|
|
Indrukken van een weekje varen op de Mecklenburgerseen Platte.
We waren er vijf jaar geleden ook al eens geweest.
Toen waren we met dertien roeiers. De tocht verliep toch zonder ongelukken.
Nu is Liesbeth door een ontsteking aan de schouder
op het laatste moment niet in staat om mee te gaan, dus zijn we nu met zijn
elven. Achteraf, zoals uit deze impressies zal blijken, geen
gekkengetal.
Jan Entrop
De
heenreis verloopt voorspoedig; zonder problemen rijden we achter Piet met de
botenwagen aan en arriveren om 6 uur in Canow. Daar logeren we in het, aan de
manlijke deelnemers al bekende, Gasthaus”zur Schleuse”.
Canow ligt gunstig midden tussen
de meren. We kunnen letterlijk alle kanten op. ‘s Nachts rusten onze boten op
een grasveld aan het meer achter het huis van de eigenaar van het hotel. Het
is er sinds
vijf jaar terug wel wat drukker en vooral welvarender geworden. Op het water
is het alleen op de doorgaande route voor motorschepen echt drukker geworden.
Buiten die routes is het nog altijd stil. Een aantal meren zijn
voor motorboten verboden en zijn dus ideaal om te roeien of te kanoën. Kano’s zie je er dan ook in grote aantallen
in allerlei soorten en maten.
Rondtocht via de Fleether Muehle.
Een merkwaardige eigenschap van het gebied is, dat je geen rondtochten
kan maken. Op oude kaarten zie je nog wel doorgangen tussen de meren, maar
door verandering van de waterstand (kanalisatie) zijn die nu allemaal
dichtgeslibd.
De admiraal had vijf jaar geleden al wel ontdekt dat je in theorie een
grote rondtocht kon maken met maar een kort stukje overdragen. Hij had het
toen echter niet aangedurfd, want de meeste deelnemers hadden nauwelijks
toerervaring en al helemaal geen buitenlandse ervaring. Maar nu met een groep
ervaren toerroeiers moest het er maar van komen. Het werd voor hem een grote
verrassing.
Zoals gebruikelijk varen we, ondanks de grote aantallen kano’s in het
gebied, alleen met onze drie werries door de
toegangsgeul naar het overdraagpunt. Maar in plaats van iets primitiefs waar
we zelf maar iets moeten improviseren om over te komen, vindt de admiraal
tot zijn verbazing, iets wat meer gelijkenis vertoont met de Duitse versie
van Montmartre, of laten we liever zeggen, de markt
in Tiel. Compleet met biercafé’s en camping. We
kunnen zelfs een karretje huren om de boten over te rijden.
Omdat het punt halverwege de tocht ligt komen we er om lunchtijd aan.
Maar dat geldt natuurlijk ook voor alle rondtochtende kanoërs, zowel de links
als rechtsom varenden. Het is er een complete volksverhuizing; boten worden
van A naar B en van B naar A gedragen, overal zitten
groepjes te lunchen. Je ziet er de meest wonderlijke typen. Het vertoont wel
enige gelijkenis met een zigeunerkamp
Als we na de lunch de drukte achter ons laten en verder varen komen we na
een paar honderd meter weer op het meer en zijn weer alleen, helemaal alleen.
Onbegrijpelijk.
Ervaring in de sluizen.
Iedere Nederlandse toerroeier kent ze, de verhalen wat je allemaal niet
in een sluis kan overkomen en hoe je daaraan, met wat geluk, het hoofd
kunt bieden en kunt overleven. Pikhaken, lange sluistouwen, en vooral veel
stemgeluid zijn noodzakelijke ingrediënten. En de laatste jaren is er, na een
wat ongelukkige interpretatie van de franse wet- en regelgeving, ook nog het zwemvest bij gekomen.
Iemand die met dit beeld voor ogen voor het eerst een sluis in het Havelgebied binnen vaart zal zijn ogen niet geloven.
De volgorde van binnenvaren staat vast, al zijn er variaties mogelijk.
Eerst de motorboten tot de sluis bijna vol is en dan worden alle hoekjes en
gaatjes gevuld met Sportboote (kano’s en roeiboten
dus). Geen plekje water blijft onbenut en het gaat allemaal zonder lawaai.
Hier en daar keuvelen er een paar met elkaar. Naast ons ligt een kajak met
een jonge moeder met als tweede peddelaar haar dochtertje van tien. Verder
naar voren is de roeiplaats bedekt met een grote baseballcap.
Als Jan de pet optilt, kijkt een driejarige Duitser compleet met zwemvestje
hem verwijtend aan.
Vaders met kinderen, hele schoolklassen brugpiepers,
maar ook oudere jaargangen. Het lijkt wel of heel Oostduitsland
aan het kanoën is geslagen.
Maar denk nu a.u.b. niet, dat er nooit een
onvertogen woord valt. Motorboten moeten regelmatig door de sluiswachter tot
de orde worden geroepen, evenals Nederlandse roeiers, die voordringen.
Roeien en sturen.
Het maken van roeitochten heeft naast de recreatieve kant ook een functie
in de roeiopleiding.
Bij meerdaagse tochten gaat de roeier letterlijk van ‘s morgens tot ‘s
avonds zeer intensief met het roeimateriaal om. Dit in tegenstelling tot
iemand die wekelijks eens een uurtje komt roeien. Het gevolg is dat de roeier
volledig vertrouwd raakt met het materiaal en er ook veel meer ontspannen mee
omgaat. En dat laatste is een eerste voorwaarde om goed te leren roeien. Dat
betekent natuurlijk niet, dat door het meedoen aan een toertocht de roeistijl
verbetert. Daarvoor zal altijd een instructeur nodig blijven.
Iets soortgelijks geldt ook
voor het sturen.
Omdat we met 11 man zijn is er steeds een werrie
met een bemanning van drie. Dat betekent dat Gerdie,
die nog niet erg stuurvast is, er nu moederziel alleen voorstaat(zit) in de
stuurstoel. Grote meren waar je zelf, na een summiere aanwijzing van de
kapitein, maar moet uitzoeken in welke richting je precies moet varen;
onbekend vaarwater waar plotseling uit onoverzichtelijke hoeken andere
vaartuigen komen waar je snel op moet reageren. Aanleggen op strandjes of
openingen in het riet.Voor een beginnende stuurman valt dat niet mee. Maar na
een paar dagen loopt alles gesmeerd. Gerdie stuurt
alsof ze nooit anders gedaan heeft.
Dan volgt de vuurproef, het op eigen houtje door de sluis. Het aanleggen
voor de sluis, het laveren tussen motorboten, kano’s en kajaks en natuurlijk
het vlot weer de sluis uitvaren. Maar het lukt allemaal prima en ‘s avonds
deelt de admiraal mee, dat Gerdie nu bevoegd is om
zelf te sturen.
Maar de grootste verrassing komt nog. Als we na het diner toe zijn aan
ons dagelijkse ijsje (het hotel heeft ook een Eiscafe)
gaat het licht uit en wordt er een grote ijstaart met vuurwerk
binnengedragen. Dit ter ere van het behalen van de stuurbevoegdheid.
En hoe vonden de deelnemers de tocht? Das war super,
doch?
▪
|