|
|
Vada Varia, nr. 4, november 2008 |
|
|
Kanotocht over de Rijn Rienke Nieuwenhuis en Toon Hoefsloot maakten een kanotocht van 3 weken over
de Rijn. door Rienke
Nieuwenhuis & Toon Hoefsloot
Het
slootje dat wij kennen en waar wij ons redelijk op vermaken als veelzijdige
watersporters heet Nederrijn. Althans vanaf Arnhem
tot Wijk bij Duurstede. Als ik
Rijn zeg, bedoel ik de gehele Rhein.
En die ontspringt ergens in Zwitserland. Bij Konstanz
staat km paal 0. De Überrhein. Je kunt nog
hogerop naar de bron voorbij de Bodensee. De droom
van Rienke en mij begint bij 0. Kaarten
en tochtbeschrijving lenen we via Nico van Karst. Rienke kan heel goed scannen. Zo komen kaart en tekst
samen op A4tjes. Haar man kan heel goed kleurkopiëren.
Met het lamineer apparaatje van Daan kan ik heel goed insealen.
De kaarten liggen klaar. De voorbereidingen worden getroffen. Binnen in mijn
lijf begint het te kriebelen. Het neusje van Rienke
glimt: er moet gevaren worden. Ik plan 14 dagen in. Rienke
verruimt het mandaat tot 3 weken. Ach, ik ben de beroerdste niet. Casper
ook niet. Hij dieselt ons het buitenland in. Edwin gaat mee voor de lol en om Casper gezelschap te houden op de terugweg. Goed
geregeld. Zo komen we
met een auto vol spullen en 2 kayaks op het dak bij
de Zwitserse grens. Daar worden we argwanend bekeken door humeurige
douaniers. Die vragen zich als geüniformeerde speurneuzen af wat er in de
boten zit. Even lijkt het erop dat we alles moeten uitpakken, maar na
inspectie van de papieren en onze vrolijke recreatiehoofden mogen we door. Langs Schaffhausen rijden we, de zon schijnt er lustig op los,
de waterval klatert. Al wandelend bekijken we van alle kanten de
kamikazemogelijkheden voor zelfmoordkayakkers. De
reis gaat verder naar Konstanz. Iedereen flaneert
in de eigenaardige grenssfeer van de stad. We vinden geen geschikte
mogelijkheden om er de nacht door te brengen. Teveel hekken, verboden,
mensen. Aan de zuidkant van de Bodensee is dat
anders. Twaalf kilometer bovenstrooms van Konstanz
is een woonwijkje aan het water. Daar zien we een grasveldje. Een
gereserveerde ingezetene brengt ons naar de eigenaar. Dat is Herr David Leuch. Moeilijk ter
been, aanvankelijk achterdochtig. Als hij onze goedmoedigheid op waarde schat
blijkt hij coöperatief en vriendelijk. Hij leidt een schuddend bestaan. Parkinson. We mogen op zijn toilet, krijgen water en een
kampeerplek. Met crêpeband plakken we namen op onze boten. Dat wil de
waterpolitie nou eenmaal: FREE en TONI dopen we onze vervoermiddelen. ’s Avonds zetten we Herr David een groot hoog glas Ierse Nevil
O’Man voor. Zo kan
hij meedoen zonder te knoeien. We komen nauwelijks meer bij hem weg van de
verhalen. Jagen, vissen, schoenmaken, leerlooien. Zijn huiskamertje vergeven
van de hertengeweien. Altijd bij z’n moeder blijven
wonen. Nu zij dood is wordt het erg stil om hem heen… 2 tentjes
en 4 mensen dromen de koude nacht. Casper en
Edwin staan wel héél vroeg op. Ze willen om 15.00u weer thuis zijn. 6.30 u.
Ze rijden zwaaiend uit ons blikveld. Rienke en ik staan er nu alleen voor. Even dat zelfgekozen, verlaten
gevoel. We kunnen alleen nog maar terug varen. Zo 20.04.08 Dat doen
we. Eerst spek/eieren/brood. We pakken de boten in, kijken over het
spiegelend meer de grote rood/gele zon van de horizon los. Met een briefje in
vast geen vlekkenloos Niederdeutsch
nemen we afscheid van Herr David Leuch. Die ligt
zijn roes nog uit te slapen achter gesloten gordijntjes. Zou hij ’s nachts
ook schudden? Zwaar slepen we de boten naar het water dat zijn naam eer
aandoet: je kan tot op de bodem kijken door
stervenskoud water. We zijn los. De vier landentocht. Het grote verre varen
is begonnen. Dat gaat gepaard aan enkele schrille vreugdekreten. De ruimte
van het meer weerspiegeld in water en gevoeld in mijn lijf. Het ritmisch plassen van de peddelbladen. Het voorbijschuiven van
wisselend landschap. Het meer zo plat en laag. De heuvels zo schoon en rond. Direct
bij het binnenvaren van Konstanz staat km paal 0.
Een historisch gevoel bekruipt mij. Mensen zetten ons om in digitale beelden
vanaf de brug. De stad maakt plaats voor een natuurgebied. Beringen.
24 km gevaren. Koffie/taartpauze. Het begin vieren. Volgt een mooi natuurlijk
traject. Een uitloper van het meer. Er zeilt een veld internationale Draken.
Zonder koersen te storen varen we door het veld heen. Indrukwekkende
zeilschepen. Wat verderop zijn veel Rheinschouwen
op het water. Typische lange schuiten met platte bodem en vierkante neuzen.
Ze tuffen stroom op om zich te laten terugdrijven op de stroom. Ik kan de
neiging om te zingen niet onderdrukken. We naderen de plek waar we moeten
uitstappen om te ontkomen aan de grote waterval. Schafhausen.
Frames, wielen, vleugelmoeren. De karretjes onder de boten en sjouwen over
een fraai bebost, klimmend wandelpad. Eenmaal boven (17.30u.) met sterk
versnelde ademhaling is het tijd voor bier. Dat is
hier automatisch een halve liter. In onze niet alledaagse outfit
zijn wij op dit terras een bezienswaardigheid tussen wuft geklede schonen.
Wij bekijken ons uitzicht op de spoorbrug, de barrages voor de waterval en
voelen onze verbinding met het sterk stromende water. De omloop
is 4.5 km lang. Om 19.00 u. zijn we weer afgedaald naar het water. We stappen
in. Bossige, steile oevers. Benieuwd
of we hier een kampeerplek vinden. De enige mogelijkheid die we tegenkomen
wordt gevormd door een oeverzwembad. Een typisch Zwitsers fenomeen. Het is
nog gesloten, maar open voor wat hangjongeren. Daar passen wij prima tussen.
Tent op een vlak grasveldje. Een zitbank ernaast. Spoedig ruist de brander.
Een Ierse slok streelt onze tongen. Een langsfietsende Neurenbergse
Zuid-Duitser informeert naar onze plannen. Wij
leggen onze droom aan hem uit. Hij fluit tussen zijn tanden. Hij fietst, en
slaapt in zijn Peugeot Partner. Ook een redelijk vrije jongen. Ma 21.04.08 Die
grijze maandag zitten we om 8.30u. in de boot. Er volgen fraaie stukken
rivier. De bomen zijn nog kaal en voorzichtig uitlopend. Regen ruist gestaag
en zonder ophouden. In de bochten rond Rheinau
volgen 4 stuwen met ‘Kraftwerke’ waarvan 3
met kermisattractie: per telefoon vragen we om overdraging
en vanuit Basel wordt een plateau over rails naar ons toe gedirigeerd en
verdwijnt voor de neuzen van onze boten onder water. De camera registreert
ons handgebaar als we er op gevaren zijn. Moeiteloos
treinen we omhoog. Bovenop de dam hebben we uitzicht over de 12 meter lager
gelegen rivier. Weldra zakt de drager weer het water in en komen de boten
los. Een zwaai naar de camera. Weg zijn we weer. Na stuwen hebben we steeds
weer flink stroom. Bij nadering van de volgende stuw lijkt de stroom te
stagneren. Bij de vierde stuw moeten we overdragen. Hier gaan de boten aan de
andere zijde te water via een robuuste scheepslift op het
25 m hoge talud. We leggen de boten erop. Rienke
bedient de techniek. Ik vang onze troetels beneden op. Een dag van varen met
onderbrekingen. De laatste 2 stuwen vragen om lange zware overdragingen
wegens bouwactiviteiten. Blubber en stenen onder de surflaarsjes. Twee
rivieren stromen de Rhein in: De Aare en de Agler. We hebben tot
nu toe 12 km Bodensee en 115 km Rhein
afgelegd. Bij Eglisau kamperen we op een blubberig
veldje aan de rand van beschermd natuurgebied. Glibberend en glijdend sjorren
we de boten omhoog en maken kamp in drenserige
regen. Zelfs in de tent is alles vochtig. Het deert ons niet. Di 22.04.08 De
nachtregen druilt ons door de slaap. Roezelend en
rustend tikken de nachtelijke uren voorbij. Het water is flink gestegen.
Onherroepelijk moet alle natte kayakzut weer aan.
Huiverend zie ik natte kleren over bloot kippenvel schuiven. Ik kom ook snel
aan de beurt. Eenmaal weer in nylon en plastic verpakt, muts op de knar,
stoken we thee en ontbijt onder de druipende luifel. De Rhein
is een regenrivier. Dat blijkt maar weer. Lautenbrüg.
Daar gaan we weer! De “Alb” komt het hoge water nog
eens extra voeden. Achter de stuwen 3 tot 6 km. wildwater 5. Spektakel.
Moeilijk in en uitstappen. Droge voeten verworden tot een illusie. We
naderen Rheinfelden. Het stroomt als een speer. We
raadplegen de informatie van het Deutsche Kanu
Verband. Die waarschuwt voor een lastige uitstap en overdracht van 2 km.
We moeten uitstappen aan de rechter oever. Een kanosteiger zou liggen in de
ingang van een werkkanaal. “Achtung starke strömung!” We
naderen. De rivier is ca 300 m breed. Vanuit het midden kunnen we zelfs met
kijkertje geen kanovlot ontdekken. Geen bord. Geen pijl. Niks. De stroom
sleurt ons intussen meedogenloos mee. Beslissen geboden. Snel naar de oever
traverseren. Een werkboot met hoog ponton en kraan. Nog steeds geen steiger
te zien. Ik probeer het ponton. Knal er tegen aan.
Geen houvast. Mijn boot drijft zeer snel af. Al het water gaat hier door een
30 m breed kanaal. Verboden Invaart. Waar is dat verdomde kanovlot? Uit een
ooghoek zie ik het links van achter het forse ponton
opdoemen. Ik schreeuw Rienke er naar toe. Stap zelf
snel uit. Ruk mijn boot uit het water. Rienke is te
ver weg nog. Ten prooi aan de immense stroom.”Ik kan niet harder!” roept ze
vertwijfeld. Ik schreeuw, vloek en haal alles uit de kast om de adrenaline in
haar aan te spreken. Ik kan nog maar enkele meters achteruit lopen op de
steiger om haar aan te klampen. Ik zie een somber scenario voor me: Mijn
varensmaat die meegesleurd wordt het werkkanaal in waar vechten tegen de
onverbiddelijke stroom onmogelijk is. Waar geen enkel houvast is langs de
gladde oevers en al gauw het volgende “Kraftwerk”
nadert. Rienke’s peddel lijkt inmiddels
een turboprop. Tot mijn middel laat ik me vallen op de steiger. Met één arm
een ‘alles-of-niets’ greep naar de punt van haar
boot. Hebbes! Het grootste gevaar is geweken. Haar boot wordt onder de
steiger gedrukt. Samen voorkomen we omslaan. Haar peddel smijt ik op het
talud achter ons. “Eruit!” schreeuw ik iets te hard en geschrokken. Even
later staan we met knikkende knieën op de steiger. Een emotioneel moment. Een
knuffel. Langzaam keert de rust terug. De boten
brengen we naar boven en monteren de karren. Langs de plaatselijke industrie komen
we bij een glad plaatstalen hek over het werkkanaal. Het water gaat er met
ca. 25 km per uur onderdoor. Een spleet lucht tussen hek en water van 5 cm.
Als je daar voor komt te liggen? Mijn voorstellingsvermogen doet de rest. We
lopen door. Het werkkanaal eindigt waar de loeiende turbines van het volgende
“Kraftwerk” staan opgesteld. In gedachten zie ik
een kayak met inhoud tot schrutrul
vermalen worden… Rillingen lopen over mijn rug. Langs een steil pad
naderen we de rivier weer. Het geraas van stortend water uit de immense
stuwen is oorverdovend. Zover we kijken kunnen metershoge golven van
turbulent geweld. Instappen en varen uitsluitend mogelijk voor stuntmannen
van “Sport, levensgevaarlijk!” We sjouwen het steile pad weer op.
Genoeg gestunt! De weggesmeten peddel zijn we vergeten op te binden. In
looppas haal ik hem op. Twintig minuten later ben ik terug en zie tot mijn
ontsteltenis, dat het water intussen minstens een halve meter gestegen is. Verstandig besluiten we verder te lopen langs het water en
om te zien naar een geschikter instapplaats. Die vinden we tussen de bomen
die met voeten en stam onder water staan. Een vriendelijke Zwitser met hond
vertelt, dat het water 4.80 m hoger staat dan normaal. Hij schetst de
situatie verderop in de rivier. Een gevaarlijke brug met drie brede pijlers
in een bocht. De linkerkant is levensgevaarlijk wegens reusachtige, onder
water liggende rotsblokken. Even een snickertje. Behoedzaam stappen
we in. Eenmaal op stroom in de heksenketel van schuimend water doemt binnen 2
minuten de brug op. Bijna niet in te schatten waar het hotseflotsende,
schuimende water ons naar toe sleurt. Links langs de pijler? Rechts? Boot op
snelheid houden om te kunnen sturen. Enkele seconden om te beslissen en te
accelereren. Rechts! Tot wel drie meter vóór de pijler wordt het water steil
opgestuwd. Ik zie Rienke mee omhoog gaan en op 2 m
langs de pijler schieten. Opnieuw spektakel. Daar dondert ze in de kuil langs
het opgemetselde basalt. Ik zie haar niet meer terug. Mijn beurt. Wild watervaren
met bepakte zeeboten. Het water loopt me bij de kraag naar binnen en druipt
van mijn hoed. Allebei overeind gebleven. Honderd meter voor me zie ik tenminste een canvas hoed. Pas 6 km
verder komt het water enigszins tot rust. We naderen Augst.
De eerste stuw/kraftwerk
met sluis. Dat betekent een rustig invaartkanaal. En dan iets onverwachts: De
sluiswachter in felle werkkleding komt ons tegemoet stormen: “Was machen sie hier? Sind sie verrückt
oder lebensmüde? Die Schiffahrt ist eingestellt worden. Sie dürfen nicht weiter fahren! Das Wasser ist in diese Höhe lebensgefährlich!” We kijken
elkaar aan met zo’n gezicht van: Mwoeaa,
we hebben wel erger meegemaakt, maar besluiten wijselijk op de nabijgelegen
camping een dagje af te wachten tot de ergste hoogwatergolf voorbij is.
Douchen is echt lekker na zo’n dag. Het is zowaar
even droog als we de tent opzetten. Die avond lopen we op mengsmering: water,
whisky, wijn, thee, koffie. Woe 23.04.08 Met de
trein sporen we naar Basel. Bij het sluiscomplex en Kraftwerk
geïnformeerd naar waterstand, schutten, en Schiffahrteinstellung.
De stad summier bekeken. Druk, druk, druk. Niks voor ons. Boodschappendag.
Morgen verder. De natte zut wil maar niet drogen.
Niet in de buiten druip, niet in het wasmachinehok. Do 24.04.08 Om kwart
voor tien worden we geschut bij Augst. Een rustig
traject volgt. Nog
steeds koud peddelsteelmoffenweer. Dikke anorak aan
en regenbroek. Nu en dan een bui. Altijd leuk om een stad te naderen. Tenminste, als je zelf van afstand kan toezien. Van alles
te zien en te horen. Fraaie bruggen, spiegelende gebouwen, spitse kerken en
verkeersgedruis. Sluis Basel. Schut telefonisch geregeld. Speciaal voor ons
om 10.30u. We zijn op tijd. Net vóór
het lateraal kanaal pauzeren we bij jachthaven Wiese. Het hek zit ongastvrij dicht. We krijgen geen
contact met mensen die het zouden kunnen openen. Zo gaat een taart en hete
chocolade in het horecapand aan onze neus voorbij. We lunchen dan maar op de
steigers in de eerste zonnestralen van die dag, plassen ongegeneerd van de
damwand af en vervolgen onverstoorbaar onze weg. Op het traject Augst (155km)-Breisach (225km)
pakken we 4 sluizen. Elke keer wel 25 m naar beneden. Reusachtige muren als
geblindeerde flatgebouwen met nooduitgangladdertjes boven ons. Lekker mee met
de grote beroepsvaart. In het
landschap liggen lome bergen als luie vrouwenlijven zonnend door bos omzoomd.
Het groen breekt er in door. Over de schuine betonnen oevers kijken we
gelukkig heen. Een groot voordeel van hoog water. Auto’s rijden onder het
waterniveau. We hóren ze alleen. Net als het kabbelen van “der alte Rhein”. We kamperen
aan het eind van het kanaal hoog langs een stille openbare weg, twintig meter
van een onaantrekkelijke camping, de boten op een keienstrand aan de rivier. Reuze slakken gebruiken onze tent als glijbaan. Vr 25.04.08 Breisach-Straatsburg. 67 km. We verheugen ons op een zojuist verzonnen
gewoonte: bij elke honderd km. een drijvende prioriteitspauze. De prioriteit
(Glen Fiddich 12 SM (single malt) verwarmt onze inborst en sterkt onze
motivatie. Rienke haalt hem maar al te graag uit
mijn ovale luik. De 4 sluizen op dit traject schutten alleen als er
beroepsvaart is. Dat geluk hebben we niet dus dragen we om. Voor het eerst varen we zonder
anorak. De één na laatste sluis maakt het omdragen niet gemakkelijk. Lastig uitstappen tegen een glad en schuin betonnen talud.
Boten omhoog sjorren, karren eronder. Een paar honderd meter sjouwen over een
smal pad langs een hoog gazen hek. Stoep af, parkeerplaats over, grasveldje
door. Boten over rotsblokken tillen, talud af, straat met vangrail over. Van een heel steil talud afglijden, karren er weer onder, naar
een trapje in een schuine basalten oever. Eén boot te water,
vastknopen aan een stalen ring. Tweede boot te water, instappen en wegwezen.
Een marsje hebben we wel verdiend. De
laatste sluis zal me nog lang heugen. We moeten weer omdragen. Voordat we aan
de andere kant bij het water komen moeten we nog een drukke straat over en
een hoge vangrail. Hup, de boten erover. Snel en geroutineerd. Het is warm, Rienke zit even iets los te laten. Ik loop nog even langs
een paaltje om de peddels te halen. Hoed diep over de ogen, want er staat een
scherp zonnetje. BENG. Ik knal met mijn voorhoofd en neus tegen
de omgefelsde rand van een plaatstalen
verkeersbord, dat aan mijn zicht ontrokken was door mijn hoed. Verboden in te
halen stond erop. Sterren. Donkere wolken pakken zich samen in mijn kop. Twiet, twiet, twiet. Groggy. Bloed druipt langs mijn neus. Tranen van
de pijn. Ik heb een kwartier nodig om bij te komen van de knal en om het
bloed te stelpen van mijn gedeeltelijk ontvelde neus. Gele bril krom. Die avond
staan we pal langs de rivier tussen 2 bomen. Natte boel kon worden gedroogd.
Grote schepen knorren onafgebroken voorbij. We eten wederom voortreffelijk.
Uitzicht op een stadspark…. Za 26.04.08 Vannacht
eindelijk eens volop kunnen genieten van een heuse houseparty, zij het op 1
km afstand. Kropen we om 10 uur rustig in de zak en lagen we op het punt in
te dommelen, toen om 11 uur de hel losbrak. Wat konden we anders doen dan een
lijntje snuiven, een pilletje slikken, blote kleren aantrekken en mee hossen?
<ONK<ONK<ONK<ONK> de
onafgebroken dreun van gigantisch feestgedruis. De muziek van de nacht. Zien,
gezien worden, zuipen en uit je dak gaan. Zondag 24 uur in het nest en
maandag weer aan het werk. Een welkome afwisseling na 7 dagen varen.
Tussendoor toch nog af en toe geslapen en gedroomd van verhitte koppen,
zwetende decolleté’s, bier- en hasjlucht. Nog 2
sluizen, dan stroomt het hoge water onbelemmerd met ons verder. De 1e
sluis gaat voor onze neuzen open. De tweede en laatste varen we om over een
wonderschone beek, die na de (tol) sluis weer in de Rhein
uitmondt. Het water
stroomt hier teringhard. Zeker 12 km/h. We
besluiten vanaf het midden van de rivier een late tussenstop in te lassen.
Dwars varen naar de wal. 330 m verder landen we aan. Over stroom gesproken!
Met friet en bier tussen veel recreatief volk bij Rastadt
spreken we een sportief fietsstel uit Nederland. We varen nog 3 km verder.
Weer staan we pal aan het water nu bij km paal 346 met prachtig weer en onze snuffert in de ondergaande zon. Diep met kolen, schroot
of gas geladen schepen ploeteren stapvoets en onverstoorbaar voorbij. Zo 27.04.08 Om 9 uur
varen we weer keihard stroom af. We doen ook weer
diverse meestromende nevengeulen die ons door overweldigend natuurschoon
leiden. Gebied dat tevens gebruikt wordt als overstroomgebied. Stilte en
ijsvogels gegarandeerd. Terug op de rivier varen we veelal midden op stroom.
Daar is het water het minst turbulent en de stroom het snelst. Nu en dan
stuurt een politieboot ons naar de wal. “zu gefährlich wegen die Schiffahrt!”
We komen bij Mannheim en Ludwigshafen.
De plaatselijke verenigingscampings willen ons niet herbergen. We worden zo
ongeveer weggekeken als derderangs burgers. Ook krijgen we geen informatie
over waar we dan wel terecht konden want we wilden wel weer eens douchen. We
vonden uiteindelijk zelf wat verder stroom af een lintcamping langs het water
met een vrolijke goedlachse beheerder. Hij neemt alle tijd voor ons verhaal
en plan en is dusdanig onder de indruk, dat we gratis mogen overnachten. Dus
kunnen we voor het uitgespaarde geld gaan bier drinken en pizza eten bij km
paal 420. Aan de andere kant van het pad een jong Nederlands gezin. Man,
vrouw, 2 dochters van 9 en 12, op doorreis naar Italië. Op de zelfde tijd
aangekomen. Een Chevrolet ruimtewagen vol spullen en een gigantische tandemasser caravan. Papa draait de pootjes uit en begint
te slepen met tuinstoelen, megaweekendtassen vol kleren, barbecue en wat al
niet. Meer dan ik in huis heb in ieder geval. Tersluiks nam hij waar dat wij
onze tent al hadden staan en in de opblaasstoeltjes zaten met de prioriteit
tussen ons in, de brander snorrend voor een smakelijke, vitaminerijke
maaltijd. Onze Sabatier flitste door verse groente.
Zo te zien voelde hij zich duidelijk slaaf van zijn overvloed. Ma 28.04.08 Goed
geslapen. We pakken in. De Nederlandse familie naast ons slaat onze efficiënte
handelwijze met stijgende verbazing gade. Ze snappen er niets van, dat 2
mensen met zo weinig (maar toch genoeg) toe kunnen en dat die spullen dan ook
nog eens in 2 kleine bootjes passen. Zij hadden ondanks 2e huis op
wielen en luxe personenbus nog steeds ruimteproblemen vertelden ze toen ze
dichterbij gekomen waren van nieuwsgierigheid. Van kayakken
snappen ze al helemaal niets: “Laten jullie die wieltjes gewoon onder de boot
zitten als jullie gaan varen?” Gekker moet het niet worden! In Worms doen we weer eens
boodschappen en slaan we nieuwe prioriteit in. Eerst
komen we langs Ludwigshafen waar BASF zo’n 10 kilometer industriële bebouwing voor haar rekening
neemt. De natuur is hier even geheel verdrongen door “Anlagen”
van vervreemdende proporties. Veel scheepvaart vandaag. Bij km 484 stoppen
we. Bij de uitmonding van een nevengeul nemen we een idyllisch puntje land in
beslag. Eén lange meestromende geul gevaren met 2 bevaarbare stuwen. Hier en
daar een veld vol dood hout en troep om door heen te ploegen. ’s Morgens zon,
’s middags regen en om 20.00 weer droog. Een moordplek wederom onder groen
gebladerte. Di 29.04.08 Wiesbaden
– Mainz – Bingen. Het is
weer koud vandaag. Overbroek aan en dikke anorak.
Soms ook peddelmoffen. Tja, die naam voor kayak
handschoenen valt hier natuurlijk niet in goede aarde. Er staat felle
tegenwind. Bikkelen geblazen en weinig voortgang maken. Korte hoge golven
spatten tegen de zwemvesten uiteen. Een lange lunchpauze dan maar in Eltville, gemeente Rüdesheim.
Mooi stadje. Veel vakwerkhuizen. Een Dienstagplatte
gegeten in de kroeg. Hanepoot, friet en
ratatouille. Lekker! Vervolgens
schuiven we de Eifel in. Het begin van de Mittelrhein. Bergen en wijnvelden op 55 graden
steile heuvels. Wat verderop versmalt zich de rivier
en wordt het water weer heftig waarschijnlijk door rotsblokken op de bodem.
Je moet hier bedacht zijn op sterke waterbewegingen die de boot soms
onaangekondigd een metertje of 10 opzij zetten. Een paar scherpe bochten. De Loreley. Giga stroom en dan
omkijken naar die fascinerende sirenen op de berg. Je zou er zó voor op de
klippen varen. Alweer op een camping. Toepasselijke naam: Camping de Loreley. We bellen maar weer eens wat rond al is de
ontvangst slecht. Maar het weer klaart op en de temperatuur stijgt eindelijk.
De al dagen klamme slaapzakken kunnen uitgebreid gelucht, kleren gedroogd.
Bier en eten verdiend. Het was een pittige dag. Leuk is, dat we goed tegen
elkaar zijn opgewassen. Hetzelfde vaartempo en ook dezelfde ideeën over
afstand, eten, drinken, tentje delen. Geen gêne tegenover elkaar, geen
spanning ook. Een goede maatschap dus. Fijn! Woe 30.04.08 In
Nederland vermoeden wij een vlaggenzee met wimpels. Wij varen die dag van de Loreley naar Koblenz.
(555-617). De bergen worden langzaam lager, de stroom blijft onverminderd
sterk. Eindelijk gevaren zonder jas. Blote armen. Heerlijk.
De handjes inmiddels bruin geblakerd. Ik krijg dan
van die gerimpelde apenhandjes. Soms plotseling uit het niets opdoemende
golven met schuimkoppen. We zien veel schepen terugvaren die we ook hebben
zien ópvaren. In ongezellig Koblenz doen we alweer
boodschappen. We moeten helende lippencrême hebben
met Euchinacea. We eten er kartoffelsalat
in zo’n onbekende uitzoek winkel waar je vreselijk
moet opschieten omdat ze achter je alweer staan te dringen. Brutale stadse
types achter de uitzoekbalie. Lawaaierige jeugd aan de tafeltjes. Toilet op
slot. Tegen de tijd, dat ik de sleutel heb bemachtigd doe ik het bijna in
mijn broek. We doen
een riviereiland aan waar het goed toeven is. Treinen en verkeer deze nacht
op gepaste afstand. Vrachtboten zwoegen door ons blikveld voort. Op het
eiland is een soort onbewoonde nederzetting. Hier hobby-en
in het weekend vast groepen vissers. Do 01.05.08 Het
landschap wordt steeds vlakker. De oevers steeds kanovriendelijker. Onverminderd
sterke stroom hoewel het water lijkt te zakken. De eerste kribben met rood-witte paal. Nog wel onder water maar toch om de
kribkoppen veel staand water. Het blijft dus uitkijken. In Bonn
(ook al weer zo’n onpersoonlijke multitown)
scoren we drinkwater bij een kiosk en trotseren we zonder jas wat buitjes. De
Rhein is en blijft prachtig. Fraaie
oevers, steeds meer strandjes. Een verademing na die streng gereguleerde
schuine stenen oevers van de bovenloop tussen Basel en Koblenz.
Overal feest vandaag. Dag van de arbeid. Harmonieorkesten blazen oubollige
schlagers en hier en daar is er house voor de jeugd. Veel vertier langs het
water. Ook een geweldig kitscherige raderboot vol dagjesmensen komt langs
stomen. De River Lady. Het rad draait wat lusteloos rond
op het uitgestoten schroefwater. Kan het suffer? We passeren Keulen, maken foto’s van bruggen en
de Dom en stoppen aan een strandje waar een vader met z’n
zoon en dochtertje vuurtje stookt van droog wrakhout. Onder onze bezielende
bemoeienis groeit dat fikkie al snel uit tot een heus kampvuur waar je met
gemak een speenvarken op kan roosteren. Maar ja, de vrieskist is niet mee.
Onheilspellend trekt inmiddels de hemel dicht en
laaghangend grijs en zwart komt rap dichterbij. Vader met kinderen weg op de
fiets. Geen 5 minuten later breekt de hel los. Donder en bliksem rollen als
een stoomwals over ons heen en een hoosbui breekt los terwijl wij de tent aan
het opzetten zijn. Ach ja, soms mankeert er net iets aan de planning. Een uur
later is ’t weer droog. We kunnen onze spullen
uitpakken. We stoken het vuur nogmaals hoog op om
ons aan te warmen. We gaan laat naar bed met een lekkere slok op. Km 698. Dat
wordt morgen al vroeg drijvend pauzeren! Vrijdag 02.05.08 Weer veel
bewolking. Temperatuur rond de 12 graden. Kribben onder water. Ik vaar bijna
tegen een heen en weer slingerende boei achter een brugpijler. We doen
boodschappen in Düsseldorf. Nieuwe eieren en bacon.
Na de reusachtige kerncentrale voor Duisburg willen we stoppen. We vinden
geen goeie plek. Wel is daar een Kanuverein.
We landen aan, sleuren de boten een steil wegje op en bellen een van de
nummers op het verenigingsbord. Binnen 10 minuten staat een sympathieke man
met hond voor onze neus. We worden gastvrij toegelaten tot het clubhuis. We
kunnen douchen, koken in de barkeuken, slapen in het gebouw. Hij vraagt zelfs
of we de verwarming aan willen! ’s Avonds gaan we naar de kroeg en spreken we onder het genot van ‘n Jägermeistertje
heel gezellig met de locals. Za 03.05.08 We lopen
de boten de berg af, nemen afscheid van Jürgen. Hij
maakt nog foto’s die hij ons zal doormailen. We spoelen verder. Het landschap
verandert weer. Weg bergen. De lucht wordt daardoor hoger, het land dunner en
het water breder. Duisburg is een fors industrieel agglomeraat met diverse
buiten proportioneel grote complexen en nucleaire Anlagen.
Ik verlies er mijn gevoel voor afmetingen in. Voel me nietig. De
tegenstroom uit de kribvakken zet ons regelmatig 10 tot 15 m opzij. Niks
tegen te doen. Ik vind dat gevaarlijker dan in het midden varen, maar de Wasserpolizei denkt daar anders over. Het
weer begint nu toch heel aangenaam te worden. Ineens zien we weer koeien in
een wei. De eerste koe sinds Zwitserland. We landen aan bij km 820 op een
prachtig fijn kiezelstrand. We genieten van de zonnewarmte. De lucht is
geheel blauw. Tent overbodig. We eten en slapen onder de blote hemel. Leven
zoals leven bedoeld is. Zo 04.05.08 De
sterren staan helder aan het firmament. De grote beer recht boven. We slapen
de klok rond. Wakker worden met zon en een weergaloos concert door de vogelen
des hemels. -Gedroomd dat Casper en Joep de Sneekweek naar Wageningen
hadden gehaald. De uiterwaarden tussen Heteren
en Maurik compleet laten afgraven. Onder een enorm
eiland op palen een giga jachthaven gebouwd. Een
brug er naar toe vanaf de Papstendam. 10 Olympische
banen. De hele internationale zeilwereld aanwezig. Gôh, wat ben ik trots op die boys! Tempest/Collin was er ook weer bij. Het woei dat het rookte. Hij
drukte bij de finish een heel veld Tempi tegen de
winterdijk aan. Jan de Bree trok ze met een lange
kabel aan de kraan weer vlot. Hans Mink was permanent in de weer om RVS
schades te lassen. Lia koortsachtig bezig met duizenden maaltijden. En Rienk
maar pielen met draadjes, luidsprekers en microfoons. De roeiers mopperden,
omdat de complete internationale solovloot had afgemeerd aan het nieuwe
roeivlot. En als klap op de vuurpijl had onze ambitieuze voorzitter contact
gelegd met de Commissaris der Koningin van Friesland. Hij wilde de Friese
meren naar de meer centraal gelegen Betuwe verplaatsen en de Betuwe in plaats
daarvan verpatsen aan Friesland met fruitbomen en al. Wat een elan, wat een plannen! Nog eens wat anders dan dat geneuzel in de
marge over de inrichting van het havengebied van de gemeente Wageningen.- We breken
maar weer eens op. De laatste dag in het buitenland. Op naar Spijk. Maar na 4
km zien we een aantrekkelijk ogend terras bij stad Xanten.
Koffie/taart. Het terras vergeven van de motorduivels. Stoere binken met
zwarte pakken. Totdat ze helm afzetten en jas uitdoen. Dan zijn het weer
gewone mannetjes zoals iedereen. Spijk. De grens vieren. Stoppen bij Lobith. Relaxed gevaren. We gaan
lekker buiten eten bij de schipchinees.
Dan oversteken naar Nieuw Millingen. We worden even
niet gezien door een vrachtschip dat met veel gas van wal steekt. Even niet
weten wat te doen tot de situatie helder wordt. We stoppen bij de Waalkop. Zo’n punt land met aan weerszijden een rivier. In dit
geval het Pannerden’s kanaal en de Waal. Achter een
grote struik leggen we de boten uit de wind. Om 20.00 u
nemen we 2 minuten stilte in acht. We slapen weer onder het blote zwerk. Km 880. Ma 05.05.08 Aan 2
kanten water. Konijnen huppelen over de punt. Kribben nog steeds bijna onder.
Via de schitterende waalbochten bij Nijmegen rustig naar Ochten.
Het Waalhotel is dicht. Bij mij begint vermoeidheid een beetje structureel te
worden. Zeker te weinig eiwitten gegeten? We gaan naar Super Boer voor nassi ingrediënten. Iets onder Tiel (km 920) landen we
aan de zuidoever. Achter een rijtje wilgen die met
hun voeten in het water staan betrekken we een slechts door vogelen belopen
strandje. Ongezien vrij eten, zonnen, luieren, kleren wassen en drogen. In
Tiel speelt een jazzbandje. Dat mag. Het is 5 mei. De zon gaat onder. Het
koelt af. Maffen op het zand. De lucht kleurt naar
kobaltblauw. Di 06.05.08 Slecht
geslapen. Het strandje was te steil. Alleen tussen 5 en 8 vielen de ogen
dicht. Warmte dwingt ons uit de zak. Op het dooie akkertje ontbijten in de
zon. De slaapzakken luchten in de wilgen. Krantje lezen. Wat klessebessen.
Dat gaat met Rienke al snel de diepte in. We hebben
geen haast. Een beetje weemoedig lopen we samen de afgelopen weken na. De
Hercules 2 en de Veerhaven 7 dreunen alweer met 6 bakken vol kolen naar
Straatsburg of verder. We voelen het einde van de tocht naderen dus rekken we
de tijd wat uit. De Waal is het logisch vervolg van der
Rhein. Schitterend van Pannerden
tot Werkendam. Slot Loevestein. Het voetveer:
“Heen motte betalen en weer weer”. Aangeland 1
km onder Woudrichem. We leggen de boten in een
weitje boven een prachtig strand. We wandelen de plaats rond en de
historische haven met oude gerestaureerde vrachtzeilschepen. Er staat warme wind.
Met de rug tegen de boten stoken we onze maaltijd. Af en toe komen er mensen
met honden langs. Die vragen en wij vertellen. Ongelovige blikken veelal. De
handen maar weer eens ingesmeerd met olijfolie. Werkt prima tegen droge
rimpelklauwen. Het gras ligt prima. Dag Grote Beer! Woe 07.05.08 Onze
laatste dag op de Waal. Het is gedaan. Ineens is het klaar. Gorinchem,
Werkendam. De sluis. De deuren gaan achter ons dicht. Een excursie naar Holmatro, de zaak van Casper, de Biesbosch en het
Pinksterkamp liggen voor ons op de Visplaat. De Rijn ligt achter ons. In een
reeks flitsen ga ik terug naar de autorit met Ed en Cas en onze start vanaf
het grasveld bij Herr Leuch.
Ik heb er geen spijt van. Een droom verwezenlijkt. Tijd voor een nieuwe
droom. Ik geef Rienke weemoedig een zoen op haar wang terwijl het water
30 cm zakt. Bijna drie weken hebben we samen opgetrokken. 1000 kilometer
rivier gevaren. Kou, hitte, sluizen, regen, overdragingen,
wind, stroom, zon, golven en elkaar met blijmoedig plezier beleefd.
Soms wat gevaar en avontuur getrotseerd. Ik bedank haar voor drie
schitterende weken probleemloze maat- en kameraadschap en haar man Karel voor
het in ons gestelde vertrouwen. Wat een
water! Der Rhein, een prachtig avontuur van: Rienke Nieuwenhuis (Eagle Shoreline FREE) en Toon
Hoefsloot (Valley Nordkapp
TONI).
|