|
|
Vada Varia, nr. 2 2004
|
|
|
Varen met hindernissen
Onze “Iris”, vernoemd naar de dochter van Thaumas en Electra, was weer vaarklaar. Iris werd benoemd als (post)bode door de goden omdat ze zulke mooie benen had waarmee ze hard kon lopen om berichten over te brengen. Thaumas was de zoon van Gaea, waaruit alles is ontstaan, en haar zoon Pontus (zee). Verder was Electra de dochter van Oceanus. Vandaar de naam. Jan de Bree Het seizoen begon voorspoedig. Eind mei aan boord gegaan en de steven naar het westen gewend. Bij Vianen wilden we het Merwedekanaal beneden de Lek op. Daar was het voor de sluis even wachten, omdat er te weinig water voor de drempel van de sluis stond. Na enige tijd konden we er in. Goed opschuiven want de kolk kwam behoorlijk vol te liggen. We genoten van de gastvrijheid in Vianen. Regen, wind en lage temperatuur dwongen ons de kachel maar wat op te stoken. Dit kon niet voorkomen, dat ik met een keelontsteking kwam te zitten. De regen bleef ons dagelijks tegenwerken. Inmiddels waren we doorgevaren de Linge op. In Leerdam hebben we een paar dagen overnacht. In verband met de verjaardag van een kleindochter gingen we met openbaar vervoer naar Veenendaal. Dit kon niet per trein, omdat juist dat weekeinde aan de spoorbaan gewerkt moest worden. Dus werden we per bus naar Utrecht vervoerd en vandaar per trein naar ’t Veen.
Het weer sloeg om en we kregen echt zomer. Het was de bedoeling om via Den Bosch naar Roermond te varen, want daar moesten we, als de gelegenheid zich voordeed, nog een keer koffie gaan drinken. Nabij Arkel een paar dagen gelegen. Daar kregen we het bericht, dat mijn jongste broer tijdens zijn werk in Spanje was overleden. Door dit slechte nieuws werden we er weer aan herinnerd, hoe betrekkelijk alles eigenlijk is. Hij was genaturaliseerde Belg. Het duurde ruim anderhalve week voor zijn stoffelijk overschot in Brussel aankwam. Heusden was de volgende halte. Een heel leuk stadje, waar men moeite doet de kern zo monumentaal mogelijk te houden. We lagen in Veghel op de dag dat we, ’s ochtends om zes uur, moesten vertrekken voor de crematie in Hasselt.
Vanuit Veghel wilden we via Helmond naar de mond van de Roer. Helaas bleek dat die dag drie sluizen beneden Helmond voor enige maanden gestremd waren. Het bezoek aan Roermond stelden we een jaartje uit want we zagen het niet zitten om terug naar Den Bosch te varen en dan via de Maas naar Limburg af te zakken. We zwierven wat rond over de Brabantse vaarten en kanalen. Na een bezoekje aan de Biesbosch voeren we de Beneden Merwede op richting Gorinchem. Kort nadat we geschut waren draaide de motor niet erg fijn meer. Weer op de Linge produceerde de motor een hels lawaai en steeg er rook op uit alle hoeken en gaten van het motorruim gevolgd door een oorverdovende stilte. Alles wees er op dat de voortstuwing van de “Iris” het voor gezien hield. Een sleepje bracht ons in de jachthaven van watersportvereniging “De Gors” te Arkel. Daar werd vastgesteld, dat de motor aan revisie toe was. We werden heel goed geholpen. Velen gaven advies hoe een en ander op te lossen. We besloten de motor zelf uit te bouwen en naar Bols en Kooiman in Den Bosch te brengen voor revisie. Veertien dagen later konden we “hem” weer ophalen. Even inbouwen en weer varen. Maar erg lekker ging dat niet. De temperatuur van de motor liep regelmatig te hoog op. De oorzaak was lucht in het gesloten koelsysteem. Er ontstond dieselolielekkage waarvan de oorsprong pas na 14 dagen gevonden werd. Omdat er bijna dagelijks problemen waren hebben we de thuishaven maar weer opgezocht. Nadat de euvels opgelost waren, zetten we de reis weer voort. Nu naar het noorden. Op een ochtend bij Heerenveen had de motor moeite aan te slaan. Bij onderzoek bleek, dat twee gloeikaarsen het niet meer deden. Gelukkig had ik nog twee oude exemplaren bij me. In Kollum kon ik vier nieuwe kopen, die uit Leeuwarden werden aangevoerd.
Half augustus werd het tijd weer naar de thuisbasis te gaan. In Almelo merkte ik, dat de keerkoppeling olie lekte. Waarschijnlijk veroorzaakt door een paar niet goed aangedraaide bouten. Om dat vast te stellen moest de motor er wel weer even uit. In Eefde bleek, dat van de twee accu’s elk een cel het niet meer deed. Daar moesten er dus twee nieuwe voor aangeschaft worden. Ondanks alles hebben we van het varen genoten en kijken we uit naar het nieuwe vaarseizoen.
Jan de Bree.
|
|
|
|
|
|
|