Vada Varia, nr. 2, mei 2009

 

 

Mooi grijs

 

Het is voorjaar. Lente staat voor prilheid, beginnend leven, blijmoedigheid … Je wordt geacht die lentesfeer mooi of fijn te vinden. Dat is “normaal”. In allerlei dingen kan de smaak, mooi of lelijk, verschillen. Maar mooi weer is mooi weer. Ook al houd je van weer dat z’n rauwe schraperige tanden laat zien in plaats van zonnige zoete meizoentjes. Zo ook met de lente. Ik ben “niet normaal” want dol op grijs, wind en regen.


door G B Rom


 

Zo’n januaridag om een uur of negen, voor het raam in ‘Ten Anker’. Windstil. De rivier grijs, de lucht grijs, mijn humeur grijs. Alles in harmonie. Mooi grijs, met nevel. Er glijdt een acht voorbij. Vroeg-op-ers van ARGO. Gracieus, vertraagde ingehouden slagen, gladde rimpelingen op het spiegelgladde water vanaf de boeg, in cadans bewegende lijven en riemen. De boot als van elastiek; zich uitrekkend en krimpend in het ritme van de slag. De harmonie van deze bewegingen in contrast met de driftige grip en klap van het blad. Onvermoede en sierlijk ogende sport op zo’n vroege grijze doordeweekse dag. Ik zie de stuurman zijn mond openen, hoor ‘m hier binnen de dromerige stilte niet verstoren. Gelukkig ook geen radiogejengel dat vloekt met grijze rust.

 

Toen ik het terrein op fietste waren er de boten, de zeilen er onder, smoezelig en met een verlopen en vervuilde veelkleurigheid door een waas van grijs. De gele strepen en stippen die orde zouden moeten brengen in het parkeergedrag zijn vaal en besmeurd met modder. Nu, anders dan op drukke dagen, laat de enkele auto die er staat zich wél wat gelegen liggen aan pogingen het rommelige terrein geordend te houden. Bij drukte is het hemd nader dan de rok; er is groepsbelang maar het eigenbelang weegt zwaarder.

 

Om kwart over negen komt er leven in de tent. De eerste van de groep werkers; de koffiezetter. Langzaamaan druppelen ze nu binnen. Activiteit verdringt de stilte. Twee potten koffie als praatolie voor veertien grijzende havenleden. Bijpraten, overleggen, grappen, informeren naar bestelde materialen, plannen etc. Aan de grote tafel die door de afmetingen ‘n symboliek van gemeenschappelijkheid uitstraalt. Op andere dagen vaak de gezamenlijkheid van elkaar goed kennende en met elkaar sportende roei(st)ers. Op de dinsdagen de werkploeg. Nu geen appeltaart met thee maar ouwe-jongens-krentenbrood met koffie. Als die op is gaan de overalls aan. Wie doet wat? Los uit het vuistje wordt voor sommigen geplánd wat gedaan moet worden. Anderen weten het al; ze gaan zo aan het werk. Om even over tien is het weer stil in de kantine.

 

Wat de grijsheid buiten doorbreekt zijn rode overalls. Gesleutel aan de botenkraan, gesnoei in het te weelderig gewaande groen, gegraaf bij elektriciteitskabels, geschilder aan toiletdeuren, geboor op de steigers, gezaag in de “Scheve Loods” en druk gepraat van een stuk of vier rode mannen bij het steigerhek. Praten als mengeling van overleg en poging te overtuigen. Een sfeerbeeld, dat samenwerken van oudere mannen zonder al te veel tijdsdruk. Waarbij ieder probeert vanuit eigen technische ervaring – en daar is veel van – met een mengeling van eigen-wijsheid en vriendschap te overleggen of te overtuigen. Met woorden, blikken en ’n enkel stevig recht-voor-zijn-raap-crescendo. Maar met elkaar. Als vrienden of goede kennissen.

 

Lunchtijd om half een. Weer die sfeervolle ambiance aan de grote tafel. Die is voller dan bij de ochtendkoffie. Een enkele bestuurder is aangeschoven. De dinsdag is niet alleen hoogtijdag voor de timmeraars, de sleutelaars, de snoeiers en de schilders van VADA-haven. Ook havenbobo’s zónder overall schuiven aan. Omdat “iedereen” er is. Ook voor iemand van het algemeen bestuur die kans ziet nu wat te regelen met ‘haven’. Dit alles onder het genot van ’n extraatje: wat hartigs van Lia. Haar kroket of kop soep als toetje na de inhoud van het aloude broodpakje, broodtrommeltje en afgesloten melkbekertje. Meestal wel vóór de zorgvuldig geschilde en vaak met anderen gedeelde appel.

 

Om half twee zwermen de overalls weer uit. Voor de tweede ronde. Met de gebruikelijke afwisseling van lach, overleg en gekanker. Wat zou er met de productiviteit gebeuren als dat laatste niet zou kunnen? Als de stoom niet af en toe zou kunnen worden afgeblazen met “hier in dit land …. hier bij deze vereniging …. hier in deze ploeg …”.

Intussen gebeuren allerlei dingen. Andere dingen niet. Er is een planning; een lijst van klussen. In volgorde van belang. Die lijst is leidraad en wordt gebruikt. Min of meer dan. Wat ook gebeurt is aanpakken wat zich voordoet; klussen waarvan tot op vandaag nooit iemand wist dat het een klus zou worden en dus ook niet op de lijst stond. Zodat de ander kan verzuchten: “hier met deze ploeg …”

 

Om even na half vier gaan de overalls uit. Het bijpraten, lachen, klagen en beschouwen wordt vervolgd in het clubhuis. Niet aan de grote tafel maar aan de bar. Twee glaasjes of kopjes als dank van VADA. Zowat niemand hoeft te bestellen; Lia kent haar pappenheimers; de een drinkt altijd Afflichem, de ander oude jenever, die chocomel, koffie of bier uit een laag glas en hij een gewone pils.

 

Om vijf uur is het weer stil en donkergrijs op het terrein. Nog steeds een rommelige plaats waar je op zo’n heiige dag in je gesloten grijze gemoed goed kunt somberen. Maar de grijze werkers hadden ‘t naar hun zin: fijn gebabbeld, beetje gemopperd en meestal een klus geklaard of er mee gevorderd. Veren in hun kont steken hoeft niet. Ze doen het voor hun plezier, hebben niet het gevoel zich op te offeren voor de vereniging. Ze doen de dingen vaak prima. Soms ook niet. Ook wel eens te haastig, te weinig doordacht, te zeer in de ban van de klus, te radicaal of te weinig rekening houdend met ...

 

Leuk, zo’n dagje meelopen. Als ik zo oud ben wil ik ook bij de dinsdagploeg. Hoe gaat dat? Mag je er bij als niet havenlid? Krijg je dan een overall, bij wie meld je je? Is het waar dat …

 

GB Rom.