Vada Varia, nr. 4, november 2008

 

 

Onderweg en onderwater

 


door Jan de Bree


 

Om er zeker van te zijn, dat alles aan boord weer op de juiste wijze functioneert na de winterstop gingen we eind april traditiegetrouw een paar weken de mooie Linge op. Overbodig was dit zeker niet. Toen het hoofd van de huishoudelijke dienst een flesje wijn uit het vooronder haalde,  kreeg ik te horen dat de fles nat was. Normaal voor de binnenkant, echter niet voor die daarbuiten. Uit onderzoek bleek dat de voet van het  deze winter ingebouwde toilet , onderdeel van het “vuilwatersysteem”, lekte.

Alle spullen voor dit systeem waren gekocht bij de Watersportwinkel.nl te Medemblik hetgeen achteraf niet zo’n beste keus bleek te zijn.

 

In de kunststofvoet van het toilet, bleek een klein scheurtje te zitten. De leverancier weigerde zijn garantieverplichtingen na te komen, omdat hij het toilet niet had ingebouwd en ik de voet had losgeschroefd. Hij wilde wel trachten bij de importeur iets te bereiken, maar dan moest ik het op mijn kosten terugsturen. De doorzendkosten naar de importeur en de weg terug kwamen ook voor mijn rekening. Wie de importeur was wilde hij niet zeggen.

Na enig zoekwerk op internet bleek de importeur handelmij  Schulte & Co te Hoevelaken te zijn. Daar werd ik keurig geholpen en kon ik een nieuwe voet krijgen. Probleem dus opgelost.

 

Eind mei vertrokken we voor een wat langere periode. Via Vianen en Gorinchem kwamen we in één van mijn vorige woonplaatsen ’s-Hertogenbosch terecht. We vonden een ligplaats net boven sluis 0. Een stuk voor de sluis zijn er beveiligde ligplaatsen aan de Dommel, vlak bij het centrum. Er wordt aan de kunstwerken van de Zuidwillemsvaart  al jaren gewerkt. De vele kleine oude sluizen worden vervangen door enkele grote zodat het passen en meten in de sluis  als er een Spits in moet tot het verleden gaat behoren. De volgende stop was Veghel een leuk Brabants dorp.  De jachthaven met goede voorzieningen ligt achter in de doodlopende zijarm van het kanaal. Verder zuidwaarts. langs Helmond, tref je in Nederweert aan bakboortskant een piepklein haventje aan. Als ik het goed geteld heb, dan kunnen er acht bootjes liggen tussen de palen. Even de brug over en je hebt winkels om de voorraden aan te vullen en een vers broodje te halen. In Nederweert gaat de vaart over in het Kanaal Wessem-Nederweert , richting Maas. Na de sluis in Panheel vaar je op de vele plassen rond Maasbracht en Roermond. Wij bleven in de laatste plaats. In de erg grote jachthaven van de stad was het even zoeken naar de havenmeester voor een plekje. Hem  vroeg ik naar een bepaald adres en kreeg uitgebreid uitleg.  Hij kende de mensen die ik wilde bezoeken, wist dat zij woonden nabij zijn  biljartzaal in een restaurant dat aan het water lag, voorzien van een steigertje, in de Industriehaven.

Hij belde even met de uitbater of ik daar mocht komen liggen, hetgeen bevestigd werd. De ontvangst daar was alsof we thuis kwamen. Ook daar kende men, met naam en toenaam de familie waar het om ging, helaas waren zij even weg, maar ik kon blijven liggen tot ze gesignaleerd werden. Het was een pracht plek, waar we met mooi weer enige dagen hebben vertoefd. Ik heb daar een karper zien vangen van meer dan 40 pond. De visser, die het dier bijna niet beuren kon, verzocht mij een foto van hem en zijn buit te maken. Uiteraard heb ik aan dat verzoek voldaan waarna de mooie vis zijn of haar element terug werd gezet.

De reis werd voortgezet, de Maas af. In Wanssum konden we diesel tanken en overnachten. In het erbij gelegen café met de illustere naam “De nette ballentent van ….” hangt het plafond vol met blaasinstrumenten, kennelijk zeer oude glorie van de lokale toeterclub.  Het dorp zal niet gauw een schoonheidsprijs ontvangen. De volgende halte was bij Maasbommel, langs een graskantje voor € 7 per nacht. Met redelijk weer een mooie plek. Het was zomers, boven de 25 graden. Verderop vonden we in het “Noordergat van de Plomp” van de Biesbosch, waar we vaker gelegen hebben, een plekje.  Het is er prachtig!

Langs de Amercentrale voerden we naar de Mark en Dintel west -Brabant in. Als je een dag voor aankomst de havenmeester in Terheyden belt dat je daar wilt aanleggen,  houdt hij als het even kan een plaatsje voor je vrij aan de kade in de kleine jachthaven. Het is een leuk dorp, met oude verdedigingswerken voor de stad Breda. Met een voetveer  wordt je overgezet en ben je op de fiets zo in die mooie stad. Bij Stampersgat is een steiger waar een paar bootjes kunnen liggen. Er is een winkeltje en vlakbij  in Dinteloord, worden de suikerzakjes gemaakt die u vaak bij de koffie aantreft.

 

Wij gingen niet richting Zeeland, maar terug naar Oudenbosch, een plek beroemd om de replica van een deel van het Vaticaan . Het heeft een leuk  centrum. Via weer een stop in de Brabantse Biesbosch tuften we naar Gorkum.  In Arkel, Meerkerk en Vianen maakten we enige dagen gebruik van de aanlegmogelijkheden. We staken de Lek over en na de Koninginnensluis kwamen we op het Merwedekanaal benoorden de Lek in Nieuwegein. Daar draaiden we de Hollandse IJssel op, van de Doorslagsluis tot Gouda  zo’n 32 km lang en gaat door de plaatsen IJsselstein, Montfoort , Oudewater en Haastrecht, waar meerdere aanlegmogelijkheden zijn. Je mag er drie dagen blijven, hetgeen onregelmatig gecontroleerd wordt. Dit vaarwater staat jaarlijks in ons vaarplan en wij zijn  niet de enige Vada-leden die dit weten te vinden. Gouda is natuurlijk een bezoek meer dan waard. Vandaar over de Gouwe, langs of door Waddinxveen en Boskoop naar de Oude Rijn richting Leiden. Na door Alphen aan de Rijn gevaren te zijn gaan wij meestal in Zoeterwoude/Rijndijk, aan bakboordszijde langs een  voetpad met grasstrook tegen de kant. Als er erg veel , met name pleziervaart is lig je er niet zo rustig. We volgen de rivier, gaan door Leiden en stuurboord uit naar Katrwijk. Het was heerlijk strandweer  dus we troffen het. Minder was het lawaai en stof door de werkzaamheden in  de groenstrook.  Een fles gas wordt daar overigens duur betaald .Na enig zoeken bleek IJzerhandel Van den Akker op het Industrieterrein dit te leveren voor € 35,82.

Bij de havenmeester kocht ik een vignet om een aantal vergunningsplichtige wateren te bevaren, zodat we langs Oegstgeest richting Haarlem konden. Daar weer even rondgekeken en de tocht hervat naar Krommenie (gemeente Zaanstad). We troffen het op het Noordzeekanaal want we werden voorbijgelopen door een paar mooie zeeboten. Het blijft indrukwekkend als die grote jongens langs je heen gaan. Hier en daar tref je in de winkelstaat nog typische Zaanse huizen aan.

Het is inmiddels juli en omdat ik de tiende van die maand in Den Helder moet zijn voor een reünie van Marineveteranen gaan we noordwaarts naar Alkmaar waar kaasmarkt wordt gehouden en de victorie begon herinner ik mij.

 

Wat verder naar boven kun je vanaf het Noordhollandsch Kanaal de Hargervaart op varen, een lange smalle sloot tot vlak achter het duin. Wij vinden het daar best goed toeven. Nu stond er zuidwester storm met regen en dan is het daar maar niks en we lagen ook nog aan lager wal. De volgende dag zochten we het kanaal maar weer op, langs de afslag naar Schagen kwamen we in Den Helder aan. Deze stad is lang geleden enige jaren mijn thuishaven geweest en roept herinneringen op uit een grijs verleden. De reünie  was goed verzorgd. Ik ontmoette mijn “stapmaat”  Hans, met wie ik op de Karel Doorman had gevaren tijdens de reis in 1960 naar Nieuw Guinea en een mede opvarende van de onderzeebootjager Groningen uit de periode 1957 – 1958 toen we voor anderhalf jaar ons rijksdeel overzee verdedigden tegen de grommende Soekarno. Een dag is te kort om oude herinneringen op te halen en te praten hoe het grootste deel van je leven verder verlopen is.

 

Een paar dagen later pakten we de draad weer op en vertrokken naar Middenmeer. Daar van daan, via de Westfriese Vaart en de Omval-Kolhorn naar Broek op Langedijk, waar ooit de beroemdste drijvende veiling was. Het gebouw is er nog maar heeft een andere bestemming. Doorvarend bereik je bij Alkmaar weer het Noordhollands Kanaal, nu gingen we richting Amsterdam via Purmerend. Vlak voor de Willem 1 sluizen lagen we in Amsterdam noord, rustig bij een groot park. Over het IJ, door de Oranje sluizen, het Markermeer op en langs Pampus naar onze volgende stop  achter Almere in  de polder. Min of meer traditiegetrouw brachten we een weekend door in Biddinghuizen. Bij Ketelhaven verlieten we de polder en voeren we over het Ketelmeer en Zwarte Water naar Genemuiden. In het Ketelmeer is een ondiepte met cardinale tekens bebakend. De diepte is ongeveer 1,3 meter. De sluiswachter vertelde mij, dat daar onderwater grote brokken steen lagen waarop al menig schip ernstige averij had opgelopen.

 

Achter of naast Zwartsluis ligt de Arembergergracht waar je goed kunt liggen. De bakker komt ‘s morgens  langs de bootjes zijn waren aanbieden. Een uitstapje door Belt Schutsloot is de moeite waard. Het is misschien wel leuker dan Giethoorn. Het volgende rustpunt ligt een klein stukje noordelijker en doet zijn  naam eer aan nl. Muggenbeet, je bent dan net over het Giethoornsemeer gevaren . Vaar je rechtdoor dan kom  je via Kalenberg in Ossenzijl uit. Wij sloegen linksaf richting Steenwijk en bleven onderweg liggen in Scheerwolde. Daar is een palingkwekerij gevestigd waar je voor een kleine twintig euro´s ruim een pond gerookte paling kunt kopen.  In Steenwijk is men al jaren  bezig de gemeentehaven te vernieuwen. Het begint er nu op te lijken en je hoeft maar enkele meters te lopen om alle voorraden  weer aan te vullen. Langs de Weerribben varend kom je in Ossenzijl. Je kunt Friesland in komen via Kuinre of door de Linthorst Homansluis , een druk punt waar menig gevecht , aanschouwd door de beste stuurlui op de wal, plaatsvindt. Een projectontwikkelaar gaat achter de sluis een heel luxe jachthaven aanleggen zodat over enige tijd het gratis liggen daar wel afgelopen zal zijn. Een fietstochtje langs de Linde is prachtig. Niet al te grote boten kunnen dit riviertje een heel eind opvaren en zonodig even afslaan naar Oldemarkt.

 

Wij gingen verder naar de Turfroute en sloten in de rij aan in de Engelenvaart bij Heerenveen. Een wandeling over het vroeger ontstane `Kerkepad` , dwars door landerijen,is aan te bevelen.  Gorredijk was onze volgende bestemming. Met de Iris konden we even buiten Heerenveen onder de spoorlijn door, zodat we niet via Akkrum of Oosterwolde onze bestemming konden bereiken. Die dag , 7 augustus,kwamen we in erg zwaar onweer terecht. Het werd omstreeks 12 uur nagenoeg donker, het stormde, bliksemde en donderde overweldigend. De aarde trilde. Regen, soms met hagelstenen daverde over ons heen. Ik had net op tijd vastgemaakt aan een steigertje bij Uilensprong. Het duurde maar 40 minuten en was angstaanjagend mooi. Een paar uur later bereikten we Gorredijk. Na een paar dagen keerden we en voeren via Oldeboorn naar Akkrum. We wilden eind augustus weer thuis zijn en besloten  de terugweg te gaan nemen, via de Driewegsluis, Steenwijk, Giethoorn,  door de Beukerschutsluis het Meppelerdiep op naar de Hoogeveensche Vaart.  De ligplaatsen achter de Rogatsluis waren, zoals meestal het geval is, alle bezet. Wij meerden bij Echten, een mooie plek met schitterende fietsroutes. Na Hoogeveen  deden we Noordscheschut, Zwinderen, Oosterhesselen en Nieuw Amsterdam aan. Tussen de buien door was het droog. Het Drentseland is een paradijs voor fietsers, met name in de droge periodes. Vanaf het Meppelerdiep zijn we telkens een aantal meters omhoog geschut nu gaan we weer zakkennaar de Twente kanalen. We komen door Coevorden en blijven wat langer in Gramsbergen. Eind augustus is daar altijd een feestweek, straten zijn  versierd en buurten hebben een thema. Als de optocht door de straten trekt is het dorp van de wereld afgesloten en blijft de zaterdagavond en nacht de bierpomp open.

 

Zo’n vier uurtjes verder varen en je bent in Almelo. Sinds een paar jaar kun je in de stad gaan liggen. Wij kiezen voor de Almelose Watersport Vereniging bij het plaatsje Wierden. Bakker “Bolletje” en een speelgoed fabrikant zorgen dat passanten een cadeautje ontvangen van de havenmeester.

Langs Goor, waar je beter niet kunt gaan liggen omdat de drukke beroepsvaart daar geen rekening mee houdt, varen we naar Lochem. Ook daar lig je niet echt rustig, maar om de een of andere reden houden schippers  wel meer rekening met gemeerde jachtjes.  Van hier gaan we naar de sluis in Eefde. Aan bakboordskant is een steiger waar een viertal kleine jachtten aan kunnen liggen. Het is een mooie rustige plek. Om geschut te worden moet je wachten op beroepsvaart en als het tegen zit kan dat wel eens een uurtje duren.  Een paar kilometer verder kom je dan weer op de IJssel. Wij gingen stroomopwaarts naar Doesburg. Tot aan de Rijn stond er op sommige plekken 7 kilometer stroom tegen, echt opschieten doe je dan niet.

We naderen de thuishaven en kwamen op 29 augustus weer in onze mooie haven.  Mijn wederhelft had nog wel even weg willen blijven.

 

Jan de Bree.