|
|
Vada Varia, nr. 2, mei 2009
|
|
|
Mooi grijs Het is voorjaar. Lente staat voor prilheid, beginnend leven,
blijmoedigheid … Je wordt geacht die lentesfeer mooi of fijn te vinden. Dat
is “normaal”. In allerlei dingen kan de smaak, mooi of lelijk, verschillen.
Maar mooi weer is mooi weer. Ook al houd je van weer dat z’n
rauwe schraperige tanden laat zien in plaats van zonnige zoete meizoentjes.
Zo ook met de lente. Ik ben “niet normaal” want dol op grijs, wind en regen. door G B Rom Zo’n Toen ik het terrein op fietste waren
er de boten, de zeilen er onder, smoezelig en met een verlopen en vervuilde
veelkleurigheid door een waas van grijs. De gele strepen en stippen die orde
zouden moeten brengen in het parkeergedrag zijn vaal en besmeurd met modder.
Nu, anders dan op drukke dagen, laat de enkele auto die er staat zich wél wat
gelegen liggen aan pogingen het rommelige terrein geordend te houden. Bij
drukte is het hemd nader dan de rok; er is groepsbelang maar het eigenbelang
weegt zwaarder. Om kwart over negen komt er leven in de tent. De eerste
van de groep werkers; de koffiezetter. Langzaamaan druppelen ze nu binnen.
Activiteit verdringt de stilte. Twee potten koffie als praatolie voor
veertien grijzende havenleden. Bijpraten, overleggen, grappen, informeren
naar bestelde materialen, plannen etc. Aan de grote tafel die door de
afmetingen ‘n symboliek van gemeenschappelijkheid uitstraalt. Op andere dagen
vaak de gezamenlijkheid van elkaar goed kennende en met elkaar sportende
roei(st)ers. Op de
dinsdagen de werkploeg. Nu geen appeltaart met thee maar ouwe-jongens-krentenbrood
met koffie. Als die op is gaan de overalls aan. Wie doet wat? Los uit het
vuistje wordt voor sommigen geplánd wat gedaan moet worden. Anderen weten het
al; ze gaan zo aan het werk. Om even over tien is het weer stil in de
kantine. Wat de grijsheid buiten doorbreekt zijn rode overalls.
Gesleutel aan de botenkraan, gesnoei in het te weelderig gewaande groen,
gegraaf bij elektriciteitskabels, geschilder aan toiletdeuren, geboor op de
steigers, gezaag in de “Scheve Loods” en druk gepraat van een stuk of vier
rode mannen bij het steigerhek. Praten als mengeling van overleg en poging te
overtuigen. Een sfeerbeeld, dat samenwerken van oudere mannen zonder al te
veel tijdsdruk. Waarbij ieder probeert vanuit eigen
technische ervaring – en daar is veel van – met een mengeling van eigen-wijsheid en vriendschap te overleggen of te
overtuigen. Met woorden, blikken en ’n enkel stevig recht-voor-zijn-raap-crescendo. Maar met elkaar. Als vrienden
of goede kennissen. Lunchtijd om half een. Weer die sfeervolle ambiance aan de
grote tafel. Die is voller dan bij de ochtendkoffie. Een enkele bestuurder is
aangeschoven. De dinsdag is niet alleen hoogtijdag voor de timmeraars, de sleutelaars, de snoeiers en de schilders
van VADA-haven. Ook havenbobo’s
zónder overall schuiven aan. Omdat “iedereen” er is. Ook voor iemand van het algemeen bestuur die kans ziet nu wat te regelen met
‘haven’. Dit alles onder het genot van ’n extraatje: wat hartigs van Lia.
Haar kroket of kop soep als toetje na de inhoud van het aloude broodpakje,
broodtrommeltje en afgesloten melkbekertje. Meestal wel vóór de zorgvuldig
geschilde en vaak met anderen gedeelde appel. Om half twee zwermen de overalls weer uit. Voor de tweede
ronde. Met de gebruikelijke afwisseling van lach, overleg en gekanker. Wat
zou er met de productiviteit gebeuren als dat laatste niet zou kunnen? Als de
stoom niet af en toe zou kunnen worden afgeblazen met “hier in dit land ….
hier bij deze vereniging …. hier in deze ploeg …”. Intussen gebeuren allerlei dingen. Andere dingen niet. Er
is een planning; een lijst van klussen. In volgorde van belang. Die lijst is
leidraad en wordt gebruikt. Min of meer dan. Wat ook gebeurt
is aanpakken wat zich voordoet; klussen waarvan tot op vandaag nooit iemand
wist dat het een klus zou worden en dus ook niet op de lijst stond. Zodat de
ander kan verzuchten: “hier met deze ploeg …” Om even na half vier gaan de overalls uit. Het bijpraten,
lachen, klagen en beschouwen wordt vervolgd in het clubhuis. Niet aan de
grote tafel maar aan de bar. Twee glaasjes of kopjes als dank van VADA. Zowat
niemand hoeft te bestellen; Lia kent haar pappenheimers; de een drinkt altijd
Afflichem, de ander oude jenever, die chocomel,
koffie of bier uit een laag glas en hij een gewone pils. Om vijf uur is het weer stil en donkergrijs op het
terrein. Nog steeds een rommelige plaats waar je op zo’n
heiige dag in je gesloten grijze gemoed goed kunt somberen. Maar de grijze
werkers hadden ‘t naar hun zin: fijn gebabbeld,
beetje gemopperd en meestal een klus geklaard of er mee gevorderd. Veren in
hun kont steken hoeft niet. Ze doen het voor hun plezier, hebben niet het
gevoel zich op te offeren voor de vereniging. Ze doen de dingen vaak prima.
Soms ook niet. Ook wel eens te haastig, te weinig doordacht, te zeer in de
ban van de klus, te radicaal of te weinig rekening houdend met ... Leuk, zo’n dagje meelopen. Als ik
zo oud ben wil ik ook bij de dinsdagploeg. Hoe gaat dat? Mag je er bij als
niet havenlid? Krijg je dan een overall, bij wie meld je je?
Is het waar dat … GB Rom. |