Vada Varia, nr. 4 2004

 

 

Henk vertelt

deel1

 

Henk de Jager, een prominent havenlid, is niet alleen bekend door zijn activiteiten voor VADA. Hij is ook een boeiend verteller. Met een bewogen vaarverleden. Vooral als sleepbootkapitein in de binnenvaart. Nadat zijn vader en opa in hetzelfde beroep hun sporen al verdien­den. Ruim voldoende ingrediënten voor een serie aardige vaarverhalen.

 


Henk de Jager / Peter Burghouts


 

Aflevering 1: Opa en pa de Jager.

 

‘Mijn opa was al sleepbootkapitein. Mijn ooms ook. Vader is begonnen als stuurman bij ’n andere sleper. Mijn opa en hij vonden dat beter. Om bij ’n ander te beginnen bedoel ik. Daarna húúrde hij een boot en ging voor zichzelf werken. Pas later kocht hij er een. Voor een eigen bedrijf dus.’

 

‘En jij en je moeder woonden ook op die boot?’.

‘Nee. Mijn moeder heeft maar kort meegevaren. Ik woonde bij haar, op de wal, “op” Urk. Tot mijn zestiende. ’N jaar eerder was ik al wel begonnen met varen.”

 

‘Je Opa was dus ook sleper?’

‘Ja. De laatste 20 à 25 jaar van zijn werkzame leven. In Delfzijl. Hij werkte voor een baggermaatschappij. “Prins van Wijngaarden” of zoiets. Je had daar in Delfzijl toen nog niet die industrie aan de zuidkant van de haven. Die lange pier tot ’n paar kilometer zuidelijk van de haven was er ook nog niet. In de havens daar moest altijd gebaggerd worden. M’n opa sleepte die volle modderbakken naar buiten de Eems op. Daar waren putten waar het gestort werd. Hij vertelde er vaak over. Hoe mooi het was als zo’n bak geklapt (Het leeg maken van de bak door de kleppen onder de bak open te zetten waardoor de bagger onder het schip het water in viel.) werd. Je zag die grote modderbak snel omhoog komen omdat ie zo vlug zo veel kwijtraakte. Daar had ie lol in. “Dan sprong ie” zei hij. En een bekend gezegde tegen de anderen aan boord: “Zo en nu maar weer vlug naar Delfzijl. Anders is de modder daar weer eerder terug dan wij.” Ja. Het verzandde er heel vlug.’

 

‘En je vader? Is die er na stuurman te zijn geweest bij een ander zo bij zijn vader ingerold? In Delfzijl?’

‘Nee. Niet bij zijn vader. Ook niet in Delfzijl. Hij heeft veel gevaren voor de Zuiderzeewerken. Bij de aanleg van de Afsluitdijk. Maar hij is begónnen in de oorlog ’14-’18. Hij ging varen. Anders werd je toen, op die leeftijd, al gauw opgeroepen voor militaire dienst.  En dat was wel het laatste dat ie wilde. Op zijn eerste reis was het nog de zeilvaart. Hij monsterde aan op een driemastbark (Een vierkant getuigd schip. In de praktijk zijn de zeilen aan de voorste masten rechthoekig en worden vanaf de ra’s gezet en opgedoekt. Zie de foto in het verhaal ). “Macedonië” of zoiets heette dat schip geloof ik. De kapitein was niet zo’n beste. Ze hadden ‘m zijn bevoegdheid op stoomschepen afgenomen. En van zeilvaart had ie weinig verstand. Ze vertrokken uit IJmuiden richting Engelse Kanaal. Het weer werd slecht en hij gaf veel te laat bevel om te reven. Nou, en als je te laat zeil wegneemt…, met mannen waarvan er toch al veel zeeziek zijn, die dan de ra op moeten hoog boven een slingerende schip in zware zee en wind…

 

Het ging mis. Ze kregen er niet genoeg zeil meer af. Er bleef te veel staan. Ze hebben wel een keer of vijf geprobeerd overstag te komen. Maar dat lukte niet. Hij draaide tot bijna in de wind, deinsde (Door de wind achteruit drijven omdat de voortstuwende werking (van in dit geval de zeilen) is weggevallen. ) en viel weer terug op de oude koers. Logisch; ook bij normaal weer is het al moeilijk genoeg om met zo’n vierkant getuigd schip door de wind te komen.

 

Al had die kapitein niet zoveel verstand van zeilen, navigeren kon ie wel. Hij wist dat ze dicht onder de ondieptes voor de Engelse kust lagen. Na weer een mislukte poging om overstag te komen hadden ze geen keus meer. De hulpmotor kregen ze niet aan de praat. Dan maar gijpen (Voor niet-zeilers: anders dan bij overstag gaan komt de wind bij gijpen van achteren aan de andere kant in het zeil. Al bij betrekkelijk weinig wind slaat dat zeil dan met een flinke klap naar de andere kant. Ook op moderne zeilschepen kan door een onverwachte gijp bij flink wat wind grote schade, waaronder vernielde masten of nog erger, persoonlijke ongelukken, worden veroorzaakt.). Nou. Dat ging mis. Veel te veel zeil bij die wind. En dan een gijp… Van de drie masten gingen er twee overboord. Maar ze hebben het schip niet verspeeld. Ze konden voor de wind terug naar IJmuiden. Het was een slagveld aan boord. Ze moesten als gekken werken om het schip gaande te houden. Maar toen ze weer voor IJmuiden lagen was het weer zo slecht dat er geen loodsen buiten waren. Dus zijn ze zelf zeilend naar binnen gelopen. Dat is nog goed afgelopen ook. Het stond met een foto in de krant. Die had m’n vader bewaard. De tekst onder die foto was geloof ik: “Als bijligger binnengelopen.” Mijn vader was toen zo moe dat ie er zich later zowat niks meer van herinnerde. Op de terugweg op zee had ie twee dagen en nachten niet geslapen.’

 

‘En daarna is ie op een sleepboot terecht gekomen?’

‘Nee, niet meteen. Hij heeft meer gezeild hoor. Later ook nog als bemanningslid. Een reis naar Indië of China op een driemastschoener ([1] Een schoener heeft meerdere masten waarvan de voorste niet de hoogste is. Bij een driemastschoener is meestal de middelste mast het hoogst. De hoofdzeilen zijn niet, zoals bij een bark, vierkant (of rechthoekig) en aan horizontale ra’s bevestigd maar zijn van boven smaller dan van onderen en zijn verticaal aan de masten bevestigd. Kunnen torentuig hebben (driehoek, punt boven) of gaffelgetuigd met eventueel topzeilen.

). Daar hadden ze wél een goeie kapitein. De reis zelf was geen probleem.

 

M’n vader vertelde er wel andere verhalen over. Ze gingen door de Middellandse Zee en het Suezkanaal. Op de heenreis, in Algiers, zijn ze met ’n man of 5, 6 de wal opgegaan en in de Kasba terecht gekomen. Dat is de oude binnenstad van Algiers. En daar was het toen niet pluis voor mensen die er niet thuis hoorden. Ze kregen het aan de stok met een groep bandieten die ze wilde beroven. Maar ze zijn er zonder kleerscheuren uitgekomen omdat ze hulp kregen van lui van het Franse vreemdelingenlegioen die er toevallig patrouilleerden en er met de karwats op los sloegen. Die hebben ze weer naar de boot gebracht en aan het verstand gebracht dat ze daar niet meer moesten komen. Dat hadden ze gemerkt ja.

 

Die schoener had een hulpmotor. Ik weet niet precies meer wat voor een. Een Lister of … iets dergelijks? Het was een ‘middeldruk motor’. Dat is een voorloper van de moderne hogedruk diesels. Ze moesten ‘m starten met een brander. Daarmee bracht je de gloeiplaat op temperatuur om de ontbranding en de druk op te bouwen zodat de motor ging lopen. Die ouwe Kromhouts hadden dat ook. Ja, anders dan tegenwoordig. De machinist op die schoener heeft nog een oorkonde gekregen van de fabriek waar die motoren werden gemaakt omdat hij het voor mekaar had gekregen de motor 24 uur non stop te laten lopen.’

 

- Wordt vervolgd -