Vada Varia, nr. 2 2006

 

 

Kiezen of delen; je kunt niet alles hebben

 

 

Vraag VADA-leden wat ze willen met het clubhuis. Open vragen; zonder te letten op de uitvoerbaarheid. Ik voorspel als resultaat het volgende: zo vaak mogelijk open met volledige bediening, professionele zorg voor de drankjes en hapjes van het huis, mogelijkheid eigen koek, gebak, drankjes en zoutjes te kunnen consumeren - desnoods wassen we zelf af – en behoud van een knus VADA-sfeertje. Ook graag vergader- c.q. instructieruimte en de mogelijkheid partijtjes met de onzen te vieren. Liever geen feestjes van anderen.Verder zijn we “misschien wel eens” bereid bardienst te draaien als vrijwilliger, liever niet als schoonmaker, willen we de ruimte in het clubhuis zo groot mogelijke en open houden, wensen geen restaurant met luxe terras en willen er absoluut niet een gewoon commercieel restaurant en/of café van maken…. Natuurlijk niet nóg hogere prijzen en zeker geen hogere contributie.


G B Rom


 

Tot zover de punten waarover respondenten het eens zijn. Onenigheid, de landelijke trend ook, over de vraag of mensen van buiten welkom zijn. En dan gaat het hier, bij VADA, niet eens over asielzoekers of huwelijkspartners uit den vreemde maar over introducés, dus vrienden, leden van andere verenigingen, passanten en ander ‘min of meer eigen’ volk.

 

Er zijn mensen die snappen dat aan bovenstaande wensen moeilijk allemaal tegelijk kan worden tegemoet gekomen. De verkiezingsslogan van  De Tegenpartij in de 70-er jaren van de vorige eeuw, “Geen gezeik, iedereen rijk”, was dan ook voor een glimlach, niet voor besluitvorming bedoeld. Bij VADA graag ook weer een glimlach en liever geen besluiten op basis van illusies. Het bestuur is er om verder te kijken dan de leden- en afdelingsneuzen lang zijn en beleid, al of niet uit de afdelingen opborrelend, voor te bereiden, ter discussie te stellen en uit te voeren. Verkiezingen van bestuurders hebben we niet; we mogen al blij zijn dat er onder de leden lieden zijn die bereid zijn zich te laten benóémen als bestuurder. Mensen die inmiddels bewezen hebben veel tijd, energie en ongetwijfeld ook emotie te steken in de dagelijkse beslommeringen en de voorbereiding van de ontwikkelingen op de lange termijn. Redenen te over om die bestuurders met respect te behandelen. Mag het ietsje meer zijn, vroeg ik me af toen de toonzettende opening van de laatste A.L.V. op me was ingewerkt.

 

Positief denken.is nostalgische ideeën over ons clubhuis begrijpen, op waarde schatten en niet meteen onderschoffelen. Maar wel met een open oog naar de toekomst. Als er een andere opzet van het clubhuis zou komen is dat een experiment. Doorgaan op de huidige weg is dat ook als ik mijn bronnen moet geloven die zeggen dat de paar duizend euro winst op het clubhuis in 2005 voor een vrij groot deel aan een goed passantenseizoen te danken was en de daling van de drankverstrekking aan eigen leden in 2005 zich in 2006 versterkt doorzet. Navelstaren op het rookverbod als enige oorzaak voor die omzetdaling lijkt me even vruchteloos en verzurend als het gezeur over het mogelijke verlies van een paar vierkante meter van ons toch al riante clubhuis op de tijden dat er geen kantinebeheerster is. Om nog maar te zwijgen van het steeds maar weer opgraven van stapels stokoude koeien uit de vaak droog staande sloten tussen de haven- en roeiopstallen. Het gaat er om te erkennen en te verdragen dat een meer op de sport gerichte afdeling als roeien nou eenmaal andere belangen en dus voorkeuren heeft als een recreatieafdeling als haven die passanten met de daarbij passende voorzieningen nodig heeft. Wat ’n maatschappelijke armoede als we zouden toestaan dat de haviken de wrijfpunten die nou eenmaal ontstaan door onderlinge verschillen verder opruwen en met verborgen agenda’s de lasten van de verschillen groter doen lijken dan de baten.

 

Natuurlijk prevaleren de belangen van de vereniging; het zoveel mogelijk behouden van onze vertrouwde clubhuisfaciliteiten. Maar ook de financiële en arbeidsrechtelijke risico’s voor de vereniging spelen mee. Anno 2006 nemen fatsoenlijke werkgevers gelukkig ook de ideeën en wensen van de (huidige) werknemers.serieus. Of we nou willen of niet,, als het juist is dat gewoonten veranderen en de kantineomzet daalt zullen we als vereniging wat zullen moeten inleveren. Een luxe om reorganisatieprocessen te kunnen plannen en doorvoeren in een periode waarin op betreffende activiteit (nog) geen verlies wordt gemaakt, waarin nog keuzes gemaakt kunnen worden en, desnoods met het mes op tafel, kan worden onderhandeld. Het geeft geen pas, getuigt ook van weinig vertrouwen in de contractanten, als een overwogen verzelfstandiging van de horecafunctie afgeschilderd wordt als opstap naar een café met alles wat daarbij hoort. Een kandidaat-exploitant die zelf breekpunten formuleert weet, verwacht dat de verpachter dat ook zal doen. Een clubhuis nieuwe formule mag niet leiden tot afstemming op een totaal andere doelgroep, met het daaraan geassocieerde discolawaai, gokautomaten, dronkemans- en meelalfeesten en andere meer of minder gebruikelijke watersportonwaardige uitwassen van de commerciële horeca. Als dat zou gebeuren ben ik de eerste die al mijn talenten gaat inzetten om die kroeg te gaan wegtreiteren. Gezien hun acties tot nu toe heb ík er vertrouwen in dat het bestuur in het bijschaven en onderhandelen mans genoeg is om mij dat twijfelachtige genoegen te ontnemen.

 

Maar, goede onderhandelaars moeten wat achter de hand hebben. Ik heb een optie op twee plaatsen in de workshops over het thema ‘Merkenpesten’ die Youp van ’t Hek en Marcel van Dam gaan verzorgen in “De lege fles”, het pand waar heel vroeger Exota en later Buckler gebotteld werd. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!

 

G.B. Rom.