|
|
Vada Varia, nr. 2 2005 |
|
|
SLOW op de Head
2005 Getrouw aan de inmiddels opgebouwde traditie heeft ook dit jaar weer een
delegatie van onze ploeg “SLOW 2000” aan de Head of
the River deelgenomen. Vorig jaar werd deze
wedstrijd op het allerlaatste moment letterlijk afgeblazen wegens storm. Een
jaar eerder had onze ploeg een goed resultaat behaald en dat wilden we graag
prolongeren of zelfs nog verbeteren. Helaas bevond zich eens te meer een
andere ploeg (ook al letterlijk) in ons vaarwater, hetgeen
een en ander wat bemoeilijkte… Maurits Geuze Een stukje geschiedenisDe naam
van onze ploeg dateert, zoals te raden valt, van rond de millenniumwisseling.
De ploeg bestaat echter al langer. In 1998 werd voor het eerst in een van de
Veteranendivisies gestart, toen nog leeftijdscategorie A (de jongste). Een
bescheiden 18e plaats in een veld van 22 was toen het resultaat.
Dat moet beter kunnen, vond Bauke Abma, een van de oprichters van de ploeg. Na een
uitgebreide wervingsactie, zeg maar talenten- en
ervaringsjacht in Wageningen en omgeving is er een
soort circus gevormd, dat op zeker moment uit wel 16 roeiers bestond. Voor
het overgrote deel waren dit mensen met een verleden als studentenroeier,
veelal bij Argo. Het voordeel van zo’n circus is dat je altijd wel een acht vol krijgt, ook
op de voor beter resultaat zo belangrijke trainingen. Het fris geworven roeierspotentieel, waartoe ook ondergetekende behoorde,
vermocht in 1999 echter nog niet tot een wezenlijk betere klassering te
komen. Er moest dus meer gebeuren. Nadat er een inspirerende ploegnaam was
bedacht werd het tijd voor een serieuzere aanpak.
Allerlei middelen werden uit de kast gehaald: videosessies, ploegetens, trainingsweekeinden, een moderne boot
(geleend van Argo) en… een coach. En ja hoor, in de
daarop volgende jaren schoven we geleidelijk van de achterhoede van ons veld
naar de middenmoot en uiteindelijk naar de betere helft. Voorbij waren de
jaren dat Vada op (veteranen)wedstrijden een bitter gevecht om de laatste
plaats leverde! In 2003 bereikte SLOW maar liefst de vijfde plaats in een
veld van 23 ploegen, inmiddels in de B-divisie. Een eervolle vermelding in de (roei)media
leverde dat zelfs op. De aanloopIntussen is
de ploeg wat in omvang afgenomen: we zijn nu met 12 roeiers. Dat lijkt
misschien nog riant om een acht te formeren, maar in de praktijk valt dat
best tegen. Voor praktisch allen blijft roeien een vorm van ontspanning, die
het in de concurrentie qua prioriteit met werkkring (niet zelden met
buitenlandse activiteiten) en gezinsleven met afstand moet afleggen. Aan de
andere kant is onze opmars in het veteranenveld duidelijk van positieve
invloed geweest op eenieders motivatie om regelmatig te komen trainen. In
eerdere jaren hebben we het zelfs nodig gevonden om een heus systeem voor
selectie op te zetten. Het begon zowaar op topsport te lijken… Dit jaar
hebben we dat middel echter niet hoeven gebruiken en het ging er zelfs even
op lijken dat we de Head niet eens konden roeien.
Dit omdat er geen acht vol te krijgen was, nadat twee ploeggenoten langdurig voor
werkzaamheden naar het buitenland waren afgereisd.
Maar gelukkig, na een inventarisatie van beschikbaarheid bleken van de
resterende 10 man er nog net 8 te zijn die de Eerste Paasdag
nog vrij hadden weten te houden: de dag van de Wedstrijd der Wedstrijden. Hoe
de vorming van een topacht van toevalligheden kan
afhangen of er zelfs door wordt bepaald! De luxe
van kwalificatie zonder selectie was echter voor niemand reden om lui
achterover te gaan hangen. Nee, getraind zou er worden en hoe! Gelukkig
werkte Koning Winter grotendeels met ons mee: die verbleef namelijk ook lange
tijd in het buitenland, al bracht hij op de valreep nog een niet licht te
vergeten bliksembezoek… Qua
materiaal hebben we het dit jaar dichter bij huis gezocht: bij nader inzien
vinden we de Wouw eigenlijk ook best een goede boot. Of was het toch meer om
praktische redenen, namelijk dat ploeg Vargo die
boot ook wilde gebruiken op de Head en zowel zij
als wij dan geen extra dag kwijt zouden zijn om de boot daags voor de
wedstrijd over te roeien van Amsterdam naar Ouderkerk? Enfin, in de loop van
de winter ging de ploeg steeds lekkerder en meer solide roeien. Ook de
conditie werd flink bijgespijkerd met diverse ergometersessies, zowel privé
thuis als in ploegverband. Metterdaad konden we
zeggen: vires acquirit eundo Vadae… De wedstrijdEn toen brak de grote dag aan: 27 maart 2005. Zoals het hoort
weer op de laatste zondag in maart, ook al was dat dit keer met Pasen. En ook
al slaap je dan een uur korter wegens de net
ingegane zomertijd. Was je vroeger als studentenroeier extra nerveus en
hyperactief voor de Head, nu ging het er eigenlijk
wel relaxed aan toe. Rustig naar Amsterdam rijden, kopje koffie drinken,
klein hapje eten en Vargo aanmoedigen toen die bij
roeivereniging Willem III langs kwamen roeien
tijdens hun race richting Ouderkerk. Na zo’n 2
kilometer roeien bleken die al twee ploegen ingehaald te hebben. Goed gedaan
heren, en inspirerend voor ons! Een uurtje later stonden wij op het
botenterrein om onze autosleutels aan de heren van Vargo
te overhandigen zodat zij zonder te verkleumen naar Amsterdam terug konden. Niet lang daarna
konden wij met de Wouw te water gaan. Even een
lekker stuk inroeien, want de start liet nog een
uur op zich wachten. Onderweg zoals altijd de nodige oude bekenden in andere
ploegen voorbij zien komen en soms groeten en tenslotte
in kiellinie stil gaan liggen en langzaam richting start dobberen. Op dat
moment begint de spanning toch wat te stijgen… Het oproeien ging daarna
allemaal snel voorbij. Voor je het weet ben je door de voorstart en wordt het slappe gepeddel van het ene
moment op het andere omgezet in stevige halen. Slagman Jetse Stoorvogel
dicteerde een beukend maar wel goed te volgen tempo. Ook al probeer je je eigen race te varen, onwillekeurig kijk je toch af en
toe of de achtervolgende ploeg niet dichterbij komt. We wisten dat daar op
slag tweevoudig Olympisch kampioen Nico Rienks zat,
nu weer terug bij zijn oude club De Zwolsche.
Algauw werd duidelijk dat hun rugnummer niet heel snel beter leesbaar werd,
dus dat ging wel goed. Bovendien had stuurvrouw Marleen Abma
vooraf elk ontzag voor Rienks ontzenuwd door de
gedenkwaardige woorden uit te spreken: “…maar wij hebben Jetse!”. Misschien
dat wij wel ónze voorligger konden gaan inhalen.
Na een of
twee kilometer roeien meende ik vanaf de boegplaats inderdaad de geluiden van
die ploeg steeds duidelijker te horen en er werden ook steeds versere kolken
van hen zichtbaar. En in de beruchte Hoerenbocht deed Marleen er nog een
schepje bovenop door ons daar messcherp doorheen te sturen. Dat maakte niet
alleen de afstand tot De Zwolsche weer wat groter
(ze waren intussen toch wel wat naderbij geslopen), maar bracht ons ook op de
hielen van voorligger De Hoop. En toen begon de ellende. Wij bleven onverminderd krachtig doorroeien
en kwamen puntje-roertje met De Hoop, maar die
weigerde ruimte te maken zoals de reglementen wel voorschrijven. En op een
bochtig traject als de Amstel maakt het veel uit
aan welke kant je gaat oplopen. Het snelheidsverschil was te klein om er bij
wijze van spreken in een paar halen langs te komen. De bocht die je als
binnenbocht probeert te nemen l Inmiddels hadden we De Omval bereikt, nog twee van de acht
kilometer te gaan. De Hoop was weer een aantal lengten op ons uitgelopen en
nu zat De Zwolsche zo langzamerhand toch vlak
achter ons. Dat hielp ons echter wel om op het laatste stuk er nog alles uit
te persen wat we hadden. En dat heeft Nico Rienks
geweten: zeker een kilometer hebben we een boord-aan-boordgevecht
gehouden dat uiteindelijk in zijn voordeel werd beslist, maar veel meer dan
een lengte is zijn ploeg niet meer op ons uitgelopen. En ik kon schuin achter
mij horen dat zij het vervolgens ook met De Hoop aan
de stok kregen. En nu waren er echt smalle bruggengaten in het spel. De
laatste kilometer op de Head lijkt altijd eindeloos
te duren. Ik kan dit water nog altijd bijna dromen en weet zonder veel uit de
boot te kijken wel waar ik ben, ook al lijkt de stuurvrouw daar soms wat
optimistischer over. Mijn methode om tot de laatste haal alles eruit te
wringen: halen tellen en weten hoeveel nog te gaan. Nog een paar series van
tien halen en dan klinkt eindelijk de verlossende toeter… Ik was te moe om
die !@#$% van De Hoop eens flink de waarheid te
zeggen en heb ze niet eens meer een blik waardig gegund. Bovendien maande de
wedstrijdleiding ons snel rond te maken en terug te roeien. Nou ja, roeien…
Weer eindeloos peddelen in kiellinie, af en toe een haaltje en dan weer laten
lopen. Lekker afkoelen intussen (lees: bijna verkleumen). Nee, warming-up en cooling-down kan je op de Head
wel vergeten. Zoals wel
vaker bekruipt me ook nu weer bij dat terugroeien het gevoel: had het niet
toch beter gekund, nog afgezien van die stuurperikelen? Had ik me nu niet
leger moeten voelen? Twijfels, vooral als je de uitslag nog niet weet. Op
resultaten moet je hier ook altijd lang wachten. Zoals gewoonlijk heb ik die
uiteindelijk thuis pas vernomen. Kijken op Internet: we zijn weer 5e
geworden! Van 18 ploegen ditmaal en: vóór De Hoop… Nu voelde ik ook pas goed
hoeveel ik had gegeven. Alles ging zwaar en stijf aanvoelen en het drong tot
me door dat ik me echt had leeggeroeid. Ik heb een
dag nodig gehad om er lichamelijk van te herstellen. Misschien hadden we een
nog wel betere klassering kunnen behalen, als niet dat rottige sturen… Maar
ja: dat hoort bij De Head, evenals al die andere
ongemakken en onzekerheden waarvan je je kunt
afvragen of die een eerlijke uitslag nadelig beïnvloeden. Hoe het ook zij: toch
blijft de Head voor mij De Wedstrijd. De bemanning van de Headacht van SLOW 2000 in het jaar 2005: Marleen Abma-Henkens
(stuurvrouw), Jetse Stoorvogel (slag), Pim Henstra,
Frans-Peter Scheer, Bauke
Abma, De overige ploegleden: Michiel Helmes, Herman Helsen,
Koen Kramer, Rob van Tol. |
|
|
|