Vada Varia, nr. 3 2004

 

 

Op de Adriatische zee

 

De titel zou ook Levkas Bound 2 kunnen zijn. Maar het is niet een vervolg op het boekje “Levkas Bound” uit 1997 dat VADA-lid Johan Haverdings schreef. Hij zeilde met zijn hond om Spanje heen naar Levkas, deed er acht maanden over en zat in februari in de golf van Biskaje. Zijn schip, genaamd Levkas Bound, ligt aan steiger C in onze haven.

Nee, in mijn geval gaat het over “vrijwilligerswerk”. Het is niet zo’n avontuurlijke reis als die van Johan. Maar toch! Een beetje aangestoken door het voorbeeld van anderen, bijvoorbeeld Peter Burghouts, heb ik dit reisverslag geschreven.


Henry Vermeulen


Stel U voor: Iemand heeft al heel wat keren flottielje gevaren in Griekenland. Hij denkt: dat kan ik net zo goed de hele zomer door doen en er ook nog van leven ook. Hij koopt zes Bavaria’s. Echte schepen wel te verstaan. Een ideaal en een chartermaatschappij zijn geboren.

De Sunny Sailor die 44 foot lang is, de Sunny Moon van 38 foot, twee 36 foot lange schepen genaamd Sunny one en Sunny Too en twee van 32 foot genaamd Sunny Boy en Sunny Girl. Hierbij moet toch wel wat vrouwelijk gevoel bij betrokken zijn. En… ja hoor Ellen en Frank zijn de toch wel wat trotse eigenaren van een Griekse rederij die de boten verhuurt aan het Nederlandse bedrijf “Sunny Sailing”. Het is nodig er een Grieks bedrijf op na te houden om de Griekse bureaucratie ook te voeden. Er is dan blijkbaar aanmerkelijk meer medewerking ter plaatse. (EU?)

 

De boten die in Duitsland vervaardigd worden gaan naar Isola in Slovenië over de grens bij Triëst. In Slovenië worden ze opgetuigd. De reis van Duitsland naar Slovenië heeft € 23.000 gekost. Het idee is om de boten verder over zee naar Griekenland te laten gaan. Ze zijn dan door wat ervaren bemanning uitgeprobeerd en het is goedkoper. Daarvoor zijn 6 bemanningen nodig. De afstand is bijna 700 mijl. Bij gemiddeld 5 knopen (5 mijl per uur) is dat 140 uur varen. Met haventjes in en uit wordt ‘t 150 uur. Met vrijwilligers zal er niet aan een stuk door gevaren worden. Dus wordt er op veertien dagen uit en thuis gerekend. Met enkele keren ‘s-nachts doorvaren om het met zekerheid te halen.

Frank heeft kennissen die mee willen. Zijn neef heeft bij ons bedrijf gewerkt. Vandaar de vraag of ik mee wil. Ben, een collega, heeft de meeste ervaring op zee. Hij wordt flottieljeleider en zal voor de Sunny Moon en voor de bemanning van de 32-foot schepen zorgen. Zo kom ik met Ben, Roy en Piero (Italiaans collega) op de Sunny Moon. Op de Boy en Girl varen zonen van Ben met collega’s en vrienden.

 

Voorbereiding:

Verschillende schema’s voor het vervoer en de reis worden uitgewerkt. Een aantal schippersbijeenkomsten en bossen e-mail gaan er aan vooraf. De auto blijkt toch het meest ideale vervoermiddel. Om onzekere en dure transfers en eventueel omboeken te voorkomen. In dat geval moeten we wel met de ferry terug van Griekenland naar Triëst. De veiligheidsvoorzieningen aan boord worden ingevuld. Ben en Frank zorgen voor de kaarten. Thermo ondergoed en “laagjes” zouden nodig zijn omdat het in maart nog erg koud kan zijn op de Adriatische Zee. Maar ja, Ellen en Frank hebben nog werk te verzetten en in april begint het seizoen langzamerhand te lopen. We houden rekening met de Bora, een koude valwind vanaf het Oosten van de Alpen en vanaf Kroatië. Windkracht 7 is niet ongewoon. Ik heb toch stilletjes de zwembroek ook maar ingepakt. Frank en Ellen hebben geen tijd meer om de boten in de anti-fouling te zetten. Die gaan na aankomst in de marina op Levkas direct weer de wal op.

 

 

De eerste dagen:

Ik ben blij dat we niet op 28 februari gegaan zijn. In dat weekend hebben mensen door de sneeuw 15 uur bij München in de file gezeten! Wij vertrekken vrijdagavond 5 maart. Tussen Keulen en Frankfurt rijden we ’n uur of drie in de sneeuw met een snelheid van 60 – 80 km/uur. Wat doen al die mensen om 3 uur in de nacht op de weg? Wat is het druk met vrachtwagens, autobussen en mensen met zo’n doos op het dak. Velen met winterbanden. Of doodsverachting. Sneller in ieder geval. We bereiken Isola na 13 uur op zaterdag aan het einde van de ochtend. Al met al toch een goed begin dus.

 

Het is ijzig koud. Op zondagochtend om 5 uur in de ochtend staat de afvaart richting Pula (Kroatië) op het programma. We hebben 65 mijl voor de boeg. Vertrek volgens plan. Een bora-tje van 4 – 5 Beaufort zorgt voor een bakstag wind. Koud maar voorspoedig bereiken we Rovinj. Dat is een mijl of 15 voor Pula. Bureaucratisch gedoe met het overschrijven van de bemanningslijsten met paspoortnummers. We moeten beloven ons verderop in Pula of Paxoi te melden.

Piero en Ben hebben de meest serieuze gesprekken over wat er wel en niet in de pasta moet. Hoe kan het ook anders? Blijkbaar verschillen de Hollandse en Italiaanse ideeën daarover nogal. Het zal een weerkerend ritueel worden. Na zo een dag varen zou álles goed gesmaakt hebben. Ik zou Piero en Ben tekort doen door niet te vermelden dat het voortreffelijk was.

 

De volgende dag; de wind wordt kracht zes. Zowat halve wind. Hele stukken wordt 9 knopen gehaald. Mijn thermo ondergoed en ademend zeilpak doen het uitstekend. Maar ik heb erg koude voeten. Het is maar vier graden. En dat bij 6 Beaufort! Welke idioot of bikkel doet dat? Helaas heb ik geen thermo sokken aangeschaft. Stom achteraf. In rubber laarzen worden je voeten kletsnat en trekt de kou door. Alsof het in je laarzen ook vier graden is. Een, twee paar of geen sokken maakt weinig verschil.

Dolfijnen! Een grote groep trekt voor ons langs. Het gevoel op zee te zijn; een verre, exotische zee. Typisch dat ze steeds twee aan twee boven komen.

We halen Paxoi niet voor donker. Bij schemering lopen we Losinj aan; 20 mijl voor Paxoi. Wel Kroatië maar in de streek Istrië. Losinj ligt aan het einde van een lange smalle baai. In het midden van het dorpje liggen we voor de winkeltjes en terrasjes aan de kade te klotsen terwijl de wind in lengterichting over de baai naar het dorp staat.

Morgen ben ik jarig …

 

                                                                        Deel 2 volgt….

Henry Vermeulen