|
|
Vada Varia, nr. 2 2004
|
|
|
Waartoe zijt gij in VADA?
Gelezen, gehoord? Van Aartsen heeft een nieuwe assistent aangetrokken. Voor ideologische ondersteuning. Dhr. Luuk van Middelaar; (voorheen?) filosoof te Brussel. Idee voor VADA? Wij krijgen ook een nieuwe voorzitter en penningmeester? Wie? Voldoen ze aan het anachronisme van deze tijd en zijn ouder dan hun voorgangers, komen ze uit de (pré-)geboortegolf? Wat treffen die nieuwe bestuurders aan? Wat is VADA? Wat bindt ons? Wat ligt in de voerbak van het bestuur en VADA filosoof? G B Rom Een mogelijke analyse: wij, bij VADA, doen wat met water. Wel verder afbakenen; de loodgieter, de toiletjuffrouw en de binnenvaartschipper doen ook wat met water. Die horen er niet bij. Ja. Wij, bij VADA, doen het voor de lol, niet als werk. Maar dat doet zo’n mafkees die een dagje aan het water gaat zitten slapen met een hengel in zijn hand ook. Wij varen, wij …. Stop. Dit is geen analyse. Wordt het ook niet. Zinloos verder te gaan met deze methode van uitsluitende verbijzondering? Varen is niet het enige. Verkeren met soortgenoten, met gelijkgestemden telt ook. En hoe? In ons clubhuis: de open haard met de kanoërs, de bar met havenleden, de grote tafel op zaterdag met roeiers… Verschillende groepen, verschillende gebruiken; bierdrinkers op zaterdag voor enen zijn roeiers. Heel soms met ’n sigaar. In de middag nemen de havenleden het glas over. Vaak met ’n sjekkie… Nee. Het varen is niet een valide criterium. Ik voel met van Aartsen mee. In eerste instantie denkt, hoopt, zegt zijn partijfilosoof natuurlijk te verwachten dat het gemeenschappelijke in die partij van vrijheid en democratie de liberale beginselen zijn. Maar de werkelijkheid in de politiek is minder rechtlijnig. Naast de liberalen in die partij met hun aansprekende ideeën over vrijheid en menselijke ontplooiing lopen er ook lieden rond die de lat van hun idealen niet veel hoger weten te leggen dan het afschaffen van het kwartje van Kok, het betaalbaar houden van de hypotheek of vermijding van alle onheil van deze wereld; het voorkomen van macht door links. Bij veel andere politieke partijen is het al niet anders; Probeer jij je overloopstemmers maar eens te houden als blijkt dat je eigenlijk vaarbelasting wil, niet veel extra wegen wil aanleggen en je nog autoritair gedraagt ook. En die stemmen tellen hoor, meneer Marijnissen.
Bij VADA is het al niet anders. Leden zijn leden. Actieve sporters, recreanten, bootje-knutselaars, bootjeszitters, Ten Anker-eters, -drinkers, -praters en -zuipers, grijze-golf-vrijwilligers, vergaderaars … Wat heeft de een, de zuiver voor lichaamsbeweging roeiende jonge dertiger met sociaal netwerk boordevol ambities gemeen met de zestiger die niet zo’n netwerk heeft maar louter voor besteding van zijn vrije tijd een drijvend paleisje mét koelkast in de haven heeft? Wat bindt het enthousiaste jongetje of meisje dat zeilles krijgt op zaterdag met de nauwelijks of niet meer roeiende veteraan die zeer gewaardeerd lid is en nog af en toe de sfeer komt proeven in “Ten Anker”? Wat bindt de oudere met veel lol werkende “dinsdagwerkploeger” met de jonge drukke kanoër die op de Rijn wegdroomt over de avontuurlijke tocht die hij in de zomer gaat maken tot ‘ie versnelt en z’n kano opstuurt in de hekgolf van een oplopende VADA-genoot met motorboot? Geen antwoord: hooguit die hekgolf als schrale troost voor de dromer. Verder weinig anders dan het bestaan van de vereniging als de maïzena in de “Hollandse Groentensaus”; reuk noch smaak, maar het bindt wel.
Einde verhaal? Cirkelgedachten? Zinloze exercitie? Nee hoor. Er is een vereniging. Weliswaar van zeer ongelijk gestemden. Met continuïteit als (enige?) gemeenschappelijk voordeel en dus cement of fundament van het bouwwerk. Houwen wat we hebben is iets als ‘naar behoefte samen en verder - in positieve zin - ieder voor zich’. Natuurlijk was er bij de oprichting veel meer gemeenschappelijks. Kijk de kronieken er op na. Maar ja, met hoevelen waren “we” toen, waarom richtten we toen de club op? Dingen lopen zoals ze lopen. Terug naar de wortels lukt bij mensen individueel soms. Bij groepen van mensen ontstaat een eigen dynamiek. Maar wel eentje zónder weg terug. Het VADA van nu: een vereniging die individuen en kleinere kernen verenigt en aan hun gerief laat komen. Ieder voor zich, VADA voor ons allen. Te mager deze constatering? Nee hoor. Gelukkig dat we al bestaan en niet hoeven te worden opgericht. Want dan zouden we doelstellingen of andere gemeenschappelijkheden moeten formuleren. Ik moet er niet aan denken. Nog moeilijker dan het inpassen van onze huisnormen in huishoudelijke reglementen.
Nee, voor ‘n VADA-filosoof is er geen werk. VADA is meer dan “Ten Anker” maar ligt wel stevig ten anker. Zorgen voor de staat van de lijnen en de kwaliteit van de ankergrond is een flinke bestuurlijke klus. Ankerop gaan is riskant met 4 totaal verschillende bootjes en één groot anker. Als je elkaar niet bij weet te houden …
G B Rom.
|
|
|
|
|
|
|