Vada Varia, nr. 1, februari 2010

 

 

Rondje Rügen

 

3 juli --- Onze zeilvakantie begint anders dan anders. Met de trein reizen we via Osnabrück en Hamburg naar Stralsund, in het vroegere Oost-Duitsland. De volgende ochtend verkennen we de oude Hanzestad. Aan de kade ligt een ons vertrouwd uitziend bootje: een Benetteau First 21.7. Een sportief zeilend kajuitjachtje van 6.40 m lang, 25 m2 zeil, hefkiel van 1.80 m diep. Zo een huurden we de afgelopen jaren om op Wadden en IJsselmeer te zeilen; nu hebben we via internet (www.pc-ostsee.de) dit exemplaar opgesnord en voor een week gereserveerd. Ons plan is een tocht rondom Rügen te maken, een groot eiland (50 bij 40 km) in de Oostzee pal voor de kust bij Stralsund. Behalve open zee zijn er ook half-open ondiepe binnenmeren achter de hafkust, de "Bodden"; en de Strelasund, een zeestraat tussen Rügen en het vasteland. Keus te over dus.


door Hoyte Raven


 

 

's Middags krijgen we de boot mee en varen om 5 uur s'-middags uit. We willen nog naar Hiddensee, een eiland net west van Rügen, 17 mijl noordwaarts. Het is stralend weer en het waait, we hangen er meteen lekker in en lopen een knoop of 6. Eerst door de Strelasund, dan over de Bodden. Het water is wijd, de vaargeul niet: zo'n 12 meter breed, direct daarnaast heel ondiep. Om het wat spannender te maken liggen de boeien best ver uit elkaar en varen er ook snelle passagiersboten. De wind trekt aan tot zowat kracht 6, en het is hoog aan de wind in dat geultje. Het avondtochtje om erin te komen begint een beetje hectisch te worden. We keren om en waaien ruimwinds op alleen de fok terug naar Stralsund, waar we om acht uur 's-avonds de jachthaven aanlopen. Nou ja, ook goed.

           

De volgende dag herkansing. Motregen, maar een mooi lopend windje. Halfwinds dezelfde kant uit als gisteren. Met onze 21-voeter zitten we een 32-voeter tijdenlang op de hielen. Dezelfde vaargeul door, dan wat ruimer water; precies navigeren tot uit de mist Hiddensee opdoemt. Een autovrij eiland, een oase van rust, geen wegen maar graspaden, en alleen het geruis van de Oostzee aan de andere kant. We huren fietsen en rijden de heuvels in naar de vuurtoren. Vanaf de krijtrotsen kijken we uit over zee. Mooie sfeer.

           

Dag 3. Stralende zon en wind ZW 3-4, heerlijk. De haven uit, een zig-zag vaargeul door de Bodden, dan het zeegat uit tussen Hiddensee en Rügen, langs zandplaten vol aalscholvers. Ruimwinds op de Oostzeedeining, met rechts de kust van Rügen, achter ons de krijtrotsen van Hiddensee, en links een wijdse zee. Een mooi stuk zeilen naar de hoge Kap Arkona, die we ronden. Erachter een wijde baai, 10 mijl verder aan de overkant zien we een dicht beboste hoge kust. Halfwinds bruisen we erop af, tot de kust boven ons uit torent. Op de rand het dorpje Lohme, daaronder een stil haventje waar een vijftal boten ligt. Wat houten huisjes, een lange houten trap naar het dorp, de lome branding op het strand, en rondom alleen maar bos. We lopen een eind langs de kust door de bossen, eten op een terras boven zee, zien de zon onder gaan achter Kap Arkona aan de overkant van de baai. Geweldige plek.

           

De volgende ochtend eerst weinig wind. Heel rustig laten we Lohme achter en volgen de kust van Rügen. Krijtrotsen rijzen tot 120 meter uit zee op. We kruisen dicht onder de kust, en vergapen ons aan de spierwitte kliffen die zo mooi afsteken tegen...... ehhm, de lucht is wel érg donkergrijs inmiddels! Ter hoogte van Sassnitz begint het te rommelen, en ineens vormt zich een soort rolwolk die er niet best uitziet. Net op tijd de fok weg, maar in de harde vlagen komen we nog aardig plat te liggen. Grootzeil omlaag gesleurd en toch maar even de haven in. Maar de bui is alweer weg.

           

De eerstvolgende haven is 20 mijl verder, dat wordt te laat zodat we 's middags ons vermaken met snelle halfwinds rakken heen en weer over de baai, het loopt super. Het eindigt weer met bliksem en plensregen. We lopen Sassnitz weer aan, en meren af onder de hoge kade waar we op dat moment in een soort waterval liggen; maar och, we hielden toch van water?

           

Dag 5. Het marifoon-weerbericht voorspelt aanwakkerende wind, en buien met windstoten tot windkracht 8. Vroeg op pad dan maar, we hopen Lauterbach, 30 mijl verder, nog tijdig te halen. Heel rustig met windkracht 3 zuidwaarts rond een paar kapen aan de oostkant van Rügen, langs vergane-glorie badplaatsen met witgeschilderde houten villa's. Na de laatste kaap kruisen we westwaarts tussen ondiepten de Greifswalder Bodden in; een baai van 25 bij 25 km aan de zuidoostkant van het eiland. Het ziet intussen weer vertrouwd donkergrijs. De wind zakt weg en draait. We leggen 2 reven in het grootzeil. Het rommelt. Ver aan loef witte brekers op het loodgrijze water, en een dikke Bavaria die met klapperende zeilen allerlei gekke dingen doet. We rollen de fok weg. En ja hoor daar gaan we weer. Op dat kleine lapje grootzeil varen we nog de kajuitraampjes onder water, maar het zeilt nog. De bui is gauw voorbij, de reven gaan eruit en het wordt zelfs een beetje drijven, langzaam verder de baai in. De volgende bui komt als we heel precies tussen het "Trendelriff" en het "Steinriff" door aan het navigeren zijn, en dat klinkt niet uitnodigend. Maar we komen wel in Lauterbach.

           

Zoals voorspeld, de volgende dag harde wind. We nemen de stoomtrein, bekijken oude badplaatsen, lopen uren bovenlangs de krijtrotsen door de bossen. Ook een mooie dag. Alleen... waait het de volgende dag nog harder. Van de haven vol grote jachten zeilt er geen een uit. Wij met onze notedop dus ook maar niet.

           

Na 2 verwaaide dagen varen we weer uit, en zeilen een dag mooi op de Greifswalder Bodden, met een wind die wisselt tussen B2 en B5-6. Lange rakken dwars op de baai, op dubbel gereefd grootzeil en fok, meer dan genoeg zeil soms. Een soort IJsselmeergolfslag hier, kort en steil. Tenslotte kruisen we een riviermonding in naar de haven van Wieck, een stil dorpje bij Greifswald, waar we afmeren aan het dorpsplein, tegenover de vissersvloot.            

Als we de volgende dag opstaan is er nul wind. Vanavond moeten we terug zijn in Stralsund, en dat is 24 mijl. Kan een lange dag worden... gelukkig valt het mee en halen we nog een knoop of 4. We steken af ver buiten de vaargeul, tussen de ondiepten door sturend. We komen in een mijnenveld van visnetten terecht, overal vlaggetjes rondom; maar we raken niks en komen er doorheen. We verlaten de Bodden, varen uren voor de wind door de Strelasund die hier op een brede rivier lijkt, totdat Stralsund voor ons opdoemt. Terug op ons uitgangspunt na een 200 mijl zeilen.

           

De laatste ochtend nog net een uurtje zeilen. Ver voor ons zien we weer de vuurtoren van Hiddensee --- zullen we nog een rondje? Jammer, geen tijd meer. We meren weer af in het centrum van Stralsund. Dag boot, bedankt voor alles! 's Middags treinen we terug naar huis, nagenietend van het mooie zeilen, de prachtige omgeving, het geweldige zeilwater, en de andere sfeer. Volgende keer meer!

 

Hoyte Raven