|
|
Vada Varia, nr. 4 2005 |
|
|
Commissie Meldsteiger - Roeivlot EINDRAPPORTAGE Door het
bestuur van VADA is in 2004 de Commissie Meldsteiger - Roeivlot (CMR)
ingesteld teneinde een beter inzicht te verkrijgen
in de mate waarin de positie van de nieuwe meldsteiger de toegang tot het roeivlot
in de weg staat in het algemeen en bij wind uit oostelijke richting in het
bijzonder, omdat dan vanuit westelijke richting aangelegd moet worden met de
roeiboten. Ook de hoogte van de waterstand boven stuwpeil (6 m +NAP) kan een
rol spelen in deze en moest dus in de meningsvorming meegenomen worden. De
commissie zou deze problematiek gedurende een jaar bekijken, zodat over alle
seizoenen een beeld gevormd kon worden. Van de commissie wordt een objectief
oordeel over de ontstane situatie verwacht. Reden waarom de commissie uit
twee leden van de afdeling Haven en twee leden van de afdeling Roeien moest
bestaan. Op 17 mei
2004 is de CMR geïnstalleerd door Jaap Dekker, voorzitter van VADA; namens de
afdeling Haven hebben zitting genomen Henk de Jager en Hans Mink en namens de
afdeling Roeien Ot Bouma en Caroline Plugge. De CMR is
totaal vijfmaal in vergadering bijeen geweest. Deze vergaderingen zijn allen
in harmonieuze sfeer verlopen. Er is veel aandacht besteed aan de
problematiek waarmee diverse groepen binnen VADA te maken kunnen hebben en
die de belangen van andere groepen raken. Te denken valt aan activiteiten van
de afdeling Roeien, zoals instructie en wedstrijden, die de toegang tot de
haven en dus meldsteiger soms bemoeilijken, maar ook aan infrastructurele
werken die alle afdelingen van VADA betreffen. Ook het gedrag van leden van
de ene afdeling jegens leden van een andere afdeling
is ter sprake gekomen. De CMR
heeft behalve eigen waarnemingen ook meldingen van met name
leden van de afdeling Roeien betrokken in haar oordeelsvorming. Daartoe heeft
er een 'klachtenboek' bij het afschrijfboek in de roeiloods gelegen Een
dergelijk boek heeft er ook bij de havenmeester gelegen, maar daarin zijn
geen meldingen gedaan. De CMR
heeft op 23 oktober 2004 na afloop van het vaarseizoen een tussenrapportage
aan het bestuur van VADA uitgebracht. Uit deze rapportage is geciteerd
tijdens de afdelings-vergaderingen van de Haven en
van Roeien en tijdens de Algemene Ledenvergadering van VADA. De gehele
commissie is op 8 februari 2005 aanwezig geweest bij een vergadering van de
Roeicoördinatoren om over en weer inzicht te verkrijgen en/of begrip te
kweken voor de specifieke problemen, mogelijkheden en onmogelijkheden die de
verschillende gebruikers van de havenkom ervaren. Terugkijkend
op een jaar CMR kan de commissie stellen dat een groot deel van de
problematiek rond de meldsteiger teruggebracht kan worden tot het elkaar niet (willen) begrijpen, het langs elkaar heen
werken en een gebrekkige communicatie van activiteiten over en weer waardoor
er gevoelens van onvrede ontstaan. Er gaat dan gedacht en gesproken worden in
termen van "wij van …" en "zij van …". Dit moet zo snel
mogelijk de (VADA‑)wereld uitgeholpen worden. Er is wel een "wij
van …" bestaanbaar, maar in dit verband dan alleen in de vorm van "wij van VADA". De
conclusies van de CMR met betrekking tot de ontvangen
opdracht luiden als volgt: ·
dat de afstand tussen de meldsteiger en het roeivlot niet kleiner is
geworden dan voorheen; ·
dat het verbreden van de meldsteiger met 1,2 m geen wezenlijke
verandering is die tot veel ongemak voor de roeiers leidt; ·
dat het dubbel beleggen van de meldsteiger wel tot problemen kan
leiden, met name bij wind uit oostelijke richting,
omdat er dan voor de roeiers weinig ruimte overblijft om te kunnen
manoeuvreren en te kunnen aanleggen aan het roeivlot vanuit de richting van
de meldsteiger; ·
dat boten die aan de steiger liggen de overzichtelijkheid
van de ruimte ten tijde van roei-instructie beperken. Dit is overigens geen direct
gevolg van de komst van de nieuwe meldsteiger, maar heeft door de grotere
breedte wel meer gewicht gekregen; ·
dat de meldsteiger geen aanpassingen behoeft
in de zin van korter maken of iets dergelijks; ·
dat er met de havenmeester een beleid afgesproken en uitgevoerd moet
worden om zoveel mogelijk te voorkomen dat de meldsteiger gebruikt wordt als
ligplaats voor de nacht; ·
dat als er al boten moeten overnachten, het dan duidelijk
moet zijn dat zij geen hinder mogen veroorzaken voor de roeiers: geen trossen
over het roeivlot aanbrengen, niet ver buiten de meldsteiger uitsteken, etcetera; ·
dat de CRM zich afvraagt of, in verband met aspecten van veiligheid,
de roei-instructie, met name aan de jeugd, op zo'n
gevaarlijke plaats in de haventoegang niet nader bezien moet worden; ·
dat bijlage I de positie van de roeivlotten ten opzichte van de
meldsteiger weergeeft bij verschillende waterhoogten en de 'aanvaarhoeken'
vanuit de richting van de meldsteiger (westelijke richting). Ter illustratie: een waterhoogte van 10 m +NAP betekent
dat het water bijna boven aan de trappen staat en dat je VADA niet meer met
droge voeten kunt bereiken, omdat het weggetje naar VADA dan allang onder
water staat. Bij een waterhoogte van ca. 7 m +NAP stroomt het water
over de kribben en mag er niet meer op de Rijn geroeid worden. ·
dat in bijlage II een Windroos van het KNMI is opgenomen waarin de
waarnemingen te De Bilt zijn verwerkt over een reeks van jaren met betrekking
tot windrichting, windkracht en percentage voorkomens in de tijd. Uit de afbeelding blijkt de heersende wind meestal uit de
'zuidwestelijke' hoek te komen en dat zijn dan ook de sterkste winden. Winden
uit de 'noordoostelijke' hoek komen veel minder voor en zijn daarbij
doorgaans minder sterk. Voor het aanleggen met roeiboten betekent dit dat er
relatief weinig aangelegd zal moeten worden uit westelijke richting, dus voor
de meldsteiger langs. Echter, wanneer er vanuit het westen aangelegd moet worden
en er liggen dan boten aan de meldsteiger, dan wordt in die situatie de effectief
te benutten lengte van het roeivlot om aan te leggen kleiner. Als deze
situatie zich voordoet tegelijk met een hoge waterstand, bijvoorbeeld 7 m
+NAP, dan valt er niet meer aan het westelijke roeivlot aan te leggen. Zie
ook bijlage I; ·
dat in bijlage III een grafische afbeelding van de waterstanden te Wageningen in de periode 1 De grafiek laat zien dat hoog water met
name in het begin van een jaar voorkomt. Bij wind uit oostelijke
richting moet er dan aangelegd worden uit westelijke richting, dus voor de
meldsteiger langs. Hoe hoger het water staat, des te ongunstiger wordt dan de
hoek om aan te varen naar het roeivlot. Bij een waterstand van 7 m +NAP en
met zo krap mogelijk langs de meldsteiger varen kun je bij aansturen onder
een hoek van 20° niet meer aanleggen aan het westelijke roeivlot met een vier
of een acht. Stijgt het water meer dan wordt het nog ongunstiger. Echter, het
is de vraag of er dan nog geroeid kan cq. mag
worden. Zie ook bijlage I.
Daarnaast
gewaagt de CMR het enige adviezen uit te brengen ten behoeve van VADA
algemeen: ·
betrek bij grote infrastructurele werken naast de leden uit het algemeen bestuur ook 'deskundige' leden uit de afdelingen
in een vroegtijdig stadium bij de plannen en later bij de uitvoering. Ook al
lijkt het erop dat een bepaalde activiteit een afdeling niet raakt, vraag
toch uit die afdeling leden om mee te doen. Dit bevordert het VADA-gevoel, creëert draagvlak en voorkomt later een hoop
discussie (= negatieve energie); ·
ontwikkel procedures hoe projecten die de infrastructuur (terrein en
gebouwen) raken, aan alle VADA-leden bekend gemaakt worden; te denken valt aan een soort ter
inzage legging zoals de overheden die ook kennen. Ook al lijkt iets alleen de
afdeling Haven te raken, mogelijkerwijs heeft de afdeling Kano nog op- en/of
aanmerkingen die in de plannen meegenomen kunnen worden; ·
geef in VADA VARIA de integrale agenda een prominente plaats en laat
alle afdelingen hun activiteiten hierop vermelden; ·
bevorder daarnaast het VADA-gevoel
door een goede, doelmatige communicatie: laat de afdelingen elkaar goed op de
hoogte brengen welke activiteiten er gepland staan en welke mogelijke
gevolgen dat voor een andere afdeling kan hebben: bijvoorbeeld als er op
zeker moment veel motorboten worden verwacht, zou dat de afdeling Roeien
gemeld kunnen worden, zodat men daar weet dat er veel 'vreemd' verkeer voor
het roeivlot langs kan komen; ·
bevorder door gezamenlijke activiteiten het VADA-gevoel.
Laat roeiers eens met motorboten en/of zeilboten
meevaren, laat motorbootvaarders eens kennismaken
met het roeien, etcetera, dan zal snel duidelijk
worden dat een aantal zaken meer nuance behoeft dan waarvan men eerder
uitging; ·
Sluitingstocht en Mosselavond zijn mogelijkheden om in de volle
breedte van VADA uit te zetten. Wageningen, oktober 2005 De Commissie Meldsteiger -
Roeivlot |