Vada Varia, nr. 4, november 2008

 

 

Jonge honden

 


door Toon Hoefsloot


 

Daarmee bedoel ik niet die steevast voor de voeten lopende, door dames doorgaans innig vertroetelde harige kefmormels, die als dank voor aandacht en brokjes elke kamerhoek onderpissen ondanks het feit, dat ze 5 keer per dag worden uitgelaten en daarbij voortdurend zo keihard aan de riem trekken, dat schouderblessures in het verschiet liggen.

 

Nee, daarmee bedoel ik hardwerkende, in de kracht van hun leven staande energiebinken, die na het werk nog puf over hebben om met de kinderen te spelen, het eten voor te bereiden, ‘en passant’ zonder mopperen hun aandeel in het huishouden doen en daarnaast nog tijd over hebben om aan hun conditie te werken alsof zij overmorgen aan internationale topsport wedstrijden moeten meedoen. Die jongens bedoel ik.

Kom bij hen niet aan met glossy magazines als Mens Health, waarin geretoucheerde fotomodel baklappen pogen de jaloezie van kantoorklerkslapjanussen op te wekken.

Nee, hen stel je voor een uitdaging. En als jij dat niet doet, dan doen ze het zelf wel. No swet.

 

Ik ken er een paar. Ze zitten bij mijn toffe clubje kayakkers. Ze stellen zich een doel, werken daar vastberaden naar toe en als de dag daar is gaan ze vlammen. De Veluwerally.

 

Met 3 andere vrienden ging ik de toerafstand (50km) meedoen. Een koude nacht. Een warme mummie slaapzak. Ik lag nog in mijn tentje naar de dichte mist te kijken toen zij vol vuur, vlam en ongeduld aan kwamen rennen, hun kanokleren aantrokken en hun boten gereed maakten voor de ICF 100 km Veluwerally.

De start werd 3 kwartier uitgesteld: geen zicht. Toen de zon dan eindelijk de foggy shit verdreef en het vertrouwde “noch nicht starten, nog drei minoeten uit de mond van Sonja weerklonk, verdrongen onze helden zich met hun redelijk snelle zeekayaks reeds in de voorste regionen tussen de grote kanonnen: wingpeddels, carbonboten, infuusvoer, slangenwater en urinewegleiders, tanige gespierde armen, brede schouders, aftastend inschattende blikken. Positie kiezen. Ingehouden, gestaalde kracht. Het aftellen, het startschot, het waas van opspattend water. Weg waren ze. Honderd kilometer lijden en afzien voor de boeg. Kracht en energie verdelen, verzuring voorkomen, de concurrentie peilen, inschatten en inpakken.

Een zere kont, een volle blaas, een slapend been, een lege maag? Dat betekent pauzeren en eraf gevaren worden. Honderd en zesenvijftig deelnemers. Bij de eerste twintig de uitgestrektheid van de Lathumse plassen verlaten en de stroom kiezen. Gestaag doorwerken, slag na slag. Bij het passeren eventjes extra aanzetten om superieur snelheidsverschil voor te wenden. Tevens goed voor het uitdelen van de mentale klappen. Olburgen, de eerste controlekaart oppikken en een verfrissende appel. Boot terug op snelheid en stroom. Op naar Zutphen. Het hazestadsilhouet. De volgende controlepost. Werken aan de deadline:

De gevreesde limiet van Deventer. (50 km., vóór 13.00 u passeren, anders mag je niet doorvaren!) Niet treuzelen dus, maar doorhalen. De úren tellen, niet de kilometers. De stompe toren in zicht. De limiet ruimschoots gehaald. Met nog maar 55 andere bikkels gaat de slijtageslag aangescherpt verder.

 

In de voorste regionen vallen de eerste klappen. Bij de 77 km. controlepost kan bij Klaas Loots verraderlijk hete soep gegeten, en een pitstop gemaakt worden. Teleurgesteld en stukgevaren moeten enkele toppers het Yssel parcours verlaten om huilend in de armen van hun verzorgers te vallen. Onze eigen Vada bikkels nog volop in de strijd. Voor hen geen soep maar slechts om het uur één of twee broodjes en regelmatig wat dopingwater. Nu en dan een snickertje. That will do! Met big smiles op de smoelen genadeloos het tempo nog een tikkeltje opvoeren. De wanhoop bij de concurrentie. Het nutteloze omkijken. Het niet meer kunnen versnellen. Het triomferende passeren. De mentale mokerslag. De kop overnemen en weglopen tegen de aanwakkerende noordwesten wind in. Lakens uitdelen. Het laatste stuk. De blikken van onderlinge verstandhouding. Geen enkele misslag maken. De Kampense bruggen. De molen. De verlossende finish. De boten exact gelijk hoog op het strand zetten. Laconiek uitstappen alsof het allemaal niets voorstelt. Een sixpack bier tevoorschijn halen en toasten op de overwinning. De felicitaties en de bewondering van de organisatie. Het eremetaal: De gouden plakken. De kus van miss Skonenvaarder.

 

De nummers 1 en 2 Veluwerally 2008 zijn binnen: de Vada Kano dóór-stoomboot-tandem Casper Hoefsloot en Edwin Noorman.

Een kwartier later de nummers 3 en 4 in de snellere boten. Ook voor hen felicitaties én de opmerking van een 14 jarig zoontje:

“Nou pa, dan heb je je er mooi af laten varen door een paar zeeboten!”

 

Toon Hoefsloot.