|
|
Vada Varia, nr. 2 2004
|
|
|
Een roeister monstert aan op de “Eendracht”
Voor wie het niet weet, de “Eendracht” is een driemast schoener, waarop je kan aanmonsteren als “opstapper”. Eigenaar is de Stichting “Het Zeilend Zeeschip” In de wintermaanden vaart het schip in de buurt van de Canarische eilanden en ‘s zomers komt het naar Nederland . Nu lag het schip in Las Palmas, vlak bij de clipper Stad Amsterdam, een dwars getuigd schip. Een vriend van me vroeg me of ik er iets voor voelde om mee te gaan, wetend dat ik vroeger aan zeezeilen had gedaan. Anneke Wellensiek
’s Avonds gingen we met 8 man onder leiding van de scheepsarts de stad in. Hij was al vele malen mee geweest en kende Gran Canaria goed. Eerst een wijntje onder de sterrenhemel en later naar een restaurant waar we genoten van heerlijke gefrituurde visjes. Het werd een latertje.
Donderdag middag gaan we dan echt weg. Er komt heel wat bij kijken voordat alle zeilen zijn gehesen. Die dag heb ik de hondenwacht, dat betekent dat je om 23.30 uur wordt gepord en om 24.00 uur op de brug wordt verwacht, warme kleren en zwemvest aan.
Ik stuur een half uur, koers 100 graden. .Mijn maag voelt niet helemaal lekker, maar echt zeeziek ben ik niet. Windkracht 5-6 en we maken 7 knopen. Ik zit een tijdje in de stuurhut, bekijk de kaart en de radar of er schepen in de buurt zijn. Ruim 40 jaar geleden volgde ik in Canada een navigatiecursus, één en ander is me niet vreemd. Om 4.00 uur kan ik mijn hut opzoeken, ben koud en moe en val dan ook als een blok in slaap.
Het is 4 uur op en 8 uur af, dat betekent dat ik om 12 uur weer present moet zijn. Ik ben helemaal opgeknapt en van zeeziekte geen spoor. Met ene Jellie, uit mijn wacht, zeer ervaren zeezeilster, heb ik keukendienst. Tafeldekken, antiglijmatjes op de tafel leggen, want zonder dat schuift het hele servies van de tafel. De borden zijn overigens van plastic. Bedienen: wie wil er thee, koffie of melk? Je kan maar met één beker in je hand lopen, want met de andere moet je je staande zien te houden. Één hand voor jezelf en één voor het schip is het devies. Na de lunch de afwas, gelukkig is er een afwasmachine, die er 90 seconden over doet. Ik kan even naar mijn kooi voor een tukje en moet om half drie aantreden om te sturen. Windkracht 6-7 en we lopen ruim 6 knopen. Het sturen op kompas vind ik geweldig! Nogmaals, ik heb het vroeger gedaan, maar niet op zo’n groot schip. De volgende wacht is de z.g. eerste wacht, dat is van 20.00-24.00 uur. Zes mannen van onze wacht moeten een voorzeil verwisselen en een stormkluiver hijsen. Deklichten worden aangestoken, anders zou je niet kunnen werken. Met een slingerend schip is het verwisselen van zeilen geen sinecure en ze doen er ruim een uur over. Iedereen is vastgehaakt voor de veiligheid. Het zeilen onder een schitterende sterrenhemel en veel wind is een sensatie.
Aan bakboord komt er een schip aan, het lijkt een “ramkoers”, ziet hij ons of ziet hij ons niet? Hij zit altijd nog op twee mijl afstand, dat is op de radar te zien. Die vent zit te slapen, zegt de wachtmeester. Dan zien we één rood licht, dat betekent dat hij bijdraait en aan bakboord gaat passeren. Ben blij als mijn wacht er op zit, drink nog een glaasje whisky met mijn wacht en zoek mijn kooi op. Heerlijk deinend val ik in slaap. Zaterdag 24 januari. Om 7.00 word ik gewekt. Onze wacht, de “zeuntjes”, moeten om 7.30 ontbijten omdat we vóór de rest het ontbijt moeten klaar zetten, gebakken eitjes uitdelen, koffie en thee schenken. Ik raak al aardig ingewerkt. Na het ontbijt weer sturen, het geeft me een kick dit schip te sturen. We moeten overstag en dat is een geweldige operatie. Aan één kant bakstagen los en aan de andere kant vast, “kicking straps “ overzetten. Ik help met de boomfok, moet ook naar de overkant, Allemaal best zwaar.
Als ik boven kom, is het verrukkelijk weer. We lopen 6 mijl, lekker gangetje. De volgende wacht is de dagwacht, van 04.00 -0800 uur. Dus word ik om half vier uit mijn kooi gehaald. Helaas zijn er weinig sterren, ’t is echt heel donker. De bedoeling is dat we naar Recife op Lanzarote varen. Mijn beurt om te sturen, dus geconcentreerd op het kompas kijken. Wat staat er bij? Een grootzeil, een schoenerzeil, een bezaan, een boomfok, een binnen- en een buitenkluiver. Mijn wachtgenoten gaan halverwege de wacht koffie drinken en ik sta er 20 minuten alleen voor. Het geeft me een geweldige “kick” een schip van 606 ton en zes zeilen te sturen. Je redt je wel, zeggen ze.
Als het licht wordt, gaan mijn wachtgenoten de zeilen strijken, een hele operatie. Op de motor met een snelheid van 1.2 knopen koersen we op de haven van Recife aan. Rubberboot naar buiten om een tros aan de wal te brengen, en dan liggen we stil. Raar gevoel om weer vaste grond onder je voeten te hebben. Voor de liefhebbers is er een bustocht over het vulkanische eiland en we bezoeken een museum met informatie over de diverse uitbarstingen, die zich op het eiland hebben voorgedaan.
Bij een restaurant heeft men een groot gat in de lava gegraven, een rooster er over en daarop worden kippetjes gebraden. Zo heet is de lucht die uit de grond komt. Van enige plantengroei is nauwelijks sprake, alles bruin en kaal en stenig. De aarde is woest en ledig, kan je wel zeggen. Na de bustocht gaan we met acht man gezellig eten. De witte wijn van Lanzarote is heerlijk en doet het goed bij de vis. We liggen aan de wal vannacht, dus we hoeven niet in actie te komen en ik maak dan ook een lange nacht. Ontbijten zonder anti-glij matjes want we liggen voor de wal. Inmiddels worden de ijzeren deuren gesloten, die de compartimenten afsluiten. We gaan weer varen! Om half twaalf een boterham eten want onze wacht moet opdraven om 12.00 uur. Om 13.00 uur neem ik het roer over van Jellie. Koers 270 graden. Er is weinig wind en dat is heel vervelend sturen. Aan bakboord zien we Fuerteventura, één van de Canarische eilanden. Als mijn torn erop zit krijg ik informatie over de radar van één van de vaste bemanning. Je kan alles gewaarworden van wat er in de buurt vaart, zijn koers, de tonnage van het schip en zelfs wat zijn lading is. Het weer blijft uitermate rustig, saai.
Dinsdag 27 januari is onze laatste zeildag. Mijn wachtmeester zegt mij dat ik vrij van wacht heb en vraagt mij het beloofde gedicht voor de laatste avond in de computer te gaan zetten. De opperstuurman heeft een computer en dan is het een fluitje van een cent. Dinsdagavond is “captains dinner” dat betekent dat de kapitein en de stuurlieden alles verzorgen, tafeldekken, bedienen, wijn inschenken enz. Het eten is gedurende deze reis uitstekend verzorgd, dat kan ik zonder meer zeggen. Elke wacht komt tijdens het eten met een klein toespraakje of in mijn geval met een gedicht. Ieder van onze wacht neemt zes regels voor zijn rekening. De stemming is uitmuntend en in de korte tijd dat we aan boord zaten is het echt een hechte ploeg geworden. Woensdag, 28 januari: Met weemoed neem ik afscheid van de “Eendracht”, de zee, de frisse lucht, de wind. Het was een fantastische ervaring. Ik heb genoten!
Anneke Wellensiek Alle foto’s zijn overgenomen
van de website van de “Eendracht”: http://www.eendracht.nl/
|
|
|
|
|
|
|