|
|
Vada Varia, nr. 3 2007
|
|
|
VADA
op snelheid Op de plaats waar
mijn boot de laatste 10 jaar de haven placht te behagen als ie niet op avontuur was, lag een enorme motor gemonteerd
in een soort bak van polyester en namaakleer. Ik meende te zien dat ook de
steiger krom trok van verdriet. Sommige mensen noemen zoiets ‘n boot.
Inderdaad, het ding drijft, kan ‘n boel pk’s, decibellen
en andere tekenen van geldingsdrang leveren en lust veel diesel. door G B Rom
Het water
in onze streken doet het meestal heel rustig aan. “Stroom” mag nauwelijks
naam hebben. Waarom willen mensen dan toch zo graag hard en luidruchtig door
dat water kunnen? Zal wel met evolutie te maken hebben, denk je niet? Vroeger,
als je toen met alleen een berenvelletje door de wouden – mooi hè, “wouden”,
veel grootser en romantischer dan “bossen” - scharrelde zat er wel eens zo’n megakikker, ’n weet-ik-wat-o-saurus,
ergens achter de varens begerig naar je kuiten of, afhankelijk van je mannetje
of vrouwtje zijn, naar het lekkers net boven of onder je buik te kijken. Mooi
meegenomen dus als je heel hard kon lopen. Maar jammer voor die -saurus. Want
stel je voor; hij rent achter je aan op die twee achterpoten waar ie zo vroeg in de evolutie nog niet echt aan gewend is. Wil
steeds z’n voorpoten gebruiken maar die zijn te
kort. Wij, mensen van nu, zien ‘m als gehandicapt, zouden ‘m ’n rollator op z’n verjaardag willen
geven. Zijn
verre neef, de zeehond, gebruikt die stomme stompen alleen nog maar om naar Lenie
’t Hart te zwaaien als ie ’n ouwe haring krijgt. OK. Maar die saurus achter je moet dus
steeds goed uitkijken om niet te struikelen en op zijn grote bek te gaan. Jij
rent voorop terwijl je berenvel omhoog wappert en -saurus je in gedachten
loopt te verdelen in voor-, hoofd- en nagerecht. In
die positie zijn de voor hem meest edele delen van jou je als verse kadetjes
in de draf op en neer wippende billen. De hamvraag
voor dat beest is: krijg ik die hammen te pakken, haal ik ‘m in? Maar jij
bent mens, hebt hersens, hebt getraind op hardlopen. Saurussen zijn beesten.
En beesten gaan – zo zegt beestjeskenner Middas bij
voortduring - echt niet voor hun lol of conditie ‘n
potje hardlopen. Jij loopt dus harder dan -saurus. Geen verdienste hoor. Pure angst en training. Voor dat beest, hongerig en
met vol zicht op jouw overheerlijke billen moet ‘t ‘n
marteling geweest zijn. Zij, saurussen zijn niet voor niks
uitgestorven. Puur uit frustratie, uit onvervuld verlangen naar jouw billen.
Wij, mensen, zijn er nog wel. En sommigen lopen nog steeds hard. Als ik er
een tegenkom denk ik het altijd nog: door lieden als jij zijn de saurussen
uitgestorven. Hard gaan
op het land was dus bedoeld was om onze billen niet in handen van onbevoegden
te laten vallen. Maar waarom ook zo snel op en in het water? Nou, we zijn
niet voor niks landdieren geworden. In het water
hadden we kennelijk geen voordelen. Kijk maar naar krokodillen. Grote bek, nota
bene 4 van die mislukte pootjes, op het eerste gezicht net zo gehandicapt als
die saurussen, maar mooi niet uitgestorven. Je kan
er dus vergif op innemen dat er bij hun wél regelmatig wel ‘n Jan, Iwan, Li Pe, Achmed, Swahi of Kevin tussen
die kaken zijn vermalen vóór de nabestaanden van dat gehakt het land op
kropen waar ze harder konden dan Kroko. Onze
overlevingskansen lagen bóven water. Iets wat drijft, waar je in kan zitten
of staan zonder dat anderen ongewenst aan je billen zitten. ’N boot. En dan maar hopen dat ze je niet met boot en al opvreten. Want vergis je niet. Ik
heb Moby Dick als kind al 12 keer gelezen. En drie
keer de film gezien. Als VADA-lid in wording besefte
ik toen al hoe belangrijk goede peddels of riemen waren om boze Moob
voor te blijven. Overlevingstechniek werd sport. Roeien
en kanoën als meest oorspronkelijke watersporten. Kanoën voor de gewone man
in een goedkoop geprepareerde boomstam en hooguit middelen voor een kort
peddeltje. Roeien voor het meer bevoorrechte deel van de mensheid in
geavanceerde overnaadse houten boten die duur en snel zijn en met riemen
waaraan je kan zien dat ze het breed kunnen laten hangen.
Die
klassenverschillen (nee, niet zonder n ertussen) bestaan bij VADA nog steeds.
Moeten we niet over zeuren; was in de evolutie al zo. Toch werd ik onlangs pissig toen een roeier op neerbuigende toon tegen een
kanoër zei: “Tja, je moet roeien met de riemen die je hebt.” Ik had die man
graag eens even flink de riem onder het hart willen steken. Helaas was die
roeier heel groot en ik … als altijd heel verstandig. Ik stond er bij en keek
er naar. OK. Maar hoe zit het dan met die snelle motorboten? Daarvoor geen
verklaring in evolutionaire termen. Geldings- en
overwinningsdrang zijn van alle tijden. De motor van een Romeinse speedboot
bestond uit een dubbele rij slaven die als gekken zaten te roeien,
aangevoerd, bedreigd en in de meest letterlijke zin opgezweept door een soort
gorilla die ergens achterin zat. Voor die slaven geen benzine of diesel maar
boerenkool of, in die streken, spaghetti. Met de tam-tam-beat
van de gorilla als motorgeronk. Wij,
Hollanders hebben het houden van slaven afgeschaft in 1863. Sinds mei 2007
weten we dat gorilla’s ook al niet op hun plaatsje bij de
tam-tam blijven zitten. De gorilla van de roeiers
van nu is geëvolueerd tot een liefst licht en klein mannetje of vrouwtje dat nog
wel hard kan schreeuwen maar zich meestal uitput in bedankjes over het voorbeeldig riemgebruik van zijn of haar voormalige
slaafjes. De rollen omgedraaid. Zij die
nog hard door het water willen zónder moe te worden of anderen het werk te
laten doen hebben een ander machtsmiddel. Zonder slaven of gorilla’s maar met
een lawaaiig soort kunstpeddel of –riem, de motor. “Ik heb …tig pk’s onder m’n kont” als
eigentijdse variant op “wij hebben … galeislaven.” De tam-tam-beat
komt uit de uitlaat. Met stille trom vertrekken is er niet meer bij. En voor
het als slaaf behandelen van levend materiaal is er hooguit nog de hond, de
meest slaafse slaaf van onze tijd. Zonder Arbo-bescherming Fijn u
weer eens te hebben mogen bijpraten. G.B. Rom |