Vada Varia, nr. 2 2007

 

 

Avero-Achmea Ergohead in Amsterdam

 

 

Op bakboord: Rijnland, op stuurboord: een cameraman, onder mij: een rail. Waar kan ik heen? Naar voren: tempo 30. We zijn over de helft van de 6-km-race en Rijnland probeert weg te lopen. Ik ga mee omhoog naar tempo 32, maar na circa vijftien halen zakt mijn tegenstander terug naar tempo 30. Ik houd nog even vol op 32. Mijn probleem is dat ik wel de afstand kan zien, maar niet mijn geroeide tijd en dus is mijn strategie simpel: Rijnland voorblijven.


Theo M. Boers


 

Op een groot scherm voor ons is het verloop van de race zichtbaar en worden de posities van de koplopers getoond en voorzien van decibellen. Een rondlopende cameraman brengt roeiers in beeld op een groot videoscherm achter ons. Ik roei in de categorie lichte veteranen 60+ en heb drie tegenstanders: twee snelle jongens van De Dortsche en Rijnland. Bij de weging voor de race was bevestigd, dat  ik een lichte roeier ben. Gerdjan de Wit had mij verteld, dat ‘massa zich uitbetaalt’. Het zijn inderdaad zware jongens die op kop roeien en in beeld komen. En daarvoor hebben ze geen tempo 30 nodig. Plotseling staat de cameraman toch voor mij. Nice meeting you. Op een rood gezicht afgekomen misschien? Er wordt omgeroepen dat er een paar lichte veteranen aan het sprinten zijn. Verdraaid, we zijn in beeld.

 

Op zondag 21 januari 2007 ben ik in het Studenten Sportcentrum aan De Boelelaan in Amsterdam, waar Roei en Zeilvereniging De Amstel de tiende Ergohead organiseert. De sportaccommodatie is prima. De wedstrijden worden geroeid in een grote hal waar de ergometers in twee lange rijen staan opgesteld voor de tribune. In een aparte zaal staan ergometers voor het inroeien. Het is aardig druk en ik ontmoet enkele Rijnland-roeiers die ik ken van de skiffwedstrijden ‘Cottwich’ en ‘Tromp’. Ik heb goed getraind voor deze race. Ik deed mee aan de wekelijkse training op de regio-ergometers van Argo. Krijn had hiervoor een afspraak gemaakt met het Argo-bestuur en we trainden in een groepje Vada-roeiers met Krijn, Yke, Bart, Wouter, Marieke, Liesbeth en Peter. We roeiden drie keer vijftien minuten op tempo 25. In twee maanden tijd was mijn gemiddelde 500-meter-tijd over drie series gezakt naar 2:02. Dit was mijn uitgangspositie voor de race.

 

Het circus begint om tien uur met de heren veteranen 30-39 en 40-49. Ik blijf even kijken naar de start. Ze roeien in een vrij laag tempo met lange halen en gaan super hard. Ik had tijdens de trainingen verschillende roeicollegas gevraagd hoe je op een ergometer start. Net als in de boot, of bestaat er een ergometerstart? Mijn conclusie was dat veel zware roeiers, zeg maar 1.90 m bij 90 kg, een start niet echt nodig vinden. Dat windmolentje brengen ze met een paar gewone halen wel op snelheid. Voor lichtere roeiers zijn een paar halen op driekwart sliding en daarna uitlengen naar hele halen beter om op snelheid te komen. Ik wil dit wel oefenen en ga dit in mijn studeerkamer doen. Toen ik eind 2004 terug kwam uit het buitenland en met pensioen ging, kwam minister Zalm door met een verrassing. Ik besloot deze verrassing om te zetten in een ergometer en beschouwde dit als afscheidscadeau voor tropenjaren. Ik vond dit geen slecht begin van mijn veteranen-bestaan. Het roei-ijzer kon in mijn studeerkamer staan net tussen mijn bureau en boekenkast. Ideaal. De onderste lade van mijn bureau kon niet meer helemaal open, maar dat was niet erg, want die was bestemd voor blauwe enveloppen. Wel moest ik knieheffen om bij mijn boekenkast te komen, in-home training: een extra voordeel. Ik dwaal af. Na een aantal trials had ik mijn start ontwikkeld en was klaar voor de wedstrijd.

 

Ik loop naar de kleine zaal voor mijn warming-up. Mijn plan is de hele wedstrijd tempo 30 te roeien, hiermee had ik in mijn trainingen 24:16 geroeid. Het is elf uur, alle roeiers op de ergometers in de grote zaal zijn klaar voor de start, de toeter gaat, we zijn gestart. Korte starthalen op tempo 34, uitlengen, omlaag naar baantempo, koolzuur uitblazen en diep ademhalen. Ik kom in de race. Op mijn scherm zie ik dat ik nu tempo 30 roei. Okay. Mijn 500-meter-tijd zit onder de twee minuten en ik moet proberen dit zo lang mogelijk vast te houden. Ik roei gelijk op met Rijnland. De andere lichte veteranen kan ik niet zien. We hebben de eerste kilometer gehad en mijn 500-meter-tijd is opgelopen tot twee minuten.

 

Als we over de helft zijn, wordt het doorbijten. Ik probeer op het scherm van Rijnland te zien wat zijn 500-meter-tijd is, maar zie niets. Dan maar gewoon concentreren op mijn eigen scherm. Had ik mijn stopwatch maar meegenomen, nu is Rijnland mijn enige houvast. We zijn nu in het laatste deel van de race en na enige tijd komt onze categorie op het scorebord. De twee Dortsche roeiers gaan winnen. Mijn boot ligt in derde positie, ongeveer 50 meter voor Rijnland en met mijn eindsprint behoud ik mijn voorsprong tot de eindstreep. Even uitblazen en naar de tijden kijken. Die vallen erg tegen. De Dortsche veteranen hebben gewonnen in 23:20 en 23:50. Ik ben derde geworden in 24:46 en Rijnland vierde in 24:58. Deze tijden liggen een halve tot een hele minuut hoger dan vorig jaar. De snelste tijd wordt later in de middag geroeid door de Hongaar Akos Haller, die de categorie heren senioren A wint in 18:45. Goede morgen Hongarije!

 

 

In het middagblok verschijnen de jeugdroeiers, waarin Imke Hennink voor Vada roeit in de categorie M18. Voor jeugdroeiers gelden andere regels. Er wordt een vaste tijd van twintig minuten geroeid en de geroeide afstand bepaalt de uitslag. Imke roeit in twintig minuten 4.220 meter en wordt daarmee nummer 21 in deze categorie, die met 5.200 meter wordt gewonnen door Cornelis Tromp. Op de tribune heeft mijn betere helft de race gevolgd. Na de koffie spreken we nog even met een Amstel-official en vertrekken met een ergoshirt met daarop de namen van alle deelnemers. Dit was een leuke wedstrijd en een goed begin van 2007.

 

Theo M. Boers