Vada Varia, nr. 4, oktober 2004

 

 

Donau-wellen-wiek

 

 

21 augustus.

Het is een vroegertje dit jaar, want de Donautocht van de KNRB vertrekt om 7.00 uur al uit Utrecht. De bekende ploeg met Agnes van Dongen, Rikie van Lier, Thea Pelgrim en Anneke Wellensiek is ook dit jaar van de partij. Thea verschijnt om 5.15 voor Anneke’s schermpje, bagage inladen en samen naar Bennekom, waar Wilmi Terhorst voor het verdere vervoer zorgt. Til Looyen brengt Rikie en Agnes weg en zo treffen we elkaar in alle vroegte bij het station Utrecht. Er zijn weer vele bekenden van diverse roeiverenigingen, “De Eem”, “ De Maas”, “Die Leythe”. “Hemus”, “Rijnland”, “Beatrix” en “De Krom” Ook Valentin Nicholson, een humorvolle Engelsman, die al 15 jaar met de KNRB meegaat, is tot onze vreugde aanwezig.


Agnes van Dongen, Rikie van Lier, Thea Pelgrim, Anneke Wellensiek


 

Anneke zit in de bus naast Cas Meeuwisse, die al vele jaren de internationale botentransporten voor de Roeibond verzorgt. Zijn verhalen zijn interessant en de tijd vliegt om.

Terwijl regenbuien en zonneschijn elkaar afwisselen, arriveren we  na een lange rit om ca 18.00 uur in Passau en ontmoeten  daar de deelnemers van de 1ste Donautocht  Ze zien er enigszins verzopen uit, want het laatste traject hebben ze in de regen moeten roeien. Dat belooft nog wat! De “Wetterwille” roeiers hebben met veel plezier van onze boot gebruik gemaakt. In de gang van het hotel met de fraaie naam, Hotel Am  Jesuitenschlössel  is het weer het gebruikelijke gedrang om in de lift te komen. Wij laten de boel, de boel en drinken een welkomstbiertje, aangeboden door de kapitein.

Vervolgens opknappen, lopend buffet met goede wijn en dan naar bed. Anneke slaapt binnen twee seconden, zegt Agnes.

 

22 augustus. Obernzell- Achat a/d Donau  44 km. en 1 sluis.

 Ons roeigezelschap telt 48 mensen, 12 boten, zodat het afladen van de boten in “no time“ is gebeurd. Cas heeft de leiding en iedereen helpt iedereen. Terwijl  drie leden  van onze ploeg  de “Wellenwiek” vaarklaar maakt, is er kapiteinsberaad. Onze “admiraal” Antonette Steen” zegt dat de roeiers die minder bekend zijn met het roeien op stroom eventueel informatie kunnen krijgen bij “De Maas”, De Dordtscheof  bij “Vada”. De stroomsnelheid kan 7-10 km zijn.

Het wordt een prachtige tocht, een brede rivier omzoomd door bergen en bossen en wonder boven wonder, prachtig zonnig weer. Er is  nogal wat beroepsvaart die  hoge golven veroorzaakt, maar de “Wellenwiek” krijgt geen drupje binnen. Na 8 km komt de eerste sluis. De sluizen zijn ca 240 m lang en het verval is enorm, 10- 15 m. Als je een zwevende bolder kan krijgen, is dat heel makkelijk. We lunchen in een verlaten veerbootje, Thea wil niet in het gras zitten, en zetten vervolgens onze tocht voort. Half zes in Aschat , boten op de wal en terug met de bus naar Passau.. Vanavond de stad in en gezellig met de eigen ploeg een leuk restaurantje opgezocht.

 

23 augustus. We varen van Aschat naar Linz 33 km en 2 sluizen.

Het eerste wat op het programma staat is een bezoek aan de supermarkt. We krijgen 20 minuten om in te slaan en dat is kort want je zoekt je mottig om alles in die korte tijd te vinden. 48 roeiers rennen als gekken door de winkel. Veel yoghurt, veel fruit, kaas, brood, noem maar op. Zaak is dat je op tijd in de bus bent, want als je er niet bent, pech. Je kunt een taxi nemen, aldus de admiraal.

De Donau is gekanaliseerd, dat betekent weinig strandjes en stenige oevers. Moeilijk om aan de kant een plek te vinden om te lunchen. Als we dan eindelijk een plekje hebben gevonden, zitten we niet echt rustig, want de scheepvaart veroorzaakt veel zuiging en grote golven. Het is elk moment ingrijpen om de boot af te houden. We kregen prima waterkaarten mee van de Roeibond en langs de rivier staan kilometerraaien zodat we uitstekend onze positie in de gaten kunnen houden.

Linz is een oude en sfeervolle stad. We eten met de onze ploeg onder een pergola met druiven ranken. Heel romantisch en we laten ons de  Oostenrijkse wijn, Zweigelt  genaamd, goed smaken. Tot besluit maken we met een soort speelgoedtreintje een rondrit door de verlichte stad.

 

 

24 augustus. Varen we van Linz naar Grein, 54 km.

Dat lijkt veel, maar de stroom van 7- 10 km is aanzienlijk. Vandaag de “Wisseldag” Dit wordt gedaan om onderling kennis te maken met roeiers van andere verenigingen. Onze ploeg draait al zoveel jaren mee, dat we al veel mensen kennen. De kapiteins blijven in de boten en zorgen voor koffie  en de nodige lekkernijen. De “Wellenwiek” ontvangt Hank van “Beatrix”, Louise van “Die Leythe” en Ineke van “De Eem”, allemaal goede bekenden en goede roeisters. Allemaal tegelijk in de sluis en na de tweede sluis kunnen we pas lunchen, aldus de admiraal. Tijdens de gezamenlijke picknick dreigt onweer, dat gelukkig afzwaait. ’s Middags nieuwe roeiers Wim van “Hemus”, Amersfoort, Dick van “Tubantia” en Ria van de “Honte” Middelburg. Vogels van diverse pluimage dus, maar allemaal enthousiaste toerroeiers en van hetzelfde hout gesneden.

 

Nog steeds stralend weer, insmeren dus want de zon is behoorlijk heet, De beroepsvaart veroorzaakt echt gigantische golven maar onze ploeg plus onze Wellenwiek kunnen het goed aan, Als een Nederlands schip ons tegemoet komt, wordt er natuurlijk uitgebreid gezwaaid. In Grein treffen we het, want de boten kunnen in een jachthaventje aan de steigers blijven liggen. Cas Meeuwisse kijkt of alle boten wel naar behoren zijn vastgemaakt. Losse spullen, als gebruikelijk in de wagen van Cas, Je kan niet hebben dat er iets wordt gestolen. Het eten in het Ibishotel is lichtelijk aangebrand en eigenlijk zeer beneden de maat. Wegspoelen met een wijntje dan maar.

 

25 augustus. 46 km  Van Grein naar Melk. 

De boten liggen in het jachthaventje, dus het is een kwestie van inladen en wegwezen. Het  heeft die nacht geregend maar dank zij onze pomp is het schip zo droog. Zoals gebruikelijk wisselen we elk half uur, nou dan kan je die 46 km goed volhouden. De sluizen zijn allemaal even groot, ca 240 m lang en ( zie foto)een enorm verval. De sluiswachters geven terecht voorrang aan de beroepsvaart, zodat we nog wel eens lang moeten wachten. Mooie gelegenheid om koffie te maken  en om  ervaringen met onze tochtgenoten uit te wisselen. De admiraal belt met haar mobiel naar de sluiswachter en dan schutten we met de hele groep tegelijk. De sluiswachter kan moeilijk een sluis van 240 m lang, leeg laten lopen voor één wherry.

Tot nu hebben we schitterend weer en we genieten van de brede Donau met beboste bergen aan weerszijden. Langs de Donau zijn brede fietspaden aangelegd, waar  massa ’s fietsers de trip naar Wenen maken. De Donau is overigens verre van blauw. In de tijd van Strauss was het water vermoedelijk minder vervuild.

 

26 augustus. Melk –Traimauer 47 km en geen sluizen. Kunnen we lekker opschieten.

.In Melk is er gelegenheid om het beroemde Benedictijner klooster te bezichtigen, een pompeus barok bouwwerk. Wij gaan het oude, aardige stadje bekijken en stuiten op een optocht  van antieke  auto’s  met lieden die gekleed zijn in bijpassende kleren. Luid toeterend en puffend spoeden ze zich door de straten. .

Wij gaan weer naar onze boot en worden halverwege de morgen getroffen door een stortbui. Tijdens de lunchpauze  komt de zon   weer, en  we hangen onze kleren in een oude appelboom om ze te laten drogen.

In Traismauer is een jachthaven waar we de boten op een helling kunnen trekken. In de beschrijving staat: “Vroegkomers kunnen op het terras van het schitterende uitzicht genieten” Daar komt  helaas niets van terecht, want intussen  komt de regen met bakken uit de lucht.. Roeien in de regen is te doen, maar sturen is een koud klusje. Anneke stapt klappertandend uit de boot en kan van een roeister van de Eem droge kleren krijgen. Hete thee met schnapps   biedt uitkomst. Met de bus maken we een lange tocht naar ons volgende hotel. Het dorpje  heeft de fraaie naam Maria Taferl. 

Het dorpje ligt hoog boven Melk met een schitterend uitzicht over de Donau.

Het is niet altijd eenvoudig voor de Roeibond om een hotel te vinden waar 48 man in één keer gehuisvest kunnen worden. Nu zit de grootste helft in Kaiserhof en de rest in een Gasthof.

Na het diner zoeken Agnes en Anneke , elkaar bij de hand houdend, (er zijn geen straat lantaarns) hun weg om met enige moeite het Gasthof te vinden.

 

 

27 augustus. 50 km en twee sluizen. De laatste roeidag, want morgen hebben we vrij om Wenen te bekijken.

We moeten om 5.45 uur het bed al uit, bagage pakken, koelelementen en heet water bij de balie halen. Alles stipt op tijd, want de afstand naar Traismauer  is ca 50 km  en  dat  kost  met onze bus een uur. Een mooie weg, zonder meer, maar wel smal en met veel haarspeldbochten die onze chauffeur prima weet te nemen.

Vele handen helpen  alle boten  te water te laten  en dan gaan we: Op naar Klosterneuburg. We moeten om 10.30 uur bij de eerste sluis zijn en hebben helaas geen tijd om ergens rustig koffie te drinken. Zelfs de lunch wordt in de boot door Rikie  gemaakt. Doorroeien, want we moeten om 14.30 uur voor de tweede sluis liggen. Er staat op dit traject een enorme stroom en we schieten als een speer langs de tonnen. Echt oppassen geblazen, want een aanvaring met een ton betekent het einde van de Wellenwiek.

In Klosterneuburg staat Cas Meeuwisse met de botenwagen. Hier moeten we de boten, net als bij Vada een trap opzeulen. Vervolgens schoonmaken en opladen, een hele klus.

Op naar Wenen. Een voortreffelijk hotel met dito diner. Toespraakjes en flessen wijn voor de admiraal en vice-admiraal als dank voor de prima leiding. Onze Engelse gast, Valentin doet ook een geestige duit in het zakje.

De laatste dag wordt besteed aan Wenen. Rikie weet een koffie en taartjes restaurant, “Demel” Het schijnt beroemd te zijn, Het is overal erg gezellig en er zijn veel toeristen op de been. We doen ook nog aan cultuur en brengen een bezoek aan een museum, waar een tentoonstelling van Klimt is. Heel fascinerend! De  Stephansdom is zo druk dat we het snel voor gezien houden. Ja, het Riesenrad moet er ook aan geloven. Het gaat veel trager dan ik had gedacht.

 

28 augustus.  Aufwiedersehen  Wenen. 

Een lange rit met drie tussenstops volgt en enigszins gaar komen 22.00 uur in Utrecht aan, waar Wilmi ons staat op te wachten. Heerlijk dat we worden opgehaald!

De Donau  is een prachtige rivier, niet altijd even makkelijk, maar heel spannend. Onze ploeg heeft genoten!