Vada Varia, nr. 1 2005

 

 

Ereleden roken niet

 

Het regent positieve reacties op mijn voorstel om auto’s van het VADA-terrein te weren. Ben dus benieuwd wat onze bestuurders ermee doen. Mijn lust en mijn leven; zoeken naar de waarheid. In mijn achterhoofd fragmentarische herinneringen aan de borrelpraat in “Ten Anker”. Nieuwe ereleden; ero’s in modern taalgebruik. Geprobeerd er achter te komen wie die ero’s zijn. De ledenadminis­trateur is een echte bureaucraat. Wilde ze eerst niet noemen; openbaarheid versus privacy. Belde me terug op het nummer van G.B. Rom in zijn administratie en gaf me ze toen. We hebben 12 ero’s. Vorig jaar nog 9! Een van hun is lid van 3 afdelingen. Ja ja, geen contributie hè?


G B Rom


 

Schrikken hoor. Ik ken alle 600 VADA-leden van gezicht op drie na en realiseer me, wetend wie de ereleden zijn, dat er heel vaak 3, 4 en soms vijf van hun op het terrein zijn. Hier geen mysterieuze witte pakken maar een rode overall! Maar niet alleen dat is verdacht. In de herfst vergaderde het bestuur zowat iedere dinsdag. Ik heb ‘t bijgehouden. De banen op, de lanen in; bivakmuts op, de struiken in bij het clubhuis en ongezien goed kijken wat er in “Ten Anker” gebeurt. Leerzaam. Op dinsdagochtenden kwamen ze, de bobo’s. Maar even vóór hen kwamen de ereleden bij elkaar. Ik kan natuurlijk geen namen noemen maar H.d.J., W.v.B. W.v.d.Z. en G.J. (komt wat later) zijn er altijd, P.G. soms. Dat kán toch geen toeval zijn; 4 of 5 van de 12 ereleden die vrijwel iedere dinsdag samenkomen. Die ero’s zitten dan van negen tot tien uur ’s ochtends in het clubhuis met elkaar te overleggen. Wel met wat van die lui van de werkploeg er bij. Maar dat is camouflage hoor; die timmermannen drinken alleen koffie voor ze gaan timmeren, niet wetend dat er meer boven hun hoofd hangt dan de rook van hun sjekkies.

 

Even voor tienen druppelden de bestuursjongens binnen. Allemaal mannetjes, geen een vrouw. Meestal eerst J.D. met de hem zo eigen besluitvaardige blik en per auto. Die ging er wel eens even bij zitten, bij die ero’s. Maar het ge­sprek verstomde dan meestal. Dan taaide J.D. af naar de bestuurskamer. Even later kwam meestal J.H.,met zijn spreekwoordelijke vriendelijke uitstraling. Zit meer achter hoor. Hij komt meestal wel keurig op de fiets. Dan die penningmeester, die G.K. Die zag je in z’n auto al bedenken hoe hij deze keer de daad bij z’n naam wilde voegen en de kraan dicht zou houwen. De secretaris, T.H., was er vaak niet. Maar kijk uit met hem. In de vorige VADA-Varia zat ie eerst te beweren dat hij mij was en trok dat toen weer in. Onbetrouwbaar? Heeft ie genoeg van z’n fiets? Zou me niks verbazen als ie intussen met de gemeente aan het soebatten is. Passantenhaven en zo. Zie je ’t voor je, TREM, “Toon’s Rhine Entertainment & Marine Centre”. Hij wil natuurlijk de secretaris ‘haven’ achterna. Die is ook al een bioscoop voor zichzelf begonnen. Havenleden wetent; zien en gezien worden daar. Anders kun je je ligplaats ook wel vergeten.

 

Om tien uur gingen die bobo’s altijd vergaderen. Jaja, vergaderen. Slijmen met de ero’s zal je bedoelen. Je hoort er ze nooit openlijk over. Ik ben onpartijdig en geef m’n bewijzen niet uit handen maar eh… als je tussen 10 en 12 uur op de dinsdagen door de ruitjes de bestuurskamer in keek zag je zelf wat er gebeurde. W.v.d.Z., afgevaardigd door dat vooroverleg van ereleden en kennelijk de hardste onderhandelaar en snelste prater, zat dan te vertellen wat de ereleden eisten. Die bestuursjongens knikten alleen maar. Logisch. Die durfden geen nee te zeggen; W.’s woord is als zijn zijkniptang; onherroepelijk; eenmaal geknipt is altijd korter.

 

Nou. Het resultaat zie je. Al die ellende, al die modder, die rotzooi op het terrein, die loopgraven, dat lawaai… Een rookgordijn was het. We zijn belazerd hoor. Wij maar denken dat het ging om riolering, om drinkwater, om een betere aansluiting op het openbare gas- en elektriciteitsnet. Mooi niet. Tenslotte kwam de aap uit de mouw. Vooral die nieuwe ereleden hebben gewoon een hekel aan rokers. Kijk maar; W.v.d.Z., roker? Nee hoor. G.J., roker? Nee hoor. H.d.J., roker? Nee hoor. P.G., roker? Nee hoor. W.v.B., roker? Nee hoor.

 

Ik vind het schandalig. Ik eis

1                    dat het bestuur opening van zaken geeft. Zijn zij op onoirbare wijze onder druk gezet door het college van ereleden? Zo ja, hoe? Zo nee waarom niet?

2                    duidelijkheid. Zijn deze ereleden-met-de-rode-overall solidair met de andere ereleden. Handelen ze ook namens hen? Worden die andere ero’s op de hoogte gehouden? Spelen die een rol? Zo neen waarom niet? Zo ja, welke?

3                    dat het bestuur zich eens gaat bezighouden met werkelijk belangrijke zaken. Waarom heeft het bestuur zich zo intensief bezig gehouden met de anti-rook lobby van de ereleden en horen wij nauwelijks ooit wat over de riolering, water etc.?

4                    dat de kat op het spek wordt gebonden. Anders gezegd dat de, naast de al gehonoreerde ereleden, meest gewaardeerde verschijning van het VADA-terrein, de kat van Kilo, zo spoedig mogelijk tot erelid wordt benoemd. Aangezien dit aanstaand erelid zelf niet contributieplichtig is lijkt het redelijk het contributievoordeel aan zijn beschermheer, Kilo, te laten toevallen. Daarmee kan hij een deel van de cursuskosten ‘creatief met geiten’ voor katten[1] dekken.

 

Waarom toch dit verstikkende anti-rook klimaat. Maar wij zijn niet gek; de ero’s zijn zeker bang dat hun eer in rook opgaat. Bah, waarom steeds weer dat vuurtje oprakelen, steeds weer opnieuw rooksignalen afgeven. Als ze maar weten dat ze met vuur spelen als ze ons daarvan de sigaar laten worden. Dan zullen ze een zware pijp roken en zijn ze er gloeiend bij. Stank voor dank kunnen ze krijgen. Want wij hebben er tabak van. Om steeds weer onder vuur te worden genomen. Dit is toch niet te pruimen? Van een beetje rook ga je echt niet de pijp uit hoor. We zullen als rokers dit bestuur in vlammende betogen het vuur na aan de schenen leggen; de vonken zullen er af vliegen. Wij wensen niet langer gebrandmerkt te worden als de bad boys. Ontkennen helpt niet langer; waar rook is is vuur. We hebben genoeg van de rookgordijnen die het bestuur voor ons optrekt. We branden van verlangen om ons gelijk gloedvol te bewijzen.

Terugdraaien die maatregel. Anders krijgen de bestuurders een sigaar uit eigen doos zodat ze vroeg of laat de pijp aan Maarten zullen moeten geven en de plaat moeten poetsen. Dan hebben ze alle huisjes achter zich verbrand. Wie z’n billen brandt moet op de blaren zitten. Wij hebben meer ijzers in het vuur. Uitroken dat rookverbod, te vuur en te zwaard. Desnoods met de tactiek van de verschroeide aarde. Per slot van rekening is eigen haard goud waard. Niet alleen voor pijprokers. Met ons valt te praten hoor. Wij staan in vuur en vlam bij de gedachte aan een clubhuis waar ook de niet-rokers hun gang kunnen gaan en gezellig een paar uurtjes kunnen komen niet-roken. We zullen ons de longen uit het lijf lopen en desnoods roken voor een goed overlegklimaat. Tot de laatste ademtocht.

 

Ik heb gezegd.

 

G.B. Rom.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Zie hiervoor mijn analyse en voorstel in VADA-Varia 5, 2004