Vada Varia, nr. 3, 2003
Een rondje Arkel: SLOW trekt blik
oftewel: de aanhouder wint
Op zaterdag 26 april werd door een afvaardiging van ploeg SLOW deelgenomen aan Arkel Rond, een zogeheten roeiontmoeting met wedstrijdkarakter (ROW). Deze jaarlijks gehouden tocht voert over een parcours van 10 km lengte vanuit Gorinchem naar Arkel en terug over Linge en Merwedekanaal. Voor SLOW en wellicht ook voor Vada was dit evenement een nieuwe ervaring. Voor ondergetekende was het een terugkeer na 25 jaar afwezigheid. Dit is met recht een verhaal van de aanhouder die uiteindelijk wint.
Wat eraan voorafging
In 1978, ik was toen 15 jaar en roeide bij de nog jonge RV Breda, deed ik al een keer mee aan Arkel Rond. Nog nooit had ik aan een wedstrijd over zo’n lange afstand deelgenomen. Waaraan ik gewoonlijk meedeed waren regiowedstrijden over 500 of 1000 meter. Iemand in de club had de uitdaging gesteld om eens te komen tot een meer tot de verbeelding sprekende prestatie. Zodoende deden er verschillende ploegen van Breda mee, waaronder twee juniorvieren. Mijn ploeg roeide in een C4+, de andere in een overnaadse vier. Geen van beide ploegen waren erg ervaren en het was op voorhand duidelijk dat we meer tijd nodig zouden hebben om
het parcours af te leggen dan de veteranenvieren, waarvan de betere er in gladde boten zo’n 43 of 44 minuten over deden. Wij werden tijdens de race door onze stuurman geestdriftig aangevuurd en hij wist daarmee bij ons het onderste uit de kan te halen, waardoor we in 50 minuten finishten. Onze clubgenoten hadden er in hun aftandse overnaadse bak 59 minuten voor nodig…
Twee jaar geleden opperde ik in mijn SLOW-ploeg al eens om mee te doen aan Arkel Rond. Je zou het kunnen zien als een goed vervolg op de Head of the River in een wat meer ontspannen sfeer. We hadden al een ploeg samengesteld, maar bij de inschrijving bleek dat de wedstrijd naar een andere datum was verplaatst, waardoor sommigen van ons verhinderd waren om mee te doen en het te laat was om nog met een andere ploeg te gaan trainen. Vorig jaar lukte het ook niet om mee te doen, want de datum van de wedstrijd kwam voor mij bij voorbaat al slecht uit. Driemaal is scheepsrecht, zo zegt men, dus dit jaar ondernam ik een nieuwe poging. Je moet dit soort dingen op tijd plannen dus al in maart, nog voor de Head, polste ik in de ploeg of er animo voor bestond. En ja hoor, vier ploeggenoten dienden zich aan, zodat we zelfs konden selecteren… Dat ging uiteindelijk langs natuurlijke weg, omdat Frans-Peter Scheer ditmaal degene was voor wie de wedstrijddatum een belemmering vormde. De overblijvers waren Bauke Abma, Pim Henstra, Rob van Tol en natuurlijk schrijver dezes. Na de Head, waarop onze SLOW-acht goed voor de dag was gekomen, werd begonnen met de voorbereidingen voor de 10 kilometer van Gorinchem.
Je mag al blij zijn als je met een veteranenploeg erin slaagt om eenmaal per week in dezelfde samenstelling in de boot te stappen. In de vijf weken tussen Head en Arkel Rond zou het aantal trainingen met de vier dus nogal spaarzaam blijven als we niet ook doordeweeks zouden gaan roeien. Met de ingetreden zomertijd en het prachtige weer in die periode was dat gelukkig mogelijk, al moesten we soms wel met een invaller of in kleinere boottypen roeien. Hoe dan ook, het ging steeds beter en tijdens het paasweekeinde kregen we met elkaar goed vertrouwen in een succesvolle deelname. Dat kwam overigens niet in de laatste plaats ook door de prachtige nieuwe boot waarin we mochten roeien: de Pelikaan. Toch dreigde het noodlot alsnog toe te slaan. Op de donderdag voor de wedstrijd werd Bauke opeens ziek! Omdat het er niet naar uitzag dat hij tijdig hersteld zou zijn, gingen we naarstig op zoek naar een invaller. We hebben weliswaar een ploeg van twaalf roeiers, maar het valt niet mee om zo kort van tevoren nog iemand bereid en in staat te vinden om zijn plannen voor het weekeinde, al of niet met gezin, om te gooien. Gelukkig was er een redder in nood: Jetse Stoorvogel. Probleem was wel dat hij als bakboordroeier moest invallen voor stuurboorder Bauke. De oplossing was dat hij de slagplaats van Rob zou overnemen, die op zijn beurt de plaats van Bauke zou invullen. Niet ideaal, temeer omdat er geen gelegenheid meer was om nog een keer te trainen in deze combinatie. Maar goed, we konden in ieder geval meedoen.
De wedstrijd
Hadden we een groot deel van de aprilmaand prachtig weer gehad, de vooruitzichten voor de wedstrijddag waren de hele week al slecht. Het zou regenen en wellicht ook waaien. Gelukkig viel het uiteindelijk mee: het regende maar af en toe een beetje en er was praktisch geen wind. Om een zware wedstrijd te roeien was het eigenlijk best gunstig: geen zon, een gematigde temperatuur van zo’n 15 graden en een vrij hoge luchtvochtigheid. De start zou om 11 uur zijn en kort na tienen kwamen we met de Pelikaan op de botenwagen in Gorichem aan. Gelegenheidsstuurvrouw Astrid Pouw kwam even later ook aan. Zonder verdere tegenvallers konden we ruim een half uur later het water op gaan. Of ik zou nog moeten vermelden dat een vier van de Gorcumse Roei- en Zeilvereeniging voordrong op het botenvlot, een weinig sportieve actie en dat nog wel voor een ploeg van de organiserende vereniging! Het bleek ook nog eens een van onze directe tegenstanders te zijn en dat zou ze nog dun door de broek lopen… In ons nummer, heren veteranen vier-met, hadden zich in totaal zeven ploegen ingeschreven, inclusief de onze. Bestudering van de uitslagen van voorgaande jaren had enige herkenning van ploegen van nu opgeleverd en tot de conclusie geleid dat we in dit veld op zijn minst geen gek figuur zouden slaan. Misschien konden we wel winnen... Maar ja, er hoeft maar één onbekende goede ploeg mee te doen waar je niet tegenop kunt en je eindigt op een roemloze (?) tweede plaats. Doel was dus vooral om een goede wedstrijd te roeien. Als dat lukt, kan je altijd tevreden zijn.
Start en finish lagen voor het clubhuis van de Gorcumse en er was weinig of geen gelegenheid om een beetje in te roeien. Een nadeel voor ons, we hadden immers nog helemaal niet in deze samenstelling met elkaar geroeid. De wedstrijden werden in drie heats verroeid en ons hele veld startte in de eerste heat. We moesten een klein stukje oproeien, waarna de ploegen in de juiste startvolgorde werden gedirigeerd om vervolgens een voor een afgeroepen te worden voor de start. Met een ruim startverschil, ik schat wel twee minuten, gingen we achter onze voorgangers van De Maas uit Rotterdam aan. De eerste kilometers ging het nog wat onwennig, we moesten even elkaar opzoeken qua ritme en techniek. Dankzij de weinige wind was het water bijna vlak, maar het lukte niet echt om helemaal watervrij op te rijden. Slagman Jetse zette wel meteen een stevig tempo in, naar schatting zo’n 26 halen per minuut. Na zo’n 2,5 kilometer haalden we een ploeg in. Dat was niet onze directe voorligger, maar de ploeg van RV Alphen die maar liefst drie plaatsen voor ons was gestart. Die ging dus niet erg snel, maar het vormde wel een duidelijk bewijs dat wij er goed de vaart in hadden. Af en toe moesten we onder een lage brug door, waarbij we even moesten laten lopen en plat liggen om niet onze hoofden te stoten. Astrid gaf het goed op tijd aan en stuurde messcherp door de soms nauwe bruggaten heen. Ook de bochten in de mooie Linge sneed ze netjes af. Het was natuurlijk niet echt de gelegenheid om van de schitterende omgeving te genieten. Ogen in de boot was het devies en concentreren op de techniek, zodat de onvermijdelijk opkomende vermoeidheid niet te veel de vaart uit de Pelikaan zou halen. Keer op keer gaf Astrid series van tien halen aan met nu eens het accent op de inzet, dan weer op de voortstuwing in de doorhaal. Steeds kwamen we daardoor weer bij elkaar en konden we het door Jetse gedicteerde tempo blijven volgen. En toen was daar opeens het keerpunt al. Een scherpe bocht moest gerond worden om van de Linge het Merwedekanaal op te draaien en de terugtocht te aanvaarden. Bakboord (mijn boord) moest daarbij even laten lopen en ik maakte van de gelegenheid gebruik om achterom te kijken naar de ploegen voor ons. De vier van De Maas was duidelijk dichterbij dan bij de start, dus die moesten we nu gaan pakken. Het water was hier tijdelijk iets ruwer door een passerende motorboot, maar een eindje verder was het weer mooi vlak en pakten we de boot opnieuw stevig op. Het rechte en brede kanaal bood minder afleiding qua natuurschoon, dus konden we nu helemaal alle aandacht aan techniek en voortstuwing besteden. En dat bleef niet zonder resultaat, want na nog een kilometer of twee gingen we wederom een ploeg voorbij. Het was echter niet die van De Maas, maar die met de Haagse groen-geelhemden van De Laak, twee plaatsen voor ons gestart. Zo’n inhaalmanoeuvre geeft je wel vleugels en we stampten stevig verder. We passeerden net als op de heenweg de brug van de snelweg A15 en nu was het nog zo’n twee kilometer. Ik voelde een zelfde gevoel opkomen als in de laatste kilometers van de Head, namelijk dat het steeds meer moeite kostte om de haal goed aan te trappen. Extra aandacht voor de techniek is dan de remedie. Goed klaarzitten tijdens het oprijden, even rust nemen en dan snel naar de volgende haal toewerken met een zo fel mogelijke inzetbeweging en beentrap. Het werd er niet lichter op, maar ik kreeg wel beter druk op mijn blad. Om mezelf af te leiden van het nu toch wel ernstig wordende gevoel van vermoeidheid ging ik halen tellen. Astrid deed dat overigens ook nog steeds met grote regelmaat en enthousiasme. Nog een keer een lage brug passeren en nu kon het niet verder meer zijn dan zo’n halve kilometer. Vijftig halen aftellen en dan zou de verlossing komen. Even extra er tegenaan. Jetse riep naar achteren een aanmoedigende kreet, zoiets van "even extra oppakken!". We draaiden nu allemaal de kraan vol open en inderdaad, toen ik uitgeteld was klonk het signaal van de finish. Al uithijgend even omkijken waar die heren van De Maas nou waren: toch nog niet echt dichtbij… Zouden we ze wel gepakt hebben? Ze moesten zo’n twintig jaar ouder zijn dan wij… Terwijl we rustig begonnen aan een stukje uitroeien zagen we in de verte de achtervolgende ploegen aankomen. Het leek me toe dat we die wel erg ver achter ons hadden gelaten. Zo groot kon het verschil bij de start toch niet geweest zijn? We roeiden een paar honderd meter uit en keerden toen om, om even later aan te leggen. Terwijl we dat deden, kwamen pas de laatste vieren van ons veld binnen. We moesten het zonder twijfel goed gedaan hebben, maar of we nu gewonnen hadden? Eerst maar over tot de orde van het moment. Boot uit het water, op de botenwegen leggen, daarna douchen en omkleden. Uitslagen waren er nog niet; eerst nog maar een kop koffie. We konden niet lang blijven, want sommige ploegleden hadden andere bezigheden later die dag. Voordat we weggingen wilden we natuurlijk wel de uitslag weten. Ik begaf me daartoe naar de wedstrijdleiding en legde de situatie uit. Als ik even wachtte, zou ik alvast de tijden krijgen, nadat die gecontroleerd en definitief vastgesteld waren. Geduldig bleef ik wachten maar liep niet weg, want dat zou de zaak zeker niet bespoedigen, voelde ik aan. En ja hoor, na een minuut of tien kreeg ik de uitslag onder ogen: de vier-met van Vada had de snelste tijd: 41 minuten en 8 seconden, meer dan een minuut voor nummer twee: De Maas. We hadden gewonnen! Gauw voegde ik me bij mijn ploeggenoten, die intussen de botenwagen hadden klaargezet, zodat we snel weg konden rijden. In euforische stemming reden we terug naar Wageningen. Ondanks invallen en omboorden hadden we een goede tijd neergezet. We waren het erover eens dat we zonder deze handicaps nog wel sneller hadden kunnen zijn, maar ach… als je toch gewonnen hebt maakt dat niets meer uit. We hadden er onder de gegeven omstandigheden het beste uit gehaald. We konden heel tevreden zijn en dat waren we dan ook! Ik dacht even terug aan 25 jaar geleden, toen ik de Arkel Rond voor het eerst roeide met mijn juniorenploeg. Het gaf een goed gevoel om er nu teruggekeerd te zijn en met een blik op zak weer naar huis te kunnen gaan. Na twee eerdere pogingen tot hernieuwde deelname nu dan toch echt. Even had het erop geleken dat het ook dit keer niet door zou gaan, maar je ziet maar weer: de aanhouder wint!
Maurits Geuze