|
|
Vada Varia, nr. 4, decemer 2009
|
|
|
Vada, sport?
In de naam van onze vereniging wordt “VADA” vaak voorafgegaan door “WSV” (of wsv), de afkorting van WaterSportVereniging. Al eerder is hier incidenteel en kort wat aandacht gegeven aan de sporten roeien en zeilen. Tijd om dat eens te verbreden tot wat ons bij VADA bindt. Is het de sport, de recreatie? Is het meer dan doorkomen van vrije tijd? door G B Rom
Om de kanosport goed in beeld te krijgen ontkom je niet aan een vergelijking met het roeien. Een punt dat eerder werd aangestipt; roeiers doen ’t achterwaarts en moeten dus steeds geconcentreerd bezig zijn. Ze kunnen niet op het gevoel werken want als zij de wind in de rug hebben zit ’t juist tegen. Ze kijken terug, zien wat ze gedaan hebben, niet wat ze nog te wachten staat. In eerste instantie - de psychologie van de koude grond - lijkt dat een sterk punt; het geeft arbeidsvreugde, zelfvertrouwen ook; “zie die waterrimpelingen achter ons, dat is wat we al gedaan hebben.” Maar het geeft ook onzekerheid; wat ligt er vóór ons, achter onze rug, hoe ver moeten we nog, komt er niet een klap omdat onze weg wordt versperd door … ? Het is dan ook logisch dat roeiers - ik schreef dat al eerder - heel doelgericht en gedisciplineerd moeten werken in hun sport. Anders krijg je ongelukken. Ze doen het verantwoord en met discipline. Dat zie je ook aan ze; bijna altijd een rode VADA-trui aan, de mannen goed geschoren, nooit openlijk dronken, nooit stiekem roken. Hooguit een enkele sigaar. Ooit een roeier met een baseballpet-andersom gezien? Nee, ik zou met mijn baard en mijn vieze kleren – ik schilder op dinsdag bij VADA – niet eens door de ballotage komen. Logisch ook dat roeiers na hun inspannende en concentratie eisende sport moeten bijkomen onder het genot van zelfgebakken appeltaart (door de week) of biertjes (zaterdagochtend).
Kanoërs kijken naar voren. Die hoeven, zo lijkt het, niet zo gedisciplineerd te zijn. Ze anticiperen direct op het onverwachte en kunnen altijd corrigeren en bijsturen. Bij kanoërs kan het dus best ook eens een zootje zijn. Lees goed, ik zeg niet dat het zo is maar de kanoafdeling zou best een anarchistisch aandoend gezelschap kunnen zijn waar baarden, afwijkende kleren etc. geen beletsel voor hun sport hoeven te vormen. Een stelletje individualisten die het samen heel leuk kunnen hebben. Bij de beoefening van hun sport zijn ze, anders dan veel roeiers, beurtelings links en rechts bezig. In het ritme waarmee de rechter- en linkerarm van de kanoër/ster kracht zet wiegt hun bootje, als de heupen van een buikdanseres, links- en rechtsom. En, waar de roeiers in hun noodzakelijke discipline ook nog worden geleid door de drukpunten van de riemen - de roeidollen - dollen die kanoërs maar wat aan. Ze doen hun sport los uit het vuistje, vanuit de ellebogen. Zij brengen de voorwaartse kracht niet door middel van dollen en boorden over naar de boot en niet zoals de roeiers, glijdend op twee billen. Nee, kanoërs brengen hun basale zijn in de boot beurtelings over van de ene naar de andere bil; bewegingen die meer sexy zijn dan bij de roeiers. Alles in deze sport ademt vrijheid en soms wat anarchie of losbandigheid uit. Maar ook discipline; met bewegingen bij het eskimoteren als een danser(es) in de pirouette.
Motorbootvaarders zijn moeilijker in te delen. Logisch; ze zijn niet als sporter bezig maar louter als recreant. Lichaamsbeweging staat niet centraal. Ze kijken, als kanoërs, voorwaarts. Hoewel de omvang van de ramen in veel tot boot uitvergrote strijkijzers doet denken aan de doorzonwoning uit de vijftiger jaren blijken gordijnen en vitrage een onbelemmerde blik op de wereld soms juist te voorkomen. Sommigen hebben hun boot zo dichtgetimmerd met windschermen, dektenten en extra etages dat hun zij- en achterwaartse blik soms bijna onmogelijk wordt gemaakt en ze, anders dan de zeilers, niet mét de wind maar alleen nog dankzij veel extra PK’s tégen de wind moeten vechten om hun boot de baas te kunnen. De meer vermogende motorboters wagen zich op hun torenhoge stuurpositie vaak wél buiten. Zij zien letterlijk neer op anderen en wensen vooral ook graag gezien te worden; letterlijk, op de top van hun bezit. Anders dan tijdens het “liggen” in de eigen haven of op de plaats van bestemming lijkt de sportprestatie tijdens het varen soms louter te liggen in het zo weinig mogelijk buiten zijn en het vervangen van het zicht op de natuur door het stuurrad en de vele metertjes. Dit terwijl de onvoorspelbare geuren en geluiden uit de natuur buiten de boot worden overstemd door diesellucht, Berenburg en het vertrouwde denderen van de motor, daarbij eventueel geholpen door een batterij speakers.
Vooropgesteld; als zeiler en havenlid, ben ik niet objectief in mijn oordeel over die VADA-sport. Maar zeilers lijken op één punt op de stuurvrouw of –man bij de roeiers. Ze laten graag anderen – in dit geval vooral de wind – het werk doen. Je zou kunnen zeggen dat ze, in tegenstelling tot motorbootvaarders die regelmatig moeten tanken en roeiers of kanoërs die spinazie en piepers moeten eten om hun fysieke reservoir aan te vullen, kans zien niet of weinig voor hun energietoevoer te dokken. Zijn het dus de meest luie VADA-leden, zijn ‘t profiteurs ???
Nee natuurlijk. Denk na over die andere kant. Wij, zeilers, kunnen het ons niet permitteren moe te worden. Wie niet sterk genoeg is moet slim zijn. In onze sport niet alleen het hersencentrum dat louter de motoriek regelt. Nee. Bij ons wordt éérst nágedacht. Wij wegen af, berekenen wat wind en stromingen voor ons kunnen doen en zitten niet alleen maar aan een paal (riem), peddel of gashendel te trekken. Wij managen, delegeren, doen niet zelf wat de natuur dolgraag voor ons doet. Een zinnenprikkelend spel; wij dagen uit met een fraai gesneden zeil. Terwijl de natuur toehapt en het zeil streelt en vult glijden wij spetterend voort. Wij verspillen geen spier- of andere energie. Met een natuur die altijd winden laat en getijden die het dun door de geulen laat lopen hebben wij het aan de touwtjes trekken tot sport verheven en genieten van de harmonische combinatie van het horen, zien, voelen en ruiken van de natuur om ons heen.
Alles zo overziend moet het voor kanoërs, roeiers en motorbootvaarders een hele eer zijn om deel te mogen uitmaken van een vereniging waarvan zeilers de vanzelfsprekende en natuurlijke elite vormen.
G.B. Rom
GBRom@kpnplanet.nl
|