Vada Varia, nr. 4 2007

 

 

Correcties en reacties; een begin van zelfreflectie

 

”Problemen? Zelfreflectie joh.” Die boodschap waar mediators hun brood mee verdienen kwam aan zeg. Bij mij dan. Terugblikken, mezelf de spiegel voorhouden, relativeren, beseffen niet het middelpunt van de wereld te zijn, fouten te erkennen …

Nee. Niks nieuws dus deze keer. Een nieuw onderbouwd verhaal kan immers een stinkend uitwerpsel van het ego zijn in plaats van ‘n vrucht van de geest. Beter nu pas op de plaats te maken en de inhoud van mijn mailbox niet, als voorheen, achteloos te legen maar serieus te bestuderen om te zien wat ik oproep. Een mailbox die nu bol stond van de reacties op het in de vorige VADA-varia behandelde verband tussen “hard varen”, evolutie en overlevingsdrang.


door G B Rom


 

Als eerste de reactie van een voormalige vriendin. Zij betwistte mijn stelling dat …saurussen zijn uitgestorven omdat mensen beter getraind waren in het hard (weg) lopen. Zij wees er op dat ouderen en mensen als ik (poeh, stomme trut) helemaal niet hard kunnen lopen, wel ingehaald konden worden en een welkome prooi voor die saurussen waren. Die zijn, zo schreef ze, helemaal niet door gebrek aan mensenvlees uitgestorven.

Beste meid. Denk toch door. Wel eens naar die hammen van die oudjes gekeken? De mijne ken je. Je kunt ook uitsterven door gebrek aan eetlust hoor.

 

Een andere (ook kennis) ergert zich: “ … zit je al jááren af te geven op áuto’s, op dínsdagen schilder je die idiote gele strepen op het asfalt om ons te treiteren en nou ook nog mijn motorboot zitten afkatten in je stomme stukjes die ik trouwens nooit lees.”

Op de laatste 7 woorden na kan ik hier weinig tegenin brengen.

 

Iemand die me er op wijst dat het onzin is te denken dat de saurussen van vroeger met hun te korte voorpootjes gebaat zouden zijn bij een rollator. Die zijn voor problemen met de achterpoten, zo merkt hij op.

Tja. Ik moet toegeven dat ik fout zat. Gek, zo’n fout. Terwijl ik nota bene zelf, wat onhandige voorpoten betreft, niet geheel ondeskundig ben.

 

Iemand reageerde op mijn bewering dat hij op neerbuigende toon tegen een kanoër gezegd zou hebben: “Ja, je moet nou eenmaal roeien met de riemen die je hebt.” En op mijn reactie: “dat ik die roeier graag eens een riem onder het hart had willen steken”.  Hij voelde zich door mij bedreigd door die riem onder het hart.

Tja. Hij heeft gelijk. Mijn excuses. Zo had ik het niet bedoeld en ook niet moeten opschrijven. Achteraf een smakeloze poging van mij om grappig te doen met taal.

Verder was zijn opmerking helemaal niet neerbuigend bedoeld. “Ik ben veel groter dan hij, bukte naar ‘m en zei het hard omdat hij een beetje doof is”. Waarvan acte!

Tot slot haalde ik volgens hem de uitdrukking ‘roeien met de riemen die je hebt’ uit de context. Hij had met die kanoër gesproken over roeien in een vier, had ‘m verteld dat ie een riem had gebroken en, het restant ziend, die uitdrukking gebruikt.

OK. Kan zo zijn. Ik hoorde hun gesprek pas toen die twee inderdaad al even praatten.

 

Een andere respondent, een kanoër, schreef zich gesteund te voelen door mijn verhaal. Ik had ‘t over een roeier die op neerbuigende toon tegen ‘m zei dat je nou eenmaal moet roeien met de riemen die je hebt. “Nee, zo schreef de kanoër, “Dát was niet echt het neerbuigende. Dat zag je verkeerd. Hij schreeuwde gewoon hard. Dacht zeker dat ik doof was. Maar”, vervolgde hij, “vóór jij er bij stond en dat hoorde vertelde hij dat z’n riem was gebroken toen ze in een vier aan het roeien waren. En had ie een lullige opmerking tegen mij als kanoër. “Ja, zei hij, “ik kon het afgebroken blad binnenhalen. Maar ja… róéien met zo’n stompzinnig kort stompje, met zo’n houtje als jij gebruikt als peddel als je in je boomstammetje wat ronddrijft …” En dát vond ik nou ‘n rotopmerking.”

Tja. Ik wil die kanoër niet afvallen. Maar ik heb tóch wel wat met die roeier.

 

Iemand die bij ons in Rhenen, bij Ouwehand, werkt schreef dat die gorilla’s in de Romeinse galleien altijd áchter de roeiers zaten. Niet alleen om die slaven met de zweep op de rug te stimuleren als ze harder moesten maar om te voorkomen dat de slaven die gorilla recht in de ogen konden kijken. “Want”, zo schreef die mevrouw, “als dat gebeurt loopt het uit de klauwen. Toen ze dat nog niet wisten hebben de Romeinen meerdere galleien verspeeld omdat de uitzinnige gorilla ineens z’n angst voor water overwon, overboord sprong, als een razende achter tegen de gallei aan zwom en ‘m als een soort overmaatse buitenboordmotor in krankzinnige vaart op de kust liet stranden. Dat verklaart ook al die galeiwrakken bij Carthago.” Volgens R. Goscinny en A. Uderzo is iets dergelijks overigens ook eens vertoond door Obelix op de Seine. Gek eigenlijk dat de aanbeveling om gorilla’s niet recht in de ogen te kijken daarna in de vergetelheid is geraakt en pas in mei 2007 weer opnieuw is ontdekt. Niet in Carthago maar in Rotterdam.

 

De laatste reactie die ik hier wil behandelen kwam van een jeugdlid die voor haar vrije opdracht economie, “Het vrije marktmechanisme in de slavenhandel”, op Marktplaats was gaan kijken en, gezien het ontbreken van vraag en aanbod daar vermoedde dat slavenhandel nauwelijks nog bestond. Ze was verder het net op gegaan om haar opdracht in elkaar te plakken, ontdekte dat Nederland al in 1814 een verdrag tegen slavenhandel had getekend en ik dus met 1867 onzin beweerde.

 

 

Nee dame, googelen mag, goochelen met de feiten niet. Willem I heeft in 1814 na druk uit Engeland wel een verdrag getekend om de hándel in slaven te stoppen maar de wettelijke áfschaffing van de slavernij kwam hier pas in 1867. Intussen hadden onze collega watersporters van de West Indische Compagnie en de Middelburgse Commercie Compagnie in ’n eeuw of twee wel zo’n 550.000 slaven naar de Amerika’s gezeild en dáár op marktplaats gezet. Op 90.000 na. Die kwamen niet levend aan. Jaha, dan scoorden ze bij de laatste grote Volvo Ocean Zeilrace – de organisatie daarvan heeft een wereldwijde ontheffing op het gebruik van slaven – inderdaad veel beter. Daar brachten ze 89 van de 90 vertrokken slaven weer thuis in Götheborg! Wel bij de les blijven meid. Wie is jouw leraar economie eigenlijk? Ik was ’n betere hoor!

Zelfreflectie???

 

G.B. Rom

 

GBRom@kpnplanet.nl