Vada Varia, nr. 3 2005

 

 

Norske Skog Rijnrace 2005

 

 

De organisatoren hadden er weer alles aan gedaan. De ons zo aan het hart gebakken zeilrace kon perfect verlopen. Zeilers konden dit jaar on-line inschrijven. De deelnemerslijst stond op de website van WSV Giesbeek. Klasse!

De laatste jaren woei het standaard niet bijster hard. Ik besloot mijn geheime wapen in te zetten: afvallen. “Hoe lichter, hoe beter als het toch nooit waait,” dacht ik nog. De andere deelnemers haalden toch óók alles uit de boot wat los en vast zat? Er was zelfs ‘n zeiler die een op papier getekend anker bij zich had! Want ‘n anker moest aan boord zijn. Regels zijn regels. Ton Tabor is streng!


Toon Hoefsloot


 

Mager als een lat begaf ik mij, 76 kilo licht, met twee sneetjes krentenbrood, een halve liter water, zeilpet en 2 luchtzakken tot berstens toe gevuld met helium naar de haven. Tot mijn verrassing stond er zoveel tegenwind onderlangs, dat ik eerst dacht op de verkeerde zaterdag te zijn afgereisd. Miezerig, vlagerig en koud was het. Geheel nat geregend voegde ik mij bij een groepje zenuwachtige zeilers in de kantine. Van de plaatstrak wapperende Nederlandse driekleur en naar elkaar keken ze heen en weer. Hardop vroegen ze zich af, of ze 1 of 2 riffen zouden steken, dan wel een stormzeil zouden hijsen. Ook de magische kreet “High Aspect” viel. Geen idee wat het betekent, maar het klonk lekker!

Op de immer fraaie rivier stonden fikse golven. Het was direct duidelijk, dat we nu eens niet naar Heteren gesleept hoefden te worden.

 

Steeds meer gerenommeerde, in zwaar-weer-goed  gestoken zeilers kwamen tegelijk met een kop koffie moed indrinken. Buiten boesterde de zoveelste bui over. Tegen 12 uur zeilden de meesten van ons weg. De grote boten trokken indrukwekkende hekgolven. De kleine zwaardboten schoten in vliegende plané de krib om alsof het speedboten waren. Mijn eigen Finnjol niet anders. Nu en dan leek de formidabele snelheid uit te monden in risicovol bootgedrag. Met kunst en vliegwerk wist ik haar lange tijd onder controle te houden, totdat mijn immer jeugdige overmoed mij naar het midden der rivier lokte om de boot te laten dansen op de toppen der golven. Een kleine stuurfout later deed de boot onbeheersbaar gieren. Het labiele evenwicht kon ik er niet meer in terugkrijgen. Als een stuntvlieger zeilde ik door de lucht en viel in het zeil toen Finnch als een blad papier over de kop sloeg.

 

Dit is me wel vaker overkomen. (Zie: Het Grote Rossen 2). Ik wist, dat snel omzwemmen geboden was om via het zwaard de boot weer op te richten en doordraaien te voorkomen. Dat lukte gelukkig prima. De schipper van een te hulp geschoten jacht verstrekte mij gratis een emmer. Daarmee speelde ik het klaar om zoveel water uit te spatten dat leegzeilen via de lozers tot de mogelijkheden behoorde. Alle ingehaalde zeilers snierkten inmiddels weer voorbij. Met de schrik in de benen en hernieuwd ontzag voor de elementen vervolgde ik planerend mijn weg. Aan de hoge kant van het grindgat wachtte ik met enkele startgroep-genoten het tien minutensignaal af. De grotere boten waagden zich gelukkig niet in de krappe ruimte voor de startlijn. Dat zou met deze fluitende wind alleen maar ongelukken veroorzaken. Ik was ze dankbaar. Het startsein klonk. In anderhalve slag was ik de keerboei om, maar wel als één na laatste. Het kon me eigenlijk niet zoveel schelen. Het ging mij er meer om zonder schade heelhuids thuis te komen. Plat voor het laken stoof lady Finnch stijlvol als een mini-Hoverkcraft het gat uit. Ik durfde bijna niet naar het vaan te kijken zo erg boog de mast naar voren door. In het kruisrak naar Opheusden volgde de ene bui de andere op. Finnch nam veel water over. Met 4 zelflozers open bleef het water net nog boven de vlonder.

 

Pijn in de benen van het hangen, pijn in de schouders van het voortdurende aanhalen en vieren van schoot en overloop. Pijn in de knieën van het vóór-de-windse evenwicht houden. Dit was afzien, bikkelen en beulen.

In een ongunstig voor mij uitpakkende bak/stuurboord-situatie vlak bij een krib moest ik afvallen voor de Courage. Een forse vlaag liet mijn boot juist uit het roer lopen. Lastig, heel lastig! Ik kon niet anders dan het roer dwars zetten om af te remmen. Op anderhalve centimeter schoot de boeg van Lady Finnch achter het vers in de verf staande Stringerjacht langs. Opgelucht haalde ik adem en vervolgde behoedzaam mijn weg naar de keerlijn. In razende plané ging het daarna weer stroom opwaarts.

 

Ter hoogte van het Lingekanaal sloeg het noodlot toe. Enkele laserzeilers lagen daar op de kop te ploeteren voor hun leven en hun boot. Ik moest uitwijken -wat op zich al geen sinecure is- en belandde in hoge golven. Sierlijk maar ongewenst dook Finnch andermaal te diep in een golf waardoor zij zó sterk werd afgeremd dat de neerhouder met een luide knal van de giek afknapte. Die zwiepte omhoog alsof ie aan elastiek zat en het mag een wonder heten dat de mast heel en overeind bleef. Doorvaren vóór-de-wind was daarmee uitgesloten. Zeer tegen mijn zin in moest ik besluiten aan-de-wind terug te zeilen en onreglementair te finishen. Niks voor mij. Niks spectaculaire finish, weg illusie. Maar ik kwam wél heelhuids binnen zonder veel schade aan de boot. Dat was me heel wat waard.

Bij het optrekken van trailer + boot voelde ik de spierpijn in de benen opkomen. Hier was sprake van een bijkans gesloopte fysiek. Tijd voor cooling down, bier en sterke verhalen. Tijd voor een flink feest. Met Wheel On Fire was dat geen probleem.

Volgend jaar graag een strakke zuidwestenwind kracht 4. Doe ik een 6 kilo anker in mijn zwemvest. Leg ik ook eens wat gewicht in de schaal van Richter.

 

Toon Hoefsloot