Vada Varia, nr. 4, oktober 2004

 

 

Indrukken van een weekje varen op de Mecklenburgerseen Platte.

 

 

We waren er vijf jaar geleden ook al eens geweest. Toen waren we met dertien roeiers. De tocht verliep toch zonder ongelukken. Nu is Liesbeth door een ontsteking aan de schouder op het laatste moment niet in staat om mee te gaan, dus zijn we nu met zijn elven. Achteraf, zoals uit deze impressies zal blijken, geen gekkengetal. 

Jan Entrop


De heenreis verloopt voorspoedig; zonder problemen rijden we achter Piet met de botenwagen aan en arriveren om 6 uur in Canow. Daar logeren we in het, aan de manlijke deelnemers al bekende, Gasthaus”zur Schleuse”.

Canow ligt gunstig midden tussen de meren. We kunnen letterlijk alle kanten op. ‘s Nachts rusten onze boten op een grasveld aan het meer achter het huis van de eigenaar van het hotel. Het is er  sinds vijf jaar terug wel wat drukker en vooral welvarender geworden. Op het water is het alleen op de doorgaande route voor motorschepen echt drukker geworden. Buiten die routes is het nog altijd stil. Een aantal meren zijn voor motorboten verboden en zijn dus ideaal om te roeien of te kanoën.  Kano’s zie je er dan ook in grote aantallen in allerlei soorten en maten.
 
 
Rondtocht via de Fleether Muehle.
Een merkwaardige eigenschap van het gebied is, dat je geen rondtochten kan maken. Op oude kaarten zie je nog wel doorgangen tussen de meren, maar door verandering van de waterstand (kanalisatie) zijn die nu allemaal dichtgeslibd.
De admiraal had vijf jaar geleden al wel ontdekt dat je in theorie een grote rondtocht kon maken met maar een kort stukje overdragen. Hij had het toen echter niet aangedurfd, want de meeste deelnemers hadden nauwelijks toerervaring en al helemaal geen buitenlandse ervaring. Maar nu met een groep ervaren toerroeiers moest het er maar van komen. Het werd voor hem een grote verrassing.
 
Zoals gebruikelijk varen we, ondanks de grote aantallen kano’s in het gebied, alleen met onze drie werries door de toegangsgeul naar het overdraagpunt. Maar in plaats van iets primitiefs waar we zelf maar iets moeten improviseren  om over te komen, vindt de admiraal tot zijn verbazing, iets wat meer gelijkenis vertoont met de Duitse versie van Montmartre, of laten we liever zeggen, de markt in Tiel. Compleet met biercafé’s en camping. We kunnen zelfs een karretje huren om de boten over te rijden.
Omdat het punt halverwege de tocht ligt komen we er om lunchtijd aan. Maar dat geldt natuurlijk ook voor alle rondtochtende kanoërs, zowel de links als rechtsom varenden. Het is er een complete volksverhuizing; boten worden van A naar B en van B naar A gedragen, overal zitten groepjes te lunchen. Je ziet er de meest wonderlijke typen. Het vertoont wel enige gelijkenis met een zigeunerkamp
Als we na de lunch de drukte achter ons laten en verder varen komen we na een paar honderd meter weer op het meer en zijn weer alleen, helemaal alleen. Onbegrijpelijk.
 
Ervaring in de sluizen.
Iedere Nederlandse toerroeier kent ze, de verhalen wat je allemaal niet in een sluis kan overkomen en hoe  je daaraan, met wat geluk, het hoofd kunt bieden en kunt overleven. Pikhaken, lange sluistouwen, en vooral veel stemgeluid zijn noodzakelijke ingrediënten. En de laatste jaren is er, na een wat ongelukkige interpretatie van de franse wet- en regelgeving, ook nog het zwemvest bij gekomen. Iemand die met dit beeld voor ogen voor het eerst een sluis in het Havelgebied binnen vaart zal zijn ogen niet geloven.
De volgorde van binnenvaren staat vast, al zijn er variaties mogelijk. Eerst de motorboten tot de sluis bijna vol is en dan worden alle hoekjes en gaatjes gevuld met Sportboote (kano’s en roeiboten dus). Geen plekje water blijft onbenut en het gaat allemaal zonder lawaai. Hier en daar keuvelen er een paar met elkaar. Naast ons ligt een kajak met een jonge moeder met als tweede peddelaar haar dochtertje van tien. Verder naar voren is de roeiplaats bedekt met een grote baseballcap. Als Jan de pet optilt, kijkt een driejarige Duitser compleet met zwemvestje hem verwijtend aan.
Vaders met kinderen, hele schoolklassen brugpiepers, maar ook oudere jaargangen. Het lijkt wel of heel Oostduitsland aan het kanoën is geslagen.
Maar denk nu a.u.b. niet, dat er nooit een onvertogen woord valt. Motorboten moeten regelmatig door de sluiswachter tot de orde worden geroepen, evenals Nederlandse roeiers, die voordringen.
 
Roeien en sturen.
Het maken van roeitochten heeft naast de recreatieve kant ook een functie in de roeiopleiding.
Bij meerdaagse tochten gaat de roeier letterlijk van ‘s morgens tot ‘s avonds zeer intensief met het roeimateriaal om. Dit in tegenstelling tot iemand die wekelijks eens een uurtje komt roeien. Het gevolg is dat de roeier volledig vertrouwd raakt met het materiaal en er ook veel meer ontspannen mee omgaat. En dat laatste is een eerste voorwaarde om goed te leren roeien. Dat betekent natuurlijk niet, dat door het meedoen aan een toertocht de roeistijl verbetert. Daarvoor zal altijd een instructeur nodig blijven.
 
Iets soortgelijks geldt ook voor het sturen.
Omdat we met 11 man zijn is er steeds een werrie met een bemanning van drie. Dat betekent dat Gerdie, die nog niet erg stuurvast is, er nu moederziel alleen voorstaat(zit) in de stuurstoel. Grote meren waar je zelf, na een summiere aanwijzing van de kapitein, maar moet uitzoeken in welke richting je precies moet varen; onbekend vaarwater waar plotseling uit onoverzichtelijke hoeken andere vaartuigen komen waar je snel op moet reageren. Aanleggen op strandjes of openingen in het riet.Voor een beginnende stuurman valt dat niet mee. Maar na een paar dagen loopt alles gesmeerd. Gerdie stuurt alsof ze nooit anders gedaan heeft.
Dan volgt de vuurproef, het op eigen houtje door de sluis. Het aanleggen voor de sluis, het laveren tussen motorboten, kano’s en kajaks en natuurlijk het vlot weer de sluis uitvaren. Maar het lukt allemaal prima en ‘s avonds deelt de admiraal mee, dat Gerdie nu bevoegd is om zelf te sturen.
 
Maar de grootste verrassing komt nog. Als we na het diner toe zijn aan ons dagelijkse ijsje (het hotel heeft ook een Eiscafe) gaat het licht uit en wordt er een grote ijstaart met vuurwerk binnengedragen. Dit ter ere van het behalen van de stuurbevoegdheid.
 
 

En hoe vonden de deelnemers de tocht? Das war super, doch?