|
|
Vada Varia, nr. 4 2004 |
|
|
Op elk potje moet een deksel
passen Al eerder heb ik getracht u te
deelgenoot te maken van enige tegenslag tijdens een reisje met onze motorboot
Iris. Dit jaar begon met een kleine herhaling. In het voorjaar. Wat er in de
zomer gebeurde komt in een volgende aflevering. Let wel, ik wil niemand
ontmoedigen met een wat ouder schip te gaan varen. Maar er kan wel eens iets
passeren wat de “vaarvreugde” danig in de war kan sturen. Er lopen op onze
haven zeer ervaren, zelfs (ex) beroepsschippers rond die u er ook alles van
kunnen vertellen. Jan de Bree Wij
gingen dit jaar weer vrij vroeg een tochtje maken, de Linge op. Ik heb nooit
eerder een zo mooi Appeldijkje gezien als deze lente. De natuur liet heel
veel moois zien. Conform de planning waren we de tweede week van mei terug in
onze haven. Eigenlijk was alles onderweg goed gegaan. Het was even spannend
in de sluis van Hagestein toen ik beneden uit wilde varen en geen stroom meer
had op het contactslot. Het kostte enkele minuten om de oorzaak te vinden;
gecorrodeerde zekeringen. Even heen en weer draaien was genoeg om de stroom
weer te laten lopen. Later heb ik alles schoon gemaakt en ingespoten met
contactspray. Had ik natuurlijk beter kunnen nakijken voordat we gingen
varen. Omdat
vorig jaar de keerkoppeling was nagekeken in verband met ATF-olielekkage had
ik nu speciale belangstelling voor dat
apparaat. Nou, niet best dus. In de bilge te veel rode olie (geen diesel). De
motor met keerkoppeling moest er dus weer uit. De bok van Joop Holleman werd
weer te voorschijn gehaald en op maandag begon ik met het uitbouwen. ‘s
Avonds lag de keerkoppeling weer achter in de auto. Bij Drinkwaard te
Sliedrecht had ik geïnformeerd of zij de benodigde pakkingen op voorraad
hadden. Ja dus. Dinsdag bekeek ik met een vriend de koppeling. De kant
waarmee deze in de sterplaat wordt gemonteerd maakten we los en kwamen zo tot
de ontdekking dat een pakking vervangen moest worden. In Sliedrecht adviseerde
Drinkwaard persoonlijk ook de oliekering in de kop en de pakking van het
deksel van de oliepomp te vervangen. Die was nu toch los en kon je er goed
bij. Zo gezegd zo gedaan. Het deksel van de oliepomp zat met vier asymmetrisch
geplaatste bouten bevestigd, zodat die er in onze visie maar op één manier
weer op kon. Voor alle zekerheid merkten we het deksel met een klein
centerpuntje. De nieuwe pakkingen werden aangebracht en de oliekering
ingeperst. Vervolgens werd het deksel gemonteerd waarbij we niet meer keken
naar ons merktekentje omdat het er toch maar op één manier op kon. Trots en
vol goede moed ging ik de woensdag, met de gerepareerde keerkoppeling, naar
de Iris. De motorruimte moest ik eerst nog ontdoen van restanten olie en koelvloeistof.
De motor stond deels boven het gat waar ie weer in moest zakken. Met het
carter op een balk. Ik begon met de schoonmaakwerkzaamheden en gaf per
ongeluk een duw tegen de motor die prompt kantelde en scheef in het gat kwam
te hangen. De takel was verwijderd en kon, gelet op de beschikbare ruimte,
niet opgesteld worden. Hoe krijg je, nagenoeg zonder ruimte om te werken,
zo’n motor weer omhoog. Mijn krachten waren daarvoor ontoereikend. Nu gaat
er, zolang ik op de haven rondloop, een niet uit te roeien gerucht, dat Fred
van Woerdekom ongekend sterk is en met hele grote lieren in zijn armen aan de
wandel gaat als het moet. En… hij was op de haven. Met Koos op hun boot aan
het werk. Hij zou
wel even helpen. Ter plaatse boog hij zich over de motor, legde het nog
aanwezige hijstouw over zijn rug, spande zijn lijf en merkte dat het touw
nogal in zijn nek sneed. Daar had Peter B. weer wat voor. Daarna beurde hij
de motor, gelukkig toch met zichtbare krachtsinspanning, gewoon even omhoog
zodat ik er weer fatsoenlijke, nu op maat gezaagde balkjes onder kon leggen.
Met dank aan Fred. Ik denk dus dat het gerucht over hem op waarheid berust.
Bewijs van de lier heb ik niet, wel die van een viercilinder dieselmotor. Enfin, ik
kon verder werken. Donderdag was het geheel weer gemonteerd en zou moeten
kunnen draaien. Motor aan, warm draaien en, toen ik de keerkoppeling inschakelde,
niets. Helemaal niets. Waarschijnlijk werd er dus geen druk opgebouwd. Dit
was gemakkelijk te constateren door, bij draaiende motor, de persleiding van
de koppeling naar de oliekoeler los te draaien en te kijken of er olie kwam.
Geen spat dus. Wat nu? Drinkwaard gebeld en de zaak uitgelegd. Antwoord:”Och
meneer, de deksel van de oliepomp zit niet goed. Beginnersfoutje. Kom maar
even langs dan helpen we u wel even”. Mijn vriend, technisch echt zeer onderlegd,
zat er erg mee in zijn maag. Hij wilde eerst zelf kijken voor ik besloot naar
Drinkwaard te gaan. Na een
slechte nacht besloot ik het aandrijfaggregaat er maar weer uit te halen. Het
ritueel kon zich herhalen. Ongeveer 75 bouten en of moeren van m7 tot m24 werden
weer verwijderd. Ik had zoveel bekijks en belangstelling, o.a. van Han Mosterd
en Peter Burghouts dat ze elkaar kennelijk in de weg liepen want op een gegeven
moment meldde Han, dat hij ander zicht had en dus kennelijk zijn bril was
verloren. Nee, niet in mijn boot, evenmin op de steiger. Het voor de hand
liggende plaatsje was op de bodem van onze jachthaven. Met een
magneet uit het magazijn van Peter, werd de bril niet opgehaald, wel verder
onder de modder geduwd. Ingewijden zeiden nog, dat titanium of ander brilmateriaal
geen magnetische aantrekkingskracht bezat. Omdat werkploeglid,
plv.havenmeester, verenigingsduiker en onderwaterhockeycoach Vrijdagavond
had ik de keerkoppeling weer in de auto. Zaterdagmorgen ging het deksel van
de oliepomp er af. Na veel kijken, overleggen, weer kijken en uitsluiten,
kwamen we er achter dat het deksel 180 graden kon worden gedraaid. In het onderliggende
gedeelte van de oliepomp zaten namelijk niet 4 asymmetrische schroefgaten,
maat 8. Bij nader onderzoek van het deksel zagen we, dat er TOP L en daartegenover
TOP R was aangebracht. Verder zagen we erg kleine merktekens op deksel en
rand. De door óns aangebrachte tekentjes vonden we ook terug. Het deksel kon
dus wel in twee standen aangebracht worden. TOP L betekent dus “bovenkant
linksdraaiend” en TOP R de andere kant op. De juiste montage van het deksel
was nu een fluitje van een cent. Wel 180 graden om! Wat heb ik hiervan veel
opgestoken! Het deksel moet echt wel goed op het potje passen! Het is natuurlijk
een waarheid als een koe maar ga nou niet roepen dat ik beter uit mijn doppen
had moeten kijken. Zondag
even niets gedaan. Maandagmorgen om 08.45 uur begonnen. Om 15.30 uur draaide
alles naar wens. Eind mei gaan we weer op reis. En Roel viste maandag twee
dingen op; de bril van Han en een wéken geleden te water geraakte boormachine.
Die het na drogen overigens weer prima doet. -
Wordt vervolgd - Jan de
Bree. |
|
|
|
|
|
|