Vada Varia, nr. 2 2004

 

 

Just fantasy

 

Al jaren heb ik de indruk, dat de toef slagroom op mijn sjok/slag die ik traditiegetrouw op zondag na het kayakken nuttig in ons comfortabel warm gestookte clubhuis aanmerkelijk groter en steviger is dan de wat slappe, armzalige toefjes die ik aantref op andermans sjok/slag. Het verschil tussen slappe frietzakjes en ferme borstels zal ik maar zeggen.


Toon Hoefsloot


 “Het is maar wat ik wil zien.” denk ik daar dan onmiddellijk bij alvorens ik mijn gehele aangezicht in de hemelse blubber laat verzinken terwijl Lia met verheerlijkt gezicht toekijkt hoe haar gulle creatie mij tot in het diepst van mijn ziel gelukkig maakt.

Wat een feest is het toch iedere week weer, me zo onbelemmerd door conventies, conditioneringen, beperkende maatregelen van overheidswege, clubhuisbeheer, calvinistisch moraliserende wijsvingertjes of persoonlijke gareelmanifesten te kunnen overgeven aan dit kinderlijk genoegen voor volwassenen boven de vijftig.

“Waarom ga jij eigenlijk kayakken?” interrumpeerde een kennelijk onzeker iemand, misschien wel een intellectueel, mij daarbij ineens. Mijn hersens die ik zelden gebruik omdat ik ze graag nieuw wil houden en al zeker niet graag inzet voor het beantwoorden van zulke persoonlijke vragen, knersten als een versnellingbak vol zand en grind teneinde toch een bevredigend antwoord te kunnen formuleren voor deze duidelijk van kayakken onwetende persoon.

Ganzen, golfdalen, rotsblokken, rugpijn, rietkragen, waterspatten, kreekjes, ransuilen, eindeloze watermassa’s, dolfijnen, stroomversnellingen, blakende zon, ruigtes, buiswater, ritmische peddelslagen, gurften, kroften,

muien, klapotis, eskimorollen, rukwinden, chocolade, kampeerplekken, hoge steunen, ruisende benzinebranders, boegstuur, brandingkrullen, hete soep, grijnzende smoelen onder aftandse hoeden, kouwe jatten, klevend waddenzand, snel stromende Franse rivieren, oorverdovende stilte en meer van dat moois schoten als snelvuurpatronen filmflitsend van mijn kop naar mijn pirineüm en weer terug.

“Kayakken is fantastisch!” antwoordde ik na mijn stille overpeinzing kort maar krachtig in treffend gekozen, franjeloze bewoording terwijl ik bedachtzaam maar resoluut weg staarde in juist passerende wolkenpracht, “en ik hou van veel slagroom.”

Iemand was met stomheid geslagen, schudde onthutst zijn hoofd, zeker omdat iemand dacht met een weldenkend, serieus persoon van doen te hebben waar hij misschien wel wijzer van kon worden, wendde zich af in de wetenschap dat verder praten zinloos was, sloot zich in een vlaag van verstandsverbijstering abusievelijk aan bij de roeiers, bestelde een kop heet water en een zakje en dompelde zichzelf onder in een taftje.

“Voorgoed verloren.” mompelde ik in mijn witte gelegenheidsbaard van consumeerbaar scheerschuim en gaf Antonia spontaan een stevige pakkerd op haar wang waarna ik mijn resterende, warme chocolademelk lekker langzaam en tot wederzijds genoegen, gepast slurpend, opslobberde.

 

Toon Hoefsloot.