Vada Varia, nr. 3 2005

 

 

Bons

 

 

Bons.

Behalve de weergave van het geluid dat je hoort als je met je boot onzacht een steiger raakt, betekent het woord bons ook een scheepstype dat zeldzaam is geworden in onze streken. Een bons is een platbodem vissersvaartuig, afgeleid van, en wat kleiner dan een schokker, met vallende rechte voor- en achterstevens, eigenlijk een beetje als mijn punter, maar dan belangrijk forser. Toen wij, mijn vrouw en ik, vorig jaar de open dag van punterwerf Wildeboer bezochten, werd daar een nieuwe eikenhouten bons in vissermansuitvoering, d.w.z. zonder kajuit, maar met vier slaapplaatsen onder het dek in  het voorschip, te water gelaten.


Bob Zuidema


 

Behalve deze zijn er nog maar twee houten bonsjes in de vaart: de RD 6 uit 1913 en de EB 39 uit 1920. Aanvankelijk bouwde Henk Wildeboer dit schip voor zichzelf om er met zijn gezin mee te varen, maar omdat hij toch geen tijd kan vinden om er het hele jaar mee te varen, besloot hij het ook te verhuren. Het schip is 9.30 m lang, 3,40 m breed en heeft een diepgang van 50 cm. Het heeft een zeiloppervlak van 40 m2. Er staat een 19 pk inboard Volvo Penta motor in.

In mei dit jaar werd ik zeventig en het leek me aardig die verjaardag met kinderen en kleinkinderen op het water te vieren. Mijn punter is daarvoor niet groot genoeg en omdat ik toch nog eens graag in de kop van Overijssel wilde varen, besloot ik in het voorjaar om de bons voor het week-end  van mijn verjaardag  te huren. Om in geval van minder goed weer toch comfortabel onderdak te hebben voor mijn verjaardagsgasten huurden we ook een appartement in Beulaekehaven,  een jachthaven aan het Beulaker Wijde.

 

Een paar dagen voor mijn verjaardag  vroeg ik me af of ik eerder dat jaar misschien een bons tegen mijn hersens had gehad om het onzalige idee te krijgen om met een onbekend schip in onbekend water  bij onbekend weer te gaan varen.  Ik had nog nooit met een schip van dat formaat gevaren en ook nooit met een ingebouwde motor. Hoe moest ik daarmee manoeuvreren?  Hoe zou het schip zeilen?  Vast heel anders dan mijn puntertje met  zijn 11m2 zeil. Waar zou ik allemaal tegenaan kunnen zeilen als er een plotselinge vlaag kwam in die 40 m2? Bruggen, sluizen, drukte op het water......

Waarom kon ik niet gewoon thuisblijven en in mijn leunstoel de eventuele cadeautjes in ontvangst nemen bij een lekker stukje taart?? Ik verklaarde mezelf voor gek.

 

Vrijdagmiddag fietsten we van het appartement naar Henk en Yvonne Wildeboer om de bons op te halen, waarvoor we een plaats gehuurd hadden in de jachthaven bij ons appartement. Ik had op de kaart al gezien dat we, eenmaal op de boot, een vaste en daarna twee beweegbare bruggen zouden moeten passeren. Het was gelukkig mooi weer en er was niet al te veel wind.

Henk maakte ons wegwijs met de motor en hees zijn fiets aan boord om ons onder de weg door naar het kanaal Beulakerwijde-Steenwijk te brengen door een slootje dat aan beide kanten van de boot nog maar een halve meter water bood. Onder de vaste brug en door de beweegbare brug met automatische bediening. Daarna naar de kant, waar Henk en ik de mast omhoog brachten en Henk weer op zijn fiets stapte.

 

Nu hadden wij het rijk, in dit geval de bons, alleen. Met de motor op halve kracht voeren we zuidwaarts en bij de brug bij Giethoorn gekomen hoefden we nauwelijks vaart te minderen, zo vlot werd die voor ons geopend. Het aanmeren in de jachthaven verliep rustig en zonder problemen, zodat we klaar waren om onze gasten aan boord te nemen toen die arriveerden. De tevoren klaargemaakte salades en andere lekkernijen werden aan boord gebracht met het nodige te drinken en in het begin van de avond voeren we het Beulaker Wijde op, waar de wind nagenoeg geheel was gaan liggen. Ergens ter hoogte van Ronduite ging het anker overboord en daarna konden we ons rustig aan het eten wijden, zij het dat er kleine mugjes waren die ons zo nu en dan venijnig prikten. Vooral in de volgende dagen zouden we daar nog hinder van ondervinden.

 

Langzaam zonk de zon ter kimme en het gladde water van het meer nam die typische olieachtige kleuren aan die kenmerkend zijn voor zonsondergangen op windstil water. Het was puur genieten in de stilte  bij het ondergaan van de zon. Het was eigenlijk al te donker om nog zonder verlichting te mogen varen toen we terugkwamen in de haven en de bons daar afmeerden voor de nacht.

De volgende dag stond er veel wind, maar het was wel zonnig en warm. Te veel wind om zeil te zetten op een onbekend schip, zodat we besloten op motorkracht een tochtje te maken. Via het Beulaker Wijde en de Walengracht kwamen we op het Giethoornse Meer, waar we bakboord uitgingen door de Valse Trog en het Noorderdiep naar Blokzijl. Daar lag een rij schepen te wachten voor de brug en sluis, waar wij achteraan sloten. Al gauw ging de brug open en stroomde de sluis leeg. Tegen de tijd dat wij onder de brug door waren leek de sluis vol, maar de sluiswachter beduidde dat wij er net diagonaal achter zouden kunnen aansluiten. Doe dat eens met een vreemd schip op de centimeter diagonaal aansluiten. Merkwaardig genoeg lukte het in één keer, puur geluk, maar wel goed voor het zelfvertrouwen.

 

De sluisdeur sloot zich net achter het roer van onze bons en de mensen op het terras van café Sluiszicht informeerden belangstellend naar ons schip, want een eikenhouten bons zie je niet iedere dag. Ze gaven me de indruk dat ze dachten dat ik de schipper-eigenaar van de bons was die kennelijk gewend was ermee te manoeuvreren, nog beter voor het zelfvertrouwen!

Via het Vollenhover Meer kwamen we bij Vollenhove waar de brug al vlot voor ons open ging. Na het Kadoeler Meer bereikten we het Zwarte Meer, waar de zuidwester ( het woei immers stevig) een flinke golfslag had veroorzaakt, zodat ons toch forse schip zo nu en dan water overkreeg. Hier moet een vest van mijn vrouw van boord gewaaid zijn, maar dat misten we pas later.

 

Voor de wind door het Zwarte Water langs Genemuiden en bij Zwartsluis even kijken welke van de twee bruggen wij moesten hebben naar het Meppeler Diep. De meest oostelijke van de bruggen draaide meteen voor ons open en het Meppeler Diep bracht ons naar de Beukerssluis, waar we even moesten wachten. De rondvaartboot voer als laatst aangekomen, maar als beroepsvaarder het eerst de sluis binnen en wij lieten ook de speedboten voorgaan waar we achteraan sloten. Er was ruimte genoeg. Via Beukersgracht, Belter Wijde en de brug bij de Blauwe Hand kwamen we weer in de jachthaven terug, waar de verjaardag werd gevierd met natuurlijk enkele oorlammen en een lekker dineetje. Een prachtige dag, waar had ik me nou zorgen om gemaakt?

 

De volgende dag, zondag,  prachtig weer en niet al te veel wind. Op motorkracht het Beulaker Wijde op, maar eigenlijk wilde iedereen aan boord zeilen. In de Walengracht met de kop in de wind en in de beschutting van een bosje vonden we een plekje waar net een motorjacht wegvoer. Ideaal om even te kijken hoe het schip getuigd moest worden. De klauwval en de piekeval van het grootzeil naar de korvijnnagels aan bakboord gelegd en de fokkeval en de kraanlijn aan stuurboord. Het hijsen van het grootzeil was daarna snel gebeurd en de fok uit de voorpiek gehaald en gehesen, bleek alleen wat formaat betreft en dikte van het doek belangrijk van mijn eigen fokje te verschillen. Een van onze kleinzoons had inmiddels de bemanning ingedeeld: bootsman, scheepsmaatje (dat was opa), stuurman, bottelier, enz., en voor zichzelf natuurlijk kapitein! Het werd een heerlijk middagje zeilen. Plotseling riep de “kapitein”: “Steek de loef af!” en op de vraag van het ‘‘scheepsmaatje” wat hij daarmee bedoelde, was het antwoord:”Dat staat in de Donald Duck”.

 

De bons was goed wendbaar, ging gemakkelijk over stag en was alleen wat laf op het roer omdat de zwaarden, die verstelbaar opgehangen waren, iets naar achteren verschoven waren. Door ze na het over stag gaan goed naar voren onder water te trappen kon dat een beetje worden verholpen.

Maandagmorgen was het weer omgeslagen, maar mijn vrouw en ik hoefden de bons alleen maar af te tanken en terug te varen naar Giethoorn Noord. Henk kwam met zijn fiets weer aan boord en we streken samen de mast, zodat we onder de vaste brug door de punterwerf weer konden bereiken.