Vada Varia, nr. 2 2007

 

 

Afscheid

 

 

Het zit me hoog. Wat heb ik nog te zoeken bij VADA? Ik moet dat kwijt. Nu maar, nu onze nieuwe voorzitter en de Partij Voor De Dieren zich gesetteld hebben en de vogeltjes, meerkoeten en eenden lente vieren. Tot in het voorjaar van 2006 genoot ik op het haventerrein. Ik kwam er wel ‘s ‘n kat tegen of een gans. En mijn boot was er nog. Ja, inderdaad, die rotauto’s ook. Maar die heb ik geleerd te negeren. Die trekken zich toch niks aan van wat ik schrijf of van de gele strepen die ik schilder.


door G B Rom


 

Maar de gans is er niet meer. Gijsbert is een mooie grote witte lawaaimaker die volstrekt schizofreen geworden moet zijn door vriendelijkheid van de ene VADA-er en het getreiter door een ander. Enerzijds was hij dol op mensen. Want mensen hebben brood, een uitvinding die bij veel dieren, zeker bij Gijsbert, goed gevallen is. Anderzijds werd hij nadrukkelijk bevestigd in zijn ingeslepen argwaan. Mensen haalden ook naar ‘m uit, gaven ‘m klappen, schopten of smeten naar ‘m met stenen of bierblikjes. ’N gans als Gijsbert vindt dat het water om hem heen van hém is en mensen daar niks te zoeken hebben. OK, kortzichtig… Veel VADA-ers vinden dat het water rondom hen van hén is en die gans daar niks te zoeken heeft (had). Wie eh….?

Agressiviteit hoort bij mensen. Dieren zijn dier, die kunnen wel agressief zijn maar niet hypocriet of dom. Mensen wel. Die kunnen of willen niet meer omgaan met andere wezens op terreinen die ze als de hunnen beschouwen. Ganzen hebben geen Jan(nen)-Hein Kuijpers of Moscovitchen. Hoe spijtig ook, het was verstandig om, vóór een of andere onbenul het recht van de sterkste liet gelden, een andere plaats voor ‘m te zoeken.

 

 

De Kat van Kilo, ‘Onslow’ voor intimi, is er ook niet meer. Hij was (is?) een prachtige grote muisgrijze en mensvriendelijke hondenhater. Ik ook, op dat grijs na. Hij was dol op muizen. Ik ook als ze tenminste bij de buren blijven wonen en werken. Tot het voorjaar van 2006 kwam ik ‘m vaak tegen. Want als er wat te doen was – bij mij is er altijd wat te doen - mocht ie er graag bij zijn. Voor hond of muis was zo’n ontmoeting minder; muizen ving ie en probeerde ze te laten vliegen of salto’s te laten maken. Dit tot ze niet meer meewerkten. Dan vrat ie ze op. Inderdaad mevrouw, heel wreed!

Honden vrat ie niet op. Nee, honden zijn vieze stinkers en ‘de KvK’ had smaak. Hij bezorgde ze een minderwaardigheidscomplex door ze eerst met kille blikken en drukkend zwijgen te verachten en ze daarna volstrekt te negeren en te beledigen door na enige superieure bewegingen een slaapje te suggereren. Als het die honden dan nóg niet dun door de broek liep kregen ze een tik op de neus op het moment dat ze even niet opletten omdat ze de baas met slijmerige blik meldden dat ze werden gepest.

KvK was populair in VADA-kringen. Op ’n enkele uitzondering na. Een goede kantinebeheerster moet immers optreden als de kippenpoten en schnitzels van het bord van klanten worden gekaapt. Ook al lokken die gasten dat zelf uit. Een kat hoort niet op de bar of op tafel. En daarmee basta! En een zich aan de regels conformerende havenmeester moet op zijn strepen gaan staan als de kat vrij rondloopt terwijl het reglement iets bevat over het verplicht aanlijnen van honden. Ook gewone VADA-ers zagen in hun beperktheid en egoïsme soms niet het aardige van een kat die kans zag de worst van je brood uit je fietstas te snaaien. Nee. Zij hielden niet van ‘de KvK’. Van mij ook niet meer toen ik ze na de verontwaardiging over die gejatte worst vroeg hoe ze aan die fiets kwamen.

Wij, ‘de KvK’ en ik, hadden het leuk. Hij zocht me op in m’n boot. Mede omdat ik lekkere droge worstjes voor ‘m had. Gijsbert Gans kwam ook langs. Maar die bleef zwemmen en klopte met z’n snavel op de boot als ie wist dat ik binnen was en hij brood wilde. Worstjes lustte hij niet. Zijn genegenheid was beperkt; hij beet me genadeloos in mijn hand als die te dicht bij ‘m kwam zonder brood. Soms haatte ik ‘m dus. Meestal niet.

 

 

Mijn boot is er ook niet meer. Jammer. Voor mij. Maar ook voor de haven; ’n móóie boot tussen zo’n verzameling strijkijzers en oud roest breekt het beeld toch? Maar och, het vertrek was een keuze. En ik heb ‘m op zijn “uitvaart” mogen begeleiden en besturen. Hij verfraait nu de kom van een andere haven aan groter water en heeft het – tot mijn verdriet - prima naar zijn zin daar. Maar hij komt misschien wel weer terug. Gijsbert niet. Die heeft het elders naar zijn zin. Zwemt, eet en vrijt kennelijk in de Wageningse grachten. De KvK komt vrijwel zeker niet meer terug. Die is tot groot verdriet van degenen met wie hij woonde en ook van anderen verdwenen. Verongelukt, vermoord, verleid voor een ander en luxer verblijf en/of leven of gewoon de wijde wereld in op zoek naar nieuwe vrienden. Met een tikkeltje jaloezie hoop ik maar op het laatste. Jammer dat katten nooit ’n ansicht of mailtje sturen. Gelukkig loopt er tegenwoordig wel een KvK-II rond. ’N meisje. Zij, Chica en ik, hebben nog alleen vluchtig kennis met elkaar gemaakt.

 

Het tijdperk Gijsbert en KvK-I sluit ik nu af. Ik zal er vanaf nu niet meer over schrijven. Ik herdenk hen hier voor de laatste keer. Met foto’s van beiden. Vooral de ‘KvK-I’ poseerde met plezier en allure op de stoelen voor de open haard in het clubhuis. Van m’n boot geen foto’s; dat afscheid is nog niet definitief. Die logeert alleen elders (op proef).

 

G.B. Rom

 

GBRom@kpnplanet.nl