Vada Varia, nr. 3 2008

 

 

Normen en waarden in de haven

 

Column

 


door G B Rom


 

Na een avondje met mijn oude VU-flesvrienden heb ik onlangs weer ‘s zitten denken over normen en waarden. Toegespitst op VADA dan. Maakt het verschil uit of je in dit verband praat over de haven, over thuis, in de tuin, in het verkeer of gewoon op straat? Want eh … net zo min als tijdens een winkelslentertochtje door de Hoogstraat in het Wageningse kan je het niet maken om “Hé, rot op joh” te roepen als een gerespecteerd lid in de roeiloods, in haar of zijn loopsnelheid geremd door de gewrichtknagende tand des tijds, een beetje voor je uit waggelt en jij niet snel genoeg bij je skiff kan komen.

 

Nu ik het daar over heb; goed om dáár aan te denken nu we onze havenkom anders gaan indelen. Want waar dat op andere punten degelijke rapport van die havenkomcommissie niet over rept is dat we veel oudere leden hebben die – begrijp me goed, het is hun niet kwalijk te nemen - voor interne filevorming zorgen op het terrein, in de kano- en roeiloods, op de steigers en in de nauwe gang naar het clubhuis annex thee-met-appeltaart-praathuis. Vanwege dat eh … Nou ja, je begrijpt me. En net vandaag lees ik in de krant dat we gemiddeld genomen in hoog tempo ouder aan het worden zijn.

 

Taalkundig grappig trouwens, vind je niet? De woorden ‘worden’ en ‘zijn’ zie je niet zo vaak in één zin achter elkaar. Hoewel; ik bedenk er toch nog een: “Jôh, als zij ook lid worden zijn de rapen gaar; die dempen de haven met hun lege bierblikjes”. Of: “als ze eenmaal bestuurslid worden, zijn ze niet meer …..” De combinatie ‘geworden’ en ‘zijn’ komt veel vaker voor. In zinnen als: “Vervelend dat de zeilers van onze vereniging dit jaar wéér laatste geworden zijn”. Of: “We mogen blij zijn dat het bestuur en de gemeente het uiteindelijk eens geworden zijn over heffing van recreatiebelasting met ingang van 1 jan. 2009 op in het water of op het terrein liggende motorboten, zeilboten en kano’s.” Oh, dat wist u nog niet? Nu nóg een, maar dan met het woord ‘zijn’ vóór ‘geworden’: “Nadat er drie passanten en ’n ouwe kanoër onwel zijn geworden van de stank in onze toiletten is extra schoonmaak geregeld.” Met een komma tussen ‘geworden’ en ‘zijn’ komt ook veel voor: “Na het eskimoteren van kanolid … in te laag en zeer snel stromend water is het niks meer met hem geworden. Zijn hoofd hing er meteen al los bij.”  Nee. Die is niet eerlijk. Dat ‘zijn’ hier is geen werkwoord. Bovendien zijn het twee zinnen. Beter: “Hoewel de initiatiefnemend wethouder al ruim 20 jaar geleden lid van de roeiafdeling is geworden, zijn de roeiers uitgezonderd van de recreatieheffing.” U denkt dat er iets niet in de haak is in die zin? Wat te denken van de dubbeling in: “Niet vreemd dat enige havenleden hierover boos zijn geworden? Hun woordvoerder verklaarde: Als deze berichten waar zijn, worden wij gediscrimineerd.” Een mooiere trouwens is “geworden” en “zijn” twee keer achter mekaar. Kan ook. “Als onze zeilers ‘ns ’n keer niet laatste zijn geworden, zijn ze ook niet te genieten hoor!”

Ik begin trouwens te geloven dat die woorden (ge)worden en zijn veel vaker in één zin achter elkaar staan dan ik eerst dacht. Maar ja, om nou dáárom die alinea er weer uit te halen …

 

Maar goed. Ik zou bijna afdwalen. Over normen en waarden zou ik het hebben. Maar een uitstapje naar waggelen en ouder worden moet kunnen. Want ook onze vereniging ontkomt er niet aan. De gevolgen van de vergrijzing. Ik las het gisteren nog in de krant. Dat we ouder worden. Door het CBS onderzocht en dus geloofwaardige nieuwsfeit. Meer ruimte nodig dus voor onze ouderen op het terrein, in de loodsen en op de steigers. Maar er is meer: de alom verkondigde mening dat er meer gewerkt moet worden om de concurrentie met de Chinezen en de Indiërs aan te kunnen. Wie nog werkt moet langer werken. Tot 67 of zelfs 70 jaar las ik. En ook als het kan meer uur per week. Dat softe parttime geleuter ook! Enerzijds dus wat ruimte voor VADA - het houdt mensen aan het werk en dus ván ons terrein – maar anderzijds kan je er donder op zeggen dat er in de toekomst problemen kunnen ontstaan tussen de generaties bij VADA. Precies als in de grote wereld. Want zo’n werker die ons tegen de Chinese armoedeval beschermt “heeft noodzakelijkerwijs in zijn/haar jonge maar ervaren en drukke leven een onwrikbare agenda die hij/zij zich in zijn/haar dynamische leven steeds probeert aan te passen voor om ten allen tijde inzetbaar te zijn voor wisselende klussen met hoog specialistisch gehalte” (vrij vertaald uit het profiel waarmee ik in 2003 als VADA-medewerker door de toenmalige headhunter werd gespot).

 

Stel je zo’n werker voor: hij, VADA-lid Evert-Keesjan, werkt vandaag op zo’n architecten-blackout ergens aan de Zuidas in Amsterdam. Zijn deskmanager heeft ‘m 15.29 P.M. op “out of office” geklikt. Hij zit dus om 15.51 uur in zijn A6 op de A10 in de file als tenminste de lift niet heeft gehaperd, de parkeergarage niet verstopt was en de invoegstrook weer open is. Tijd genoeg dus om met zijn huidige relatie te bellen over de vraag wie, waar, welke pizza’s bestelt. De oppas was ziek maar zij ziet kans om haar dochter zelf naar balletles te brengen. Dan zal hij, als ie naar verwachting om 17.55 uur de Geertjesweg op rijdt, zoonlief naar de training brengen en kan, na met zijn partner snel staand een paar parten Quattro Stagione met rucula, koriander en radijs te hebben geslikt, precies om 18.52 P.M. op het VADA-terrein zijn om nog ’n lekkere partij te roeien. Alewijn, die nog steeds wél in de agro-bussiness zit, komt ook. Leuk met twee skiffs zo even bij te praten en te zweten. Wel rekening houden met de tijd. Want om 19.45 uur begint de koffie-inloop van het bestuur van de school van Bart. En als secretaris moet je er als eerste zijn. Maar gelukkig nog geen files op de Rijndijk. En het hek is open; scheelt ook weer 53 seconden. Nou. En net dán, als je agenda zo mooi loopt, zie je als je de roeiloods komt binnenhijgen dat vier van die Wammes Waggels (of is het ‘Wagellen’?) daar met een ouwe wherry voor je uit slalommen en jij er dus met Alewijn en de skiffs niet langs kunt. Vind je het gek dat die Chinezen de concurrentieslag winnen, de Zuidas door leegstand verloedert, de files op lossen …?  Daar gáát je relatie! Alweer!

 

Dus eh … zorg voor een ruime opzet in die nieuwe roeiloods daar aan de overkant. Met heel brede middenpaden zodat Evert-Keesjan en Alewijn met hun skiffs tenminste kunnen opschieten. En, grijpgeile havenleden: vergeet het maar. De ouwe roeiloods die jullie willen inpikken als bootstalling nadat je de roeiers hebt weg getreiterd, is daarvoor toch niet te gebruiken. Want nou kunnen jullie wel een professionele liftinstallateur in je werkploeg hebben, de ARBO staat nooit toe dat je in die houten loods een MVR (minder-validen-reddingssysteem) bouwt die krasse klusknarren uit hun casco’s takelt bij brand die is ontstaan omdat er eentje toch weer stiekem rookte en z’n peuk bij vergissing in het bakje thinner legde in plaats van in het hoosblik. Bovendien is er in de haven nog werk aan de winkel. Op de steigers kan dan weliswaar een rollator een zelfstandig voetbewogen lid passeren maar bij rollator en rolstoel gaat het fout om nog maar te zwijgen over de totale ontwrichting van het steigerverkeer als op doorstroomsteiger F de komende rolstoelmotorboter de gaande rolstoelzeiler tegenkomt bij een aanhoudende toestroom van passanten-douche- en boot-bevoorradingsverkeer. Reken maar dat ik op het stille doodlopende steigertje, waar mijn Brom ligt, sta te kijken! Want Ik heb er voor gewaarschuwd.

 

Gut gut. Toch wat afgedwaald. Had het over normen en waarden willen hebben. Dat zal dan de volgende keer moeten.

 

G.B. Rom