|
|
Vada Varia, nr. 2 2005 |
|
|
Henk vertelt Deel 4 Henk de Jager, een prominent
havenlid, is niet alleen bekend door zijn activiteiten voor VADA. Hij is ook
een boeiend verteller. Met een bewogen vaarverleden.
Over het beroep van sleepbootkapitein. En over zijn vader en opa die dat ook
waren. Henk de Jager / Peter Burghouts Aflevering 4: Wat als…
Overdag,
als ze daar bezig waren met die pijlers, verrichten wij hand-
en spandiensten; ’n anker verzetten, mannen overbrengen, bakken en andere
vaartuigen naar hun plaats slepen, materialen aanvoeren … dát soort dingen. Na
de werkdag van de slopers kwam onze belangrijkste klus. Dan moesten we die
grote bakken, waar ze met een kraanschip het puin van de pijlers in gestort hadden,
wegslepen. We moesten er mee door een stukje Oude Maas en het Spui naar het
Haringvliet. Daar, bij de Hoornse Hoek, vlak bij Hellevoetsluis, was een diepe put waar het gestort werd.
Dat gebeurde door “de bak te klappen”; door de
schuiven onder in de bak open te zetten en het puin in het water viel. Daarna
moesten wij die bak weer terugbrengen naar de brug bij Barendrecht.
Dat
slepen met die bakken was geen kleinigheid hoor; grote zware en moeilijk
manoeuvreerbare bakken door heel vervelend water. Dat klinkt gek nu, als ik
zeg ‘vervelend water’. Maar dat komt zo: het Haringvliet was pas net
afgesloten. Voorheen kwam bij het wisselen van het tij bijvoorbeeld de vloed
zowel vanuit het Haringvliet en Spui naar de oude Maas als vanuit de
Waterweg. Dat ging al eeuwen zo en de geulen en platen waren daarop gevormd.
Maar na het sluiten van het Haringvliet werd dat ineens totaal anders. De
vloed kwam nu vanuit de Waterweg en de Oude Maas het Spui in terwijl de
geulen en platen daar nog niet op gevormd waren. Het gevolg was dat er vrij
onvoorspelbare stromingen en kolkingen in het Spui en
het stukje Oude Maas stonden en wij vaak met het zweet in de handen voor zo’n enorme bak lagen te trekken en te manoeuvreren om te
voorkomen dat ie dwars kwam of nog erger. De tweede
of derde dag dat wij er werkten waren de slopers bezig met de middelste van 3
pijlers. Ze hadden geboord en de 60 kilo springstof aangebracht, het verkeer
werd (even) stilgezet en toen, in de vroege ochtend, zou het gebeuren.
Inderdaad. Een zware doffe explosie, grote stofwolken en de pijler was weg.
Maar Rijkswaterstaat ging controleren en meten en toen bleek dat de voet van
de pijler, een meter of anderhalf onder water, was blijven staan. Het
sloopbedrijf besloot er een wrakschip boven te leggen en eerst de andere twee
pijlers op te blazen. Wel werd natuurlijk zoveel mogelijk puin uit het water geschept
en door ons met de bak afgevoerd. Voor de
volgende pijler werd besloten de hoeveelheid springstof te verdubbelen; 120
kilo. En ze zouden nu boren tot helemaal onderin. Het was op een dinsdag. Het
spul was verpakt in kistjes met porties van 10 kilo. Met drie of vier
vrachtwagens gebracht. Weet je wel, met zwaailichten, politie erbij en zo. Het
spul werd op een bakkie, ’n soort dekschuit, gezet
en wij brachten het ter plaatse. Ik had het niet zo breed toen we dat spul in
die rotstroom daar naar de pijler brachten. Die explosievenjongens
hadden eerder de boorgaten gemaakt en gingen dat dynamiet pas op het laatst plaatsen.
Ze hadden gepland de pijler om precies 11 uur op te blazen. Rijkswaterstaat had
net het wrakschip weggesleept dat boven de stomp van de middelste pijler lag
omdat het anders zo dicht bij de ontploffing beschadigd zou raken. De explosieven waren voor de helft geplaatst. De andere
helft stond nog op het dekschuitje naast de pijler. Ze waren er nog mee
bezig. Wij lagen op enige afstand te wachten. Één kant van de rivier was dus
ongedekt. Op dat moment kwam er vanaf die kant met hoge snelheid een grote
moderne Duitse coaster aan varen. Met de vloed mee. Die had natuurlijk in de
scheepsberichten gehoord dat er om elf uur zou worden geplofd
en wilde er nog snel door vóór het vaarwater gestremd zou worden. We realiseerden
ons meteen dat het mis ging maar konden niks meer
doen. We zagen het schip even hellen toen hij een beetje bijstuurde om de doorgang
te kiezen en toen zijn koers kiezen naar de breedste doorvaartopening. Recht op
plaats af dus waar het restant stond van de gedeeltelijk opgeblazen pijler. Hij
voer er kennelijk precies midden op. Want we zagen de kop van die boot omhoog
komen en daarna de coaster bonkend over de pijler heen stuiteren. In vrijwel
rechte lijn. Enorme consternatie natuurlijk. Het was gelukkig een moderne
tanker, dubbelwandig. Kennelijk niet lek geslagen. Nog in staat te varen. Hij
is meteen doorgegaan naar de werf in Dord. En de
voorbereide opblaasactie van de pijler is, wel met een kwartiertje
vertraging, doorgegaan. Ik weet
niet hoe het is gegaan met de schadeclaims. Maar wel dat de emoties bij
iedereen pas later op die dag los kwamen. Ook bij die geharde jongens van de explosieven. Wat had er kunnen gebeuren als de coaster
niet precies midden over dat stuk pijler was gevaren? Wat als het schip met
de zijkant van de boeg op de restanten van de pijler was gekomen en de boeg opzij
gekwakt zou zijn naar de pijler waar de opblaasploeg, ’n man of zeven, nog aan
het werk was en de helft van de 120 kilo dynamiet op dat moment nog op het dekschuitje
stond? Wij
hebben er nog een week of twee gewerkt. Omdat we na de gewone werktijd nog met
die bakken naar de Hoornse Hoek moesten en terug zagen
we in dat we er misschien wel goed mee zouden verdienen maar we dit niet
zouden kunnen volhouden. Er waren toen nog niet, zoals nu, allerlei
wettelijke bepalingen. We waren zo’n 18 tot 20 uur
per dag in touw. En dat was ook voor ons te veel. Bovendien was het zo’n ruig zootje bij dat sloopbedrijf dat we eerlijk
gezegd ook nogal wat zorgen hadden over de uitbetaling. Zouden we ons geld, met name al die overuren, wel krijgen? Ik dus naar die uitvoerder
om te zeggen dat we er mee stopten. Ik zal dat nooit vergeten. Maar hij begreep
het wel en zei dat ‘ie ‘t jammer vond; we deden het
goed. Ik beloofde ‘m dat ik via mijn sleepagent een ander sleper zou regelen.
De afhandeling was kort. Hij vroeg: “wat krijg je van me?” Ik haalde het
lijstje met de uren en het totaalbedrag. Tot mijn verbazing haalde hij een
portefeuille uit z’n zak en telde zonder blikken of
blozen het volledige bedrag in bankbiljetten voor me neer. Ja. Mooi. We zijn
nog nooit zo snel en zo soepel uitbetaald. Zo zie je. We waren achterdochtig,
een beetje bevooroordeeld door de rauwe manier waarop het er daar aan toe
ging. Ons
oordeel over de zwaarte van de klus zélf bleek niet zo slecht. Een paar weken
later hoorde ik op de radio dat een van de bemanningsleden van onze opvolger
verdronken was toen de sleper in die stromingen en kolkingen
op het Spui problemen had gekregen met de bak die hij sleepte, ‘m misschien tegen
het hek had gekregen en was gekapseisd. We hebben
er nog vaak aan teruggedacht. Met gemengde gevoelens. Wat als… Henk de
Jager / Peter Burghouts
Het maken
van deze serie verhalen in VADA-Varia is aanleiding
geweest voor een verdere verwerking van de herinneringen van Henk de Jager.
In boekvorm. Enthousiasme voor zijn verhalen - niet alleen binnen de familie
- en professionele mogelijkheden dicht bij de hand, hebben er toe geleid dat
een boek zal verschijnen met als titel ‘Lekkoo’. Een
boek over gebeurtenissen in het leven van Henk; zijn jeugd, de herinneringen aan
zijn vader en opa, de oorlogsjaren met het bombardement op Rotterdam waar ze
toen woonden, zijn slepersleven met vrouw en kinderen en natuurlijk het einde
van zijn werkend leven op de pont bij het Lexkesveer.
Het boek zal waarschijnlijk in de tweede helft van 2005 (september?) verschijnen. We houden
u op de hoogte. |
|
|
|
|
|
|