Vada Varia, nr. 2 2008

 

 

Hoe MsLach naar de Head 2008 ging

 

Het is goed om vooraf te zeggen dat MsLach een ploeg is die al jaren bestaat met een stabiele samenstelling. Dat het eigenlijk niet uitmaakt wie met wie in de boot zit: het gaat over het algemeen lekker en goed. Dat we ook allemaal heel veel roeiervaring hebben; minimaal een jaartje of 15. Waarom zeg ik dit? Dit gegeven maakt het verhaal misschien wat begrijpelijker.


door Greet Mattheus

 


 

Jaren hebben we met de volle overtuiging geleefd dat -zeker wanneer je naar de Head wilt- er flink, veel en hard getraind moest worden, minimaal tweemaal per week. Dat je die week ervoor ook uitgekiend moest eten, op het laatst veel pasta en/of rijst: koolhydraten stapelen. Ook vonden we altijd dat je dan al in oktober moest beslissen dat je in maart het jaar daarna de Head wilde varen. En tot slot moesten we natuurlijk de laatste trainingen altijd in de wedstrijdsamenstelling roeien en veel kilometers maken. Dit alles is verleden tijd; althans met deze Head editie.

 

In januari zei iemand: ‘zullen we weer eens naar de Head gaan?’. Dat ook voor de damesploegen de afstand 8 kilometer is geworden, vond iedereen een nadeel. Het probleem zat hem dan ook in het verkrijgen van de goede conditie en het ontbreken van voldoende tijd voor een goede voorbereiding. We spraken af dat iedereen er zelf voor verantwoordelijk was om aan de conditie te werken. Hoe dat maakte niet uit: Hardlopen, roeien, tennissen etc. Privéomstandigheden en het bar slechte weer (hoe vaak heeft het eigenlijk gestormd in de eerste maanden van 2008?) leidden ertoe dat we niet veel kilometers in wedstrijdsamenstelling in de boot konden maken. Maar ja, zeiden we, daar heeft iedereen last van en ondertussen discussieerden we wekelijks aan de koffie verder over het wel of niet gaan. Maar goed: we schreven in.

 

Vervolgens bleek dat we met vier slagen de wedstrijd zouden gaan varen, hetgeen natuurlijk weer een uitdaging gaf wat betreft de opstelling. Ook daarin waren we niet meer streng in de leer: de enige plaats die niet ter discussie stond, was de slagplaats. Voordat Tetje het door had, bleek zij ineens die plek te bezetten. Greet verhuisde van de 3 naar de boeg (ivm de haallengte), naar de 2 (ivm rugklachten) en om uiteindelijk weer op 3 uit te komen om een conditioneel blok te vormen met de slag. Astrid vond zichzelf, tot haar eigen verbazing en voor het eerst van haar leven, terug in de boeg. En Ingrid wisselde zeer flexibel plek 3 in voor 2. De uiteindelijke opstelling werd twee uur voor de start beklonken. Wat een gedoe hè?

 

Vraag is natuurlijk, of we überhaupt wel geroeid hebben op de Head. Het antwoord is ‘ja’ en we hebben het niet eens zo slecht gedaan. We zijn ingehaald en hebben anderen ingehaald, we hebben een jonge die Leythe ploeg van ons af kunnen houden en door het zeer strakke stuurwerk van Ot zijn ons menige extra roeimeters bespaard gebleven.

 

En weet je wat eigenlijk nog het meest verbazingwekkende was? Dat we na de finish tijdens een kopje koffie bij Willem III tegen elkaar zeiden: ’t was best weer leuk. Volgend jaar weer? Maar dan wel wat beter voorbereiden.

 

Greet Mattheus