|
|
Vada Varia, nr. 3 2004 |
|
|
5 juni 2004: Norske Skog Rijnrace Na weken van
wachten is het zo ver. De Rijnrace. Eerst de voorbereidingen. Voor ieder heel
verschillend. Bij de fanatieke zeilers wel allemaal met het zelfde doel: het winnen
van de wedstrijd. Al weken tevoren gaan de gesprekken op het terras van ons
clubhuis nergens anders over. De een moet nog even een giekophouder monteren,
de ander de helling van de mast veranderen, een kapotte mastvoet repareren of
de nieuwe zeilen uitproberen. Ik moet nog een nieuwe genua uitproberen, de stand van de leiogen opnieuw merken, een ingescheurde telltale herstellen en alles controleren. Vervolgens moet
ik, als altijd vóór de wedstrijd, een tactische keus maken; mét of zonder
spinaker varen. Varen met dat grote voorzeil kost me 3 punten van mijn
handicapcijfer. Dit in tegenstelling tot sommige andere boten. Ben Hoefsloot Bij de Tempest
of de J-22 bijvoorbeeld zit de spi
standaard in het handicapcijfer verwerkt. In mijn geval betekent dit alle
beschikbare weerkaarten bestuderen; hoeveel wind komt er maar nog
belangrijker uit welke richting komt die, hoe lang kan ik dan met spi varen en hoeveel harder moet
ik gaan om het rendabel te maken? Ik bespreek het met mijn broer, mijn vaste
wedstrijdmaatje. We besluiten deze race zonder spi te varen omdat bij een noordwesten wind het
voordeel van de spi absoluut niet opweegt tegen de
3 punten. We zeilen naar Heteren. Een sleep van Ben en Harrie
daarheen is niet nodig; voldoende wind. Dank voor hun aanbod. Onderweg
bespreken we alle moeilijke passages om niets aan het toeval over te laten.
Als we bij het grindgat zijn zien we de helft van de deelnemers voor anker
liggen terwijl de andere helft druk op en neer vaart om de koersen uit te
proberen. Eindelijk het waarschuwingssein; nog 10 minuten tot de start. Het
volgende sein 5 minuten later. Na een rommelige start kruisen we naar de boei
die aan bakboordzijde gerond moet worden. Kennelijk is dat niet bij iedereen
goed doorgekomen; een aanvaring en 4 boten die even stil liggen. Daardoor
kunnen wij weliswaar erg ruim maar toch nog snel de boei ronden om vervolgens
naar de smalle en ondiepe uitgang van het grindgat te varen. Dit jaar, met een
NW wind, is die uitgang bevaarbaar. Maar in een editie van de race met NO
wind zal de organisatie zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en niet in het
grindgat starten.
We varen als 4e
boot de Rijn op. Redelijk tevreden. Want we zijn de langzaamste van de 11
boten in onze klasse. Dan een kruisrak van ongeveer 1 km. Een paar goede
slagen. Bijna de boot van Casper voorbij. Maar hij
komt over bakboord; we moeten ‘m dus voorrang geven. Jammer. Want dit is het
laatste stuk dat we moeten opkruisen. De rest van het traject is bezeild wat
inhalen een stuk moeilijker maakt. Ook nu blijkt ieder nadeel zijn voordeel te hebben; doordat we een boot
vóór ons hebben kunnen we steeds in een heel vroeg stadium inspelen op winddraaingen die op de Rijn nogal eens voorkomen. De boot dus ook steeds trimmen om zoveel mogelijk
snelheid te houden. Dat betekent aanhalen of vieren van de schoten, van de
neerhouder, van de achterstag en - voor de twist -
van de cunningham. Ongeveer
halverwege merken we erg goed te gaan; de afstand met de J-22 van Jan blijft
beperkt en van achteren zien we nog niets terwijl daar nog zeer snelle boten
moeten zijn. Als je zoiets merkt gaat alles ineens beter. Je wordt meer
ontspannen en er ontgaat je niks meer; een heerlijk gevoel. Als we na het
keerpunt bij Opheusden, net aan het begin van de
bocht, een klap horen en omkijken zien we dat de
‘Salto’ zijn naam probeert waar te maken. Die salto lukt niet helemaal. Wel
met een sprongetje op de stenen gedoken en hartstikke
vast liggend. Niet alles gaat dus vlekkeloos. Soms is er ook gemis aan een
stukje sportiviteit. Het oploeven bijvoorbeeld als je ingehaald wordt.
Natuurlijk mag dat. Maar het loeven naar een boot uit een andere, veel
snellere klasse is zeer storend voor die snelle boot terwijl het ook de loevende
boot tijd kost. Loeven heeft alleen zin voor boten
met dezelfde snelheid en dezelfde handicap. Nadat ik dit zie gebeuren bij Rob
overkomt het mij ook door een achterblijver die we inlopen
na het keerpunt bij de zeeverkenners. Dan op naar de
finish bij het clubhuis. Die is helaas voor mij niet goed zichtbaar zodat ik
5 meter ervóór nog een slag maak die achteraf misschien overbodig is. Het sportieve
deel van de Rijnrace wordt gevolgd door de barbeque
en, om half negen, de prijsuitreiking. De VADA zeilers hebben het weer goed
gedaan. De fel begeerde helmstok winnen we weer terug nadat die een jaar in Giesbeek is geweest. Van onze startgroep van 11
kajuitboten finishten 4 VADA-ers bij de eerste 5. Die avond het
fantastische optreden van Rienk en zijn band; de ene na de andere ‘gouwe
ouwe’. Rob wordt er wel heel enthousiast van. Of het nou komt doordat het een
nummer is van ABBA of omdat het gezongen wordt door een travestiet, wat de
reden ook mag zijn … Rob heeft toch meer verstand van zeilen. Zo komt er een
eind aan een mooie 43e editie van de Rijnrace. De Furie Ben Hoefsloot,
schrijver van dit verslag, wint de race in zijn klasse (red.). |
|
|
|