|
|
Vada Varia, nr. 4 2004 |
|
|
De oude man Aan de overzijde van de haven trekt een auto met piepende banden op,
remt, slipt enz. Och, zegt mijn vooroordeel, een paar van die jonge jongens
die net hun rijbewijs en een auto hebben. Die moeten even spelen, of stoer
doen zo je wil. Niet mijn stijl, kan
ze ’n extra band kosten maar als ze uitkijken, er niemand in de buurt is, wat
kan het mij schelen, kan toch ook eigenlijk geen kwaad? Maar een schattig
klein meisje, een jaar of vier, kijkt, denkt en zegt anders: “Waauw. Vet hè? ” zegt ze terwijl ze opkijkt naar het wat
grotere meisje naast haar. G B Rom Een gesprek elders. Over
veranderende gewoonten: manieren van uitgaan, kleding, muziek, vrije
tijdsbesteding en sporten. Naar aanleiding van ‘lifestyle’ in een van de vorige columns. Verschil
van mening. Over het verschijnsel “kick” en de daarbij geuite geluiden. ‘De oudere
man’ aan tafel beweert dat het tegenwoordig te pas en te onpas gehanteerde
gehuil dat hij vroeger in indianenfilms hoorde en nu bij extreme sporten en
allerlei soorten “belevingen” wordt geschreeuwd, is aangeleerd. ’N modeuiting, gedrag binnen een
subcultuur. Volgens Arie en Karie.
ziet hij dat niet goed. Zij denken dat het een volstrekt natuurlijke uiting
is die optreedt bij het soort adrenalinestoten dat
zo’n beleving tot kick maakt. Ze raken het niet eens. Het gesprek brengt ‘de oudere man’
tot de sarcastische vraag “of de evolutie van de homo sapiens
dan sinds 1980 of zo ineens zo snel is gegaan dat die kreet toen de kop
opstak in onze genen. Daarvóór kende niemand zulke kreten hier in Europa”, beweert
hij. “Zie je het al voor je; Columbus die na
maanden varen tot zijn grote vreugde nog steeds niet van de aarde is af gesodemieterd maar land in zicht krijgt. Heeft ie toen kreten geslaakt als “Waaauw, Yoehoehoehoe? Nee hoor.
De adrenaline was er gegarandeerd. Maar indianen waren nog niet uitgevonden.
Dat deed ie even later zelf”, zo betoogt ‘de oudere
man’ gloedvol. “OK”,
vervolgt hij “ik kan me voorstellen dat die indianen later zulke kreten
slaakten toen mijn voorvaderen - de eerste bleekscheterige
Europeanen van het type Boris-Becker-maar-dan-met-scheurbuikpuisten
- tot hen doordrongen. Dat was hún cultuur. Maar Columbus…? En Galileï? Toen ie bewees dat Copernicus gelijk
had en wij om de zon zwiepten en niet andersom. Of ‘n tijdje later, toen ze
‘m zo martelden dat hij zijn leer zei af te zweren maar het toch niet kon
laten er achter aan te smiespelen: “En toch beweegt ie”. Of, denk ik zelf, toen ik als nog klein mannetje voor het
eerst bij het staanfietsen van m’n trapper af
gleed. Nee. Volgens mijn goede moeder riep ik in ieder geval geen “waauw”. Ik riep niks, kon niks roepen, zag op dat moment
niet alleen het onderzoeksgebied van Galileï rond
mijn hoofd draaien maar hele nieuwe sterrenstelsels
en zwarte gaten erbij. Op klaarlichte dag. En ik haalde heel, heel, heel diep
adem. ‘De oudere man’ gaat verder:
“Nee. Om dit soort cultureel bepaalde uitingen van verbazing of verbijstering
als natúúrlijke uiting van een heftige fysisch-emotionele
gevoelspiek (= kick) te beschouwen is volstrekte
miskenning van de ontwikkeling van de wereld vóórdat jullie, twintigers van
nu, geboren zijn. Zulke kreten werden geleerd op uitvoerige voorbesprekingen,
diashows, trainingsweekenden, survivaltochten, etc.,
via TV etc. en doorgegeven aan de kindertjes. Aangeleerd; net zoals jullie
kinderen “kids” zijn gaan noemen. En zo werd het
jongerengebruik. Niks mis mee hoor. Maar niet een natúúrlijk gevolg van de
adrenalinestoot…?” Arie en Karie:
“Pas de laatste decennia is de techniek en de vrije tijdbesteding zo veranderd
dat er veel vaker momenten zijn met dit soort kicks. Jij weet helemaal niks
van die kicks. Dat is iets van onze generatie.” ‘De oudere man’: “Wel. En Columbus dan?” Zij: “Daar was jij ook niet bij.” ‘De oudere man’: “En Van Speyk dan
toen ie zijn schip opblies en vervolgens zelf richting
maan vloog. En Armstrong toen ie
als eerste mens echt op die maan stond? Die kwam wel aan daar. Van Speyk net niet. Maar ik was er wel bij. Nou ja, “bij”; ik
lag die nacht met L. voor de TV omdat Armstrong rechtstreeks
vanaf de maan te zien was. Maar echt geen “waauw”
en indianenkreten hoor. Terwijl je de adrenaline zijn ruimtepak uit zag stralen.” Geen antwoord van Arie en Karie. ‘De oudere man’: “Dat van
Armstrong snappen jullie nog wel hè? Van Speyk natuurlijk niet. Stel je voor: een oorlog tegen de
Belgen. Het idee, dat de Belgen die vrijheidsoorlog tegen de Nederlanders
uiteindelijk wonnen en zich af scheidden… Daar past geen “Waaauw”
bij. Dát, het niet bij Nederland willen horen, werd zo dom gevonden dat wij
in Nederland toen maar de Belgenmop hebben uitgevonden. Een stukje vaderlandse
cultuur, geboren uit even vaderlandse onmacht. Verwerkingsprocessen kunnen
onvermoede gevolgen hebben. Een slechte verdediging hoor, een grapje maken
van iets dat je niet zint …”. De twee zwijgen en kijken ‘de oude
man’ aan met meelijwekkende blikken die iets uitstralen als: “Hij snapt het
echt niet.” Ze hebben gelijk. Hij wil het niet snappen. Voer voor media-sociologen of linguïsten: de oorsprong van “Waauw” en “Yoehoehoe”, natuurlijke
versus aangeleerde “kickuitingen”, genen, dominante positie van Amerika in
de jongeren- en machocultuur, hoofdvraag, deelvragen,
definities … Vroeg of laat word ik ook een oude man. En dat schattige
meisje misschien wel een oud kreng. Overigens vind ik dat de kat van Kilo, die als grijze en
eigenwijze muizenjager zelf vindt niet onder de regel te vallen dat
huisdieren op het terrein van VADA moeten zijn aangelijnd, zijn verworven
recht op loslopen moet behouden. Kom ik op terug. G B Rom. |
|
|
|
|
|
|