Vada Varia, nr. 4, november 2008

 

 

Vada kano rond Anglesey

 


door Toon Hoefsloot


 

Kayakken rond het mekka van de zeekayaksport, het eiland Anglesey voor de kust van noordwest Wales in de Ierse zee. Het gebied staat bekend om zijn grillig klimaat en zijn uitdagende zee.

Een flinke groep VadaKayakkers schreef in: Ed & Ad, Daan & Antoinette, Rob & Hanneke, Toon & Casper, Tom & Haiko.

Onze begeleider was Nico. Hij is in dit gebied bekend en heeft er meermalen groepen begeleid.

 

Op vrijdag 20.06.08 vertrokken wij met een trailer vol boten uit Rotterdam met de “Pride of Rotterdam” van P&O naar Hull.

De nachtboot, een belevenis op zich om op een dergelijk gigantisch schip te toeven, eten, drinken en slapen. We hadden ook nog een casino beentje kunnen lichten, er in de speelhal een zooitje Engelse ponden door kunnen jagen, of in de talloze winkeltjes alles kunnen kopen wat strikt genomen niemand nodig heeft. 85 M/V personeel van Fillippijnse afkomst verzorgde de opvarenden van afvaart tot aankomst.

Onder bedekte hemel reden we onwennig links en dwars door het U.K. naar Holeyhead, de uiterste westpunt van Anglesey waar onze begeleider een camping had gereserveerd. Flappen tappen in de inmiddels stromende regen en boodschappen doen bij de Tesco. Sommigen kochten wijselijk laarzen. Met -bij mij- het water reeds overvloedig soppend in de schoenen stonden we wat later onze tenten op te prikken, terwijl de wind stevig aantrok…

 

Die avond was het erop of eronder. Voor het Nederlands elftal wel te verstaan. Onder het genot van pints 4xxxx en een goede maaltijd zagen wij ons clupje met 3-1 de teil ingaan tegen Rusland. Verrekte Hidding! Het mocht onze pret niet drukken en onder de aanwezige Engelsen toonden we ons sportieve ‘H.H.H.’ verliezers.

 

“Een kayak vaar je niet omdat die mooi is, of om de uitdaging er in te varen. Je vaart een boot waarmee je de uitdaging van het varen aankunt.”

(Hans Van Vliet, kayakfilosoof).

Stormachtige nacht met veel regen. Zondag: ZW8Bft met harde windstoten. Varen uitgesloten of je moest van plan zijn suïcide te plegen. Te voet het gebied verkennen. 45 graden schuin tegen de storm in hangen om niet te worden omvergeblazen. Vanaf de kliffen uitzicht op een kolkende, met schuimmassa’s overdekte zee. Gehoorbeschermers zouden geen luxe zijn geweest. De intense stuifregen leek dwars door mijn regenkleding heen te dringen. Zou ik mijn schoenen nog droog krijgen deze week? Landschap vreemd kaal, rots- en heuvelachtig. Begroeiing groen, laag, stug en met verrassend mooie kleine, mij onbekende, bloempjes. Nauwelijks bomen.

Die nacht nam de wind af tot hanteerbare proporties. Om 6 uur uit de zak en opbreken. Met de trailer naar het strand. Een kleine baai, Porth Dafarch. Boten op wielen naar de lage zee, instappen en wegwezen. Bescheiden branding. Verzamelen op zee voor de ‘Briefing’. Op naar de eerste ‘tidlerace’ op de hoek van het eiland. Penrhyn Mawr. Stroom tegen wind betekent golven op deze relatieve ondieptes. In dit geval werden onze boten in etappes naar boven gedragen tot de golftop om vervolgens met een daverende klap in een kuil van ca 3 mtr. te donderen.

 

“Een kayak hoeft niet mooi te zijn, als hij maar sterk is.” (Hans van Vliet, kayakpracticus.)

 

Alert varen dus.

Niet iedereen was er gerust op maar niemand kwam in de problemen al bleken een paar Nordkapp-vaarders niet het stabielst in hun boot te zitten vanwege deze hoge, deels door elkaar lopende, golfpatronen. Valleyvaarders met de schrik in de benen vanwege de heftige omstandigheden.

 

“De stabiliteit van een kayakker zit voornamelijk tussen zijn oren.”

(Dr. Ir. Hans Flipsen, K1 vaarder).

 

Een flinke tocht. Verder naar de noordkant van het eiland, voorbij de North  Sack Ynys Arw. Tijdens de oversteek van de Holyhead Bay weer op een hanteerbaar zeetje naar Carmel Head, Trwyn Sader.

Net na de Harry Furlough’s Rocks in de Cemtyn Bay stopten we die dag bij de ruïne van een voormalige steenfabriek met eigenaardige ronde oventjes.

We haalden de boten naar boven over grote rotsblokken en stenen om op deze ludieke plek te kamperen. Tom ving er een kleine makreel met het vistuig van Casper. Bakken dat mormel en iedereen een vingerhoedje vol. Het vissen bleek tussen de bedrijven door een hilarische bezigheid. Bron van vermaak en onderling plezier. Wel veel tuigjes verspeeld. ‘Who cares?’

De zon kwam ons zowaar gezelschap houden. Aangenaam. Goed voor mijn zompige schoenen! Natte meuk drogen. Samen koken, samen eten. Vrolijke sfeer als altijd met de diverse pluimage van VadaKanoVogels. Hier en daar werd wat hartversterkende nazorg verleend wegens heftige ervaringen.

De prioriteit maar eens aangesproken. Rustige nacht. Vanaf nu elke dag 3 kwartier later op, omdat de stroom hoe verder we voeren steeds later begon te lopen. Gunstig voor de nachtrust.

 

 “Denken over angst is het lijden dat men vreest.”

(Sogial Rimpoche, boeddhist).

 

Wel even flink samenwerken om de boten weer bij het lage water te krijgen via de ruïne. Vele saamhorige handen; licht werk. Kalme zee naar de NO-punt. De voortgang prima dankzij flinke stroom mee. Voorbij Little Mouse en East Mouse een hoge rotspunt waarop een groot wit kasteel- of kloosterachtig gebouw stond. Point Lyna, Trwyn Eilian. Daar konden de jonge honden lekker door een lichte ‘tidlerace’ heen surfen. Vreugdekreten schalden door de ether wanneer een boot als een raket over de golven surfde. De anderen voeren er onder door langs de kust. Forse getijdestroom. Een zeilboot op de motor kwam ons hotseflotsend op de schuimkoppige golven achterop varen. Prachtige rotsachtige kusten. Een grot hier en daar. Diverse baaitjes overgestoken. Genoten! Pauze op het zeehondeneilandje Ynys Dulas. Energie opdoen voor een forse ruk naar Puffin Island, vlak voor de N-O punt van Anlesey. We landden aan op een reusachtig rolkeienstrand. Er stond een torenachtig belbaken dat de passage aangaf tussen Trwyn Penmon en Perch Rock: De bel ging om de 30 seconden. Dat bracht in mij een soort klerikaal gevoel ophoog. Over een smal stijl paadje rosten de sterkste kerels onder ons de boten naar een vlak weitje bovenop de hoge kust. Naar het noorden keken we uit over de Ierse zee, naar het zuiden over de Sea Strait tussen het vaste land en het eiland. Nog net droog choc/taart gegeten bij ‘the local cafe’. No beer available.

 

Bewolking kondigde de volgende depressie aan met opnieuw wind en regen. De ‘coastgard’ waarschuwde voor ZW5-7Bft. Die nacht droomde ik van kerkbanken, wierook en knielkussens, constant begeleid door het geluid van de belboei, naar de ochtend.

 

“Verken de opties en kies de beste op het punt van vertrek.”

(Ir. N. Middelkoop, begeleider en kayakgoeroe).

 

Wij maakten ons op voor de ‘Seastrait’. Vanwege forse wind tegen werd uit voorzorg in groepen gesleept om iedereen bij elkaar te houden en daarmee gestage voortgang te bevorderen. Wie vrij kon varen bleef bij zijn sleepgroepje om zonodig te kunnen overnemen of te assisteren. Dat werkte prima. Waar mogelijk varen onder de hoge wal. Korte felle golfslag. Maar na twee en een half uur weinig voortgang en bikkelen recht tegen de wind in hadden de meeste peddelaars de figuurlijke pijp wel leeg. Bij de pier van BeauMaris gingen we aan land om te wachten op de aangekondigde weersverbetering. Tijd om op verkenning te gaan in het merkwaardig Engelse stadje met zijn Franse naam, zijn museumkasteel en zijn vele tierlantijnenwinkeltjes. Natuurlijk ook even voldaan aan een traditionele ‘must’: ‘Fish and Chips’.

In ‘the castlebackery’ stonden 2 meisjes blozend en onhandig brood te verkopen. Het door ons gekochte brood viel nog vóór het snijden in een schaal met citroen taartjes. Algehele vrolijke hilariteit in de winkel en die malle meiden die zich geen houding meer wisten te geven tegenover zo’n stelletje uitgewaaide buitenlanders. Het was nog niet eenvoudig om de ‘gecrushte’ taartjes erbij te kopen. Maar wij hielden voet bij stuk. Ze waren geplet trouwens ook erg lekker.

In een pub dronken we ‘English Beer’ en ontmoetten we de ‘Major of Town’ die ook de eigenaar van de biergelegenheid bleek te zijn. Uit dien hoofde verwelkomde hij ons als toeristen hartelijk.

Enthousiast informeerde hij naar onze plannen, waarschuwde ons voor de zeer sterke stroom bij de smalle doorgang in de ‘Seastrait’ bij Menai Bridge en waar we dan wel sliepen?

 

“Wezenlijk boeddhisme: Geen ik, geen probleem.” (Jack Kornfield, levenswijze).

 

Stoutmoedig deelde ik hem in kaaskoppenengels mee, dat we wild kampeerden. Even betrok zijn bestuurlijk gezicht omdat hij dat vanuit zijn functie natuurlijk niet openlijk kon toestaan. Hij toonde zich echter sportief tolerant, wees ons op de kaart wat mogelijkheden aan en maakte zich met een joviale armzwaai uit de voeten. Wij hadden het niet van hem gehoord.

Intussen was de wind weer tot onbevaarbare proporties toegenomen in weerwil van de verwachting, dat die zou afnemen.

In afwachting van een besluit vulden de heren vissers hun verloren gegaan vistuig tijdens een lange wandeling eens grondig aan.

Na boeiende, soms emotionele, groepsprocessen werd besloten uit te zien naar een kampeermogelijkheid in de buurt. Die werd al gauw door Rob gevonden: een smalle grasrichel onder de steile kust werd propvol geprikt met tentjes. ’s Nachts teisterde harde wind onze onderkomens. Van 2 tentjes knapte een aluminium boogstok. Improviseren geblazen met buisjes en duktape.

 

Die ochtend werd duidelijk, dat verder varen geen optie meer was.

Het woei gewoon te hard. Daan en Edwin liftten en busten terug naar Holeyhead. Ruim 2 uur later stonden we in de stromende regen de trailer te laden met vol bepakte boten. Elf man in doornatte regenkleding vóór- en achterin de tractor van Ed en een fors over beladen trailer erachter. Ed houdt wel van dat soort geintjes. Kalmpjes aan teruggereden naar een mooie camping met erbarmelijk armelijk en slecht sanitair. Daan was ronduit onthutst over de vooroorlogse toestanden in de natte ruimten. Ik had al genoeg gedouched die dag.

 

“Laat je negatieve gedachten door je bewustzijn drijven zoals wolken door het luchtruim.” (Jack Kornfield, verstandig man).

 

Vrijdag was de wind afgenomen tot ZW5Bft. De jonge honden gingen spelen op de 1etidlerace’ van onze tocht bij South Stack Ynys Lawd. Met de vrouwen ging ik het spektakel bekijken vanaf de 30 mtr. hoge rotsen. Even doorbijten op de wandeling over de Llwyn-y-berth hoogvlakten er naar toe. Forse stuifregen andermaal. We wisten waarvoor we in deze contreien waren. Schoenen weer geheel doorweekt. Zelfs de pelpinda’s waren taai geworden. Maar de beloning wachtte: 8 mannen beneden die tussen de rotsen door rosten en de hoge golven trotseerden.

 

“Golven kun je niet tegenhouden. Maar je kunt leren surfen.” (Joseph Goldstein, watersporter.)

 

Spannend als ik ze achter de rotsen zag verdwijnen in een zee vol schuim. Gerustgesteld als de heren weer tevoorschijn kwamen en terugvoeren via de keerwaters. Af en toe iemand in een bijna ‘popout’. Spectaculair!

Tom ging ‘um’ en eskimoteerde vlot. De tweede keer bleek hij te weinig macht over te hebben of het water was te wild. Hij moest gered door Rob. Maar de hoge golven gaven zelfs deze Nordkapp-reus geen stabiliteit genoeg om een snelle redding uit te voeren. Hij moest de boot van Tom loslaten. Anderen pikten die op en gezamenlijk zetten ze Tom terug in zijn boot. Vermoeid landden ze uiteindelijk aan in de naburige baai Abraham’s Bosom. De grenzen waren weer verkend. De adrenaline had weer volop gestroomd.

 

Änglesey, waar de Nordkapp door de mand viel.”

(Ir. Haiko ter Heide, solokampeerder, groepskayakker, overtuigd Explorer hv vaarder).

 

Prachtig om dit schouwspel van wilde capriolen van bovenaf te zien plaatsgrijpen. Moe van regen en windruis terug naar de camping. Tijd voor prioriteit, een vers gestookte maaltijd en de verhalen.

 

Zaterdag. Zingen voor jarige Rob. Met Casper erbij werd ie daar gegarandeerd wakker van. Alweer naar huis. Afscheid van onze begeleider Nico die een flinke klus aan ons had en zijn stille BOPO-vriend Reinout.

Daan en Antonia gingen verder, misschien wel naar Schotland.

Met z’n achten op de terugweg. Vijf van ons (ik ook) nog even een paar uurtjes varen op de ‘Seastrait’ bij de bruggen Pont Britannia en Suspension Bridge. Prachtig die oevers met de Iris Murdoch huizen en de felgroene bomen. Weer even pech voor Tom: hij voer zich vast op een scherp rotsje. Bij het losduwen verloor hij zijn evenwicht en… plons. Vanaf de brug gespot door Rob, Hanneke en Addie. Voor de laatste keer uitpellen en omkleden. De terugreis doen. ‘Sideseeïng’ route naar de “Pride of Hull”. Weer zo’n immens luxe grote ferry met wel 13 dekken! In de avond Rob’s verjaardag gevierd met een Indiana Jones film, dansen en bier bij een rockbandje met een Scandinavisch ogend, hoogblond geblondeerd tienerzangeresje dat na het zingen nog even als een slangenmens met ons, die maffe Hollanders, meedanste.

 

En dan wakker worden in Rotjeknor. Ontschepen. De stille terugtocht langs de nog steeds lege Betuwelijn. Boten uitpakken. Anoraks en zwemvesten uitspoelen. Een laatste choc/slag of tosti met bier bij Lia. En dan resten weer de herinneringen van een spannende en prachtige tocht vol uitdagingen en natuurgeweld.

 

“De ware oorzaken van tevredenheid en bevrediging moeten in onszelf worden gezocht.” (Tenzin Gyatso, 14e Dalai Lama.)

 

Meevaarders: bedankt voor de kameraadschap en de spreekwoordelijke VADAKANO saamhorigheid. Het was prachtig!

 

Toon Hoefsloot.