Vada Varia, nr. 4 2005

 

 

Le voyage de l’aviron sur  la Saône – Doubs

 

Mei 2005

 

 

La compagnie de l’aviron

Op zaterdag 29 mei vertrokken acht geïnspireerde en gemotiveerde roeiers, hongerend naar de volgende uitdaging op Frans roeiwater: Jacqueline, Martha, Peter, Jos, Ewald, Liesbeth, Joke en Beta. Ook Liesbeth Feith zou eerst niet, later weer wel meegaan; moest zich echter op het laatste moment terugtrekken wegens persoonlijke omstandigheden. Tot in het midden van de roeiweek bleef Peter met de gedachte spelen haar alsnog wel……., of toch niet….? Met de trein misschien? Het leek allemaal niet erg praktisch. En dus bleef het bij deze acht, voor een zevendaagse roeitocht op de rivieren de Saône en de Doubs in de provincie Franche-Comté.


Jos


 

La préparation

De eerste ideeën over de in 2005 te ondernemen tocht moeten al tijdens de naweeën van de vorige geboren zijn. Ik weet het niet, want was er niet bij, maar zo ging en gaat dat meestal. Een roeitocht op de Saône en de Doubs dus. De Frankrijk-voortrekkers waren wederom Peter en Martha (P&M) die zich ruim te voren inlazen en inleefden in: waarheen en terug, en hoe dat moet. Bijvoorbeeld over het traject:

 

“We starten in Scey sur Saône ietsje zuidelijk van de bronnen van de Maas. We zakken de Saône af  tot voorbij Auxonne de Doubs aan bakboord verschijnt. We gaan dan stroomopwaarts via Dole in de richting van Besançon. De uitdaging zal niet zijn gelegen in de stroom die overwonnen moet worden, maar eerder de sluizen, tunnels en dergelijke… Het is dan ook Doubs, respectievelijk Canal du Rhone au Rhin. Besançon zou met allerlei toeristische lekkernijen wel eens de goede afsluiting van de tocht  kunnen zijn.”

 

Vooral de laatste maanden stormden de emailberichten steeds enthousiaster onze pc-schermen binnen, en toen wisten we zeker dat hét weer te gebeuren stond. ‘En passant’ werden de diverse taken opgelepeld en uitgedeeld:

 

Dag allemaal, uw comité van voorbereiding laat groeten en hoopt u te verblijden met bijgaand concept plan. Graag vragen, aanvullingen, verbeteringen en vrijwilligers voor allerhande klusjes. Martha en ik hopen dan weer voor verbeterde plannen te zorgen.”  

 

Dat conceptplan herhaal ik hier uiteraard niet. De klusjes (n’import quelque) vulden zich in als vanzelf:  de commandanten en techneuten, de chauffeurs en tolken, penningmeesters en ploegenindelers en ravitailleurs, en ook nog een verslaggever.

 

Er waren ook mededelingen als deze:

 

Het spannendste is op dit moment onze verhouding met de opzichters van de Franse waterwegen; we kwamen er pas laat achter dat we een echte 'permission' nodig hebben. Inmiddels is er een prachtige brief bij de betreffende instanties en zal Martha telefonisch nog eens zielig doen - hopelijk helpt dat.”

 

Later iets preciezer:

 

Inmiddels zijn we een motortje + accu rijker; Ewald is het spoorslags komen ophalen om een bevestiging aan de boot te kunnen fabrieken; het karretje voor wegtransport is nog onder handen bij mijn smid om de hoek...”

 

Het zou ons spoedig worden geopenbaard, en toen bleken alle voorbereidingen goud waard.

 

Les avirons et ses valeurs supplémentaires

Peter schreef al over een motortje met accu. Uit de contacten met de Franse Bureaucrateurs bleek de eis dan wel noodzaak van mechanische voortstuwing bij gebruikmaking van de tunnels in het traject door de beide wherry’s, de Scholakster en de Wellenwiek. Via internet kon Peter een eenvoudig motortje bemachtigen. Ewald bedacht een vernuftige constructie: een balk in de geleide rail achter de stuurplaats, waaraan met een snelle handeling de motor bevestigd kon worden. Een kleine accu erbij, en voort ging het. Roeien met een motor, ongeveer hetzelfde als vloeken in de kerk! Een grote (auto-)accu ‘voor het geval dat’ werd ook meegesleept, maar bleek in de praktijk goed voor de stabiliteit van de wherry. We hebben meerdere keren gebruik gemaakt van deze fluistermotor. De twee meest spectaculaire ervan staat ieder het meeste bij. De eerste in de tunnel de Savoyeux bij de start van de tweede dag. Aan elkaar gekoppeld voeren we zachtkens maar gestaag door de 643 meter lange tunnel. De tweede  keer op het einde van onze tocht: onder een tunnel van lommerrijke platanen, werd de droom van Peter werkelijkheid. De twee wherry’s werden zij aan zij aan elkaar gekoppeld tot een catamaran, parasol erboven, motortje ertussen. Ook roeiend slaagde dit fenomeen, maar moet nog worden uitgewerkt tot een echte roeiproef, met commando’s.

Voor het nemen van onmogelijke hindernissen bedachten P&E de constructie van een uitneembaar karretje, later gedoopt tot de “Wielenwal” en inmiddels aangeboden aan de roeiafdeling. Een wherry kon hiermee met enig hang-, duw- en trekwerk redelijk een helling worden opgesleept. Hebben we inderdaad eenmaal gedaan (‘moeten doen’ staat ter discussie) in de buurt van Torpes aan de Doubs.

Le parcours

De rivier Saône wordt tussen Corre en Saint-Jean-de-Losne wel Petite Saône genoemd; ‘Petite’, vanwege naar ik aanneem het bovenstrooms karakter ervan. Daarmee niet echt ‘petite’, want is soms best breed, en vooral sterk stromend, en daarom gekanaliseerd met vele sluizen. De rivier Doubs is een zijrivier van de Saône, stroomt vanuit de bergen nabij Besançon door een heuvelachtig gebied, en heeft daardoor een groot verval. Gevolg: nog veel meer sluizen dan in de Saône, en dus meer en langere, en dus saaie aanvoerkanalen. In de Saône hebben we meer op de rivier dan in kanalen, in de Doubs meer in kanalen dan op de rivier geroeid. Het grotere verval van het water in de Doubs gaf in de sluizen spectaculaire hoogteverschillen, soms wel 3,5 meter. Stroomopwaarts gaande stroomt dat water daarom met geweld de sluis binnen, voor roeiboten niet zonder risico. Het Aménagement de Service Navigation Rhône-Saône adviseerde ons dan ook stroomafwaarts te varen. Zo werd het tweede deel van onze tocht niet bij de instroom van de Doubs in de Saône voortgezet, maar gestart in Besançon, bovenstrooms dus. En zo zakte het water in sommige sluizen onder je weg, alsof je een stop uit de badkuip trekt: slurp-slurp.

 

Maar er was nog meer. De meeste sluizen van beide rivieren worden automatisch bediend. Dit betekent: eerst aanmelden met perche of télécommande, een oranje knipperlicht bevestigt, de sluis gaat open, registratie door electronisch oog bij binnenvaren, aan de blauwe stang trekken waarna het schutten begint, tenslotte registratie bij het uitvaren. Deze procedure vereiste enige ervaringsdeskundigheid die we geleidelijk opbouwden. De perche bleek een soort slang, ongeveer 100 meter voor de sluis, midden boven het kanaal hangend. Met een keer eraan draaien, eigenlijk een soort schakelaar, zette je de procedure in werking. De perche troffen we aan bij de sluizen van de Saône.

 

Bij de Doubs was een andere methode: de télécommande oftewel afstandbediening. Op zichzelf eenvoudig: door op knoppen te drukken meld je je aan, er wordt even gezocht, dan gevonden; vervolgens gaat de procedure als boven bij de perche in werking. De bedienaar gaat in de boot staan, richt de télécommande op de sluis etc. Ons staat het de behandeling door Joke het meest onuitwisbaar voor ogen: staande, ernstig zwaaiend met de télécommande van links naar rechts! Hiermee waren de problemen nog niet opgelost. We moesten er achter komen dat kleine boten als die van ons niet zomaar door het ‘oog’ worden geregistreerd, want te laag, dus gaat het schutten niet in werking. Bij de sluizen van de Saône hielp het als een peddel ervoor werd gehouden; bij die van de Doubs maakten we het ons gemakkelijker: we leenden de parasol van de camping, die bij het in- en uitvaren werd uitgestoken.

 

Het kostte onze tolken nogal wat praatwerk om een télécommande te bemachtigen. Bij de sluis van St. Symphorien, de eerste sluis van de Doubs, leken we niet verder te komen. De sluiswachter had de brief van de Service Navigation in zijn kantoor hangen, maar was niet van plan een télécommande af te geven, en verwees ons naar het kantoor van de SN in Dole. Daar bleek het apparaat toch gemakkelijk verkrijgbaar. De enige wijziging, reeds verhaald, was het advies de Doubs stroomafwaarts te bedwingen. Hetgeen geschiedde. Het scheelde wel zo’n 20 km minder roeien omdat in het oorspronkelijke traject de afstand St. Symphorien-Dole is weggevallen.

 

Au jour le jour (en résumé)

Wat nog in de herinnering te behouden van de ervaringen en inspanningen op de Saône en de Doubs?

·         Zondag 22.05 van Scey naar Ray: spectaculaire te waterlating bij een brug met stroomversnelling en lichte botsing van de Scholakster met de pijler; de toenemende regen die dag waardoor door en door nat; het haventje bij Ray met plaatselijk feestje; het diner bij  Chez Yvette” met een bewerkte ansicht naar Han.

·         Maandag 23.05 van Ray naar Gray: steeds mooier weer, maar hoge waterstand en dus snelle stroming door de regenval; de tunnel natuurlijk; theepauze op het terras van Chateau de Rigny; het WO-I monument in Rigny met de poot van de trotse Franse Haan op de Duitse helm-met-piek; tenslotte het afmeren bij een woonboot vlak voor Gray.

·         Dinsdag 24.05 van Gray naar Pontailler: aanhoudend zonnig en warm; bij Maison Rouge bleek het gemis van ons lunchpakket ; late lunch nabij aanleg-/taxiplaats Auberge du Vieux Moulin dankzij de walploeg; de aanhangwagenoefeningen van Jacq onder begeleiding van Peter; tenslotte de nieuwe overnachtingplek op de camping in Dole.

·         Woensdag 25.05 van Pontailler naar St. Symphorien: het blijft zonnig en warm; een pauze onder ‘spuugbomen’; mobieltjes buiten bereik voor sms-jes van de walploeg; de lunch binnen een café in Auxonne; de beschreven télécommande-perikelen bij St. Symphorien; de warmte en midweek laat invloed gelden op de frisheid van de roeiploegen, maar de watermeloenen deden wonderen.

·         Donderdag 26.05 van Besançon naar Torpes: warm en heet zelfs; eerst boten ophalen bij de sluis van St. Symphorien, opladen en 80 km verderop te water laten bij Besançon; lunch tussen de koeienvla, maar roeiend tussen afwisselend heuvellandschap; de boten uit het water met de Wielenwal, via een helling langs het spoor; thuis ratatouille met ijs toe!

·         Vrijdag 27.05 van Torpes naar Dampierre: aanhoudend warm, met windje lekker fris, op kanalen drukkend warm; bij helling tegenstribbelende visser-met-pijp met zachte hand verwijderd; uitgebreide lunch in ruimte van kayakclub van St. Vit, waarna deels sluimerend in de schaduw, deels kijkend naar kayak-instructie van kinderklasje, dat de instructeur ook bijbracht ‘goeden dag’ en ‘tot ziens’ tegen ons te laten zeggen; bij Dampierre afgemeerd aan hoge wal.

·         Zaterdag 28.05 van Dampierre naar Dole: weer goed warm tot zeer; vroeg weg waardoor vanwege korte afstand maar halve dag roeien; lange stukken kanaal; uiteindelijk afgemeerd in de platanentunnel, vlakbij de camping; daar de beschreven catamaran-exercitie; tenslotte het schoonmaken en opladen der boten.

 

Les besoins de base

En dan hebben we het over eten, drinken en slapen, natuurlijk. In Gray sliepen we in de plaatselijke ‘auberge de la jeunesse’: een groot en net onderkomen voor niet alleen de ‘jeunesse’. We hebben er zaterdag- en maandagavond en zondagochtend smakelijk gegeten. Ook de slaapkamers (een heren, twee dames, en een gemengd) bevielen uitstekend, met als speciale herinnering de ’s morgens uit het buurraam uitgestoken arm van Joke van: hoe warm het was of hoe koud.

Na drie nachten verkasten we naar een ruime, nog rustige camping in Dole, met een heren- en damesonderkomen . Dit laatste établissement was meteen de verzamelplaats voor het ontbijt en avondeten op de veranda, waar de verschillende walploegen hun eveneens verschillende kookkunsten tentoonspreidden. De laatste avond gingen we ‘uit’ in Dole, diner op een terras aan de Boulevard de Louis Pasteur.

 

La santé

Perikelen over de gezondheid der roeigenoten hebben geen grote rol gespeeld, gelukkig maar. Enkele toch wel spraakmakende opvallendheden mogen binnen deze kleine groep anoniem niet onvermeld blijven, zoals de afgeprikte kroon, het razende ge-nies van deze en gene, de bijensteek, hoofdpijn en een gevoelige pols. Het mocht allemaal geen naam hebben. Ook de vermoeidheid, wel toeslaand, was beheersbaar.

 

Le temps

Over het weer is al in het korte dagelijks overzicht kort melding gemaakt. De goede dingen onthoud je, de minder aangename ervaringen zakken weg. Toch zullen we de start niet snel vergeten. We vertrokken immers uit Wageningen met goed weer, dat geleidelijk aan onderweg omsloeg. Die avond, lokaal Gray verkennend, sloeg het onweer toe: donder en bliksem met harde regen. Een paraplu helpt dan wel aan de voorkant, van achteren en onderen werd je flink nat. De volgende dag begon zwaar bewolkt met een beetje miezer, geleidelijk overgaand in regen en flinke spetters, de hele dag. Een 15 jaar oude, ademende (!) regenjas helpt dan echt niet meer en deed de drager ervan rillend roeien. Tot een gewone regenjack hem weer op temperatuur bracht . De dagen daarna werd het helemaal beter: zonnig en warm, tot zeer warm.

 

Le pays et ses habitants; la flore et la faune

We roeien dwars door een stuk Frankrijk, doen dat voor ons eigen plezier en met de eigen groep. Niet een formule, waardoor we iets doen aan onze integratie in de Franse cultuur. De taalbarrière speelt dan ook een rol, voor de een  meer dan de ander, mede door of dankzij de uitstekende taalkennis van Peter en Martha. Toch leer je ervan, zij het dat de tijd erg kort is. Dwalend (soms) door dorpen en kleine steden ontkom je niet aan de indruk dat het ‘platteland’ ontvolkt, de dorpen stiller worden. Het geeft een indruk van rust en ruimte, die je in onze randstad niet meer tegenkomt, en daarom zo aantrekkelijk lijkt.

Flora en fauna waren deze keer niet zo aan de orde. Hier en daar een zwarte of rode wouw, een ijsvogeltje misschien, wat onbekende overvliegers, en daar bleef het bij.

Maar hoe dan ook: een genoegen daar te hebben geroeid. Met deze groep.

 

L’aller et retour

Blijft over de reis, van ‘heen en weer terug’. Die tocht is niet het spectaculaire gedeelte, wel van belang om er te komen en weer thuis te geraken. Er moet dan ook niets gebeuren maar wel aangenaam zijn, om met elkaar in de queeste te groeien, en daarna af te kicken. Het traject was aangenaam: via de oostgrens, afzakkend naar Luik en Metz; de laatste dag de omgekeerde reis, met om de 200 km of twee uur de afwisseling van de wacht door de  vele bekwame chauffeurs: safe and sound.

 

Merci, et au revoir

 

Jos

6 juli 2005