|
|
Vada Varia, nr. 1, maart 2009
|
|
|
Vaarbelasting of recreatiebijdrage Ik mag graag ‘ns
kijken naar het jeugdjournaal. Daar, afgelopen zaterdag 31 In een bijlage van NRC-Handelsblad datzelfde weekend de voor mij nieuwe term
“Gucci-kapitalisme”. Weliswaar over het einde
daarvan. Maar toch; soms vallen dingen mooi. door G B Rom Voor de interne verhoudingen binnen onze vereniging is er
nieuws. Voor alle VADA-leden goed te weten: de
havenleden hebben een nieuwe vi Misschien kan dat, zo moet Mevrouw Gerda Verburg, onze
(CDA) minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gedacht
hebben. Zij stelde in september vorig jaar een “Taskforce Versterking Recreatietoervaart” in. Voorzitter
was D. Gabor en hij kreeg als opdracht te
onderzoeken of een technische en bestuurlijke bijdrage van de watersport aan
de recreatievoorzieningen mogelijk is. Inmiddels
heeft de commissie haar conclusies en suggesties gepubliceerd. Met de volgende
aanbevelingen: maak een potje met geld (het z.g.
“Blauwfonds”) waaruit knelpunten in de toervaart en de waterrecreatie worden
opgelost, de kleine waterrecreatie wordt gestimuleerd, de vaarveiligheid
wordt bevorderd en milieumaatregelen kunnen worden getroffen. Uit die pot
moeten naast het afschaffen of beperken van dingen als brug- en sluisgeld dus
verbeteringen voor de waterrecreant worden gefinancierd. Het fonds moet z’n geld krijgen door boten met een oppervlak van meer dan
10 m2 een bijdrage op te leggen van € 8 per m2. Het
gaat om zo’n 300.000 van de in totaal 500.000 bootjes. Voor een VADA-modaal motorbootje van 8 bij 3 meter is dat dus €
192 per jaar. Roeiers en kanoërs betalen niks, die
zijn kleiner dan 10 m2. Wat de vorm betreft: door de commissie
wordt gedacht aan een jaarlijks te “verkrijgen” sticker. Overigens lekte een
paar weken eerder ideeën uit om alle boten te gaan registreren. Niet alleen,
zoals nu, de snelle motorboten. Als dat waar zou zijn … als alle bootbezitters
met naam en toenaam open en bloot in een register komen … Maar goed. Het geld van de bootjesmensen komt dus niet in
de pot van Bos; de commissie stelt ook voor om de betrokken
watersportorganisaties dat “Blauwfonds” te laten beheren. Maar, hoe je het
ook wendt of keert: het zal voor de meeste bootjesmensen in ieder geval een
lastenverzwáring zijn. Wel degelijk gevoeld als een
soort vaarbelasting dus. En dus gefundenes Fressen voor een “diepgaande” evaluatie door de
volksmond. Als eerste natuurlijk de bewering, met verontwaardiging in de
ondertoon, dat de overheid de boot als nieuwe melkkoe ziet. Alsof iemand dat
ontkent. Niks geheims aan.
Dat is nou eenmaal het kenmerk van een belasting; ’n melkkoetje bedenken om
aan wat extra geld te komen. In dit geval is het trouwens niet eens een
“normale” belasting; een betaling aan de overheid zonder een directe tegenprestatie.
Want als het aan de commissie ligt is het een betaling aan een potje waaruit
verbeteringen voor de watersporters zelf betaald worden en nota bene beheerd
wordt door de watersportorganisaties. Negatief geformuleerd is het wel “een
sigaar uit eigen doos”. Je moet ‘m betalen maar mag ‘m ook zelf oproken. Pas
vervelend als je niet van sigaren houdt, als die verbeteringen in de waterrecreatie
voor jou niet hadden gehoeven, als jij maar twee keer per jaar 3 euro in het
klompje bij een brug hoefde te stoppen of je boot alleen maar het hele jaar
in de haven laat liggen om er biertjes te drinken. Maar ook niet zo
gemakkelijk er echt tegen te zijn; ga dat eens open en eerlijk
verkopen: “Wij, bootjesmensen vinden dat de extra uitgaven voor onze hobby
moeten worden betaald door iedereen en er niet een extra bijdrage mag worden
gevraagd van ons bootjesmensen. Want wij betalen al genoeg.” Toch is dat zo’n beetje de strekking van het protest tot nu toe. En onze watersportorganisaties? De ANWB, indertijd erkend
tegenstander van invoering van een vaarbelasting is het nu “op hoofdlijnen
eens met het advies van de commissie Gabor”. Dat wordt
ze door (een deel van) de achterban niet in dank afgenomen. Die mort. Het Watersportverbond is voorzichtig; gaat overleggen met
de achterban en “is geen voorstander van een bijdrage, tenzij: ….”. En bij dat tenzij staat als eerste: “alle gebruikers
van het water bijdragen aan het gebruik van het water.” Het soort
duidelijkheid dat uitmunt in onduidelijkheid, de boot afhoudt en onvruchtbare
fierheid ten toon spreidt; de gedachte dat in het huidige economische klimaat
de beroepsvaart ook maar één cent zou gaan bijdragen aan voorzieningen die
primair voor de recreant worden getroffen. Wij,
waterrecreanten zijn nu aan bod. De botte platgetreden retoriek dendert via
het internet al binnen. Boze brieven, petities, kankeren op onze regering, en
op die rooien natuurlijk, waar het uiteraard allemaal vandaan komt, “die ons
onze hobby misgunnen” waardoor “voor ons het varen onbetaalbaar wordt gemaakt
en we onze boot zullen moeten verkopen”. Tja, dat is natuurlijk nu helemaal
zuur. Want die raak je met die vaarbelasting helemáál niet meer kwijt. Wie
wil er nog een boot met die vaarbelasting? Hooguit die Duitsers misschien die
op “ons water” varen. Want die zullen wel weer niks
hoeven te betalen. Ja. Het zal stil worden op het water. De commissie
havenkom kan haar werk opnieuw gaan doen; de afdeling haven zal aanzienlijk
kleiner worden. Van onze oppositieleider (te rechter zijde) zou ik me, zijn
stijl in acht nemend, een reactie kunnen voorstellen in de geest van: “Schokkend te horen dat dit kabinet na alle lastenverzwaringen die ze al hebben
doorgevoerd nu ook nog eens die hardwerkende
watersporters die hun zuurverdiende
vakantiegeld …” Wordt het een lange hete zomer? Het nieuws is vers. Ieders
mening moet zich nog verder vormen. Misschien ben ik ook ooit nog eens tegen.
Hoe dan ook; spijtig als ik meer moet gaan betalen. Maar ja, in alle
eerlijkheid … ik heb me al zó vaak verbaasd geen rekening te krijgen nadat ik
in een grote binnenvaartsluis als Amerongen of Hagestein
weer eens in mijn dooie uppie of met een of twee andere plezierjachtjes was geschut.
Of als ik in de avond met mijn boot onder de Erasmusbrug
doorvoer die voor mij alleen draaide en het Rotterdamse verkeer een minuut of
zeven alleen voor mij en de mijnen stop zette. Dát was genieten. Dáár zou ik
een flink bedrag aan vaarbelasting voor over gehad hebben. Overigens is mijn
poging te relativeren een slagje anders dan van dat Gucci-meisje:
5000 euro is me veel en veel teveel! GB Rom. gbrom@kpnplanet.nl |