Vada Varia, nr. 1 2008

 

 

Over Tschaikowski, stront en een zeilrace

 

Wij hebben nog een TV die we met recht kunnen aanduiden als “de buis”. Niet zo’n modern ding dus dat weliswaar blijk geeft van commerciële harmonie tussen de uiterlijke vorm en de kwaliteit van wat er voor de meesten op te zien is, plat vermaak, maar nog niet de uitstraling en traditie heeft die een bijnaam rechtvaardigt. Op die buis zag ik de uitvoering van het ballet ‘Het Zwanenmeer’. Heerlijke, licht verteerbare muziek van Tschaikowski en een oogstrelende choreografie. Inmiddels helaas volledig doodgemusiceerd en -gedanst en zowat alleen nog passend in het uitgeperste rijtje André Rieu, de drie tenoren, Frits en André Barend-Hazes, Für Elise en het Nieuwjaarsconcert.


door G B Rom


 

Pjötr Iljitsch was in zijn tijd niet dik met de Tsaar. Maar als hij geweten zou hebben dat zijn werk ’n eeuw of anderhalf na zijn schepping ’s nachts pas na twaalven in programma’s als “Kunst omdat het moet” op de Nederlandse TV mag worden uitgezon­den… om kijkcijfers op normale tijden niet te verzieken … dan zou hij wellicht de aars van de programma­lei­ding verkozen hebben boven Tsaars aars als houder voor zijn snijdende pen.


Als kind zag ik dat ballet ook al eens. Zo mooi, zo schoon, zo lieflijk waren die danseres­sen. Net taartjes. Ondenkbaar dat zoiets moois en edels ooit geassocieerd kon worden met lelijk, met vies, met stinken, met poep. Nee, als kleuter wist ik ‘t zeker; mooi kon niet vies zijn; lekker was ook mooi. Met mijn ouders sprak ik dáárover niet. Nee, dat was mijn wereld, mijn weten. Het stond als een paal boven water; zulke ballerina’s, net als prinsessen en engelen, zulke mooie suikerzoete wezentjes, zouden absoluut nooit vieze dingen doen zoals gewone stervelingen als ik dat op de ple en zo deden. Nee, hun wereld bestond alleen maar uit chocola, slagroom en marsepein. Oh, als mijn moeder ooit eens zo de “pas de deux” danste (met …?) in plaats van andijvie voor ons te koken …

 

Maar ja. Je wordt een dagje ouder. Ik hoorde ‘n kind van 4 eens tegen ’n ander kind, amper anderhalf jaar ouder, met ’n blik vol bewondering zeggen: “Jij weet alles al hè?” Mijn twijfels waren er rond die tijd ook al en groeiden. De pubertijd leverde stevige confrontaties op met m’n geloof, m’n hoop en m’n liefdes. Gedachten over ballerina’s en prinsessen waren inmiddels in een totaal ander spanningsveld beland. Met wat minder passie voor prinsessen maar zeker zoveel als eerst voor die bloedmooie danseressen. De slagroom van voorheen maakte plaats voor andere begeerlijkheden. Gelukkig maar. Ook wel jammer. Wat een zaligheid, het dromen van een kind; die romantische fantasiewereld waarin schijn en werkelijkheid, vies en lekker, goed en slecht, vervelend en fijn, mooi en lelijk, waar en onwaar nog zo onbevangen met elkaar de strijd aangaan.

 

En onze leefwereld dan? Hoe zit het bij VADA, met die tegenstellingen? Of… zijn er geen innerlijke tegenstellingen? Wat dacht u ervan in de volgende statements?

 

-                      Jouw boot is zo lelijk dat het leuk is naast je te liggen.

-                      Heerlijk, we hebben ons het snot voor de ogen geroeid.

-                      Met een dergelijk scherm, zo geplaatst, hebben we in Ten Anker een mooie scheiding tussen clubhuis en bargedeelte.

-                      Op het haventerrein van onze watersportvereniging moeten de boten in het voorjaar weg om ruimte te maken voor auto’s.

-                      Onze fietsenstalling is niet overdekt.

-                      Wat een mooie auto.

-                      Dat is nou echt een onsportieve zeiler.

-                      We hebben best goed sanitair maar het stinkt er vaak wel.

-                      Wat vreselijk leuk staat jou die broekrok.

 

Die laatste vind ik de interessantste. Twee tegenstellingen in 7 woorden. De eerste, vreselijk en leuk snapt iedereen. In dit geval geboren uit taalarmoede; een eigentijdse maar barbaarse versterking van leuk, dat bijwoord ‘vreselijk’. En dan die tweede; leuk en broekrok! Als u die niet snapt, … eh  Ja. Dan eh … moet je … , is het goed om eh … misschien eens te eh … praten met eh  Ach,eh, laat maar. Is ook niet belangrijk.

 

Terug naar mooi, lelijk, vies en lekker. Hoe mooi kan iets zijn wat heel vies lijkt? Het omgekeerde van de eerste gedachten hierboven. Een voorbeeld daarvan kan je ieder jaar zo rond de herfstvakantie zien of bijwonen. Een zeilrace met geladen tjalken en skûtsjes die begint in Workum. Bij de start is hulp van mensen die op de oevers meeduwen toegestaan. Er mag geboomd en gejaagd worden. Ze moeten het IJsselmeer over en verder naar Warmond in de Bollenstreek. Daar wordt de lading - jawel, stront - gelost en moeten ze meteen op weg terug naar Workum. In één ruk, zonder verdeling in etappes. Alleen in Amsterdam mogen ze even “op stoom” varen. Zeker bij tegen zittende wind, als er veel geboomd en gejaagd moet worden is ‘t een ware uitputtingsslag. “De Strontrace” heet dit evenement. Klinkt vies. Maar het is een snoepje (lekker), een pareltje (mooi) in het geheel van vaderlandse zeilevenementen (waar of onwaar?). Nog eens wat anders dan een uurtje peddelen op de Rijn in een sexy T-shirt, een mandarijntje, een flesje water en een spuitbusje deo bij de hand (waar of onwaar?)

 

Tegelijk met die Strontrace houden ze in Workum het Internationale Shantyfestival. Is dat niet een van de dingen waar VADA groot in is? Iets voor Jos Hehenkamp met zijn gang?

 

G.B. Rom

 

GBRom@kpnplanet.nl