Vada Varia, nr. 4 2005

 

 

Zeesenboot

 

 

Vakantie op Rügen, een eiland aan de Duitse Oostzeekust, bij Stralsiund met een dam en brug aan die kust verbonden. Vanuit ons appartement in Göhren op het uiterste oostpuntje van het eiland fietsen langs de bodden (vergelijkbaar met onze wadden). Aan de Having, een van de vele inhammen van het eiland, aan de monding van de Selliner See ligt Moritzdorf en in die Having zeilt een schip met bruine zeilen, een lange kluiverboom voert de kluiver, een fok, het grootzeil heeft een gaffel, maar wordt zonder giek gevoerd en op een tweede (halve) mast kan een bezaan worden gevoerd. Een topzeil boven de gaffel kompleteert het tuig. 


Bob Zuidema


 

De omslagfoto van het boek van Timm Stütz geeft hier een goed beeld van.

Zeesenboten zijn van oorsprong vissersschepen; de Zeese is de naam van het sleepnet dat zij voerden. In de negentiende eeuw hadden deze schepen die met een lengte van bijna twaalf meter en een breedte van bijna vier meten een beetje met onze botters te vergelijken zijn één zijzwaard dat met een ketting om de mast bevestigd was en iedere keer bij het wenden naar de lijkant moest worden gebracht. Later is dit zwaard vervangen door een midzwaard in een zwaardkast. De Zeese werd gevoerd aan een spier, waarmee de kluiverboom werd verlengd naar voren en een spier die achteruit werd gestoken en met de wind dwars in werd dit net over de bodem van de bodden gesleept.

Ook hier waren er tegenstanders van deze vismethode, waarmee rijp en groen werd gevangen de de bodem werd verstoord.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd het vissen op de zeilen steeds zeldzamer en het prachtige scheepstype dreigde geheel te verdwijnen, vooral ook omdat het geheel van hout was vervaardigd. Een aantal jaren zonder onderhoud betekent dan al gauw het einde van zo’n schip.

Gelukkig vond ook hier op het laatste ogenblik een revival plaats; oude schepen werden gerestaureerd en zelfs enkele nieuwe gebouwd, niet als vissersschip, maar als jacht en vooral toerschip.

Nu worden er op en rond Rügen weer wedstrijden mee gezeild, waaraan soms tientallen schepen deelnemen.

Toen wij dus in Moritzdorf na een poosje langs de steiger kwamen, waar de  Schwat Johann”, zoals deze zeesenboot bleek te heten, lag afgemeerd en bleek dat je voor een bedragje een paar uur kon meevaren, was de afspraak gauw gemaakt.

 

Gelukkig was op die dag een eind gekomen aan een periode met weinig wind en bij het aan boord gaan was schipper Berthold bezig een eerste rif in het grootzeil te steken. Een plaatje van mijn zeilende punter bracht het gesprek al gauw op gang en toen ook de andere passagiers aan boord waren konden we met zonnig weer en aanwakkerende wind uitvaren. Eerst met de motor naar buiten en daarna enigszins tegen de wind in om de zeilen te hijsen; deze keer de fok en gereefd grootzeil. Met 8 passagiers ging het voor de wind over de Having.

 

Schipper Berthold liet al meteen de helmstok aan mij over en vond het de rest van de reis gezelliger om zich met zijn gasten bezig te houden zonder zich om  het zeilen te hoeven bekommeren. Het schip zeilde heerlijk en nam toen we na een poosje scherper aan de wind gingen zeilen weinig water over ondanks de rollertjes die de Bft 5+ al gauw op het water liet verschijnen. Het schip helde lekker, liep goed vaart en ging makkelijk door de wind. In het vooronder, onder een verhoogde luikkap is het eenvoudig slaapplaatsen te maken voor twee personen. Het moet heerlijk zijn om met een dergelijk schip te toeren over de bodden, langs de Oostzeekust en langs de Deense eilanden.

Maar ik ben ook tevreden met deze middag heerlijk zeilen over de Having in een stralende zon en met een fijne wind: zeilen, de mooiste manier van voortbewegen!