|
|
Vada Varia, nr. 3 2005 |
|
|
Laveren
op de Neder-Rijn en het nieuwe BPR
Zoals alle zeilers,
(en naar ik aanneem de meeste motorbootvaarders)
weten, kan een zeilboot tegen de wind in zeilen. Hoe dat kan is nog best lastig om
uit te leggen, maar het kan. Op een smal vaarwater zoals een
kanaal of een rivier, speelt de zeiler dit klaar door schuin tegen de wind in
heen en weer te varen , het zogenaamde laveren of
kruisen. H.J. de Dreu Daarbij
kruist de zeiler ook daadwerkelijk het vaarwater en komt daarbij het verkeer
dat rechtdoor vaart tegen. Vroeger,
toen het binnenlands vervoer volkomen afhankelijk was van de zeilvaart, was
dit een gegeven dat men niet anders kon dan accepteren. Later
toen er nog steeds zeilvaart was maar er ook al sleepboten met lange slepen
over de rivieren voeren werd dit lastiger. Sommige sleepbootkapiteins hielden
rekening met de zeilvaart, maar er waren er ook die dat niet deden. In onze
moderne tijd, nu de vrachtschepen groter zijn geworden en de pleziervaarders
talrijker is men er zelfs toe over gegaan om het laveren op bepaalde
vaarwegen te verbieden. Dit is natuurlijk betreurenswaardig, maar wel enigszins
begrijpelijk. Wat staat
er nu in het nieuwe Binnenvaart Politie Reglement over dit onderwerp
? Het BPR
zegt daar het volgende over: Art. 9.04 derde lid: Op de in het eerste lid bedoelde
vaarwegen is het niet toegestaan het vaarwater op te kruisen. Welke
vaarwegen worden hier bedoeld ? De vaarwegen die
vermeld worden in bijlage 15 a. Hier
staan ze netjes opgesomd: 33 stuks. De Waal staat er bij, het Amsterdam-Rijnkanaal en ook de Neder-Rijn
tot kmr 886. Daar mag laveren dus niet. De Lek
staat er niet bij. Daar mag het dus wel. Wat is nu
eigenlijk precies de Neder-Rijn tot kmr 886 ? Bij de Pannerdense Kop begint het Pannerdens
Kanaal. (gegraven in 1707 om de Neder-Rijn en de IJssel van meer water te voorzien) 6 km
stroomafwaarts gaat het Pannerdens Kanaal over in
de Neder-Rijn, die bij Wijk bij Duurstede tenslotte overgaat in de Lek. Kmr (kilometerraai) 886 staat voorbij Arnhem, nog voor Oosterbeek. Van Oosterbeek tot Wijk bij Duurstede (en verder op de Lek)
is laveren dus toegestaan. Bovendien is een motor niet verplicht. Tot zover
is het BPR glashelder. Vervolgens
gooit Minister K.M.H. Peijs echter roet in het
eten. In de
nota van toelichting, waar haar naam onder staat, lezen we het volgende: Aldus
wordt duidelijk aangegeven, dat het hier een afzonderlijke norm betreft,
waarvan de overtreding (van het verbod tot opkruisen) een strafbaar
feit opl Nu schiet
de duidelijkheid van het nieuwe BPR toch wel een beetje tekort. Je zou
haast gaan denken dat Minister Peijs de wet heeft
getekend zonder hem eerst goed door te lezen. Om
duidelijkheid in deze zaak te krijgen heb ik het probleem voorgelegd aan de
landelijke Dienst Waterpolitie (KLPD) Binnen 2
weken kreeg ik een antwoord van de heer G. Flobbe, beleidsmedewerker, die uitgebreid op mijn vraag
ingaat. (zie bijlage hieronder) Hij
schrijft onder andere:
Voor
de naleving van de voorschriften door u en voor de handhaving daarvan door
politie en rijkswaterstaat e.a. geldt de wettelijke tekst; die is in deze
duidelijk. Ingeval een wettelijke tekst onduidelijk is kan
een officiële toelichting meestal duidelijkheid verschaffen. In dit
geval schept een onduidelijke toelichting verwarring over een duidelijke
wetstekst. . H. J. de Dreu 12
mei 2005 |
|
|
|
|
|
Bijlage: antwoord van de landelijke Dienst Waterpolitie (KLPD), de heer G.
Flobbe, beleidsmedewerker Aan O Watersportvereniging Maurik H.J.
de Dreu de
Schoorsteen 23b 4012
EC Kerk-Avezaath O i.a.a. Dienst Waterpolitie groepen Arnhem, Maarssen en Tiel (mail) Van G. Flobbe
Datum 29-04-2005 nr.BPR-904-3.001 Onderwerp laveerverbod U heeft
een vraag gesteld aan de Dienst Waterpolitie betreffende het laveerverbod op
de Neder-Rijn. Art. 9.04
lid 3 BPR geldt i.v.m. Bijlage 15a op de Neder-Rijn tot kmr. 886 terwijl
de Nota van toelichting bij de 9e wijziging BPR het heeft over de
"gehele Neder-Rijn". Bij de zesde wijziging van het
Binnenvaartpolitiereglement (BPR) is deze bepaling opgenomen in hoofdstuk 9
van het BPR, waarbij nadrukkelijk is bepaald dat
het ook geldt op de Rijn, Waal, Pannerdensch
Kanaal, Neder-Rijn en Lek (waar voor het overige
niet het BPR maar het RPR geldt). Art. 9.04 lid 2 BPR hield voor kleine
schepen een verplichting in op de in het eerste lid genoemde wateren (in casu Bijlage 15)
m.u.v. de Geldersche IJssel
zo veel mogelijk stuurboordswal te varen. "Zo veel mogelijk" houdt
in dat het in een uitzonderingsgeval is toegestaan midvaarwaters
of bakboordswal te varen. Voor alle duidelijkheid werd in hetzelfde tweede
lid het opkruisen (laveren) verboden, want dat is in geen geval toegestaan. Bijlage 15 noemde o.a. de Neder-Rijn tot kmr.886 (t.h.v. Rosandepolder Arnhem). Op de Neder-Rijn
tot kmr 886 gold dus een stuurboordswalplicht
en een laveerverbod; benedenstrooms kmr. 886 gold
dat niet. Bij 9e wijziging BPR is het
reglement per 01-12-2004 geheel herzien. In nieuw art. 9.04 lid 2 BPR werd
voor de stuurboordswalplicht, behalve de al
genoemde Geldersche IJssel,
nu ook uitgezonderd de Boven-Merwede, de Neder-Rijn en het Pannderdensch
Kanaal. Op de overige, nu in Bijlage 15a, genoemde wateren
geldt dus de stuurboordswalplicht onverkort.
Bijlage 15a vermeldt o.a. de Neder-Rijn tot kmr. 886. Daar geldt dus niet langer de stuurboordswalplicht en benedenstrooms kmr. 886 heeft die plicht nooit bestaan. Het laveerverbod is per 9e
wijziging apart geregeld in art. 9.04 nieuw lid 3 BPR.
Dat lid verwijst naar het eerste
lid dat doorverwijst naar de Bijlage 15a. Hier is dus geen uitzondering
gemaakt voor de Geldersche IJssel,
de Boven-Merwede, de Neder-Rijn
en het Pannderdensch Kanaal. Art.
9.04 lid 3 BPR houdt in dat het op de Neder-Rijn
tot kmr.886 verboden is te laveren ("het
vaarwater op te kruisen"). Benedenstrooms kmr.886
is dat niet verboden. De tekst van de Nota van
Toelichting bij de 9e wijziging BPR is onduidelijk en verwarrend gesteld. Bij
art. 9.04 wordt gesuggereerd dat "deze regel" (in casu het laveerverbod) behalve op de Geldersche
IJssel nu ook van toepassing is op de Boven-Merwede, de Neder-Rijn en
het Pannerdensch Kanaal. Zoals door mij hierboven
uiteen gezet gold het laveerverbod daar al (v.w.b.
de Geldersche IJssel en Beneden-Rijn slechts op een gedeelte van die rivier), dus
dat had niet toegelicht behoeven te worden. Bedoeld is toe te lichten dat de stuurboodswalplicht, behalve voor de Geldersche
IJssel, nu ook is uitgezonderd voor de Boven-Merwede, de Neder-Rijn en
het Pannerdensch Kanaal. Voor de naleving van de
voorschriften door u en voor de handhaving daarvan door politie en
rijkswaterstaat e.a. geldt de wettelijke tekst; die is in deze duidelijk. Ingeval een
wettelijke tekst onduidelijk is kan een officiële toelichting meestal
duidelijkheid verschaffen. In dit geval schept een onduidelijke toelichting
verwarring over een duidelijke wetstekst. Ik wijs u er wel op dat ingevolge art. 9.04 lid 1 BPR,
i.v.m. Bijlage 15a, een klein schip op de Neder-Rijn tot kmr. 886 een
motor standby moet hebben waarmee een snelheid van tenminste 6 km/u door het water kan worden behaald. Dat
impliceert een verbod voor zeilplanken; die hebben
immers geen motor. Maar ook voor art. 9.04 lid 1
geldt dat dit niet van kracht is op de Neder-Rijn
benedenstrooms van kmr. 886. Verder wijs ik u er op dat op het
gehele RPR-gebied, waaronder de gehele Neder-Rijn, een klein schip altijd moet
uitwijken voor een groot schip (art. 6.02 RPR) en dat een opkruisend klein
schip moet uitwijken voor een klein schip dat zijn stuurboordswal
houdt (art. 6.02a lid 5 RPR). Het RPR geldt ook in de havens, laad- en losplaatsen en recreatieplassen langs de RPR-rivieren, behalve in de voorhavens van de sluizen bij
Wijk bij Duurstede, Ravenswaaij, Vreeswijk, Vianen, St.Andries,
Tiel en Weurt; daar geldt
het BPR. met vriendelijke groeten, G. Flobbe (beleidsmedewerker) |
|
|
|