|
|
Vada Varia, nr. 3 2005 |
|
|
Vada Veterinnen gaan Vierhonderd meter hard Onze ploeg Dubbel&Dwars roeit, zoals de naam al aangeeft,
voornamelijk scull. Aan boordroeien komen we weinig
toe, helaas. Gelukkig zijn er zo nu en dan aanleidingen waardoor wij toch
naar die grote riemen grijpen en in een boord boot stappen, een twee-zonder in dit geval. Het wedstrijdbloed kruipt
namelijk waar het niet gaan kan, en onze oude studentenvereniging organiseert
jaarlijks een leuk wedstrijdje op de Bosbaan. Na een geslaagde test op de
Onderlinge in de twee-zonder durven wij de strijd
met de landelijke competitie wel weer aan. Drie jaar geleden deden wij ook
mee en ging het ons redelijk af in de finale. Niet dat we
wonnen, maar we werden niet laatste en zeker niet naar huis geroeid. Het feit
dat wij nu twee letterlijke zwangerschappen achter de rug hebben en in de
laatste (zware) maanden van een figuurlijke zwangerschap zitten (lees
proefschrift afronding) doet ons niet terugdeinzen. Goed, op naar de Argo Sprint 2005 dus. 500 meter in de twee-zonder,
liefst rechtuit. Het
Nonnetje wordt weer wat lager in de stelling gelegd, zodat wij niet een dubbele krachttraining
hoeven te doen met in- en uittillen. Een coach wordt gezocht en gevonden in
de persoon van Bauke Abma.
Het Nonnetje is een prima boot om in te roeien, maar voor een wedstrijd toch
wel wat te zwaar. Een leenboot bij Argo biedt
uitkomst hierin. Zo
trainen wij een aantal weken, zo vaak als onze agenda’s dat toelaten. En op vrijdag 1 juli reizen wij af naar Amsterdam, riggeren de boot aan, stouwen ons halfvol met
pastasalade, gaan op tijd het water op om ons goed warm te roeien zodat er
ouderwets in het boord gedraaid kan worden, en liggen klaar voor de start van
onze voorwedstrijd. Te vroeg natuurlijk, een beetje zenuwachtig ook,
want dat hoort erbij. Vada tussen louter Amsterdamse verenigingen, we moeten
derde worden om de finale te roeien. Aan de kant onze coach en nog een
vertegenwoordiger van NOC/NSF om ons aan te moedigen. Het gaat
vierhonderd meter best hard. We gaan goed mee in de start en liggen op een
bepaald moment zelfs tweede (omdat een tegenstander een geweldige snoek
slaat). Die boot haalt ons weer rap in. De nummer 1
ligt sowieso te ver voor. Wij liggen nog derde, goed voor een plek in de
finale. En als de finishlijn op 400 meter had gelegen, hadden we die finale
ook gehaald. Zo is het dus niet, wij hebben geen adem meer voor een
eindsprint, de nummer 4 wel. Zij dus 3 en wij 4.
Maar niet laatste en ook niet naar huis geroeid. Niet slecht, maar toch (een
beetje) teleurgesteld.
We roeien
nog een eind uit, we hebben er tenslotte een eind
voor gereisd. De hele Bosbaan weer gezien, en het is mooi zo. |