onder de afdeling ressorterende leden te delen door twintig. Deze uitkomst wordt afgerond op hele cijfers. Afronding geschiedt naar boven wanneer de decimaal achter de komma groter is dan of gelijk is aan vijf/tiende of naar beneden wanneer dit kleiner is dan vijf/tiende.

        Dit getal wordt elk jaar voor één februari door het algemeen bestuur per afdeling vastgesteld.

        Elke afdeling heeft minimaal twee afgevaardigden voor de algemene vergadering.

   6.  Een tussentijdse vacature wordt vervuld door degene die bij de laatstgehouden verkiezing van afgevaardigden in de betreffende afdeling na de gekozenen de meeste respectievelijk de op één na meeste of het daarop volgende aantal stemmen op zich heeft verenigd. Bij gebreke van een dergelijke persoon zal in deze vacature tijdens de eerstvolgende afdelingsvergadering worden voorzien.

   7.  De kwaliteit van afgevaardigde wordt verloren doordat:

        a.     de betrokken persoon het lidmaatschap van de vereniging verliest;

        b.     de afgevaardigde niet meer ressorteert onder de afdeling die hem heeft gekozen;

        c.     doordat de afgevaardigde zichzelf terugtrekt.

 

TOEGANG TOT EN BESLUITVORMING IN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 17

   1.  Alle leden hebben toegang tot en spreekrecht op de algemene vergadering. Iedere afgevaardigde heeft in de algemene vergadering één stem. Hij is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk daartoe gemachtigde, andere afgevaardigde die echter in totaal niet meer dan twee stemmen kan uitbrengen.

        Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Hij heeft tevens het recht in die vergadering het woord te voeren.

   2.  Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk. Het aannemen van voorstellen bij acclamatie is mogelijk, mits dit geschiedt op voorstel van de voorzitter.

   3.  Over alle voorstellen betreffende zaken wordt beslist bij volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen, voor zover de statuten niet anders bepalen. Blanco stemmen worden als ongeldig aangemerkt. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen indien dit zaken betreft. Bij stemming over personen is hij gekozen, die de volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het grootste aantal der uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij gekozen, die bij die tweede stemming de meerderheid op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken beslist het lot.

   4.  Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel dat een besluit is genomen, is beslissend. Indien echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan wordt betwist, vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. De algemene vergadering kan slechts met een tweederde meerderheid besluiten nemen ten aanzien van functioneren, het oprichten of opheffen van een afdeling in een vergadering waarin ten minste twee derde van de afgevaardigden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee derde van de afgevaardigden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde afgevaardigden, kan worden besloten, door ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 18

   1.  De voorzitter van het algemeen bestuur leidt de vergaderingen, tenzij de situatie zich voordoet als omschreven in artikel 15 lid 5 laatste zin. Bij zijn afwezigheid of ontstentenis zal één van de andere bestuursleden als leider van de vergadering optreden.

   2.  Van het ter algemene vergadering verhandelde worden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen lid van de vereniging notulen gehouden. De inhoud van de notulen wordt na goedkeuring door het algemeen bestuur ter kennis van de leden gebracht.

   3.  De notulen dienen door de volgende algemene vergadering te worden goedgekeurd.

 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 19

   1.  In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

   2.  Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden.

   3.  Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee derde van de afgevaardigden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee derde van de afgevaardigden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde afgevaardigden, kan worden besloten, door ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen.

   4.  Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder algemeen bestuurslid bevoegd.

 

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 20

   1.  De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

   2.  Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het algemeen bestuur.

   3.  Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

   4.  De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.

 

COMMISSIE VAN BEROEP EN CONFLICT

Artikel 21

   1.  De algemene vergadering stelt deze commissie in van ten minste drie leden. In deze commissie mogen geen leden van het algemeen bestuur of een afdelingsbestuur zitting nemen.

   2.  Deze commissie is bevoegd om op verzoek van ten minste één partij kennis te nemen van een conflict. Zij mogen hierbij bemiddelen of een advies uitbrengen ter beslechting van dit conflict.

   3.  De werking van dit advies mag slechts worden opgeschort als gelijktijdig een algemene vergadering bijeen wordt geroepen door het algemeen bestuur met opname van het onderhavige conflict in de agenda.

   4.  De algemene vergadering mag het advies van de commissie bekrachtigen of in afwijking van dit advies een ander besluit nemen.

 

HUISHOUDELIJKE REGLEMENTEN

Artikel 22

   1.  De algemene vergadering kan bij reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, de introductie, het bedrag der contributies en entreegelden, de werkzaamheden van het algemeen en/of afdelingsbestuur, de vergaderingen, de wijze van uitoefening van het stemrecht, de kandidaatstelling, het beheer en gebruik van de gebouwen en andere infrastructurele werken van de vereniging en alle verdere onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt. De huishoudelijke reglementen van de afdelingen vormen een onderdeel van het huishoudelijke reglement van de vereniging. De afdelingen zijn bevoegd wijzigingen aan te brengen in het eigen huishoudelijk reglement, dit, met inachtneming van het bepaalde in lid 3 van dit artikel.

   2.  Wijziging van het reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering op voorstel van het algemeen en/of afdelingsbestuur of indien dit schriftelijk wordt verzocht door ten minste een zodanig aantal afgevaardigden als bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering.

   3.  Het reglement zal geen bepalingen mogen bevatten die afwijken van of die in strijd zijn met de bepalingen van de wet of van de statuten, tenzij de afwijking door de wet of de statuten worden toegestaan.

        De comparant is mij, notaris bekend.

 

WAARVAN akte in minuut is verleden te Wageningen op de datum in het hoofd dezer akte vermeld.

Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de verschenen persoon heeft deze verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparant en mij, notaris, ondertekend.