|
|
De Schaal van Beaufort
Admiraal Beaufort
De in Ierland geboren schout bij
nacht Sir Francis Beaufort (1774-1857) is bekend om
zijn windschaal. Beaufort bedacht de schaal al in 1805. Tussen 1831 en 1835
werd de windschaal officieel gebruikt tijdens de Beagle-expeditie
en was verplicht sinds 1838 op all
Captains and Commanding Officers
of Her Majesty's Ships
and Vessels.
Het had weinig gescheeld of de
windschaal had niet bestaan. In 1795 was Beaufort als jonge officier
bijna verdronken in de haven van Portsmouth. De bijna-dood ervaring daagde hem
uit tot zijn latere prestaties, waaronder de uitwerking van de windschaal.
Beaufort baseerde de windkracht op de hoeveelheid zeil die een groot schip
kon voeren bij een zwakke bries, storm of orkaan. De winddruk werd uitgedrukt
in kilogram per vierkante meter. De schaal geldt dus voor de druk van de
wind. Beaufort was de eerste die orde in de chaos bracht: tot rond 1840
hanteerden zeelieden hun eigen aanduidingen voor de windkracht, die van vader
op zoon werden overgeleverd.
In de jaren veertig van de 19e eeuw kreeg Beaufort
bekendheid met zijn windschaal, maar het duurde het tot 1873 voor die
internationaal aanvaard werd. Beaufort heeft dat zelf niet meer meegemaakt en
geen weet gehad van het belang van zijn vondst. Tegenwoordig is de schaal van
Beaufort een uitgebreide dertiendelige schaal met de gevolgen van wind op zee
en boven land. Rond 1900 beschreef admiraal William Peterson
de gevolgen van de wind boven zee, zoals korte kleine golven bij een zwakke
wind van windkracht 2, hoge golven met zware schuimstrepen bij storm,
windkracht negen en een lucht vol schuim en verwaaid
zeewater bij orkaankracht 12.
In 1906 werd vastgesteld bij welke gemiddelde
windsnelheid (gemiddeld over tien minuten) de twaalf zeetoestands-klassen
behoren. Later zijn beschrijvingen toegevoegd van de gevolgen van de wind
boven land. Zo kennen we tegenwoordig de schaal van Beaufort als een
windschaal die aangeeft dat bij windkracht 5 bebladerde
takken zwaaien en bij windkracht 8 twijgjes afbreken en lopen lastig is. Bij
windkracht 10, een zware storm, worden bomen ontworteld en kracht 11, een
zeer zware storm, leidt tot zware schade in steden en bossen.
Tegenwoordig bestaan er ook biologische windschalen
voor de invloed van de wind op dieren en planten, uitgewerkt door de Engelse
bioloog Lyall Watson. Bij windstilte bijvoorbeeld
zijn alle vogels in de weer, maar bij windkracht 9 wagen alleen zwaluwen en
eenden zich in de lucht en blijven insecten aan de grond. Vanaf windkracht 10
blijven alle vogels aan de grond.
Schout-bij-Nacht
Sir Francis Beaufort
(1774-1857) heeft als kommandant van de Woolwich in 1806 de schaal bedacht die naar hem
genoemd is. Tegenwoordig lijkt het net alsof de schaal bestaat uit
windsnelheden, die een nummer en een naam hebben gekregen. Niets is echter
minder waar.
In Beaufort's
schaal ( de eerste twee kolommen ) is helemaal geen sprake van windsnelheden.
De schaal beschrijft het gedrag van een volschip, zeilend aan de wind. De
waarden 0 t/m 4 vertellen iets over de vaart die het schip maakt door het
water, alle zeilen zijn dan bijgezet. Bij de waarden 5 t/m 9 wordt telkens
weer zeil weggenomen. En van 10 t/m 12 hebben we het over overleven.
De Britse Marine stelde het gebruik
van Beaufort's schaal verplicht in 1838. Maar
waarnemers ver van zee, die zelfs nooit de zee gezien hadden, konden hier
natuurlijk niet mee uit de voeten. Toen de windmeter was bedacht, waarmee het
aantal omwentelingen werd gerelateerd aan de windsnelheid, kon in principe de
schaal zoals wij die nu kennen worden opgesteld. Toch heeft het nog tot 1926
geduurd voordat daar afspraken over waren gemaakt. Toen voeren er al vrijwel
geen volschepen meer! De Duitse kapitein op de grote vaart Peter Petersen
heeft de equivalente schaal voor het zeeoppervlak ontwikkeld. Deze wordt nu
vaak gebruikt voor de beschrijving van de verschillende waarden en aangeduid
met de schaal van Beaufort.
|
schaal
van Beaufort
(alleen voor volschepen)
|
windsnelheid
|
omschrijving
volgens KNMI
|
schaal
van Petersen
zeeoppervlak
plaatjes
|
|
wind-
kracht
|
omschrijving
aan de wind
|
knoop
|
m/s
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0
|
we maken geen vaart
|
0- 1
|
0.0- 0.2
|
windstil
|
spiegelgladde
zee
|
|
1
|
het schip stuurt
|
1- 3
|
0.3- 1.5
|
zwakke wind
|
kleine
golfjes,die de zee een geschubd aanzicht geven
|
|
2
|
we lopen een tot twee knopen
|
4- 6
|
1.6- 3.3
|
zwakke wind
|
kleine,
korte golven met glasachtig aanzicht
|
|
3
|
we lopen twee tot vier knopen
|
7-10
|
3.4- 5.4
|
matige wind
|
kleine
golven, ze beginnen te breken, de eerste schuimkopjes
|
|
4
|
we lopen vier tot zes knopen
|
11-15
|
5.5- 7.9
|
matige wind
|
kleine
langer wordende golven. Schuimkoppen komen nu vrij veel voor.
|
|
5
|
bovenbramzeil neer
|
16-21
|
8.0-10.7
|
vrij krachtige wind
|
matige
golven,van grotere lengte.overal
schuimkoppen met hier en daar opwaaiend schuim.
|
|
6
|
mars en bramzeil gereefd
|
22-27
|
10.8-13.8
|
krachtige wind
|
er komen
grotere golven, de brekende koppen doen overal grote witte schuimplekken
ontstaan, opwaaiend schuim komt vrij veelvuldig voor.
|
|
7
|
mars dubbel gereefd
|
28-33
|
13.9-17.1
|
harde wind
|
de golven
worden hoger, het witte schuim begint zich als strepen in de richting van
de wind te ontwikkelen.
|
|
8
|
mars drie keer gereefd
|
34-40
|
17.2-20.7
|
stormachtige wind
|
matig hoge
golven, met aanmerkelijke kamlengte, toppen waaien af en vormen goed
ontwikkelde schuimstrepen in de richting van de wind.
|
|
9
|
mars dichtgereefd
|
41-47
|
20.8-24.4
|
storm
|
hoge golven,
zware strepen schuim, rollers beginnen zich te vormen, het zicht kan door
verwaaid schuim worden beïnvloed
|
|
10
|
grootzeil dicht gereefd
|
48-55
|
24.5-28.4
|
zware storm
|
zeer hoge golven met lange overstortende
golfkammen, grote oppervlakken schuim: de zee krijgt een wit aanzicht;
zware overslaande rollers, verwaaid schuim vermindert het zicht.
|
|
11
|
alleen stormstagzeilen
|
56-63
|
28.5-32.6
|
zeer zware storm
|
buitengewoon
hoge golven, de zee is geheel bedekt met lange schuimstrepen, de randen van
de golfkammen verwaaien overal,het zicht is sterk
verminderd.
|
|
12
|
geen zeil kan gevoerd worden
|
64+
|
32.7+
|
orkaan
|
de lucht is
met schuim en verwaaid zeewater gevuld,de zee is
volkomen wit, zicht op enige afstand bestaat niet meer.
|
‘Oude’
schaal van Beaufort (1805)
Windkracht schatting aan de hand van de gevoerde
zeilen van het schip
Onderstaande Beaufort schaal beschrijft het gedrag
van een volschip, zeilend aan de wind. De waarden 0 t/m 4 zeggen iets over de
vaart van het schip door het water. Alle zeilen zijn dan bijgezet. Bij de
waarden 5 t/m 11 is telkens zeil weggenomen. Vanaf schaalnummer 10 was er
sprake van overleven.
|
Beaufort
Schaalnummer
|
Zeilvoering
Omschrijving
|
Wind
Naam
|
|
0
|
Ruimschoots; Geen vaart
|
Slecht water; Stil
|
|
1
|
Ruimschoots; Er is stuur in het schip
|
Flauw stuur; Flauwe koelte
|
|
2
|
Ruimschoots; 1 tot 2 mijls
vaart
|
Labber koelte
|
|
3
|
Ruimschoots; 3 tot 4 mijls
vaart
|
Topzeils koelte
|
|
4
|
Ruimschoots; 5 tot 6 mijls
vaart
|
Bramzijls koelte
|
|
5
|
Vol en Bij; met bovenbramzeils
|
Stijve bramzeils koelte
|
|
6
|
Vol en Bij; met onderbramzeils
en 1 rif in de marszeils
|
Marszeils koelte
|
|
7
|
Vol en Bij; geen bramzeils; 2
reven in de marszeils
|
Stijve marszeils koelte
|
|
8
|
Vol en Bij; geen bramzeils; 3
reven in de marszeils
|
Dicht gereefde marszeils
koelte
|
|
9
|
Vol en Bij; dicht gereefde marszeils
met onderzeilen
|
Onderzeils koelte
|
|
10
|
Dicht gereefd onderzeil en gereefde fok
|
Gereefde onderzeils koelte
|
|
11
|
Alleen storm stagzeil
|
Storm
|
|
12
|
Zeilen waaien uit de lijken
|
Orkaan
|
|