|
|
Vada Varia, nr. 1, maart 2009 |
|
|
Spelregels op het water Pieter
Augustinus
Binnenvaartschepen, motorkruisers, zeilboten,
roeiboten, kano’s, waterscooters, zeilplanken – allemaal zijn wij schepen, en
allemaal zitten wij op, het water. De
jachthaven, het kanaal, de haven, de Rijn – wij moeten het er allemaal mee
doen. Wij zitten allemaal in hetzelfde vaarwater. Niemand wil een ongeluk
krijgen. Dus willen wij allemaal veilig varen. Dat kunnen wij alleen maar
samen. Om ons daarbij te helpen zijn er spelregels. Degenen die het klein vaarbewijs hebben die regels al geleerd. Maar het
vaarbewijs is niet verplicht voor schepen die niet langer zijn dan Voor ieder vaarwater gelden verkeersregels, maar
die zijn niet voor alle wateren hetzelfde. Zo geldt
voor de meeste wateren in Nederland het Binnenvaart Politie
Reglement (BPR) maar voor de Rijn het Rijnvaartpolitiereglement (RPR). Wij van
Vada hebben dus het meest te maken met de RPR, maar
als we een tocht naar een ander water maken kunnen we met een ander reglement
te maken krijgen. Alle reglementen vind je in de wateralmanak, die ieder jaar
door de ANWB wordt uitgegeven. Het kan voor ons niet moeilijk zijn zo’n reglement in handen te krijgen: ieder schip, behalve “kleine
open schepen” (roeiboten, zeilboten zonder kajuit, zeilplanken en kano’s),
moeten een bijgewerkt exemplaar van deze reglementen aan boord hebben. Er
moeten er dus heel wat in de haven zijn. Ieder schip (zelfs een kano of een zeilplank!)
heeft één schipper. Die schipper is de baas van het schip, en
verantwoordelijk voor de naleving van de regels. Hij mag wel een ander laten
sturen (mits hij onmiddellijk kan ingrijpen als er wat mis gaat), maar hij
blijft ook dan verantwoordelijk. Daar staat tegenover dat de overige
bemanningsleden moeten doen wat de schipper zegt. Voordat je uitvaart moet je
dus goed afspreken wie de schipper is. De voornaamste regel, die voor alle reglementen
geldt, is dat de schipper “alle
voorzorgsmaatregelen moet nemen die volgens goed zeemanschap of door de
omstandigheden waarin het schip zich bevindt worden geboden, teneinde met name te voorkomen dat a.
het leven van personen in gevaar wordt gebracht b.
schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende
voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van
welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden c.
de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar
wordt gebracht” De schipper moet daarvoor zo nodig zelfs van de
bepalingen van de reglementen afwijken! Vrij vertaald betekent dat je altijd zo moet varen
dat je ongelukken voorkomt en andere schepen niet hindert. De voornaamste voorrangsregels die voor ons op de
Rijn gelden zijn: ·
Kleine schepen moeten grote schepen (beroepsvaart en langer dan 20m.)
ruimte geven om zijn koers te vervolgen en te manoeuvreren. ·
Schepen vanuit een nevenvaarwater mogen schepen op een hoofdvaarwater
niet hinderen (dus: vanuit de jachthaven wachten op schepen op het kanaal, en
vanuit het kanaal wachten op schepen op de Rijn) ·
Alle kleine schepen moeten wijken voor een klein schip dat strak zijn
stuurboordwal houdt. Dat schip moet zoveel mogelijk zijn koers en vaart
vervolgen. Dus ook bij kruisende zeilboten
. ·
Roeiboten wijken voor zeilboten, motorboten wijken voor roeiboten en
zeilboten ·
Als twee schepen waarvan geen voor de ander moet wijken recht op
elkaar insturen moeten beiden naar stuurboord wijken, zodat ze elkaar
bakboord op bakboord passeren. ·
Uitzondering: een groot schip dat naast de stuurhut een vierkant
blauw bord met een wit flikkerlicht in het midden voert geeft daarmee aan dat
hij voor een tegemoetkomend schip aan stuurboord ruimte vrijlaat. Beide
schepen varen dan aan hun bakboordwal. Eigenlijk is dat helemaal niet zo veel om te
onthouden. En het is nog best logisch ook Als je maar blijft opletten en je
gezond verstand gebruikt kom je een heel eind. Maar: ik heb mij hier beperkt tot te voornaamste
regels die wij bij het varen op de Rijn en onze haven zullen tegenkomen. Er
zijn echter veel meer regels, zowel in het RPR als in het BPR.
Wat moet je bijvoorbeeld doen bij bruggen, sluizen of versmallingen? Als je
tochten wilt gaan maken voorbij Driel en Amerongen
zou ik toch maar de wateralmanak en/of het cursusboek Klein Vaarbewijs gaan
lezen. Pieter Augustinus
|
|
|
NB Noot van het bestuur !!!!! Meldnummer bij
ongewenst vaargedrag !!!!! Dit is nummer Dus zowel schippers van beroeps-
en recreatieschepen, roeiers, kanoërs kunnen melden indien zich ongewenste
situaties op de vaarweg voordoen! De sluismeester neemt de melding aan en zal
vervolgens zorgen dat een dienstdoende mobiel
verkeersleider van een patrouillevaartuig de melding in behandeling neemt. In
eerste instantie zal de nadruk liggen op goede voorlichting en bewustwording
van het gebruik van de vaarweg. RWS zal het komende jaar de
meldingen registreren en kan voor een evaluatie zorgen, die tot betere
afstemming en maatregelen kunnen dienen. Het gaat bij dit nummer dus om
directe opvolging en ingrijpen in gevaarlijk vaargedrag. |