Vada, 2004

 

 

L’histoire des 8 rameurs     

Frankrijk tocht Josselin Nantes 2004

 

Voor alle foto’s zie: http://thejj.xs4all.nl/Ewald/Frankrijk%202004%20Josselin-Nantes/

 

15 mei 2004 vertrokken we van Vada, 1 uur later dan gepland, omdat Grietje zich verslapen had.

Na een omleiding bij Antwerpen bereikten we de westkust van Frankrijk, in de verte zagen we Mont Michel liggen. De puzzel van Grietje hield ons wel wakker. Onderweg patat gegeten en ijsjes, en na een lange reisdag bereikten we Malestroit.(zo’n 1000 km gereden).

 

 

Onze gîte was het sluiswachters huis van het kanaal Brest-Nantes, dus we zaten goed.

‘s avonds het plaatsje in, waar de cider prima smaakte. Er was een optreden van de plaatselijke muziekvereniging.

 

Zondag 16 mei vertrokken we met de boten naar Josselin, het was wat frisjes, maar het werd al gauw warmer. Het was wel even wennen, al de sluizen, zo’n 10, op zich hoefden we niet lang te wachten voordat we er door konden, maar het kost toch wel tijd, handig dat de riggers omhoog kunnen.

Onderweg hebben we bij de bakker taartjes gekocht en opgegeten in het plaatselijk café.

Na Roc St André kwam de walploeg, Han en Liesbeth, ons tegemoet en roeiden we naar onze gîte.  Ruim 20 km geroeid. Het was feest in het dorp, we werden onthaald met muziek en het leek wel of niemand ooit een roeiboot had gezien, iedereen bleef kijken, vooral toen we door de sluis gingen.

‘s Avonds maar eens uit eten in een Italiaans restaurant.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Maandag 17 mei.

Handig om vanuit de gîte te kunnen vertrekken.

Bij één was de sluizen stond een hond zo hard te blaffen, dat we dachten dat hij mee wilde, maar wat bleek, wij mochten niet aan zijn touw komen, het was zijn taak het touw in te halen, handig zo’n eclu chien. Al roeiend zie je wat de Europese Unie met ons geld doet, de kanten versterken met metalen beschoeiing en de overtollige struiken en bomen weghalen. Het wordt er niet mooier op. In de buurt van Peillac beëindigden we onze tocht van 20 km. Omdat we niet veel geroeid hadden zijn we nog even naar het strand geweest, het water was erg koud. Overal zie je hier megalieten, net als bij ons de hunebedden.

Na deze dag genoten we van het heerlijke eten, dat Grietje en Beta hadden gekookt.

 

 

Disdag 18 mei.

Peillac- Redon.

Het werd steeds warmer en de zon was erg fel, de rode armen en benen werden afgedekt om niet verder te verbranden.

Afgeweken van het kanaal, koffie gedronken en gepicknickt in Glénac. We werden onthaald door honderden kikkers, reigers hadden hier voldoende te eten.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Halverwege roeiden we door een mooi rotsachtig gebied, waar mensen aan het klimmen waren. Het was een vermoeiende dag, maar wel erg afwisselend, van een recht kanaal tot open water. Bij de roeivereniging in Redon, waar we de boten achterlieten, was verder niemand aanwezig.

Onze volgende overnachtingplaats was een luxe gîte, “La Riviere Blanche” in Guenrouet, met eigen woonkamer, keuken en een erg ruime tuin met schapen, honden en kippen. Een klok hadden we niet nodig, de koekoek was duidelijk aanwezig.

We hebben ons maar laten verwennen met krabsalade, kip, kaas en taart. Het dorpje bleek te ver te zijn om nog te bewandelen in het donker.

 

Woensdag 19 mei.

Vanuit de roeivereniging verder geroeid. Eventjes langs Redon, op de Villaine geroeid.

Aangekomen bij een aanlegsteiger van Guenrouet , na ruim 20 km en een duik in het water, werden  we niet zo vriendelijk verwelkomd door een hond, die niet wilde dat we op zijn terrein kwamen.  Er werd gezegd dat het 30 graden was geweest. Na zo’n dag smaakt een salade met veel groenten wel goed. ‘s Avonds langs het water naar het dorpje. En weer terug met de bus

 

Hemelvaartdag.

Er was speciaal voor Beta taart gekocht door Han, omdat we dit onderweg niet zo vaak meer tegen kwamen.

We gingen nu stroomopwaarts en dat duurde  iets langer in de sluizen. Af en toe hadden ze niet door dat wij er aan kwamen, en dan is een toeter erg handig. Hier pauzeerden ze wel tussen de middag, wat ze in een ander district niet deden. Gelukkig vroegen ze niet meer naar onze zwemvesten, officieel hadden we ze wel om moeten doen. Het was een lange warme dag, we roeiden voorbij Blain, richting Glanet. Ruim 30 km.

 

 

Vrijdag 21 mei.

Veel sluisjes, onderweg gepicknickt

We kwamen uit op een meer, waar het behoorlijk waaide,  even flink doorroeien.

Op de roeivereniging in Sucé sur Erdre  werden we vriendelijk onthaald.

Naar de camping in Nantes, “Le Petit Port”, waar het helaas niet zo rustig was als in de gîtes.

In Nantes crêpes gegeten.

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 


Zaterdag 22 mei.

De laatste roeidag. Nog even richting Nantes geroeid, met een stevige wind. Op de roeivereniging was een open dag, er werd geroeid in allerlei soorten boten, onder andere in een soort boot uit Venetië waar je staande moest roeien, dat bleek nog te zwaar te zijn. Het werd ons afgeraden om door de tunnel te roeien, omdat die zo smal was.

Er staan hier mooie woonkastelen langs de kant, maar het is de vraag of ze allemaal nog bewoond zijn.

Boten schoongemaakt en opgeladen en uitgerust op de camping.

‘s Avonds de stad in, over de Loire,  Algerijns gegeten.

 

Tekstvak:

 

 

Zondag 23 mei.

Na twee onrustige nachten  verlang je weer naar je eigen bed, dus op weg naar Nederland. Het was gelukkig niet heel erg warm en na een korte file (richting Parijs) gingen we de Seine over en waren aan het eind van de middag in België , natuurlijk patat gegeten en om een uur of tien waren we weer bij Vada terug. Het weer in Nederland was frisjes.