K(N)OEIEN
Muggen sla ik zomaar dood.
Vliegen ook.
Mieren veeg ik zonder pardon van tafel en regelmatig zuig ik spinnen de stofzuiger binnen.
Jegens dat klein gedierte toon ik geen enkele clementie.
Anders wordt het wanneer het over muizen gaat, die sla ik niet zomaar dood en alleen al de gedachte aan het overlijden van onze tamme kooirat is voldoende om mijn traanklieren te activeren. Ligt er een kat op de stoel waarop ik wil gaan zitten, ik zal de laatste zijn om het dier weg te jagen omdat mijns inziens dat beest evenveel recht heeft op dat ding als ik.
Honden doe ik niks, paarden evenmin. Ook koeien veeg ik niet zonder pardon weg van hun plek, zelfs niet als dat een kanolandingsplaats is.
Norske Skog Rijnrace 2003.
Daar werk ik naar toe.
Keerpunt D.
Dat was ik.
Ten behoeve van de zeilers vrijwillig medewerkend kanoclublid.
Zat een kribje verder dan de fanatieke oude rotten in het wedstrijdvak dachten / verwachtten.
Omdat recht tegenover kilometerpaal 209 een kudde koeien lekker op de landingsbaan lag te herkauwen toen ik daar aan kwam peddelen. Haal ik niet in mijn hoofd om die dieren op te schrikken en weg te jagen omdat er zo nodig zestig zeilboten afgetoeterd moeten worden. Ga ik gewoon een kribje verder aan land. ‘Naast het Lingegemaal’ stond in mijn instructies en daar zat ik. Keek afwisselend naar aanstormende zeilboten (veel vleugjes wind dit jaar!) en de herkauwende melkfabrieken naast mij, van wie enkelen verkoeling zochten door met de poten in het water rond te plassen.
Natuurlijk vroeg ik me af of ik moest verkassen als ze weggingen maar meende dat die snelle zeilrakkers wel een paar meter extra aankonden en daarbij, tegen de tijd dat de runderfamilie de biezen pakte was zo ongeveer de hele vloot mij gepasseerd. Hadden ze keerpunt D op de krib met de witte paal gezien en niet op de koeienkrib. Dus bleef ik zitten waar ik zat en verroerde me niet. Tot de aanstaande winnaars aan kwamen glijden. Ik veerde overeind en zwaaide met mijn gedeukte bliktoeter om aan te geven waar keerpunt D zich dit jaar precies bevond. En werd bemopperd alsof, alsof. Omdat de topsporters het anders in de hersenpan ingeprint hadden? Omdat zij die koeien in den beginne niet hadden gezien? Omdat zij die pootbadende koeien wèl weg hadden gejaagd als zij keerpunt D waren geweest? Of omdat zij jegens gedierte geen enkele clementie tonen, weet ik veel, schuldgevoel borrelde in me op en zat me dwars. Toch keerpuntte ik verder, de teerling was nou eenmaal geworpen.
Van 14.45 tot 18.30 zat ik daar op die krib te toeteren en moedelozen bij het wegvallen van wind moed in te spreken. Toen ik terugvoer zag ik dat de koeien een herinnering voor mij hadden achtergelaten: een vlaai. Lekker knapperig gebakken in de zon.
YONO SEVERS