Vada Roeien. Huishoudelijk Reglement & Vadamecum
Zie ook het Vadamecum, het handboek van de roeiafdeling van Vada. Klik hier >>>
Versie-informatie
HHR
De hier
weergegeven versie van het Huishoudelijk Reglement van de Afdeling Roeien van
de Watersportvereniging heeft de volgende kenmerken:
- Versie 1.3
- 1 november 2010
- Wageningen
Conform art. 22 van de statuten van de Watersportvereniging Vada, worden binnen dit Huishoudelijk Reglement nadere regels opgesteld betreffende de roeiafdeling van deze vereniging.
Inhoud
Lidmaatschap
Rechten
en verplichtingen van leden
Jaarlijkse
bijdragen en entreegelden
Afdelingsbestuur
Schaden
en Aansprakelijkheid
Reserveringen
Introductie
Kleuren,
kleding en insignes.
Veiligheid
Slotbepalingen
Lidmaatschap
Artikel 1
Voor de
toepassing van dit reglement wordt onder leden verstaan: leden van de
roeiafdeling van de Watersportvereniging Vada, welke onderscheiden kunnen
worden in leden van verdienste, gewone leden en aspirant-leden, tenzij
uitdrukkelijk anders is bepaald.
Artikel 2
Als lid worden
toegelaten personen met een leeftijd van elf jaar of hoger.
Artikel 3
Aanmelding voor
het lidmaatschap geschiedt op een, daartoe door het afdelingsbestuur
vastgesteld, aanmeldingsformulier. Kandidaten moeten blijkens een op het aanmeldingsformulier
gestelde verklaring kunnen zwemmen. Minderjarigen dienen schriftelijk
toestemming van hun ouders te overleggen.
Artikel 4
Leden van
verdienste (van de roeiafdeling) worden voorgedragen door het afdelingsbestuur
of door tenminste 10 stemgerechtigde leden.
Artikel 5
Leden van
verdienste ontvangen het insigne van lidmaatschap van verdienste.
Artikel 6
Het bestuur van
de roeiafdeling beslist over het wel of (nog) niet toelaten van nieuwe leden,
hierbij rekening houdend met de capaciteit van het bestaande bootmateriaal en
de capaciteit tot het geven van roei-instructie. Zo nodig wordt een wachtlijst
gemaakt. De kandidaat-leden worden hierover direct ingelicht door het bestuur
van de afdeling.
Rechten
en verplichtingen van leden
Artikel 7
Leden hebben
het recht de roeiafdelingsgebouwen en -terreinen gedurende de uren van
openstelling te betreden en aldaar te verblijven.
Artikel 8
De roeiloods is
in het algemeen geopend van zonsopgang, doch niet eerder dan 07.00 uur tot 3/4
uur na zonsonder-gang. Het afdelingsbestuur is bevoegd tijdelijk andere
openingsuren vast te stellende roeiloods of gedeelten ervan gedurende bepaalde
uren of dagen te sluiten en (gedeelten van) de roeiloods doorlopend of op
bepaalde tijden te reserveren voor bepaalde activiteiten.
Artikel 9
Leden hebben
met inachtneming van de door het afdelingsbestuur vastgestelde voorschriften
het recht gebruik te maken van de boten die ter beschikking staan, voor zover
zij daartoe de benodigde geoefend-heid bezitten.
Het afdelingsbestuur draagt er zorg voor, dat ook voor ongeoefende leden boten
ter beschikking zijn, waarvan zij, onder leiding, gebruik kunnen maken.
Artikel 10
De boten staan
in het algemeen dagelijks, vanaf het moment van opening van de roeiloods tot
1/4 uur na zonsondergang, ter beschikking van de leden. Het afdelingsbestuur
kan vaststellen, dat op bepaalde uren of dagen boten niet mogen worden
gebruikt. Elk bestuurslid heeft het recht boten uit de vaart te nemen in
verband met onderhoudswerkzaamheden of weersomstandigheden. Het
afdelingsbestuur heeft het recht één of meer boten voor bepaalde doeleinden
gedurende een zekere tijd te reserveren.
Voor het in gebruik nemen van een vaartuig langer dan 24 uur achtereen is de
toestemming van het afdelingsbestuur nodig.
Artikel 11
Voor de
beoordeling of een lid bevoegd is zonder begeleiding van een vaartuig der
vereniging gebruik te maken, worden de vaartuigen daartoe door het
afdelingsbestuur in verschillende klassen verdeeld; voor elke klasse
afzonderlijk wordt een proeve van bekwaamheid in het roeien en/of sturen
afgelegd, die zal worden afgenomen door een daartoe door het afdelingsbestuur
benoemde commissie.
Artikel 12
Het
afdelingsbestuur is bevoegd met opgaaf van redenen aan een lid het gebruik van
alle of bepaalde vaartuigen voor een door het afdelingsbestuur te bepalen tijd
te ontzeggen.
Artikel 13
Bij het in
gebruik nemen van een vaartuig is men verplicht het logboek (afschrijf-boek)
volledig in te vullen.
Artikel 14
Bij het
regelmatig gebruik van een vaartuig is het mogelijk dit vaartuig te reserveren
in het reserveringsboek. Is een gereserveerd vaartuig een kwartier na het
gereserveerde vertrekuur niet in gebruik genomen, dan wordt zij als niet
gereserveerd beschouwd.
Artikel 15
Leden dienen
zich te gedragen naar de voorschriften in de statuten of in dit reglement
gegeven, alsmede volgens de aanwijzingen door een bestuurslid, of een door het
afdelingsbestuur daartoe aangewezen lid.
Artikel 16
Voor het in
gebruik nemen van een vaartuig is men verplicht na te gaan of het materiaal
zich in goede staat bevindt. Indien dit niet het geval is dient dit vermeld te
worden in het schadeboek., met vermelding van de aard van de schade, de datum
en zijn of haar naam.
Artikel 17
Leden zijn
gehouden het afdelingsbestuur onverwijld in kennis te stellen van schade door
hen aan eigendommen van de vereniging toege-bracht. Indien dit het geval is
dient dit vermeld te worden in het schadeboek, met vermelding van de aard van
de schade, de toedracht, de datum en zijn of haar naam.
Artikel 18
Na gebruik
dienen de vaartuigen te worden schoongespoten en afgedroogd en daarna op de
daarvoor bestemde plaats in de botenloods te worden gelegd.
Artikel 19
Leden zijn
gehouden de door hen verschuldigde jaarlijkse bijdrage te voldoen
overeenkomstig het gestelde in artikel 22 van dit reglement.
Artikel 20
Van de roeileden wordt verwacht dat zij zich inzetten voor het goed
functioneren van de vereniging.
Artikel 21
Elk roeilid dient van een adreswijziging zo spoedig mogelijk schriftelijk
bericht te geven aan het bestuur van de roeiafdeling.
Jaarlijkse
bijdragen en entreegelden
Artikel 22
In aanvulling
op art. 6 van de statuten van Vada is elk lid verplicht contributie te betalen
voor het lidmaatschap voor Vada algemeen, een toeslag voor de Roeiafdeling en
de contributie voor de KNRB en NORB.
Artikel 23
De hoogte van
de roeitoeslag en van de toe te passen reducties zal worden bepaald door het
afdelingsbestuur en dient te worden goedgekeurd binnen de afdelingsvergadering
van de roeiafdeling.
Artikel 24
Behalve de
contributie en de roeitoeslag is elk gewoon lid en elk aspirant-lid jaarlijks
verschuldigd:
Artikel 25
De hoogte van het entreegeld wordt jaarlijks door de afdelingsvergadering
vastgesteld en is verschuldigd door een ieder die voor de eerste maal roeilid
wordt. Dit geld komt ten goede aan de roeiafdeling.
Artikel 26
Leden van verdienste van de roeiafdeling betalen slechts de contributie aan
Vada algemeen en aan de KNRB en NORB. Roeitoeslag hoeven zij niet te betalen.
Artikel 27
Gewone leden kunnen reductie krijgen op de roeitoeslag. De hieronder genoemde
leden komen in aanmerking voor een vermindering van de roeitoeslag:
Artikel 28
Aan degene die na 1 januari lid wordt, zal het eerste jaar het
contributie-bedrag pro rata in rekening worden gebracht.
Artikel 29
De jaarlijkse bijdrage en het entreegeld zijn voor het geheel ineens
ver-schuldigd en dienen te worden voldaan binnen 1 maand na ontvangst van de
nota.
Bij overschrijding van deze termijn komen de incassokosten voor rekening van
het lid. Het afdelingsbestuur heeft het recht de namen van wanbetalers te
publiceren in het verenigingsorgaan of aan te plakken in het verenigingsgebouw.
Het lidmaatschap wordt schriftelijk bevestigd door het afdelingsbestuur. De
datum van verzending wordt aangenomen als ingangsdatum van het lidmaatschap.
Artikel 30
Bij opzegging van het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar zal geen
restitutie plaats vinden van het overeenkomstige deel van de jaarlijkse
bijdragen.
Afdelingsbestuur
Artikel 31
De afdeling wordt bestuurd door een bestuur dat uit minimaal 4 gekozen leden
bestaat. In de hierna volgende artikelen zal hierbij worden gesproken over het
afdelingsbestuur.
Dit afdelingsbestuur heeft tot taak:
Artikel 32
Minstens 1 week voor een algemene ledenvergadering wordt een
afdelingsvergadering gehouden. In deze vergadering komen dan zowel afdelings-
als algemene zaken aan de orde. Ook de afgevaardigden van de roeiafdeling
zullen conform art. 16 lid 2 van de statuten gekozen worden.
Artikel 33
Indien bij de afdelingsvergadering buiten de bestuursleden minder dan 10 roeileden
aanwezig zijn, zal de vergadering gesloten worden, waarna een nieuwe
vergaderingsdatum door de voorzitter bepaald wordt binnen een termijn van 14
dagen. In deze vergadering zal het aantal dan aanwezige roeileden geen invloed
meer hebben op de besluitvorming.
Artikel 34
De voorzitter leidt de afdelingsvergadering. Deze is verplicht alle voorstellen
te behandelen en, indien dit wordt verlangd, in stemming te brengen voor zover
zij niet in strijd zijn met statuten en/of huishoudelijk reglement.
Artikel 35
Bestuursleden worden gekozen in de afdelingsvergadering van de roeiafdeling, op
voordracht van het zittende afdelingsbestuur of van minstens 10 roeileden. De
namen van de kandidaten worden minstens 7 dagen voor de vergadering bekend
gemaakt. De voordracht door leden dient minstens 24 uur voor de vergadering aan
het afdelingsbestuur te worden overlegd. Over elke kandidatuur wordt gestemd.
De kandidaten moeten van te voren schriftelijk verklaren dat zij de kandidatuur
aanvaarden.
Artikel 36
Bestuursleden worden gekozen met meerderheid van stemmen.
Plannen en begrotingen worden met meerderheid van stemmen goedgekeurd.
Wijzigingen in het huishoudelijk reglement dienen door tenminste 2/3 deel van
de stemgerechtigde aanwezige leden goedgekeurd te worden.
Artikel 37
Het afdelingsbestuur is vrij om de taken in onderling overleg te verdelen. De
vertegenwoordiger in het algemeen bestuur wordt echter als zodanig gekozen in
de afdelingsvergadering van de roeiafdeling. Het afdelingsbestuur maakt
duidelijk aan de leden welk bestuurslid welke taak vervult.
Artikel 38
Het afdelingsbestuur heeft het recht bijzondere afdelingsvergaderingen uit te
schrijven, en is hiertoe verplicht indien minstens 10 afdelingsleden dit
schriftelijk aan het afdelingsbestuur verzoeken, met redenen omkleed en opgave
van de onderwerpen welke zij op deze vergadering behandeld willen zien. Deze
vergadering moet gehouden worden binnen 4 weken nadat dit verzoek is
binnengekomen. Indien het afdelingsbestuur in gebreke blijft kunnen deze leden
zelf tot het uitschrijven van een vergadering overgaan. In dit geval berust de
leiding bij de eerste ondertekenaar van het verzoek.
De agenda en bijbehorende stukken worden minstens 7 dagen voor de
afdelingsvergadering ter beschikking gesteld.
Artikel 39
De op het terrein aanwezige afdelingsbestuursleden zijn bevoegd op te treden,
waar het maatregelen betreft, die niet reeds door het afdelingsbestuur zijn
getroffen maar geen uitstel kunnen lijden. Zij zijn verplicht de genomen
maatregelen direct te melden aan de afdelingsvoorzitter. Tegen de beslissing
van een onvolledig afdelingsbestuur staat binnen 8 dagen beroep open bij het
volledig afdelingsbestuur. Het afdelingsbestuur heeft te allen tijde het recht
een lid te schorsen wegens wangedrag of grove nalatigheid. Hiervan wordt
schriftelijk mededeling gedaan aan het betreffende lid. In deze gevallen en bij
nalatigheid van financiele verplichtingen zal het afdelingsbestuur de
ontheffing van lidmaatschap van het betreffende lid vragen bij het algemeen
bestuur.
Artikel 40
Het afdelingsbestuur aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor de in de
roeifaciliteiten geborgen particuliere eigendommen.
Artikel 41
Bij verschillen in uitleg van de bepalingen in dit reglement en in gevallen
waarin dit reglement niet voorziet, beslist het afdelingsbestuur, behoudens
bekrachtiging van de afdelingsvergadering. De beslissing van het
afdelingsbestuur blijft tot de eerstvolgende afdelingsvergadering van kracht.
Artikel 42
Het afdelingsbestuur stelt vast of kan voorschriften vaststellen betreffende:
Artikel 43
Het afdelingsbestuur beslist omtrent het al dan niet door leden namens de vereniging
deelnemen aan wedstrijden.
Artikel 44
Het afdelingsbestuur regelt de gastvrijheid te verlenen aan leden van andere
roei-verenigingen.
Artikel 45
De voorzitter:
Artikel 46
De vice-voorzitter:
Artikel 47
De secretaris:
Artikel 48
De penningmeester:
Artikel 49
De overige afdelingsbestuursleden krijgen taken toegewezen met betrekking tot
de roeiafdeling.
Daarbij dienen tenminste de volgende taken te worden verdeeld:
Schaden
en Aansprakelijkheid
Artikel 50
Elk lid is aansprakelijk voor schade die door hem, zijn introducé of door degene
die arbeid voor hem verricht, aan de eigendommen van de vereniging is
toegebracht door handeling, onvoor-zichtigheid of nalatigheid.
Artikel 51
Bij schade aan een in gebruik genomen vaartuig zijn alle gebruikers
aansprakelijk, ongeacht of zij al dan niet schuld hebben aan het gebeurde.
Artikel 52
Ongeacht de hoogte van het schadebedrag zijn de gezamenlijke gebruikers van een
vaartuig waaraan schade is ontstaan aan de vereniging een bedrag van € 100.--
verschuldigd. Indien dit bedrag hoger is dan de kosten van reparatie van de
ontstane schade geldt het verschil als boete.
Artikel 53
Het afdelingsbestuur het bedrag van de schade vast op basis van de kosten van
herstel in de oorspronkelijke toestand. Ook indien slechts wordt overgegaan tot
summier herstel geldt als schadebedrag de kosten van herstel in de
oorspronkelijke toestand.
Ingeval van onherstelbare schade zal als schadebedrag de vervangingswaarde
gelden.
Artikel 54
Het afdelingsbestuur is, met inachtneming van het gestelde in artikel 52 en
artikel 53, bevoegd te bepalen welk bedrag een lid, dat voor de schade
aansprakelijk of mede aansprakelijk is, deswege aan de vereniging verschuldigd
is. Indien hiertoe naar het oordeel van het afdelingsbestuur termen aanwezig
zijn, kan het aan de vereniging te betalen bedrag lager worden gesteld dan het
schadebedrag. Het betreffende lid zal door het afdelingsbestuur schriftelijk
aansprakelijk worden gesteld. Indien het lid zich hiermee niet kan verenigen
kan het binnen 14 dagen na de aansprakelijkstelling het geschil voorleggen aan
de Commissie van Beroep en Conflict bedoeld in art. 21 van de statuten. De
vastgestelde schadevergoeding dient binnen 30 dagen na het betalingsverzoek resp.
het advies van de Commissie te zijn voldaan.
Artikel 55
Elk lid vrijwaart de vereniging voor schade door hem aan een derde toegebracht.
Artikel 56
Indien een lid handelt in strijd met het bij de statuten of huishoudelijk
reglement bepaalde, komt alle door dat handelen veroorzaakte schade van welke a
ard ook, volledig voor rekening en risico van het betreffende lid.
Reserveringen
Artikel 57
Het roeibestuur is verplicht een reservering op te bouwen voor het vervangen of
renoveren van de roeiloods inclusief het voorterrein, trap en vlotten, en de
vloot, voorzover deze zaken niet ten koste komen van Vada algemeen.
Artikel 58
Teneinde de in artikel 56 genoemde doelstelling te bereiken wordt uit de
middelen van de roeiafdeling jaarlijks een zodanig bedrag gereserveerd dat in
het verwachte investeringsjaar voldoende middelen aanwezig zullen zijn voor het
vervangen of renoveren van de botenloods, trap en vlotten, en verbetering van
de vloot.
Het afdelingsbestuur zal jaarlijks overleg voeren over het de te verwachten
investeringen. Aan de hand van dit overleg zal worden vastgesteld of het
jaarlijks te reserveren bedrag moet worden aangepast. Dit zal aan de afdelingsvergadering
worden voorgelegd.
Introductie
Artikel 59
Niet leden kunnen zich niet meer dan 4 maal per jaar, mits voldoende bevoegd,
laten introduceren.
Artikel 60
Het lid is verantwoordelijk voor de gedragingen van zijn introducé. Het
afdelingsbestuur kan voor bijzondere gelegenheden het recht van introductie
geheel of gedeeltelijk opheffen.
Artikel 61
Roeiende of sturende introducés moeten de leeftijd van 11 jaar hebben bereikt.
Zij, die als lid zijn geweigerd, opgezegd, ontzet of geschorst, kunnen niet
worden geïntroduceerd.
Artikel 62
Introducés mogen niet alleen roeien, tenzij hiervoor door het afdelingsbestuur
toestemming is verleend.
Kleuren,
kleding en insignes.
Artikel 63

Artikel 64
Artikel 62 zal rechtsgeldig worden na aanname door de afdelingsvergadering van
1 april 1999.
Artikel 65
Het afdelingsbestuur kan bij bepaalde gelegenheden het gebruik van
verenigingsvaartuigen beperken tot personen die de verenigingskleding dragen.
Veiligheid
Artikel 66
Elk lid ontvangt bij aanvang van het lidmaatschap een boekje waarin alle
specifieke regels met betrekking tot het roeien bij Vada en het roeien op de
Rijn zijn opgenomen. In de volgende artikels worden de meest belangrijke regels
omschreven.
Artikel 67
Er mag niet geroeid worden:
Artikel 68
Op de Rijn mag niet geroeid worden:
Artikel 69
Met name in de winterperiode bestaat het gevaar dat in geval van het omslaan
van de boot de roeiers zeer snel onderkoeld kunnen raken. Het bestuur adviseert
de roeiers dan ook ten stelligste om in de winter tijdens het roeien een
(opblaasbaar) zwemvest te dragen. De verantwoordelijkheid voor het dragen van
een zwemvest ligt geheel bij de roeier zelf.
Artikel 70
Stuurlieden:
Slotbepalingen
Artikel
71
Het roeiafdelingsbestuur neemt generlei verantwoordelijkheid op zich voor
voorwerpen, welke dan ook, aan wie dan ook toebehorende, zich waar en hoe dan
ook bevindende in een gebouw van de vereniging, in een haven van de vereniging
of in een vaartuig, noch voor de gedragingen van het personeel of van hen, die
arbeid verrichten ten behoeve van de vereniging.
Artikel 72
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het
afdelingsbestuur.