Vada Varia, nr. 3 2004

 

 

Platbodemzeilen

 

Al eens eerder viel de datum van de Rijnrace samen met die van de donateursdag van de VBB (Vereniging Botterbehoud), zo ook dit jaar. En weer heb ik gekozen voor de laatste. Ditmaal werd gezeild vanuit Volendam waar de schepenindeling plaats vond in de Visafslag waar we ook een kop koffie met versnapering aangeboden kregen van de Stichting d’Garnkwak. Deze stichting had iets te vieren: hun onlangs gerestaureerde kwak (grote botter met minder zeeg en een lengte van 16 meter) viert dit jaar zijn honderdste verjaardag.


Bob Zuidema


Deze keer voeren we, op ons verzoek, mee met de botter MK 63 van Peter Dorleijn, die afgemeerd lag bij de Visafslag, samen met een twintigtal botters en enkele spekbakken.

Nadat de victualie en de donateurs aan boord waren gingen de trossen los en onder aanvoering van de jarige kwak VD 172 werd de haven uitgevaren, waarna onmiddellijk de zeilen werden gehesen. Met een goede Beaufort 4 viel er lekker te zeilen, ondanks de temperatuur van maar dertien graden en het is altijd weer een prachtig gezicht als zo’n veld van twintig botters tamelijk dicht bij elkaar oplaveert tegen de NNW-wind. Zo moet de Zuiderzee er ruim 70 jaar geleden voor de afsluiting vaak hebben uitgezien toen er door honderden schepen werd gevist.

Alles aan boord van de schepen is robuust uitgevoerd en de zeilen zijn enorm, wat zeker gezegd kan worden van de fok, die zo groot is dat het schootoog tot ver achter de mast komt.

 

 

Hoogaars "Alcyon"

 

Bij het overstag gaan moet de fokkeschoot voor de mast langs naar de andere kant van het schip gebracht worden om daar te worden belegd, maar het is onmogelijk om zo’n fok bij het overstag gaan in bedwang te houden. Daarom is halverwege het onderlijk een touw aan een oog in de fok vastgemaakt, het buiketouw. Dit wordt eerst aangetrokken en op een klamp bij de mast belegd, waarna bij het overstag gaan de fokkeschoot naar de andere kant kan worden gebracht en worden vastgesjord. Dan kan het buiketouw losgenomen worden. Inmiddels moeten ook de zwaarden op het juiste moment opgehaald en neergelaten worden. Meest werd met twee man en een jochie aan boord gevist en je krijgt bewondering voor de handigheid waarmee men vroeger dit werk kon uitvoeren, want wij zeilen alleen maar.

 

Na een paar flinke slagen zeilen we naar een oppertje onder de dijk bij Edam waar wij als eerste het anker laten vallen. Al spoedig vallen ook de ankers van de andere platbodems. De zeilen worden gestreken en de victualie voor de lunch komt te voorschijn. Er wordt een bittertje geschonken en een toast uitgebracht op de honderdjarige, er worden boterhammen gesmeerd en belegd met makreel en haring; er is melk, karnemelk, frisdrank en het is allemaal even lekker tijdens zo’n mooie zeildag buiten, hoewel de zon zich niet liet zien en er zo nu en dan wat regendruppels vielen. Er klinkt op een van de schepen een mondharmonica en ook een trekzak komt tevoorschijn en een paar liederen klinken verwaaid over het water.

 

Dan gaan de zeilen weer omhoog en nu gaat het voor de wind de Gouwzee in. Inmiddels heeft onze schipper de breefok klaargelegd en die wordt met twee man gezet. Een breefok is een razeil dat op voordewindse koersen te loevert wordt uitgezet zodat het schip voldoende kracht krijgt om het kuilnet te kunnen slepen. De botterfok gaat neer en een andere fok, die de opening tussen breefok en mast mooi opvult wordt gehesen. Het schip stormt over het water en al gauw zijn we Volendam voorbij en de Gouwzee in.

 

 

Hijsen van de breefok

 

De dijk naar Marken dwingt tot een koerswijziging. Beide voorzeilen worden gestreken en de botterfok komt er weer bij. Met een paar slagen liggen we voor de haven van Volendam en gaan de zeilen naar beneden. Eenmaal aangemeerd genieten we nog even na met een bittertje en kiijken we terug op een mooie zeildag; zonder zon, beetje regen, tamelijk koud, maar prachtig zeilen.

 

Veertien dagen later: donateursdag van de Stichting Behoud Hoogaars; er kan worden gezeild vanuit Veere. Omdat we toch al in Kortgene verbleven hadden we er voor ingeschreven.

Veere, 10 uur: Aan de steiger bij de Kampveerse Toren meert de YE 36, een gerestaureerde hoogaars in vissermanuitvoering. Het schip is zeer stoer en werd bijna honderd jaar geleden gebouwd. Dat blijkt niet het schip waarmee wij zouden zeilen. Even later komt de Alcyon aanvaren, eveneens een hoogaars, gebouwd in 1925 als jacht en onlangs geheel gerestaureerd, wat in dit geval betekent dat op enkele ijzeren onderdelen na vrijwel het hele schip herbouwd is. De lengte is 13.85 m, een meter korter dan de YE 36 en dus voorzien van een kajuit, een beetje te vergelijken met de kajuit op een boeier. Het schip is eenvoudig en doelmatig ingetimmerd en ziet er prachtig uit.

Hiermee zullen we zeilen onder leiding van een vierkoppige bemanning. Het is ongeveen hetzelfde weer als veertien dagen geleden, maar er is tussen de buitjes ook ruim zonneschijn. Wind: NW 4-5.

 

Na kennismaken met bemanning en passagiers gaan de zeilen omhoog en beide schepen beginnen aan hun eerste slag ni de richting van de Veerse Dam.

Bij de Alcyon wordt de fokkeschoot belegd aan een leuver die langs een overloop vlak voor de mast langs loopt. Bij het overstag gaan houdt een bemanningslid de fok even bak en schuift hem daarna naar de andere kant van de mast. Daarbij hoeft de fokkeschoot niet los genomen te worden. Ook hier moeten op het juiste moment de zwaarden worden bediend. Er staan schuimkoppen op het water, maar het schip neemt geen buiswater over.  Wij varen ongereefd, maar de YE 36 heeft een rif in het grootzeil gestoken, toch lopen beide schepen even hard.

Vanaf de Veerse Dam gaat het voor de wind achter de Haringvreter (een eiland in het Veerse Meer) om. Er moet een paar maal gegijpt worden en bij het sturen verbaas ik me erover dat het schip soms zo wreed op het roer ligt als er een flinke vlaag over komt. Als we weer terug moeten laveren en we achter de Haringvreter vandaan komen is de wind aangewakkerd tot Bft. 5. Beide hoogaarsen schuimen door het brakke water en ik probeer me een voorstelling te maken van de krachten die werken op de verstaging en op de masten.

 

Eigenlijk veel te gauw hebben we Veere weer bereikt en moeten we afscheid nemen van bemanning en schip; we hebben weer heerlijk gezeild.